Abonneer Log in

'Graailand'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 3 (maart), pagina 93 tot 95

Graailand

Peter Mertens
epo, Berchem, 2016

Met Graailand schrijft Peter Mertens (PVDA) een gesmaakt vervolg op Hoe durven ze, zijn bestseller uit 2011. En ook dit boek scheert direct hoge toppen met een uitverkochte lancering in de Antwerpse zaal De Roma en een terechte eerste plaats op de lijst van best verkochte non-fictie boeken.

Graailand, het leven boven onze stand. De ondertitel van het boek prikkelt direct mijn nieuwsgierigheid en doet me hopen op een Belgische versie van The Establishment van Owen Jones, dat de opkomst, de technieken en dynamieken van de Britse elite schitterend blootlegt. De focus is dezelfde: hoe de elite, de heersende klasse, op allerlei manieren aan zelfbediening doet. Maar beiden focussen zich niet alleen op die klasse, maar ook op de enorme gevolgen van het gevoerde beleid voor de niet-elite, voor Jan Modaal.

Het boek is opgedeeld in vijf grote delen. Het eerste deel, ‘Boven onze stand?’, gaat over mensen die zeker niét boven hun stand leven. Het gaat over bejaarden en personeelsleden in rusthuizen die zwoegen om zorgtaken te verrichten met een krimpend budget, over de privatisering van de hulp aan daklozen, over werkloze mantelzorgers en zo meer. Een welgekomen reality check in een wereld waarin beleidsdiscussies te vaak gesteriliseerd worden.

Het tweede deel, ‘De kaste’, zoomt in op de politieke wereld in België en Europa. Hier lezen we enkele sappige verhalen over zelfbediening en de schrikwekkende draaideur tussen politiek en bedrijfswereld. Lees de verhalen van de Optima Group, José Manuel Barroso en Neelie Kroes op een nuchtere maag en je crashdieet is die dag van succes verzekerd.

Na deze twee eerder hoofdstukken met veel voorbeelden van individuele mistoestanden in specifieke domeinen en schandalen allerhande, gaat Mertens de structuren te lijf. Het derde hoofdstuk focust op de wereld van het werk. Volgens de auteur loopt de focus op flexibiliteit uit de hand en lost het haar beloften geenszins in, zet de digitalisering een neerwaartse druk op arbeidsvoorwaarden en krijgt het beleid rond langdurig zieken trekjes van een heksenjacht. Ook het plan om met pensioenpunten te werken krijgt geen genade. Het zou, aldus Mertens, de sociale zekerheid omvormen tot een ‘sociale onzekerheid’.

Waar de eerste drie hoofdstukken vlot weglezen, gaat het boek in het vierde hoofdstuk in een volgende versnelling. Deel vier heet ‘Show me the money’ en doet sterk denken aan Hoe durven ze. Het gaat over financiële ontwijking, fraude, allerlei leaks en het foute idee dat ongelijkheid ons allen ten dienste zou zijn. Het laatste hoofdstuk houdt een onderbouwd en sterk pleidooi voor een van de eisen waarmee de PVDA bekend werd: de miljonairstaks. Leesvoer voor iedereen die met enige kennis wil discussiëren.

Na drie containerschepen vol verontwaardiging beloven de titels van de laatste twee delen een positiever verhaal: ‘Een toekomst om in te geloven’ en ‘Opstand tegen de elites’. Maar ook hier gaat het vooral over wat er allemaal fout loopt en beter kan. De nefaste Duitse rol in Europa wordt uit de doeken gedaan, net zoals de illusies rond loonmatiging en de mislukking van verschillende Europese pacten. De toekomst waarin we zouden kunnen geloven, heet een ‘democratisch, duurzaam en sociaal’ toekomstplan. De weinige pagina’s die eraan gewijd worden, zijn wat te mager om te overtuigen. Ook het laatste deel stemt niet echt hoopvol. De opstand tegen de elites is er zeker, maar neemt zelden een vorm aan waaruit we echt hoop kunnen putten. Brexit en Donald Trump stellen niet hoopvol en het parcours van Syriza, Bernie Sanders en Jeremy Corbyn is allesbehalve rimpelloos.

Blijft de lezer dan met een moedeloos gevoel achter? Niet echt. Doorheen het hele boek krijgt de lezer een hele bundel PVDA-eisen en -standpunten te verwerken die een antwoord moeten bieden op de verontwaardiging van de lezer. En dat heeft een dubbel effect. Aan de ene kant is het een verademing om een boek te lezen dat niet enkel de problemen analyseert, maar dat ook concrete oplossingen en alternatieven biedt. Daartegenover staat dat de alternatieven niet altijd even goed uitgewerkt zijn en dat de lezer soms moet hoesten van al de brandende wierrook rond de PVDA. Je kan het de voorzitter van de partij niet kwalijk nemen, maar het doet wel een beetje af aan de kracht van het boek.

Maar laten we nog even stilstaan bij die alternatieven en voorstellen. Enkele voorbeelden zijn: het schrappen van subsidies voor biomassa- centrales, het investeren van de nucleaire rente in groene energie, het invoeren van een ontluizingsperiode van vijf jaar na een politiek mandaat, het behouden van een collectief kader voor flexibiliteit op het werk, het invoeren van een vermogensbelasting om (onder andere) de pensioenen betaalbaar te houden, het invoeren van een 30-urenweek, het bestrijden van fiscale fraude door, o.a. het opheffen van het bankgeheim, het invoeren van een vermogenskadaster en transacties naar fiscale paradijzen op voorhand te controleren; een einde aan de loonmatiging en het democratiseren van het politieke bedrijf op alle niveaus. Deze lijst is niet exhaustief maar geeft een goed beeld van waar Mertens en zijn partij naartoe willen. Zeker, enkele van deze voorstellen zijn gewaagd in de huidige politieke context maar in een breder (historisch) perspectief zijn ze helemaal niet ongezien, radicaal of revolutionair.

Naast de inhoud staat de leeservaring, en daar scoort Mertens een hattrick. Zoals je merkt behandelt het boek geen gemakkelijke materie. Het gaat over beleid, over politiek, over economie en ideologie. En toch slaagt Mertens er voor de tweede maal in om die materie bevattelijk (of zelfs aantrekkelijk) uit de doeken te doen. Het boek is doorspekt met voorbeelden die de droge materie levendig en voelbaar maken. Op de tekst is gewerkt en gezwoegd wat het geheel leesbaar maakt voor een breed publiek. Chapeau.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 3 (maart), pagina 93 tot 95