Log in

Wat we zelf doen, doen we met een wachtlijst*

De afgelopen 9 jaar was Jo Vandeurzen hoeder van de welzijnsportefeuille, maar de sector werd er niet beter van.

Vandaag wachten meer dan 14.000 mensen met een handicap op gepaste ondersteuning, daalt het aantal uren thuiszorg dat beschikbaar is per oudere, stijgen de wachttijden voor psychische hulp, zitten er meer dan 6.000 kinderen en jongeren in de wachtkamer van de jeugdhulp en zijn er nog zo'n 15.000 plaatsen tekort in de kinderopvang.

Wat we zelf doen, doen we beter? Dat was nochtans het motto van menig staatshervorming. Het was wijlen Gaston Geens, de eerste Vlaamse minister-president (toen nog 'voorzitter' genoemd), die de uitspraak lanceerde: 'Wij zullen moeten bewijzen dat wij wat we zelf doen, beter doen'. Welzijn is één van de domeinen die naar de gemeenschappen kwam. De afgelopen 9 jaar was Jo Vandeurzen hoeder van de welzijnsportefeuille. Na de laatste staatshervorming steeg zijn budget van nog geen 4 miljard naar meer dan 11 miljard euro. Een stevige promotie dus. Maar werd de sector er beter van? En hoe zit het met het welzijnsbeleid na 9 jaar Vandeurzen?

Een eerste evidente vraag is dan of iedereen de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft? In een rijke regio zoals de onze zou je verwachten van wel. Een snelle blik op de wachtlijsten toont ons echter de bikkelharde realiteit: van wieg tot rusthuis sta je op een wachtlijst. Er is te weinig kinderopvang, te weinig jeugdhulp, te weinig ondersteuning voor mensen met een handicap, te weinig geestelijke gezondheidszorg, te weinig ouderenzorg. Op geen enkel van de welzijnsdomeinen kan Vandeurzen zeggen dat er voldoende aanbod is.

Al van bij de start van deze regeringsploeg wordt er met regelmaat en trots herhaald dat er historisch veel budget werd vrijgemaakt. Maar, ondanks die mooie woorden, slaagt Jo Vandeurzen niet in zijn beloftes. Miljoenen euro's ten spijt, blijven de ouders van een kind met een handicap gemiddeld 5 jaar op een assistentiebudget wachten, is het 2 à 4 jaar wachten op thuisbegeleiding voor kinderen met autisme en stijgt het aantal crisissen in de jeugdhulp dramatisch.

Goede zorg is natuurlijk meer dan het aanpakken van de wachtlijsten alleen. Goede zorg is zorg op maat. Onder Vandeurzen werden belangrijke stappen gezet om de zorgbehoevende meer keuzevrijheid te geven, zoals de invoering van persoonsvolgende financiering. Een omwenteling die met veel moeilijkheden gepaard gaat en die ons niet mag afleiden van het feit dat nog steeds 14.000 mensen geen toegang hebben tot de zorg die ze nodig hebben.

Zorg vraagt tijd, en tijd vraagt mensen. Net daar knelt het schoentje. Hoewel de mensen die in de zorg werken dat doen met hart en ziel, zijn ze simpelweg met veel te weinig. Ze moeten té veel doen met té weinig handen. In de kinderopvang werd het aantal kinderen per verzorger bijvoorbeeld opgetrokken tot 8 (en zelfs tot 14 in 'rusttijden'). In geen enkel buurland is dat toegelaten. Wat we zelf doen, doen we beter? Door het aantal kinderen per verzorger op te trekken, kon Vandeurzen meer plaatsen aanbieden zonder extra geld. Kinderopvang dreigt zo bandwerk te worden, waarbij bovendien steeds meer medewerkers aan het minimumloon werken. Maar ook in andere domeinen zijn er te weinig handen voor de zorg. De jeugdhulp voerde actie en staakte de afgelopen maanden; en iedereen kan zich scènes voor de geest halen uit reportages over het personeelstekort in de rusthuizen.

Valt er dan niet meer te doen met hetzelfde geld? Natuurlijk wel. Laat de mensen doen waarvoor ze zijn aangeworven: zorg verlenen. Laat hen minder doen waar ze zelf gek van worden: formulieren invullen. Er is een wildgroei aan procedures, protocollen, formulieren en registraties. Het lijkt wel of er te weinig vertrouwen is in de mensen op het terrein. Iedere stap, iedere minuut moet worden geregistreerd. De Vlaamse aanpak is blijkbaar een kafkaiaanse. Voor de kleinste details bestaan er regels, wat maakt dat er soms nodeloze kosten gebeuren om 'in regel' te zijn. Creativiteit en innovatie worden afgeremd in plaats van aangemoedigd.

Moet alles wel via professionele zorg? Natuurlijk niet. Mensen willen graag voor hun naasten zorgen. Het merendeel van de zorg gebeurt vandaag zelfs niet door professionelen maar door mantelzorgers: ouders voor hun kinderen, kinderen voor hun ouders, partners voor elkaar, enzovoort. Maar het aantal mantelzorgers neemt wel sterk af. De regering besliste te knippen in tijdskredieten en verlofstelsels, en laat iedereen harder en langer werken. Zorgen voor elkaar wordt door centrumrechts alleen maar moeilijker gemaakt. En daar kan geen mantelzorgplan tegenop.

Na 6 staatshervormingen heeft Vlaanderen een stevig welzijnslandschap uitgewerkt. Maar het kan absoluut nog beter. Minder lange wachttijden, voldoende personeel, meer vertrouwen en minder bureaucratie. Dat zijn recepten die zorg op maat en zorg voor iedereen kunnen waarmaken. Vandeurzen heeft nog een jaar te gaan. Een jaar om de boutade te doorprikken dat wat we zelf doen, we doen met een wachtlijst*.

*en een formulier

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 10 tot 11