Log in

Wat als... er 0% groei was?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 4 (april), pagina 1 tot 3

Midden maart kreeg de publicatie ‘Langdurige stagnatie in België? Hoe reëel is de mogelijkheid en wat zijn de drijvende krachten?’ van enkele Gentse economen nogal wat persaandacht. Heel terecht overigens. De lezer van Samenleving en politiek krijgt in dit nummer van Tim Buyse een iets minder technisch overzicht van de studie (pp.83-90). De auteur gaat ook iets verder in op maatregelen die best genomen worden en maakt een beperkte evaluatie van het federale begrotingsbeleid. Een interessante bijdrage, maar ik wil er toch een vraag bij stellen. Ik ben wel geen econoom, maar ik heb lang geleden geleerd dat de juiste vragen het allerbelangrijkste zijn.

De stelling is simpel: bij ongewijzigd beleid zal de komende dertig jaar de groei per hoofd lager uitvallen dan 0,5%; economen spreken van ‘secular stagnation’. Wie zat te wachten op een nieuwe groeiopstoot, schrikt; en zitten de meesten daar niet op te wachten? Gelukkig voor hen voegen de auteurs daar snel aan toe dat het beleid nog gewijzigd kan worden. Mijn vraag is echter of dat zo wenselijk is. Moeten we de groei wel terug op gang krijgen? Zouden we niet beter van de gelegenheid gebruik maken om te leren leven zonder veel groei? Ook dat kan natuurlijk niet zonder bijsturing, maar daar zijn misschien wel andere aanpassingen voor nodig.

Wat als... er 0% groei was? We moeten ons dat minstens afvragen, omdat de kans dat het roer omgegooid wordt misschien toch niet zo groot is. In zijn bijdrage durft Tim Buyse niet te beweren dat een efficiënt beleid een langdurige stagnatie echt kan afwenden. Dat is voorbarig, schrijft hij. De simulaties laten daarover gewoon geen uitspraken toe. Hij geeft wel een aantal recepten: begrotingsbeleid gericht op groei en tewerkstelling, publieke investeringen en vooral ondersteuning van innovatie, hervorming van de pensioenen en migratie aanpakken als een opportuniteit. Behalve dat laatste, dat zeer vaag blijft, zijn dat wel heel klassieke oplossingen. Natuurlijk kan men beweren dat de huidige regering dat wel probeert, maar niet ver genoeg gaat. Maar heeft die regering niet juist getoond hoe moeilijk het is? Ze zou het fundamenteel anders doen, ‘de kracht van verandering’ weet u wel, maar veel is daar niet van te merken. Is dat binnen de huidige logica wel mogelijk?

Geert Noels vergeleek onze economie met een piramidespel dat, zoals iedereen weet, op een bepaald moment fataal ineenstort. Er zit gewoon iets fundamenteel fout aan de motor die de economie doet draaien en dat is nu precies een groeimotor, die steeds meer wil produceren en dat ook steeds efficiënter wil doen. Het gaat om een zo groot mogelijke winst en maar hopen dat het voor de rest goed komt. Negatieve effecten moeten maar achteraf gecorrigeerd worden. En er zijn negatieve effecten: uitsluiting, armoede, uitputting van grondstoffen, verspilling en vervuiling. Zou in dat licht de volgende dertig jaar nulgroei geen zegen kunnen zijn? Ook Noels pleit voor een duurzaamheidsrevolutie. De economie is te onevenwichtig om zo maar wat op te kalefateren. Het moet fundamenteler aangepakt worden. Misschien dat dit gemakkelijker kan als de ratrace even stopt. En als die ratrace voor een hele tijd vanzelf zou stoppen, zou het niet beter zijn om daarvan te profiteren in plaats van de motor terug op gang te willen kloppen met onze blote handen?

De vader van de vrije markt, Adam Smith, vond het economisch mechanisme perfect: iedereen streeft zijn eigen belang na en precies daardoor draagt iedereen bij aan het algemeen belang. Dat de homo economicus zeer rationeel bezig is en zijn emotionele kant tussen haakjes zet, is toch een waanidee? Alleen is het natuurlijk helemaal niet rationeel om te doen alsof je alleen maar rationeel bent. Hedendaagse economen kunnen uiteindelijk toegeven dat die homo economicus bijgestuurd moet worden. Ook liberale economen erkennen meestal dat zonder een externe factor, de overheid, geen oplossing mogelijk is voor problemen van milieu en verdeling. Hoe rationeel is een gedrag dat dit soort problemen creëert en de oplossing externaliseert?

In de boekhandel ligt tegenwoordig een mooi boekje van een jonge Zweedse journaliste Katrine Marcal. De Nederlandse titel is nogal onnozel, maar de Engelse versie zegt het prachtig: Who cooked Adam Smith’s dinner?. Het antwoord is ontluisterend: Smith is nooit getrouwd en kon zijn briljante ideeën alleen maar op papier zetten omdat hij ’s avonds aanschoof aan de tafel van zijn moeder. Fijntjes merkt de auteur op dat blijkbaar iemand zijn spek moest bakken, zodat hij kon zeggen dat het er niet toe doet. Buiten de onzichtbare hand werkt een onzichtbare sekse. Adam Smith, en na hem al die rationele economen, hebben op die manier een uiterst beperkt zicht op wat er gebeurt. Ze zien met name slechts één kant. Emoties, altruïsme en zorgzaamheid worden buiten de economie gehouden. Maar in feite heeft de homo economicus weinig met de werkelijkheid te maken. De economie schept behoeften, ze lost geen problemen op.

‘Secular stagnation’ is het schrikbeeld dat er voor heel lange tijd geen groei meer komt. We moeten daar iets aan doen, vinden de Gentse economen. Maar nemen we eens hun stelling dat economische groei op langere termijn bepaald wordt door de technologische vooruitgang. Op dit moment stoomt China zich klaar om de rol los te laten van goedkope producent van consumptiegoederen die het Westen ontwerpt en verkoopt. Het wil zelf innoveren. De bulkproductie vertrekt nu al uit China naar weer goedkopere landen, zoals dat trouwens altijd gaat in een systeem dat automatisch naar het laagste punt vloeit: de laagste lonen en de slechtste werk- en leefomstandigheden. Wat als China het innoveren overneemt? En dan hebben we het er nog niet over dat die innovatie misschien wel eens zou kunnen tegenvallen.

Michael Marmot, Brits hoogleraar epidemiologie en gezondheidszorg, zei onlangs in De Morgen: ‘Ik begrijp nog steeds niet waarom politici zo focussen op economische groei of het bruto nationaal product’. Politici streven volgens hem beter naar een goede gezondheid voor iedereen. Wat bijvoorbeeld te zeggen van een economie die er voor zorgt dat de levensduur beduidend verschilt al naargelang iemands sociale positie? In ons land ligt dat verschil tussen de tien en veertien jaar!

Nu de kans bestaat dat we nog dertig jaar zonder groei moeten leven, kunnen we misschien de echte problemen proberen op te lossen. En daar wordt al over nagedacht natuurlijk. Ik wijs alleen maar naar Het klein verzet, het sterke boek van Tine Hens. Je vindt er talrijke voorbeelden van economisch handelen dat niet geleid wordt door een groeiobsessie, maar door het streven naar het goede leven. Groei kan wat haar betreft nooit een doel zijn, hoogstens een neveneffect. Op de vraag of het naïef is te geloven dat de economie op andere principes kan worden gebaseerd, antwoordt ze droogjes: geloven dat er een economie zou bestaan buiten de mensen, dat is pas naïef!

Heb ik hiermee een juiste vraag gesteld? Wel, zelfs als ze niet juist is, lijkt ze me van zo’n groot belang dat er minstens over nagedacht moet worden. Misschien is het gewoon genoeg geweest. Ik vind het echt wel bevreemdend om in de kranten over gratis helikoptergeld te lezen; ook Paul De Grauwe verdedigt in dit nummer (pp. 78-82) de enorme geldinjecties van de ECB. Ik denk dat ik de idee begrijp en inzie dat het ook iets kan opleveren, maar dat rationeel noemen? Dat kan toch alleen maar als rationaliteit beperkt wordt tot wat de economie doet draaien.

Luc Vanneste
Redactielid Samenleving en politiek

edito - groei - nulgroei

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 4 (april), pagina 1 tot 3