Log in

Brugge: van het dode en het schone

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Waar blijft het brede politieke debat dat verder gaat dan wat persoonlijk getwitter en losse ideetjes?

Twee kampioenenploegen in het voetbal, de Vlaamse primitieven broederlijk verenigd naast een friet- en chocolademuseum en een doorsnee inkomen dat ruim 10% hoger ligt dan in de rest van ons Belgenland. Het is goed leven in Brugge. De tijd van Georges Rodenbachs 'Bruges, la morte' is definitief voorbij. Brugge is niet meer het muffe provinciestadje waar Vlaanderens elite wel eens durfde en durft op neerkijken. De Vlaamse Stadsmonitor voor duurzame en leefbare steden zegt het met een overvloed aan feiten, cijfers en meningen.

Maar feiten en cijfers zijn zelden de beste manier om iemand te overtuigen. Je hebt een verhaal nodig dat evenzeer de buik als het hoofd aanspreekt. Bart Somers – al 17 jaar burgemeester van Mechelen – heeft met zijn 'Strijd om de stad' zo'n verhaal. Een verhaal voor mensen die de handen uit de mouwen steken voor hun buurt, meer sociale contacten, meer wederzijds respect en begrip, meer vertrouwen in de overheid en de medemens.

Ook Renaat Landuyt doet in 'Verder met Brugge' een poging – een essay – om ook voor Brugge een verbindend verhaal te brengen. Met een pleidooi voor een open Brugge waar er plaats is voor iedereen. Waaraan iedereen mag meewerken. Dat het verleden koestert om de toekomst te maken. Als je er alle eigen lof uitzuivert, hou je nog een behoorlijk pallet aan voorstellen over: een betere uitbouw van de dienstverlening in de deelgemeenten en wijken; een toeristisch beleid dat niet gericht is op meer bezoekers, maar op rustiger bezoekers die meer tijd en geld spenderen; meer mogelijkheden voor een eigen gemeentelijke mobiliteitspolitiek; wonen, werken en vrije tijd bekijken door de bril van sociale ongelijkheid; van renovatiepremies gezondheidspremies maken; een ingrijpende stadsontwikkeling voor het noorden van Brugge; samenwerking tussen de gedepolitiseerde havenbesturen van Zeebrugge en Antwerpen; meer samenwerking, participatie en spreiding van kunst en cultuur; een Brugse makersrepubliek met concrete toepassingen van wat men zo graag circulaire economie noemt. Er zitten nog wat blinde vlekken in en de verdere uitwerking zal zeker nog een (ver)lichte vorm van bloed, zweet en tranen vergen. Het boeiend idee om na de verkiezingen van de beleidsnota een burgernota te maken waaraan zoveel mogelijk Bruggelingen kunnen meewerken, is dan ook een enorme uitdaging.

Als we de (beschikbare) verkiezingsprogramma's van alle partijen even snel overlopen dan zal er de komende 6 jaar behoorlijk veel onderzocht, bestudeerd en gemonitord worden. Daar waar ze concreet worden dreigen ze soms niet verder te komen dan wat Bart Somers noemt 'gadgets, leuke ideetjes en slogans, nieuwe hypes en technische snufjes': een operafestival in open lucht, een zwembad op het strand van Zeebrugge, ruimte voor gedeelde kippen, een spoorloze tram, elke zomerse donderdag een DJ-avond, ... 't Moet kunnen, maar mag het ook wat meer zijn? Ook al hebben de Bruggelingen minder reden tot klagen dan in heel wat andere groot- en centrumsteden, toch liggen ze er wakker van dat wonen in Brugge te duur wordt, de auto en het massatoerisme de stad dreigt te versmachten, jongeren al te snel elders een toekomst zoeken, voor ouderen en minder mobiele bewoners Brugge nog een stad vol hindernissen is, in de kleine straatjes er nog stille armoede heerst.

Elke partij heeft er wel iets over te zeggen. De ene al meer gestoffeerd en met meer visie dan de andere. Maar waar blijft het brede politieke debat dat verder gaat dan wat persoonlijk getwitter en losse ideetjes? Wie waagt zich aan een onderbouwd debat over de autoluwe stad, betaalbaar wonen, wie wat verdient aan het massatoerisme, hoe haal je al dat jong talent terug uit Gent, hoe maak je Zeebrugge weer aantrekkelijk, hoe halveer je het armoederisico, hoe evolueer je verder met alle Bruggelingen van ruggespraak naar samenspraak?

Iedereen heeft wel een visie of ideetje over hoe het verder moet met de participatie van de Bruggelingen in het reilen en zeilen van de stad. David Van Reybroucks loterij als alternatief voor de verkiezingen wordt erbij gehaald, maar misschien is het zinnig om het oor ook eens te luisteren te leggen bij een andere Bruggeling: Manu Claeys.

Manu Claeys is het boegbeeld van de Antwerpse stRaten-Generaal – naar het voorbeeld van de eerste Staten-Generaal die in 1464 plaats vond in zijn geboortestad Brugge – en ligt mee aan de basis van het Toekomstverbond over de mobiliteit en leefbaarheid in de Antwerpse regio. In zijn poging om de 'democratie te redden' – wat met zijn 365 bladzijden wel ruimer uitvalt dan een essay – formuleert hij het even scherp als breedvoerig. Voor Manu Claeys is er in een energieke democratie behoefte aan werkformules waarbij plaats is voor 'nuance, voortschrijdend inzicht, open en kwetsbare gedachtewisselingen, om gezamenlijk van botsende overtuigingen te kunnen evolueren naar gedeelde inzichten.' In burgerpanels en werkbanken waar 'burgers, experts en ambtenaren mee sleutelen aan concrete plannen, projecten, visies en doelstellingen, worden oude patronen doorbroken en vindt een verfrissende manier van denken een plek ... Slimme bestuurders beseffen dat daarvoor ruimte en middelen creëren ook hen vooruithelpt ... Ze kunnen hun rol als verkozenen blijven vervullen, zij het in een nieuwe politieke relatie met burgers. Daartoe is durf nodig om tijdelijk de macht los te laten, bescheidenheid en de open houding van groepspelers ... Dat vraagt maatwerk, oefening en durf, niet alleen van de burgers, maar vooral van de politici. Het codewoord is vertrouwen.'

Maar het is zoals altijd: the proof of the pudding is in the eating. Het wordt boeiend na 14 oktober.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10