Log in

'Pro Deo. Ongevraagd juridisch advies voor vrijheidsstrijders en andere fanatici'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 105 tot 107

Pro Deo. Ongevraagd juridisch advies voor vrijheidsstrijders en andere fanatici

Jogchum Vrielink
Universitaire Pers ,Leuven, 2016

Dit boek zou moeten worden verboden, ware het niet dat de auteur sterke argumenten aanbrengt om dit niet te doen. Het ganse boek gaat immers stevig in tegen de overtuiging van de meerderheid van de Vlaamse bevolking, en wellicht zelfs tegen de uwe. Het valt zeker de laatste tijd op dat de beste manier om ongewenste of oncomfortabele ideeën en gedragingen te bestrijden deze gewoon wettelijk verbieden is. Dit boek staat vol oncomfortabele ideeën, zelfs de grote linkse verwezenlijkingen als de negationismewet, de antiseksismewet en voor een deel de antiracismewet gaan op de schop. De auteur heeft dus zelfs het lef om kritiek te spuien over wetten die ooit door een democratische meerderheid in het parlement zijn gestemd. Tegenwoordig kom je voor minder op de lijst van door de staatsveiligheid te volgen sujetten. Om het evenwicht te bewaren wordt ook het boerkaverbod zeer kritisch bekeken. De strandversie van de boerka hebben we allemaal pas leren kennen tijdens het Olympisch Beachvolley toen een atlete weigerde die sport in verregaande staat van ontkleding te beoefenen. Wie kon toen bevroeden dat in enkele dagen tijd zo’n burkini het uniform zou worden van de islamitische terroristen. En dat vele blanke mannen de emancipatorische strijd van wijlen de Dolle Mina’s zouden verderzetten. Zelfs diegenen die er niet zouden aan denken een moslimvrouw aan te werven of haar een woning te verhuren, komen nu verbeten op voor haar recht om in bikini te zwemmen. Laten we de burkinirel dus maar opvatten als de eerste keer dat bange blanke mannen opkomen voor de rechten van allochtonen. En als men zoals in Frankrijk de politie wil mobiliseren om na te gaan of ze haar bikini-recht wel uitoefent, kan men dit voorbeeld volgen en ook andere rechten (zoals al deze opgesomd in het onvolprezen artikel 23 van de Belgische Grondwet - zie hierna) verplicht doen respecteren.

Ter herinnering, in Art. 23 van de Belgische Grondwet lezen we:
‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.
Die rechten omvatten inzonderheid :
1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
3° het recht op een behoorlijke huisvesting;
4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing;
6° het recht op gezinsbijslagen
.’

Maar terug naar Pro deo. Dit boek werd op 27 juni 2016 gepresenteerd, wat alvast een goddelijke timing was. De maanden nadien werden we door verschillende partijen (maar één in het bijzonder) overstelpt met voorstellen om terrorisme, radicalisering en ander opvallend islamitisch gedrag wettelijk te bestrijden. Het is ook wel eigen aan parlementairen, waarvan het merendeel juristen zijn, om elk probleem met een wetje op te lossen. Een wet die gemakshalve wordt geformuleerd als een verbod, zelden als een recht of plicht. Dat die wetten nadien zelden worden uitgevoerd zoals bedoeld blijft op bijna elk domein een merkwaardig blinde vlek van de parlementaire vragen en discussies. Tenminste tot het moment dat er iets ernstig fout loopt en men dan pas ontdekt dat het wettelijk kader wel voorhanden was maar nooit veel verder geraakt is dan het staatsblad. Of tot men een stok zoekt om de niet-christenhond mee te slaan. Een van de mooiste voorbeelden was een politieverordening met flinke boetes die in Rotselaar werd afgekondigd én in werking trad op 2 juli, om meteen een paar commerciële belangen tijdens Rock Werchter te vrijwaren. Het zal U leren niet dagelijks bij het ontbijt de website van uw gemeente te consulteren om te leren wat U nog toegestaan is.

Dit boek is een bundeling van de vele opiniestukken die Jogchum Vrielink in de voorbije jaren publiceerde in diverse kranten en tijdschriften. Het centrale thema zijn de Grondrechten die vaak worden bedreigd door allerlei al dan niet goedbedoelde ad-hocregelingen. Nu zijn Grondrechten een groot goed maar het valt me op dat er weinig eenduidige definities van gegeven worden door de diverse opiniemakers. We zwaaien tegenwoordig graag met onze gehechtheid aan de Verlichting, maar als je dat woord op Google intikt zijn de eerste tientallen resultaten verkopers van lampen. In feite gebruiken te veel politici die stopwoorden als argument om hun nieuw voorstel te onderscheiden van wat ze de vorige dag in de krant lazen als ongewenst gedrag. Het zou niet slecht zijn om eens even systematisch àlle schendingen van de Grondrechten en Verlichting onder de aandacht te brengen als enkel deze door onze bruine medemens. Net deze week lees ik eerst een pleidooi tegen gescheiden zwemmen voor mannen en vrouwen (daar was de Verlichting weer), en de aankondiging dat er binnenkort twee nieuwe tv-zenders komen, een voor de heren en een voor de dames. Gelukkig is mijn respect voor de Verlichting genetisch doorgegeven, maar je zal het maar in een inburgeringscursus moeten leren wanneer je wel en niet een onderscheid tussen de geslachten mag maken.

In het boek illustreert de auteur nog hoe het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen middels de antiseksismewet een aantal denigrerende uitspraken over vrouwen strafbaar stelt zoals ‘weer een die het geld van haar man uitgeeft aan lippenstift en schoenen’. Opvallend worden er door het instituut geen voorbeelden gegeven waarin mannen het geviseerde object zijn, al is de wet zelf wel in unisex versie verkrijgbaar. Zo zou bijvoorbeeld de hit van Margriet Hermans Alle mooie mannen zijn zo lelijk toch dringend uit de ether gebannen moeten worden. Je kan niet geloven hoeveel clichés over mannen daar aan elkaar worden gebreid.

De grondstroom van het boek is ook wel dat we de wet niet enkel vanuit ons eigen vizier moeten ontwikkelen, maar ook de rechten van wie ‘anders’ is moeten respecteren. Een citaat om in te kaderen is: Pluralisme is pluralisme, tot spijt van wie daar slechts één (eenzijdige) invulling wil aan geven. (p. 77) Hij schrijft het daar in een pleidooi dat Matthias Storme wel degelijk een plek in het Interfederaal Gelijkekansencentrum mag bezetten, maar het is bij uitbreiding op veel vlakken een wijs devies. Discussieer met iedereen, in plaats van andersdenkenden (andersgelovigen) te negeren of te decreteren.

Hoe vlot het boek ook geschreven is, Vrielink benadert elk onderwerp vanuit een strikt juridisch oogmerk. Wat zegt die wet, en doorstaat die de toets aan de Grondwet en de Internationale rechtsorde. Een oefening die bij de totstandkoming van de wet eigenlijk door de parlementairen en de Raad van State ook al moeten gebeuren.

Voor wie er zou aan twijfelen, dit boek moet absoluut niet verboden worden. Meer nog, het zou verplichte literatuur moeten worden voor alle politici en editorialisten zodat ze tenminste de limieten van de regulering kennen. Dat ze nadien toch nog het dragen van witte sokken in sandalen willen verbieden, behoort natuurlijk tot hun vrije meningsuiting. En u moet het absoluut lezen, om uzelf te behoeden voor schendingen van uw grondrechten, of erger nog, die van anderen. Het boek heeft me deze zomer al goede diensten bewezen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 105 tot 107