Log in

'TTIP. Het trans-Atlantisch handels- en investeringsverdrag. Een nuchtere analyse van beloftes en kritieken'

Uitgelezen

TTIP. Het trans-Atlantisch handels- en investeringsverdrag. Een nuchtere analyse van beloftes en kritieken

Ferdi De Ville & Gabriel Siles-Brügge
Academia Press, Gent, 2016

Het publiek dat dit tijdschrift leest zal ongetwijfeld al gehoord hebben van TTIP, of voluit het ‘Transatlantic Trade Investment Partnership’, en het valt niet uit te sluiten dat er al lezers stelling tegen genomen hebben, of er net voorstander van zijn. TTIP is het vrijhandelsakkoord dat de Europese Commissie en de Verenigde Staten al sinds 2013 onderhandelen om de belemmeringen voor de handel tussen beiden weg te werken. Belemmeringen die kunnen bestaan uit verschillende importtarieven en uiteenlopende reglementeringen, (veiligheids-) normen, standaarden, enzovoort. De impact van het verdrag valt niet te onderschatten. Je zou haast kunnen stellen dat op het vlak van handel, de Europese Unie wordt uitgebreid naar de Verenigde Staten. Het is niet de eerste keer dat een handelsverdrag op veel belangstelling (en acties) kan rekenen. De betogingen rond de WTO top van 1999 zijn de geschiedenis in gegaan als de ‘Battle in Seattle’. De verdedigers verwachten een grote economische groei in de beide continenten, de tegenstanders stellen dat TTIP de poort opent naar sociale achteruitgang en nefast zal blijken voor milieu, voedselveiligheid , gezondheid. De chloorkip, de kip die in Amerika na de slacht in chloor wordt gedompeld om haar te ontsmetten, staat zowat symbool voor het verdrag.

TTIP bestaat uit 3 grote pijlers. De eerste regelt markttoegang en concentreert zich op tarieven en de ‘liberalisering’ van diensten, investeringen en overheidsopdrachten. De tweede is de ‘regelgevende samenwerking’ en handelt over de normen die producten aan weerszijden van de oceaan moeten respecteren, en die meer op mekaar worden afgestemd. De derde gaat dan weer over allerlei reglementaire bepalingen inzake bijvoorbeeld intellectueel eigendom, duurzame ontwikkeling en de bescherming van investeringen. In dit laatste hoofdstuk komt een van de meest controversiële onderdelen voor: de ISDS, Investor to State Dispute Settlement.

Volgens ISDS-bepalingen kan een buitenlandse investering een overheid vervolgen bij een onafhankelijke arbitragerechtbank wanneer ze denken dat de overheid haar rechten heeft geschonden. Een van de beruchtste toepassingen van ISDS vinden we terug bij een rechtszaak die tabaksgigant Phillip Morris inspande tegen een Australische wet over de verpakking van sigaretten (die voortaan geen logo van het merk meer mocht dragen). Om gebruik te maken van een ISDS-bepaling in een handelsverdrag tussen die 2 landen heeft de tabaksgigant zelfs snel vanuit Hong Kong een paar investeringen gedaan in Australië. Uiteindelijk heeft Australië de rechtszaak gewonnen, maar dat betekent wellicht nog niet het einde van de procedures.

De tegenstanders van TTIP vrezen dan ook dat vooral via ISDS bestaande arbeids- en milieuwetten worden ondergraven. Ook de auteurs stellen dat ISDS kadert in de depolitisering van het regelgevend beleid maar dat er tussen de VS en Europa sowieso al weinig verschil is in de wettelijke bescherming van investeerdersrechten. En in september 2015 stelde de Europese Commissie voor om een speciale rechtbank op te richten met rechters die minder kunnen worden beïnvloed dan de huidige arbitragerechters vaak blijken te zijn. De bescherming van investeerdersrechten zou ook worden afgezwakt ten voordele van de regelgevende maatregelen. ISDS zal wellicht een minder drastische impact hebben dan soms gevreesd, maar toch nog een aanzienlijk effect omdat de overheden zichzelf wat aan banden leggen uit vrees voor kostelijke arbitrageprocedures.

Nu is TTIP al van meet af aan zeer controversieel geweest, niet in het minst door alle geheimdoening er rond. Maar door de druk van de publieke opinie én van het Europees parlement werden de onderhandelingsdossiers steeds meer opengesteld. Op de website van TTIP zijn de dossiers vrij actueel te consulteren.

Een oude maar vaak verwaarloosde wijsheid is dat wie actie wil voeren voor of tegen iets, best goed weet welke argumenten correct kunnen worden aangebracht. De auteurs hebben de verdienste om heel objectief alle argumenten te toetsen op hun waarheidsgehalte. Ze tonen aan dat TTIP niet zal leiden tot de horrorverhalen aan de ene kant of de hemels economische groeiverwachtingen aan de andere kant.

Maar tot slot geven ze wel een vrij stevige kritiek op het ganse onderhandelingsproces van TTIP. De Commissie is in de laatste jaren haar eigen teksten (niet de ontwerpen van de onderhandelde verdragstekst) wel transparanter gaan publiceren maar dat doet ze vooral als een soort communicatief tegenoffensief om de critici een argument te ontfutselen. Een beetje transparanter zonder alle kaarten op tafel te leggen. Zoals de Commissie ook de vermaledijde ISDS wel gedeeltelijk wil offeren om de rest wel zachtjes binnen te halen.

De belangrijkste conclusie van de auteurs over TTIP is dan ook: ‘het wordt gemotiveerd door een filosofie en een discours die de efficiënte werking van markten idealiseren en de beperkingen die door de democratische besluitvorming voor het openbaar beleid opgelegd worden, willen minimaliseren. […] Ze maken duidelijk dat het wenselijk is dat regelgeving, en bij uitbreiding, openbaar beleid zoveel mogelijk aan banden wordt gelegd. Ze zijn gebaseerd op de fictieve verwachting dat ze zo een perfecte markt zullen creëren.’

Het boek is een voortreffelijke ‘entrée en matière’ over TTIP. Je vindt er uitstekende informatie, en vooral genoeg stof om met een kritische blik alle verklaringen pro en contra TTIP te evalueren.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 4 (april), pagina 93 tot 95