Log in

'Hebben sociaaldemocaten de moed om in beweging te komen?'

Interview met Frans Timmermans (vicevoorzitter van de Europese Commissie)

"We raken hiermee de kern van een essentieel sociaaldemocratisch dilemma aan, dat onze partijen in alle landen existentieel bedreigt," zegt de eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans (1961). "Mensen zijn bang voor verlies. De vraag is: ga je mensen het zo comfortabel mogelijk maken waar ze zijn, wat nationalisten plegen te doen en wat ook de verleiding is voor veel sociaaldemocraten? Of ga je mensen een perspectief bieden waarbij je eerlijk bent over het feit dat de transitie naar de nieuwe wereld, de wereld van jouw kinderen en kleinkinderen, risico’s heeft maar wel broodnodig is? Want als je niet in beweging komt, heb je hen enkel achteruitgang te bieden. Durven we dat? Hebben we de moed om dat te doen? Dat is de grote vraag van deze generatie."

Eind vorig jaar verscheen van hem een essay over Europa waarin hij het gebrek aan solidariteit tussen de Europese lidstaten aanklaagde en pleitte voor meer broederschap. Broederschap was meteen ook de titel van het boekje. In november verschijnt De Europeaan, een film waarin een cameraploeg de Nederlands Limburger een jaar lang achter de schermen in Europa kon volgen. De voormalige minister van buitenlandse zaken, kamerlid en diplomaat is een milde man van het midden. Links van het midden weliswaar, maar toch, in het midden worden de verbanden tussen mensen gevlochten, zegt hij. Datzelfde milde optimisme straalt van hem af van achter zijn bureau, dat opgesmukt wordt met levensgrote foto’s van hotelkamers van over de hele wereld. De wereld is een beetje zijn biotoop, polyglot als hij is. Moeiteloos wisselt hij tussen Nederlands, Engels, Frans, Russisch en Italiaans in gebeeldhouwde zinnen die het publiek aan zijn lippen doen kleven. Op zijn Facebookprofiel durft hij de mens achter de Europese commissaris te tonen en heeft hij het zowel over politiek, ethiek, als voetbal of klassieke en rockmuziek. Nederlandse journalisten werkt hij daardoor wel eens op de zenuwen: hij lijkt zowat alles aan te kunnen… en dat kan toch niet.

Optimist tot in de kist, maar ook eurofiel als beroepsprofiel. Het beroert hem daarom des te meer dat de Europese crisis veel meer is dan een economische of financiële crisis, maar zich genesteld heeft in de harten van de Europeanen. "Ik denk dat er twee dingen aan de hand zijn. In muziektermen: er is een achtergrond basgeluid dat al een tijdje speelt en negatief is, en er zijn de schrille tonen van de verschillende crises van de laatste jaren."

"Laat ons met het eerste beginnen, het achtergrond basgeluid. We staan aan het begin van de vierde industriële revolutie. We zien die niet, maar voelen die wel al. Het is als een onweer dat opkomt. We worden onrustig, de hond gaat blaffen, maar het is er nog niet. Dat gevoel speelt nu al een tijd in de westerse samenleving. Mensen voelen dat er iets fundamenteels wordt herschikt in hun wereld. Robots nemen het werk over op de arbeidsmarkt, bedrijven worden in één seconde gedelokaliseerd, veel handel gebeurt ondertussen op het internet,... Mensen vragen zich terecht af wat hun plaats daarin nog is. Met name in de middenklasse is dat sentiment steeds dieper een bron van existentiële onrust geworden."
"Daarnaast zijn er de crises die op de mensen afkomen: de bankencrisis, de economische crisis, de vluchtelingencrisis, de terrorismecrisis. Mensen hebben het gevoel dat er daarin geen enkele bescherming meer is voor hen. Die bescherming is zowel fysiek, economisch als bijna ook moreel omdat alles ter discussie staat."
"Daarboven speelt het gevoel dat er voor banken wel miljarden te vinden zijn als die in de problemen komen, maar dat als mensen in de problemen zitten er ineens niemand is om hen te helpen. Dat laatste hebben we onderschat. Voor ons was het redden van de banken zo evident - zodat de mensen hun spaargeld niet kwijtspeelden en de economie niet in duigen viel - dat we onvoldoende beseften dat we de mensen wel moesten meenemen in die redenering. Het is als een brandweerman die druk in de weer is om met een bijl je voordeur in te hakken, maar niet uitlegt waarom hij een bijl gebruikt. Dat is een fout die ook wij, sociaaldemocraten, hebben gemaakt."

En tegen die achtergrond is Europa dan een gemakkelijk slachtoffer?

"Het is niet onlogisch dat men zich afkeert van iedereen die en alles wat je verantwoordelijk acht voor die situatie. In de eerste plaats natuurlijk de gevestigde orde, waar de Europese Unie deel van uitmaakt. Op die voedingsbodem vinden extremistische en populistische bewegingen hun plek."
"Let wel. Deze sentimenten van mensen zijn terecht. Mensen die vinden dat de ongelijkheid in Europa toeneemt, hebben gelijk. Daar waar deze crisis ertoe had moeten leiden dat iedereen evenveel bijdraagt tot het oplossen ervan, zijn diegenen die al in een gunstige kapitaalpositie waren voor de crisis en die dus verhoudingsgewijs meer bijgedragen hebben aan het ontstaan ervan, er na de crisis gemakkelijker uitgekomen. Met als gevolg dat de inkomens- en vermogensposities nog verder uit elkaar lopen dan ervoor. Dat mensen dat onrechtvaardig vinden, is volledig terecht en verklaarbaar. Ik heb een hekel aan mensen die doen alsof die sentimenten van mensen onjuist zouden zijn."

De afkeer voor de Europese politiek loopt mooi samen met de opgang van de identitaire politiek. Steeds meer mensen definiëren hun gemeenschap als lokaal of nationaal.

"Een ding is voor mij zonneklaar: als wij in Europa in identiteitspolitiek blijven hangen, kunnen we de winkel hier wel sluiten. Dan is de Europese Unie ten dode opgeschreven. Identiteitspolitiek gaat immers uit van een fictie. Een nationalist verbeeldt de gemeenschap uit de jaren 1950 en 1960 zoals die niet bestond; projecteert daarop de vrijheden die we nu hebben - alsof onze ouders die hadden in die jaren - en belooft dan de terugkeer naar die idyllische situatie."
"Europa heeft patriotten nodig, geen nationalisten. Een patriot is iemand die fier is op zijn land. Een nationalist daarentegen zet zich af tegen een ander. Omdat een nationalist de sprookjes die hij mensen belooft niet kan waarmaken, zoekt hij naar afleiding. Nationalisme heeft behoefte aan vijanden. Patriottisme niet. Wat we vandaag in Europa zien, is dat patriottisme verwordt tot nationalisme. De aard van de Europese gemeenschap is echter gebaseerd op compromissen. Ze verdraagt zich niet met dat politieke patroon. Nationale politici zijn zich de afgelopen 10 jaar gaan afzetten tegen de compromissen van Europa. Ze hanteren een andere logica: ik win omdat Duitsland verliest en omgekeerd. Dat verdraagt zich slecht met de aard van de Europese samenwerking."

Waarom is er geen Europese gemeenschap zoals die in de Verenigde Staten bestaat?

"De Europese burger zoekt een nationale of subnationale agora waar hij zich thuisvoelt en waar hij de andere op het plein verstaat. Er is geen Europese agora waar de Europese burger zich thuisvoelt. Toch wil ik een kanttekening plaatsen. Het fascineert me dat, als we het over Europa hebben, het snel over de Brusselse instellingen gaat. Maar als ik naar mijn oudste kinderen kijk, merk ik dat die Europese instellingen hen gestolen kunnen worden, zelfs als hun vader er bij werkt. Wel zijn ze waarlijk Europeaan in de wijze waarop ze leven, waarop ze zich verplaatsen, enzovoort."
"Een voorbeeld. Vorig jaar nam ik mijn oudste kinderen mee naar de Baltische landen. Ik heb er een paar jaar als jonge diplomaat gewerkt toen ze nog tot de Sovjet-Unie behoorden en ze er vochten voor hun vrijheid. Ik wilde hen dat laten zien en verwachtte dat ze net als ik enorm gefascineerd zouden zijn door het wonder van de verandering. Wat bleek? Ze vonden het een heerlijke vakantie, omdat ze met leeftijds- en waardengenoten de stad introkken, maar mijn verwondering over dit mirakel deelden ze helemaal niet. Dit was voor hen ‘gewoon’ Europa. En eigenlijk is dàt het wonder."

Identiteit is altijd een verbeelde identiteit. Ze wordt geconstrueerd. Wij hebben in Vlaanderen op enkele decennia een Vlaamse identiteit geconstrueerd.

"Ik weet het. Ik ben hier opgegroeid. Vlaanderen, dat was vroeger ‘Wij, heren van Zichem’."

Net zoals de Vlaamse identiteit werd geconstrueerd, kan je ook een Europese identiteit construeren. Waarom doet Europa niet meer aan identity building?

"Welk Europa moet daar dan iets aan doen? De Europese Commissie? Het Europees Parlement? Als daar geen behoefte voor is, zelfs aversie tegen bestaat, kunnen wij dat vanuit de Europese instellingen niet promoten. Daar moet ontvankelijkheid en bereidheid toe zijn in de lidstaten."
"Interessant is toch dat populisten zich nooit afzetten tegen Europa, maar altijd tegen de Unie en tegen Brussel. Ook zij hebben allang begrepen dat voor hun bevolking die Europese ruimte een vanzelfsprekendheid is geworden. Daar valt voor hen niet zoveel te verdienen. Maar de bureaucraten, de instellingen, de structuren ... dat is een ander verhaal. Als men die maar lang genoeg zwartmaakt, valt er electoraal te scoren."

Maar er valt ook wel wat te zeggen over die instellingen. Als José Manuel Barroso aan de slag gaat voor de zakenbank Goldman Sachs en Neelie Kroes opduikt in de Bahama Leaks, dan bevestigt dat toch het beeld dat jullie een bende lobbyisten zijn van de industrie?

"Moet ik nu echt Barroso en Kroes verdedigen? Als vicevoorzitter van de Europese Commissie kan ik weinig doen aan wat Barroso of Kroes voor of na hun tijd in Europa doen. De Commissie zal de zaak onderzoeken en conclusies trekken. Zijn onze integriteitsregels zoveel slapper dan die van de lidstaten? Neen. Het komt sommigen goed uit dat de Commissie onder een vergrootglas ligt. Daarmee praat ik niets goed."

U hebt onlangs de nieuwe transparantieregels voorgesteld waarbij nu ook de Raad - zeg maar de lidstaten - hun lobbywerk moeten rapporteren. Dat gezegd zijnde, lobbywerk wordt door heel wat mensen ook erg eenzijdig begrepen. Zonder lobbyisten zouden ook Greenpeace of de consumentenorganisaties niet terechtkunnen op het Europese niveau.

"Precies. Als je voor een autoconstructeur komt, ben je een lobbyist. Maar als je voor Greenpeace komt, wat dan? Dan ben je plots geen lobbyist? Voor sommigen zijn er dus blijkbaar goede en kwaaie lobbyisten. Neen, allen proberen ze de voorbereidende wetgevende arbeid te beïnvloeden. Mij gaat het erom dat iedereen kan zien met wie we spreken. Uit onderzoek van Transparancy International blijkt dat de Europese Commissie helemaal bovenaan de lijst staat. Alleen Slovenië functioneert transparanter dan wij. Maar goed, met alleen transparantie krijgen we het vertrouwen in de Europese instellingen niet terug. Ik ben niet naïef."

Wat is er dan meer nodig?

"Ook nationale politici moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Ze moeten hun bevolking eerlijker berichten over het hele Europese proces. De laatste decennia komen politici al te vaak naar Brussel om er voor zichzelf de beste deal uit te slepen. Er is een mentaliteitswijziging nodig. Wat op nationaal niveau normaal wordt gevonden - namelijk dat je uiteindelijk altijd een compromis moet vinden om er samen uit te komen - moet op Europees niveau opnieuw worden uitgevonden. Europa wordt gezien als een zero sum game. Als de een wint, verliest de ander."

U was en bent nog steeds Nederlands politicus. Beseft u, nu u eerste vicevoorzitter bent van de Commissie, dat het anders is langs deze kant van de lijn?

"Wat ik merk is dat vanaf het moment dat je van de nationale naar de Europese politiek stapt er meteen een enorme afstand ontstaat tot de mensen waar je tot dan toe naast stond. Ik moet nu extra stappen zetten om weer naast mijn eigen mensen te staan. Die afstand zit ook bij de mensen zelf: ‘hij zit nu in Brussel’. Dat is ver weg. Ze vinden het mooi, maar wat ik er precies doe, weet men ook niet echt. In de nationale politiek, zeker als je uit Limburg komt zoals ik, ben je voortdurend onder de mensen. Daar moest ik enorm aan wennen."
"Anderzijds is er niet zoveel veranderd. Ook als minister van Buitenlandse Zaken, als Kamerlid of als staatssecretaris voor Europese Zaken was ik voor de Nederlandse publieke opinie ook al ‘de Europeaan’. Ook toen Europa zwaar onder vuur lag, zoals bij het referendum over de EU-grondwet in 2005, heb ik mijn Europese overtuigingen nooit onder stoelen of banken gestoken. In de ogen van de mensen ben ik niet veranderd. Het is niet Saulus die Paulus wordt. Ik heb nooit de euroscepticus gespeeld. Wel ben ik altijd kritisch geweest over dingen in Europa die niet kloppen. Er is een hele hoop dat we moeten veranderen. Dat probeer ik nu van binnenuit."

U komt nochtans uit een relatief eurosceptisch land.

"Ik had in Nederland altijd felle discussies met onder andere voormalig politiek leider van de PvdA Wouter Bos. Zijn standpunt was dat de jongeren niets met dat oude verhaal van Europa hebben. Mijn ervaring is echter dat jongeren juist het meest gefascineerd zijn door het verhaal van de waarden en waarom we dit doen. Jongeren zijn bijna wanhopig op zoek naar ideeën. Ze zijn niet meer zo gemakkelijk te vangen in een hermetische ideologie."
"Toen ik jong was, koos ik voor de PvdA omdat mijn ideeën en waarden - min of meer - bij die partij pasten. De PvdA is sindsdien altijd mijn huis gebleven. Mijn oudste kinderen redeneren heel anders. Die kijken onderwerp per onderwerp waar hun idealen en waarden het beste gediend en gesteund worden. Mijn oudste zoon komt uiteindelijk uit bij de PvdA, maar vindt ook bij Groenlinks of bij een andere progressieve beweging zijn gading. Als je met de jonge generatie praat, voel je enorme behoefte aan zingeving. Het is een honger die door onze generatie te weinig voor hen wordt gestild. Omdat wij nog vaak te veel in onze eigen structuren vastzitten."

We zitten in een ingrijpende transitie. Europa is daar sterk mee bezig. Alleen is dat op het terrein onvoldoende voelbaar. Wat is voor u die Europese droom van de nieuwe circulaire economie? Wat is een nieuw economisch model? Kijk opnieuw naar jongeren: die zijn niet meer geneigd in een groot bedrijf te werken; ze willen zelf kleinere, duurzame bedrijfjes opstarten.

"Meer zelfs, jongeren zijn bereid een offer te brengen voor die nieuwe wereld. Dat is ongelooflijk boeiend."
"Waar te beginnen? Ons economische model van de toekomst houdt me zo enorm bezig. Kijk, of we dat nu willen of niet, over dertig jaar zal de wereld drastisch veranderd zijn. De richting van die verandering kunnen we enkel beïnvloeden als we beleid op continentale schaal organiseren. Enkel als we eenduidig optreden kunnen we in dat globale speelveld bepalen in welke richting we de transitie willen laten gaan. Die kans hebben we nu. Of we die kans grijpen, weet ik niet. Als de focus op identiteitspolitiek blijft, zal het Europa niet lukken. Als we daar over heen komen, wel."
"We raken hiermee de kern van een essentieel sociaaldemocratisch dilemma aan, dat onze partijen in alle landen existentieel bedreigt. Mensen zijn bang voor verlies. De vraag is: ga je mensen het zo comfortabel mogelijk maken waar ze zijn, wat nationalisten plegen te doen en wat ook de verleiding is voor veel sociaaldemocraten op dit moment? Of ga je mensen een perspectief bieden waarbij je eerlijk bent over het feit dat de transitie naar de nieuwe wereld, de wereld van jouw kinderen en kleinkinderen, risico’s heeft maar wel broodnodig is? Want als je niet in beweging komt, heb je hen enkel achteruitgang te bieden. Durven we dat? Hebben we de moed om dat te doen? Dat is de grote vraag van deze generatie."

U zegt eigenlijk: we zullen links en rechts wel wat verliezen, maar de grote oefening is: wat zetten we in de plaats?

"Eén ding is essentieel: slagen we erin om de jonge generatie hiervoor te mobiliseren, of niet? Concreet voorbeeld: een jonge Britse sprak me onlangs aan over hoe de oudere generatie haar toekomst had verspeeld met de Brexit. Ik had een wedervraag voor haar. Wat is het percentage van jongeren dat ging stemmen in het Brexit-referendum? Haar antwoord was ontwijkend: ‘we hebben niets meer met de oude politiek’. Dat is misschien zo, maar die oude politiek heeft wel nog veel met hen. Dat bewees het Brexit-referendum. Jongeren nemen me dat soms kwalijk, maar ik blijf erop hameren: zeur niet tegen mij als je die oude politiek links laat liggen, want dan blijft die oude politiek alles bepalen. Ik zeg jongeren altijd dat ze zich moeten organiseren. Het is bij wijze van spreken voor jongeren betrekkelijk eenvoudig om een hele politieke partij over te nemen door massaal lid te worden. Er zijn immers nog zo weinig mensen actief in een politieke partij. In mijn eigen partij staan we te juichen als er een jongere bij een afdeling komt. Het speelveld ligt voor ze open. De bal ligt voor het doel."

Maar dan zullen we hen iets moeten aanbieden van de nieuwe wereld. Dat doen we onvoldoende.

"Klopt. Dat komt omdat we er niet over praten. We communiceren onvoldoende met hen over de nieuwe wereld. We kunnen onze energie in één generatie vollédig duurzaam maken. Technologisch is dat geen enkel probleem. Het is een kwestie van organisatie en investering. We kunnen onze economie in één generatie circulair maken. We hebben de best mogelijke structuur, de hoogst opgeleide bevolking, de meeste proximiteit én voldoende kapitaal. Maar we zijn bang. In Italië sparen mensen nu meer dan in Nederland, traditioneel wereldkampioen sparen. De economie groeit er niet omdat mensen op hun geld blijven zitten. We moeten de mensen projecten aanbieden om die angst tegen te gaan."
"Waarom zorgen we er niet voor dat steden versneld op 5G worden aangesloten en dat we de mobiliteit met die 5G verknopen, zodat je in de stad niet meer zelf je auto hoeft te besturen en zodat er in de stad alleen maar elektrische auto’s rondrijden zonder verkeersongelukken. Dat is geen utopie. Dat kan in één generatie voor elkaar worden gebracht."

Zijn mensen die bang zijn minder solidair?


"Niet noodzakelijk. Jongeren zijn wel degelijk geïnteresseerd in internationale solidariteit, daar ben ik van overtuigd. Neem Afrika. Dat continent gaat de komende 50 jaar naar ergens tussen 3 en 6 miljard inwoners. In de huidige situatie zijn dat ondraaglijke bevolkingscijfers. Die mensen komen onvermijdelijk naar hier. Wie denkt in hemelsnaam dat je die mensen met hekken of muren kunt tegenhouden? We moeten twee dingen doen. Zorgen dat we veel meer investeren in Afrikaanse economische ontwikkeling. Maar nog belangrijker, we moeten ervoor zorgen dat ieder meisje in Afrika een opleiding krijgt. Het is in ons rechtstreeks belang dat een jonge vrouw in Mali niet meer denkt dat de enige manier om te overleven erin bestaat om minstens negen kinderen te krijgen, maar zelf kan kiezen hoeveel kinderen ze wil en zelf een bedrijf kan opzetten of lerares kan worden. Daarin moeten we investeren. Denk aan wat voor kansen we voor miljoenen Afrikanen creëren. Denk aan de enorme markt die we dan voor de Europese economie creëren. Dit kan een enorme positieve energie losmaken. Ik weet zeker dat 8 op 10 jongeren geloven in zulke projecten. Maar we laten na dat verhaal te vertellen."

We zijn nu bezig met EFSI 2.0 te ontwikkelen, het uitgebreide Europese Investeringsfonds dat nog meer gefocust zal zijn op investeren in transitie, in circulaire economie.

"De evaluatie van EFSI van het afgelopen anderhalf jaar zal nog komen, maar het is alvast boeiend dat er een nieuw scala aan klanten voor investeringsbanken is ontstaan. Middelgrote en kleine bedrijven, die voordien alleen maar bij gewone banken terechtkonden, lenen nu rechtstreeks bij de Europese Investeringsbank. Het is goedkoper en zekerder. Het grote succes van EFSI in Frankrijk hangt daarmee samen. Daar ben ik enthousiast over."

Europa werkt ook aan sustainable finance. Dat is een technisch maar goed verhaal. Het is zaak het uitgelegd te krijgen. Je zit met ongelooflijk veel waarde in de economie die nep is, zoals de stranded assets van de fossiele bedrijven, waar we vanaf moeten. We zitten opgezadeld met bedrijven die indrukwekkende risico’s hebben. Hoe ga je die risico’s wegnemen?

"Ik heb de indruk dat de sense of urgency in het multinationale bedrijfsleven groter is dan in de politiek. De wens om te transformeren is in bedrijven vaak groter dan de wens in de politiek om die transformatie te bevorderen. Een aantal hele grote multinationals oriënteren zich, veel sneller dan ze van plan waren, naar een duurzaam productiemodel. Ze investeren fors in die richting."
"We leven in een postpaternalistische samenleving. We kunnen vanuit Brussel niet meer vertellen hoe het moet worden geregeld en erop rekenen dat de rest volgt. Die neiging bestaat soms nog wel bij politici, maar zo’n samenleving bestaat niet meer. Als je iets wil veranderen, kan dat alleen maar in partnerschappen met diegenen die daar ook een rol in moeten spelen. Ik geloof sterk in het samenbrengen van stakeholders: ngo’s, bedrijven, steden, regio’s. Diegenen die we het minst nodig hebben, heel frappant, zijn de nationale overheden. Dat is een heel ander bestuurs- en maatschappelijk model. Partnerschappen zijn het model van de toekomst."
"Toen onze voorstellen voor energie-efficiëntie nog centralistisch vanuit de Commissie werd bedacht en besloten, botsten die op enorme weerstand vanuit het bedrijfsleven. Vandaag denkt het bedrijfsleven actief mee. Ze zegt op een gegeven moment zelf dat regelgeving nodig is. Dat is een omkering van de relatie. Eco-design is een mooi voorbeeld. Het bedrijfsleven vraagt nu zelf om regelgeving, omwille van langetermijnzekerheid en -richting. Ze kunnen er zich dan op instellen."

Het is opvallend dat u spreekt over regelgeving. Want u functioneert binnen de Commissie als filter bij initiatieven voor nieuwe regelgeving. U bent de man van meer eenvoudige Europese regelgeving.

"Ik ben helemaal niet tegen regelgeving. Ik ben voor betere kwaliteit in de regelgeving. Betere regelgeving wil niet zeggen minder regelgeving. Ik geloof erg in regelgeving die tot stand komt in partnerschap met de consumentenorganisaties en andere ngo’s."

Ik ben het eens met u. Als we dan hele goede regels hebben zoals Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, dan dreigen die afgezwakt te worden omdat de landbouwlobby daarom vraagt.

"Ik mag niet op zaken vooruit lopen, dus dat zal ik ook niet doen, maar ik wil wel luisteren naar de mensen die met die wetgeving moeten werken. Mijn stelling over Natura 2000 is heel simpel, hoewel ik nog een aantal mensen moet overtuigen in dit gebouw: if it ain’t broken, don’t fix it."

In het begin van de legislatuur zei Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker dat we moeten gaan voor een sociale triple AAA. Wat tot nu toe gerealiseerd is, is relatief mager.

"Laat ik er niet omheen draaien: er speelt een cultuurverschil tussen christendemocraten en sociaaldemocraten. Christendemocraten houden van les faits de l’annonce. Wij, sociaaldemocraten, zijn veel meer van knopen tellen en kijken waar we uitkomen. Maar samen komen we tot goede stappen voorwaarts. Jean-Claude Juncker is ten diepste een sociaal voelend mens. Hij voelt sterk voor de positie van werknemers. Dat bewonder ik enorm in hem. Dat maakt het voor ons makkelijker om aan concrete dingen te werken waarvan we weten dat er weerstand is in lidstaten. Zonder Junckers overtuigingwas de herziening van de detacheringsrichtlijn er nooit gekomen. Want in zijn politieke familie lag dat niet zo helder. Ik heb dus een alliantie met hem en Marianne Thyssen (Europees commissaris voor Werk, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit) om dit soort dingen concreet vooruit te helpen. Ook vanuit de S&D-groep in het Parlement krijg ik daarbij veel steun."

Halen we de sociale triple AAA, of wordt het toch maar een double AA?

"Dit is een proces dat over vele jaren zal gaan. In deze legislatuur zal u nog meer voorstellen zien, waar ik nu helaas niet op kan vooruit lopen, die ertoe moeten leiden dat sociale dumping tot het verleden gaat behoren, dat we een bepaalde bodem leggen op het vlak van sociale zekerheid, dat we mensen beter beschermen op de werkplek, dat we mensen meer de kans geven om een juiste balans tussen werk en zorg te vinden. Deze zaken zijn wezenlijk voor deze Commissie. Jean-Claude Juncker staat daar heel dicht bij de sociaaldemocratie."

foto's: Theo Beck

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 8 (oktober), pagina 62 tot 71