Log in

'Wat een theater! Politiek in tijden van populisme en technocratie'

Uitgelezen

Wat een theater! Politiek in tijden van populisme en technocratie

Stefan Rummens
Pelckmans Pro, Kalmthout, 2016

Wie eens een stevige verdediging van de parlementaire, vertegenwoordigende democratie wil lezen, kan het boek van Stefan Rummens ter hand nemen. De auteur is als politiek filosoof verbonden aan de KU Leuven en weet als geen ander de achtergrond en grondslagen van ons democratisch bestel te verduidelijken en te verdedigen. Heerlijk hoe Rummens het ook opneemt tegen diegenen die vinden dat het idee van een parlementaire democratie niet langer aangepast is aan de noden en uitdagingen van vandaag en we op zoek zouden moeten gaan naar alternatieven. Die pessimistische opvatting wordt ongetwijfeld het sterkst verpersoonlijkt door de auteur David Van Reybrouck. Maar Rummens gaat, geïnspireerd door het werk van Chantal Mouffe, Claude Lefort en Jürgen Habermas ook kritisch in gesprek met de analyses die Luc Huyse, Mark Elchardus en Jan Blommaert eerder maakten over de toestand van onze democratie. Zij zijn volgens Rummens alvast veel te pessimistisch in hun oordeel over de rol van de media. Media ondermijnen de democratie niet en veroorzaken ook niet noodzakelijk populisme. Politiek is immers theater. En geen theater zonder bühne, maar ook geen theater zonder publiek dat de acteurs kan bekijken, aanmoedigen en uitjouwen. In een democratie is het noodzakelijk dat wat in de politiek gebeurt op een transparante manier bij de burger wordt gebracht en net daarin spelen de media een belangrijke rol.

Rummens ontkent niet dat onze parlementaire democratie in crisis zit. Hij bekritiseert vooral de idee dat de democratie die crisis niet zelf te boven zou kunnen komen en we naar andere middelen zouden moeten grijpen om aan politiek te doen. Op een overtuigende en doordachte manier legt Rummens de zwakke kanten bloot van deliberatieve experimenten zoals de G1000 en de idee dat we politieke beslissingen zouden moeten overlaten aan mensen die we door loting bij elkaar brengen. Politici hebben een vertegenwoordigende functie en burgers moeten minstens door middel van verkiezingen kenbaar kunnen maken of ze het eens zijn met hun ideeën, voorstellen, beslissingen en realisaties. Willekeurige mensen met elkaar in discussie laten gaan, kan interessant zijn, maar is politiek democratisch problematisch. Deze mensen vertegenwoordigen niemand en de burger staat machteloos ten aanzien van de beslissingen die zo genomen zouden worden. Nogal wat democratische nieuwlichterijen zijn eigenlijk een soort black box en als dusdanig veel minder democratisch dan de traditionele parlementaire, vertegenwoordigende democratie.

De crisis van de democratie is volgens Rummens het gevolg van het feit dat nogal wat besluitvorming zich op een technocratische manier aan het parlementair politiek proces onttrekt. De beslissingen van de Europese Commissie zijn paradigmatisch. Het gaat om technische besluiten die ten dienste staan van de vrije markt, met grote repercussie voor wetten en regels op nationaal niveau, maar zonder een democratische controle van onderuit. Hierdoor krijgen burgers terecht het gevoel dat zij niet meespelen en hun belangen niet meetellen. Wees dan toch niet verwonderd dat populisme voet aan de grond krijgt. Ook de Brexit, die zich voordoet terwijl Rummens zijn boek aan het schrijven is, moet op die manier begrepen worden.

Rummens geeft de brexit-gedachte, de populisten en de nationalisten echter geen gelijk. Integendeel. Populisme is gevaarlijk want wezenlijk ondemocratisch en nationalisme is te beperkt om de uitdagingen in een geglobaliseerde wereld aan te pakken. De kritiek die hij formuleert ten aanzien van liberaal nationalistische politiek filosofen als Will Kymlicka en David Miller en ten aanzien van de nationalistische N-VA-strategie is alvast genuanceerder en intelligenter dan hetgeen we bijvoorbeeld lezen bij de eveneens door Rummens bekritiseerde N-VA- en nationalismecriticus Ico Maly.

Het boek Wat een theater! is belangrijk omdat het ons doet nadenken over wat democratie is en zou moeten zijn, maar ook omdat Rummens antwoorden probeert te zoeken voor de belangrijkste democratische uitdagingen die vandaag de democratie bedreigen: technocratie, populisme en globalisering. Zijn recept is duidelijk: we hebben niet minder, maar meer parlementaire democratie nodig. De parlementaire democratie moet zich herpakken en haar domein uitbreiden naar internationale gremia. Met name Europa moet worden gepolitiseerd. Europese politiek moet een gezicht krijgen en moet veel meer gebeuren op basis van politiek debat - meerderheid versus oppositie, links versus rechts - tussen politici die verantwoording moeten afleggen aan de kiezer en die door de kiezer in een Europese politieke en publieke ruimte beloond of afgestraft kunnen worden. Als Europa democratisch geloofwaardig wil zijn, dan moet het zich niet langer eenzijdig opwerpen als de technische behoeder van de vrije markt waardoor we met zijn allen toch een neoliberale logica opgedrongen krijgen. Europa moet politiek worden en politiek toelaten.

Op dit eigenste moment wordt moord en brand geschreeuwd over het Waals Parlement en Paul Magnette (PS) die het CETA-verdrag met Canada niet zomaar willen goedkeuren. De hele heisa is een mooie illustratie van het punt dat Rummens in zijn boek wil maken. Wat hij over het Verdrag zelf denkt weet ik niet, maar dat hij het democratisch noodzakelijk en legitiem vindt dat over dergelijke verdragen ook een politiek debat wordt gevoerd waarvan de uitkomst niet op voorhand vastligt, zal hij zeker toejuichen. Wie het daarmee eens is, raad ik de lectuur van het boek aan. Wie het daar niet mee eens is, nog meer.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 9 (november), pagina 75 tot 77