Abonneer Log in

Pleidooi voor generositeit in het vluchtelingenbeleid

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 8 (oktober), pagina 53 tot 61

Dat links - en vooral dan de sociaaldemocratie - een moeilijke relatie heeft tot het asiel- en vluchtelingenthema dateert niet van de vluchtelingencrisis van 2015. Meermaals hebben sociaaldemocraten hun twijfels laten blijken over de vraag of en hoe het behoud van een solide welvaartsstaat te verzoenen valt met een genereus asielbeleid en/of met het openen van legale kanalen van migratie. Het spanningsveld dat Mark Elchardus schetst in zijn artikelen voor Samenleving en politiek1 en zijn opiniestuk in De Standaard2 is niet nieuw. Nieuw zijn wel de vergaande conclusies die hij eraan koppelt om dat spanningsveld te ontmijnen. Het loont de moeite om te antwoorden op sommige vragen die hij stelt en dieper in te gaan op zijn argumenten, eerder dan die simpelweg af te wimpelen als oprispingen van nieuwe flinksheid. Zijn uitgangspunten verdienen een stevige repliek, vooral omdat ik ervan overtuigd ben dat ze niet de onvermijdelijke waarheid vertolken van elke rechtgeaarde sociaaldemocraat.

‘HET PLAN SAMSOM IS NOG ZO GEK NIET’

Vanuit zijn analyse dat Europa geen miljoenen vluchtelingen aankan zonder de welvaartsstaat in gevaar te brengen, verdedigt Mark Elchardus in zijn opiniestuk voor De Standaard het plan Samsom - in feite het plan van Gerald Knaus, stichter van de denktank European Stability Initiative (ESI) - dat aan de basis lag van het EU-Turkije akkoord van maart 2016. De basisfilosofie van het ESI is eenvoudig: vluchtelingen die op eigen houtje de Egeïsche Zee oversteken, worden teruggestuurd naar Turkije. In ruil voor terugname van vluchtelingen engageert Europa zich om zo’n 150.000 tot 250.000 vluchtelingen uit Turkse opvangkampen te laten overkomen naar de EU-lidstaten. De bedoeling is om op die manier mensenhandel te ontmoedigen. Mark Elchardus heeft overschot van gelijk als hij - samen met Gerald Knaus, Diederik Samsom en John Crombez - de huidige wantoestanden aanklaagt die hij de ‘survival of the fittest and richest‘ noemt, waarbij alleen die vluchtelingen veilig op het Europese vasteland aankomen die de gevaarlijke, vernederende en dure overtocht met gammele boten via mensenhandelaars overleven.

Maar de EU-Turkije deal is geen humaner alternatief. Het is pure struisvogelpolitiek waarbij Europa zijn humanitaire verantwoordelijkheid voor de opvang van vluchtelingen ontloopt. Het klopt dat er sindsdien aanzienlijk minder vluchtelingen de Egeïsche Zee zijn overgestoken en er nagenoeg niemand meer is verdronken.3 Maar wie het conflict in Syrië ontvlucht zit nu vast in Turkije, opgesloten in kampen waar ze volgens rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International het risico lopen om teruggestuurd te worden naar oorlogsgebied, of zoals de meer dan 2 miljoen vluchtelingen in Turkse steden, zonder toegang tot de asielprocedure en de nodige bescherming tegen vervolging en zonder toegang tot onderwijs of werk. Om al die redenen heeft de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) zich radicaal gekant tegen de deal. Bovendien zitten door het sluiten van de grenzen nog eens goed 12.000 vluchtelingen vast op de Griekse eilanden en zo’n 50.000 op het Griekse vasteland. De geestelijke vader van het plan, Gerald Knaus, erkende onlangs zelf in een interview4 dat het akkoord een mislukking is en dat de EU Griekenland heeft omgetoverd tot een gevangeniseiland. Hij vindt het ongehoord dat Europa geen druk uitoefent op Turkije om van dat land een veilig land te maken, met een volwaardige asielprocedure en humane opvang van vluchtelingen. Hij reageert ook verontwaardigd op het feit dat van de 160.000 beloofde relocaties van vluchtelingen over twee jaar, vanuit Griekenland en Italië naar de andere Europese lidstaten, er tot vandaag nog slechts zo’n 4.500 vanuit Griekenland en iets meer dan 1.000 vanuit Italië zijn vertrokken. Van de beloofde hervestiging van 80.000 vluchtelingen vanuit opvangkampen in Turkije komt al helemaal niets in huis. België geeft trouwens allesbehalve het goede voorbeeld: van de 4.564 op te nemen vluchtelingen uit Griekenland en Italië nam ons land er slechts zo’n 200 op; van de beloofde hervestigingsinspanning van vluchtelingen uit kampen in Turkije en Libanon realiseert België er amper zo’n 500.

De waarheid is dat de mensenrechten van vluchtelingen nooit het doel waren van de EU-Turkije deal; wel ervoor zorgen dat vluchtelingen niet meer in Europa geraken. In dat perspectief klinkt de uitspraak van Diederik Samsom wel erg cynisch: ‘Ik verzoen me met de schade, het resultaat is binnen’.5 Waarmee hij wou duidelijk maken dat hij bereid is aan zijn achterban te vertellen dat er ook ongemakkelijke onderdelen aan het akkoord zitten. Dat er een grens is aan wat een land aankan.

Ik wil graag geloven dat diegenen die zoals Samsom, Knaus of Crombez het European Stability Initiative (ESI) hebben verdedigd, de beste bedoelingen hadden met vluchtelingen en het plan niet enkel omarmen omdat het ons ‘verlost’ van de confronterende beelden van lange stromen vluchtelingen die door Europa trekken of vastzitten achter de hekkens en prikkeldraad aan nationale grenzen van onwillige lidstaten. Ik wil ook wel aannemen dat de discussie niet echt gaat over de concrete uitvoering van de EU-Turkije deal, aangezien die een karikatuur maakt van de oorspronkelijke bedoelingen van zijn bedenker. Maar het illustreert wel hoe belangrijk de essentiële randvoorwaarden zijn en hoe het ontbreken ervan een goedbedoeld plan kan doen omslaan in een onmenselijke nachtmerrie die door geen enkele verdediger van de mensenrechten kan worden bepleit.

De kernidee van het Europese vluchtelingenbeleid kan er niet in bestaan vluchtelingen weg te houden uit Europa. Onze welvaart in acht genomen, hebben we onze eigen verantwoordelijkheid op te nemen in het verlichten van het leed van vluchtelingen. Een verantwoordelijkheid die, wil ze serieus een verschil maken, veel ambitieuzer moet worden ingevuld dan de bescheiden en zeer voorwaardelijke cijfers van hervestiging vandaag die deel uitmaken van ‘het plan Samsom’ en de tergend trage gang van zaken, die mensen niets anders bieden dan uitzichtloosheid en koren op de molen is voor mensensmokkelaars.

‘GEMEENSCHAPSSLUITERS VERSUS GRENSAFBREKERS’

In zijn opiniestuk schetst Mark Elchardus hoe het debat over migratie en asiel volgens hem ‘geframed’ wordt in een sterk zwart-witverhaal waarbij alle nuance zoek is. Enerzijds zijn er de ‘gemeenschapssluiters’ die zo weinig mogelijk asielzoekers willen en daarom bereid zijn het asielrecht op te zeggen, push-backs te organiseren en de grenzen willen sluiten met hekkens en prikkeldraad. Aan de andere kant staan de ‘grensafbrekers’, die het asielrecht met hand en tand verdedigen, ijveren voor een menswaardige opvang en tegen de criminalisering van vluchtelingen, maar daarbij blind blijven voor de noodzakelijke draagkracht van de ontvangende gemeenschap en voor het behoud van ons samenlevingsmodel. Bij wijlen schetst Mark Elchardus daarbij een apocalyptisch beeld, zowel over de aantallen vluchtelingen6 als over de gevolgen van hun komst voor Europa, waarbij hij een duister beeld schept over omvangrijke volgmigratie, slechte integratie van moslims in de westerse maatschappij, hun onderlinge verdeeldheid die leidt tot import van geweld in de EU en toename van de criminaliteit.7

Mark Elchardus heeft gelijk als hij poneert dat de vluchtelingencrisis van 2015 geen tijdelijk fenomeen is, maar dat die zich wellicht in de komende jaren zal bestendigen. Niets wijst er helaas op dat de oorlogen en conflicten die vandaag mensen op de vlucht jagen snel tot het verleden zullen horen. De wereld rond Europa is niet bepaald het toonbeeld van stabiliteit. Bovendien dreigt de klimaatopwarming in de toekomst te zullen leiden tot nieuwe vluchtelingenstromen uit kwetsbare landen in het zuiden. Maar zijn conclusies over de ondergang van het avondland zijn op zijn zachtst gezegd overdreven pessimistisch, en klinken ook bijzonder ranzig in hun veralgemeningen. Mark Elchardus heeft gelijk als hij zegt dat er niet moet worden gekozen tussen open of gesloten grenzen, maar dat het binnen de grenzen van de redelijkheid moet gaan over de mate en de wijze van grensafbakening. Het moet daarbij echter niet alleen gaan over ‘de zelfbeschikking van gemeenschappen die zich proberen afbakenen door middel van een nationale staatsgrens’, zoals Mark Elchardus meent8, maar over het evenwicht tussen die zelfbeschikking en de humanitaire plicht van een gemeenschap om zich solidair te tonen met wie moet vluchten.

Gelukkig zijn er alternatieven voor het open of gesloten grenzen verhaal. Het is wel degelijk mogelijk om nationale grenzen te beheren met respect voor de mensenrechten. Er zijn wel degelijk haalbare alternatieven om op korte termijn veel meer mensenlevens te redden van vluchtelingen. In een nieuwjaarsbrief aan Angela Merkel9 schetst journalist Pieter Stockmans een middenweg tussen de uitersten die ik persoonlijk deel en die ook door Vluchtelingenwerk Vlaanderen verdedigd wordt10: Europa moet kanalen openen voor legale migratie en veilige wegen openen voor vluchtelingen via genereuze programma’s van hervestiging, soepeler criteria van gezinshereniging en het uitreiken van humanitaire visa. Tegelijk moet Europa massaal investeren in de organisatie van veilige opvang in de buurlanden van de conflictzones. Het klopt niet dat vluchtelingen gelokt worden door de roep van de westerse welvaartsstaat. Niet alle vluchtelingen willen naar de EU komen; velen blijven liever in de regio dicht bij hun eigen land als dat kan. Maar om die vluchtelingen te helpen in de regio te blijven zijn zware inspanningen nodig, zowel politiek als financieel, om volwaardige asielsystemen op te zetten met sluitende procedures en daarbij horende rechten op bescherming en integratie. De Europese miljarden die beloofd zijn aan Turkije om de kustwacht te helpen om vluchtelingen tegen te houden, zouden beter besteed zijn aan dat doel.

Laten we niet vergeten dat van de 60 miljoen vluchtelingen in 2015 er slechts 20 miljoen internationaal op de vlucht waren; de meeste vluchtelingen zijn ontheemd in eigen land. Van de 5 miljoen mensen die Syrië ontvlucht zijn, verblijft 95% in de buurlanden, waaronder bijna 3 miljoen in Turkije en een klein miljoen in Libanon waar een derde van de bevolking vluchteling is. Problematisch is dan wel dat hun verblijf in de regio hen geen veiligheid garandeert. Ook hier is de hypocrisie van Europa bijzonder groot: men spreekt graag over safe havens in de regio, maar het is bekend dat één van de belangrijke triggers voor vluchtelingen om de kampen in de regio te verlaten het feit was dat niet minder dan 40% van de westerse hulp aan het Wereldvoedselprogramma, waarmee de kampen werden bevoorraad, werd geschrapt.11 Vanessa Saenen van UNHCR wijst er trouwens terecht op dat de hulp van Europa voor veilige opvang in de regio niet mag betekenen dat de deur naar Europa dichtgaat voor vluchtelingen. ‘Wie moet vluchten, moet kunnen vluchten’. Dat betekent ook dat de EU nog steeds een serieuze inspanning zal moeten leveren voor opvang van vluchtelingen hier, dat er eindelijk gemeenschappelijke asielprocedures en kwaliteitscriteria voor opvang en bescherming moeten komen in de ganse EU, gedeelde financiering en quota voor een rechtvaardige verdeling van vluchtelingen over de Unie.

Eerder dan dit te omschrijven als ‘luchtfietserij’ zouden sociaaldemocraten hier een strijdpunt moeten van maken en een toetssteen voor lidmaatschap van de Europese Unie en zijn financiële steun. Luxemburgs Minister van Buitenlandse Zaken, Jean Asselborn, heeft gelijk: wie zoals Hongarije weigert zijn deel van de verantwoordelijkheid te dragen, verdient geen plaats in de Unie.

‘GRENZEN AAN DE VERZORGINGSSTAAT’

Kern van Mark Elchardus’ pleidooi is dat het maatschappijmodel in Europa in gevaar zou komen door open grenzen en ongecontroleerde migratie.12 Vooral voor sociaaldemocraten die het opnemen voor de zwaksten in de samenleving is dit een doemscenario.

Mark Elchardus volgt daarin Jan Cornillie, directeur van de sp.a-studiedienst, die in zijn bijdrage over Europa, links en de vluchtelingencrisis in Samenleving en politiek13 betoogt dat de kern van dat model de verzorgingsstaat is. Volgens hem moet het migratie- en asielbeleid afgestemd worden op het behoud van de welvaartsstaat. Jan Cornillie pleit voor een nieuw evenwicht tussen twee soorten instroom, waarbij hij de opvang van vluchtelingen ziet als opvang van ‘grote aantallen, humanitair en kortstondig, met de focus op terugkeer’, terwijl migratie ‘beperkt is in aantal, vooral economisch gefundeerd, langdurig met de focus op integratie in de welvaartsstaat’. Met dit onderscheid wil hij een duidelijker plaats geven aan het onthaal-, integratie- en terugkeerbeleid voor vluchtelingen enerzijds en migranten anderzijds. Jan Cornillie wekt hierbij merkwaardig genoeg de indruk dat de integratie-inspanningen voor vluchtelingen minder intensief kunnen zijn; hij hamert voorts op het belang van terugkeerbeleid van mensen die niet erkend worden als vluchteling en van erkende vluchtelingen eens het conflict in hun land van herkomst is opgelost. Dat beeld over de situatie van vluchtelingen strookt niet met de realiteit: de meeste vluchtelingen die hier erkenning krijgen, zijn hier meestal voor vele jaren. Tegen de tijd dat conflicten opgelost raken, hebben zij hier al gauw de helft van hun leven doorgebracht. Het is dan ook niet redelijk om uit te gaan van de tijdelijkheid van hun verblijf. Het klopt ook niet dat vluchtelingen een zware claim zouden leggen op het voortbestaan van de welvaartsstaat.

Ook filosoof Etienne Vermeersch vindt dat de draagkracht van de verzorgingsstaat een essentieel criterium is voor het opvangen van vluchtelingen. In een opiniestuk14 schrijft hij dat niemand verplicht is tot het onmogelijke. Als voorbeeld haalt hij aan dat de komst van 100.000 vluchtelingen in Luxemburg zou leiden tot de totale ineenstorting van de sociale zekerheid in het Groothertogdom. Het voorbeeld is bijzonder slecht gekozen en illustreert de mythes en misverstanden die de ronde doen als het gaat over de sociale rechten van nieuwkomers, vluchtelingen én migranten.

Die hebben pas toegang tot de sociale zekerheid op het moment dat ze voldoende hebben bijgedragen en rechten hebben opgebouwd in het stelsel. Op deze regel gelden maar een paar uitzonderingen die betrekking hebben op de zogenaamde aanvullende bijstandsstelsels. Zo hebben mensen zonder wettig verblijf toegang tot dringende medische hulp, in België goed voor een budget van 40 miljoen euro of 0,18% van het totale RIZIV-budget. Erkende vluchtelingen en legaal verblijvende migranten hebben recht op gewaarborgde gezinsbijslag, goed voor 6 miljoen euro of 0,1% van het totale budget kinderbijslag. Ze hebben ook recht op maatschappelijke integratie waaronder het (equivalent) leefloon valt. Van alle leefloners waren er in 2015 zo’n 17,77% niet-Europese vreemdelingen, een groep waaronder ook de erkende vluchtelingen vallen. Het ‘beslag’ dat vluchtelingen en migranten leggen op de welvaartsstaat is dan ook bescheiden.

Het klopt wel dat om nieuwkomers aan het werk te helpen er bijkomende inspanningen nodig zijn op de opleidings- en jobmarkt. Daar valt nog heel wat te doen, want in België is de werkzaamheidsgraad van nieuwkomers veel lager en de werkloosheidsgraad veel hoger dan bij de autochtone Belgen. Maar alhoewel België slecht scoort op het vlak van arbeidsmarktintegratie, toch berekende het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen15 dat migranten meer bijdragen via sociale zekerheid en belastingen dan ze ontvangen via uitkeringen allerhande. Het positief effect van migratie in België werd door de OESO berekend op +0,76% van het bbp. Het klopt wel dat de komst van vluchtelingen een bijkomende druk zet op de onderkant van de huisvestingsmarkt. Maar dat zou sociaaldemocraten ertoe moeten aanzetten om hun pijlen en kritiek te richten op het (gebrek aan) beleid op deze cruciale sociale domeinen, eerder dan een klaagzang te zingen over de ‘bijkomende last van vluchtelingen op het sociaal beleid’. In hun voorstel voor een Europees Marshallplan voor vluchtelingen berekenden de Europarlementsleden Pervenche Berès (Franse socialiste) en Yannick Jadot (Franse groene) dat het financieren van degelijke opvang voor 2 miljoen vluchtelingen (zo’n 0,3% van de Europese bevolking) ongeveer 30 miljard euro per jaar of zo’n 0,2% van het Europese bbp zou kosten. Hoezo ondraagbare last voor de verzorgingsstaat?

De migratiecoalitie - een samenwerking van Netwerk tegen Armoede, 11.11.11, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, ORBIT vzw, Minderhedenforum en Samenlevingsopbouw via Samenlevingsopbouw Brussel - tracht in een recent rapport16 een aantal mythes uit de wereld te helpen rond migratie en asiel. Eén ervan is dat het noodzakelijk is om de rechten van migranten in te perken om de samenleving en de sociale zekerheid in stand te houden. Het rapport argumenteert dat migratie in België, net zoals in de meeste landen, meer kan opbrengen dan het kost. Voorwaarde is wel dat migratie zijn potentieel maar kan realiseren als migranten kansen krijgen, goed geïntegreerd zijn en hun competenties effectief kunnen inzetten. Het rapport verwijst ook naar een studie van de Wereldbank die wijst op een dreigende ‘triple loss’ situatie - voor de migranten zelf, voor de ontvangende en voor de herkomstlanden - indien de rechten van migranten niet gewaarborgd worden. De aanbeveling luidt dan ook terecht dat er moet worden ingezet op de sociale grondrechten van nieuwkomers om hun potentieel te kunnen realiseren.

Mark Elchardus schetst een ruimer beeld van de kern van ons samenlevingsmodel waarop het asiel- en migratiebeleid moet worden afgestemd. Naast de verzorgingsstaat wijst hij erop dat we ook een seculiere staat zijn, een rechtsstaat en een democratische staat. Hij stelt dat ‘een niet onaardig aantal afstammelingen van vluchtelingen en migranten inspiratie put uit het salafisme en andere extremismen en de samenleving graag zou boetseren naar het beeld en de gelijkenis van de samenlevingen waaruit hun ouders en grootouders zijn weggevlucht’.17 Hij geeft aan dat de houding van de bevolking tegenover moslims negatiever is geworden en nog wordt versterkt door de angst voor terreur.

Van linkse opiniemakers verwacht ik dat ze argumenten aanbrengen die dergelijke grove veralgemeningen over nieuwkomers ontkrachten. Natuurlijk zijn vluchtelingen en migranten gewoon mensen, en dus niet allen engeltjes. Niemand zal brutale handtastelijkheden goedpraten van jongeren die hun testosteron niet onder controle hebben. Opinies en gedrag die haaks staan op onze waarden zijn uit den boze. Maar als we integratie van mensen met een andere culturele achtergrond een kans willen geven, is het van belang om niet alle nieuwkomers weg te zetten bij het vuil van extremisten. En om te erkennen dat vluchtelingen - op die ene extremist na die via dezelfde vluchtroute is aangekomen - geen label van gevaarlijke terroristen verdienen, maar zelf slachtoffer zijn van de terreur die ze in hun land ontvluchtten.

WERKEN AAN EEN STEVIG DRAAGVLAK

De migratiecoalitie hamert ook op de noodzaak om het draagvlak voor migratie te versterken door accurate feiten en cijfers over migratie te verspreiden en de bijdrage van migranten aan de samenleving openbaar te maken. Dat dit nodig is bewijst de stijgende steun voor extreemrechtse en rechts-populistische partijen en groeperingen die stem geven aan het verzet tegen vluchtelingen.

In zijn opiniestuk gebruikt Etienne Vermeersch het Leninistisch concept van ‘maximaal mogelijk bewustzijn’ wanneer hij het heeft over het (gebrek aan) draagvlak bij de bevolking voor een genereus onthaalbeleid. De angsten van de doorsnee mensen voor de komst van grote groepen mensen met een heel andere culturele achtergrond is voor hem een voldoende reden om grenzen te stellen aan de opvangcapaciteit van de landen in Europa. Hij verwijst daarbij naar de ‘gebeurtenissen zoals Keulen’ en naar de vrees van mensen over de import van opinies van moslims over de sharia, de doodstraf, de ondergeschiktheid van vrouwen. Natuurlijk volstaat het niet mensen uit te schelden voor racisten en moet er inderdaad geluisterd worden naar het ongenoegen dat leeft. Maar daarbij mag niet vergeten worden dat beleidsmakers en media een grote verantwoordelijkheid dragen bij het creëren van het maatschappelijk draagvlak.

In een onderzoek voor Policy Network18 vergelijkt Maeve Glavey de angst en weerstand voor vluchtelingen bij de bevolking van Duitsland, Zweden, het VK en Frankrijk op basis van Eurostat-gegevens. Opvallend is daarbij dat, ondanks het feit dat Duitsland het grootste aantal vluchtelingen opnam (meer dan 1 miljoen) en Zweden de grootste inspanning leverde ten aanzien van hun bevolkingsaantal (160.000 op een bevolking van 9,6 miljoen), de bevolking van die landen de aanwezigheid van vluchtelingen veel minder als problematisch ervaarde dan in het VK en in Frankrijk, landen die zelfs minder dan het Europese gemiddelde aan opvang realiseerden. De negatieve beeldvorming over moslims is trouwens in de afgelopen jaren in Duitsland alleen maar afgenomen. Angela Merkels ‘Wir schaffen das’ was dan ook niet alleen het enige juiste antwoord dat Europese leiders konden geven op de grove mensenrechtenschendingen van vluchtelingen geblokkeerd in Boedapest, het is ook een antwoord dat toont dat verantwoordelijke politici kunnen bijdragen aan een positief draagvlak bij de bevolking.

Toegegeven, Merkels vluchtelingenbeleid hing als een schaduw over de recente deelstatenverkiezingen, ook in het kosmopolitische Berlijn en in Meckelburg-Vorpommern. Maar kwatongen die beweren dat de verkiezingsuitslag in Meckelburg-Vorpommern, waar AfD de tweede partij werd en zowel SPD als CDU rake klappen kregen, enkel een gevolg was van Merkels gastvrijheid ten aanzien van vluchtelingen, wil ik graag verwijzen naar de fijne analyses van Geert Van Istendael en van Els Snick.19 Zij zoeken de verklaring in de woede van de plaatselijke bevolking over het onbegrip van de politieke elites die wegkeken van de sociaaleconomische problemen veroorzaakt door privatiseringen, delokalisering van bedrijven en afbraak van openbare diensten in de arme en verlaten ex-DDR regio. In Berlijn was een goed deel van het verlies van de zetelende partijen te wijten aan de exuberante stijging van de huurprijzen. Een groot deel van de Duitse bevolking is nog steeds gewonnen voor steun aan vluchtelingen. Al helpt het natuurlijk wel dat solidariteit voor wie moet vluchten de Duitsers in de genen zit, zie onder meer hoe ze na de Tweede Wereldoorlog meer dan 3 miljoen Hongaarse en Tsjechische vluchtelingen en later ook een paar miljoenen Oost-Duitse vluchtelingen hebben opgevangen, het blijft een feit dat Merkels ‘Wir schaffen das’ een oproep is van een dappere politica die ervan overtuigd is dat een sterk Duitsland, mits een overtuigde inzet van iedereen op alle mogelijke echelons, in staat is om mensen op de vlucht gastvrij te onthalen.

Om het met de woorden van Geert Mak te zeggen: ‘de houding van een samenleving ten opzichte van migratie is een meetlat voor de mate van zelfvertrouwen van een gemeenschap’. Dat lijkt me een nobeler doel voor sociaaldemocraten om in de komende jaren aan te werken, dan te pleiten voor grenzen aan onze solidariteit ten aanzien van vluchtelingen. Dat er bij ons wel degelijk een voedingsbodem is voor een positief verhaal over vluchtelingen en hun integratie in de samenleving, hebben de vele concrete solidariteitsacties tijdens de vluchtelingencrisis ten overvloede bewezen. De Refugee Welcome-beweging heeft geleid tot één van de grootste golven van solidariteit ooit gezien in Europa. Laat ons die niet kapot maken met boodschappen van angst. Er is ook in ons land zeker plaats voor een warm links verhaal over vluchtelingen, met generositeit.

Anne Van Lancker
Redactielid Samenleving en politiek en voorzitter Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Noten
1/ Mark Elchardus, Hebben Europa en links nog een toekomst? Samenleving en politiek 3/16, pp. 4-10 en Lang leve grenzen! Samenleving en politiek 5/16, pp. 58-62.
2/ Het plan Samsom is zo gek nog niet, opinie in De Standaard, 04/02/2016.
3/ Volgens de website van het European Stability Initiative (ESI) waagde in juni en juli 2016 nog 3.300 mensen de oversteek, tegenover 115.000 in januari en februari 2016, voor het afsluiten van het akkoord. Slechts 7 mensen zouden deze zomer zijn verdronken.
4/ Nieuwsuur, NPO2, 01/09/2016.
5/ Interview met Diederik Samsom in De Standaard, 30/03/2016.
6/ ‘Het gaat inderdaad niet over de vraag of Europa 150.000 of 250.000 aankan, maar hoe we met miljoenen vluchtelingen omgaan’, De Standaard, 04/02/2016.
7/ Mark Elchardus, Hebben Europa en links nog een toekomst? Samenleving en politiek 3/16, p. 6.
8/ Mark Elchardus, Lang leve grenzen! Samenleving en politiek, 5/16 p. 60.
9/ Pieter Stockman, ‘Wir schaffen das 2.0: nieuwjaarsbrief aan bondkanselier Merkel’, MO.be.
10/ Charlotte Vandycke, Deredactie.be, 04/08/2016.
11/ Interview met Vanessa Saenen, Safe havens in de regio zijn een schijnoplossing, Samenleving en politiek 5/16, pp. 20-29; zie ook Charlotte Vandycke en Anne Van Lancker, De Januskop van Europa tegenover de vluchtelingen, Samenleving en politiek 1/16, pp. 40-58.
12/ Mark Elchardus, Lang leve grenzen!Samenleving en politiek 5/16, p. 60.
13/ Jan Cornillie, Europa heeft geen toekomst zonder links, Samenleving en politiek 4/16, pp. 60-70.
14/ ‘Het moeilijke kan ook het goede in de weg staan’, De Standaard, 13-14/02/2016.
15/ Vincent Corluy, Labour Market Outcomes and Trajectories of Immigrants in Belgium, CSB 2014.
16/ Migratiecoalitie, Het migratierapport - migratiemythes: fact check. Mythe 3: rechten van migranten beperken om de samenleving in stand te houden.
17/ Mark Elchardus, Lang leve grenzen! Samenleving en politiek, 5/16, p. 59.
18/ Maeve Glavey, Immigration fears: a vulnerable public in the face of change, Policy Network, 07/09/2016.
19/ Geert Van Istendael, Als Duitsland davert, beeft heel Europa mee, MO column, 12/09/2016.
Els Snick, De wraak van de Ossies, De Standaard, 06/09/2016.

vluchtelingencrisis - solidariteit - Europa - sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 8 (oktober), pagina 53 tot 61