Abonneer Log in

'Global Inequality. A New Approach for the Age of Globalization'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 94 tot 96

Global Inequality. A New Approach for the Age of Globalization

Branko Milanovic
The Belknap Press, Cambridge (USA), 2016

Tony Blair, ooit sociaaldemocratisch premier van een land dat ooit tot de Europese Unie behoorde, zei dat hij ‘niet in de politiek was gestapt om ervoor te zorgen dat David Beckham minder zou verdienen’. Daarmee bedoelde hij dat de strijd tegen de armoede op de Britse eilanden prioritair vond en niet de toenemende ongelijkheid. Ondertussen tekent zich een consensus af, onder academici, beleids- en opiniemakers, dat het ene niet zonder het andere kan. In liberale democratieën leidt groeiende inkomensongelijkheid tot grotere ongelijkheid in de economische en politieke machtsverhoudingen wat op zijn beurt inkomensongelijkheid verder aanzwengelt.
Het laatste boek van de Amerikaans-Servische econoom Branko Milanovic schaart zich bij die consenus. Milanovic is ongetwijfeld het best bekend als de cijfergoochelaar die zich onder meer als ‘lead economist’ bij de Wereldbank heeft beziggehouden met het meten van (inkomens)ongelijkheid. Hij is de vader van de zogenaamde ‘olifantcurve’ die weergeeft hoe de verschillende, wereldwijde inkomensgroepen er op zijn vooruitgegaan sinds het einde van de jaren 1980. Er bestaat geen betere manier om zowel de bloei van de middenklasse in de opkomende economieën (vooral in Azië) en de ‘wereldwijde plutocratie’ of ‘one-percenters’ als de ‘uitholling’ van de middenklasse in het Westen en de stagnatie van de allerarmsten in Afrika in één beeld te vatten.

Milanovic moet je dan ook situeren in de ‘realistische school’ over globalisering. Net als Dani Rodrik, Joseph Stiglitz of Paul De Grauwe dichter bij huis, behoort Milanovic tot het rijtje economen die wijzen op de fundamenteel ambivalente aard van de globalisering die zowel uitgesproken winnaars en verliezers oplevert. In die zin is zijn laatste boek Global Inequality, A new approach for the age of globalization een erg politiek boek voor een econoom. Veel politieker dan het werk van andere ongelijkheidsgoeroes als Thomas Piketty of Nobelprijswinnaar Angus Deaton. Dat politieke aspect is zowel de sterkte als de zwakte van het boek.

Milanovic gaat voor het overzicht op de lange termijn, met zelfs een interessante zijsprong over ongelijkheid in het Romeinse Rijk. Op basis van dat langetermijnperspectief biedt hij een aantal mogelijke opties voor de evolutie van ongelijkheid in de 21ste eeuw. Volgens Milanovic is het waarschijnlijk dat de grote ongelijkheid in China zal afnemen tegen de achtergrond van arbeidstekorten en stijgende lonen. Over de Verenigde Staten is hij minder optimistisch. Daar schat hij de drijvende krachten van ongelijkheid - de politieke overmacht van de rijke klasse - veel sterker in dan compenserende krachten. Milanovic is streng over het Amerikaanse politiek systeem dat hij over één kam scheert met landen als India, Griekenland, de Filipijnen en Pakistan omwille van haar ‘quasi dynastic look’. Ongelijkheid leidt tot een ‘uitgeholde democratie’ in zowel Europa als Noord-Amerika die hij vergelijkt met het Romeinse Keizerrijk waar een steeds meer autocratisch regime zich voordoet als een Republiek.
Milanovic’ uitspraken over de 21ste eeuw zijn niet louter speculatie, maar passen in zijn alternatief voor de modellen van Simon Kuznets en recenter Thomas Piketty. Volgens Kuznets is ongelijkheid beperkt bij een laag niveau van ontwikkeling, neemt het toe tegen de achtergrond van het proces van industrialisering en economische ontwikkeling, en neemt weer af als een economie ‘volwassen’ wordt. Grote ongelijkheid is een tijdelijk neveneffect van het ontwikkelingsproces en verdwijnt dan ook weer vanzelf. Piketty biedt een alternatieve verklaring. Grote ongelijkheid hoort inherent bij een kapitalistisch systeem omdat het rendement van kapitaal sneller groeit dan de economie zelf. Enkel tijdens uitzonderlijke periodes, bijvoorbeeld na de Eerste Wereldoorlog toen veel kapitaal werd vernietigd en sociale bewegingen finaal doorbraken, zien we een daling van ongelijkheid.

Milanovic vindt beide verklaringen onvoldoende. Overheen de geschiedenis verloopt ongelijkheid in cycli, de zogenaamde Kuznets-golven. Voor de Industriële Revolutie werden die golven behaald door Malthusiaanse dynamieken: ongelijkheid stijgt als samenlevingen bloeien en daalt als ze door overbevolking en hongersnood terug in overlevingsmodus worden gedwongen. De drijvende krachten van de Kuznets-golven wijzigden met de industrialisering. Die krachten zijn technologie, openheid en politiek beleid. In de 19de eeuw werkte technologische vooruitgang, globalisering en politiek beleid samen voor meer ongelijkheid. Die opgaande golf werd soms afgevlakt door een combinatie van negatieve (oorlog, revolutionair geweld) en positieve krachten (democratisering van het onderwijs). Ondertussen surft de rijke wereld op een nieuwe golf van technologische innovaties (IT), globalisering (integratie en liberalisering van de ‘wereldmarkt’) en liberaal beleid met groeiende ongelijkheid als gevolg

Milanovic is de pionier van de ongelijkheid op wereldschaal - vandaar ook ‘Global Inequality’ - een ongelijkheidsconcept dat abstractie maakt van nationale grenzen en de wereld als één land beschouwt. Toch gaat hij even dieper in op de ongelijkheid tussen landen. Volgens Milanovic betekent de convergentie tussen rijke en arme landen dat de wereld terugkeert naar de situatie van tijdens het begin van de 19de eeuw. Toen was de belangrijkste bron van ongelijkheid de klasse waartoe iemand behoorde (binnen een land) dan het land waarin iemand leefde. Toch hangt het feit of je winnaar of verliezer bent van de globalisering nog steeds vooral af van de plaats waar je bent geboren. Louter in België geboren worden, maakt dat je een bonus opstrijkt gelijk aan 80 maal het Congolese inkomen. Die bonus is, volgens Milanovic, een vorm van ‘burgerschapsrente’ die voortvloeit uit het feit dat je burger bent van een bepaald land. Iets als ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld, zou je kunnen zien als een belasting op die ‘burgerschapsrente’ die je casht op het moment dat je wordt geboren, zonder daar iets voor te moeten doen.

In een laatste hoofdstuk biedt Milanovic ‘tien korte reflecties over de toekomst van inkomensongelijkheid en globalisering’. Dat stuk is ietwat teleurstellend. De politieke scherpte die Milanovic in z’n historische analyse legt ontbreekt in de toekomstgerichte aanbevelingen. Hij haalt een aantal interessante pistes aan zoals het belang voor ‘herverdeling van activa’ en onderwijs omdat zowel kapitaal als grootverdieners steeds mobieler worden. Op vlak van migratie pleit hij voor eenzelfde aanpak als voor handel. Net zoals handel moet je migratie niet verbieden, maar organiseren op een manier zodat je de negatieve effecten zo veel mogelijk kan compenseren. Hier hadden we graag wat meer gelezen over de beleidsmatige antwoorden om de huidige Kuznets-golf terug in neerwaartse richting om te buigen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 94 tot 96