Log in

Fact check. ‘De sociaaldemocratie ligt KO’

Er is geen sprake van algemene instorting als blauwdruk voor de ganse sociaaldemocratie.

De sociaaldemocratie maakte van West-Europa met haar welvaartsstaten – relatief gezien – een paradijs op aarde. Ondanks dat succes is het niet de 'gezelligste' tijd voor de traditionele partijen van deze ideologie. De verkiezingsnederlagen in Frankrijk en Nederland hakken er stevig in. Hele spreekkoren kondigen ondertussen 'de ondergang van de sociaaldemocratie' aan, een politieke evergreen populair sinds de jaren 1970. Een overzicht van de actuele electorale positie van deze partijen geeft echter een gevarieerd beeld dat niet aansluit bij dit doembeeld.

Sociaaldemocratische partijen hebben de voorbije jaren immers niet allemaal terrein verloren, integendeel zelfs. In de drie Scandinavische EU-landen zijn de sociaaldemocraten de grootste partij in het parlement of de peilingen. Zo slaagde de Zweedse premier Løfven erin om onder zeer moeilijke omstandigheden bij de verkiezingen van 9 september Socialdemokraterna te stabiliseren en de grootste partij van het land te blijven (op 9% gevolgd door de conservatieven). In Denemarken bestuurt een rechtse coalitieregering maar geven de peilingen aan Socialdemokratiet onder leiding van de charismatische Mette Frederiksen de grootste kans om de volgende regering te vormen. Ook in Finland regeert een rechtse coalitie, maar hebben de sociaaldemocraten de voorbije maanden een momentum en staan ze op de eerste plek in de peilingen richting de verkiezingen volgend jaar.

Echte feestvreugde steeg de voorbije jaren op vanuit Portugal, waar de socialisten gesteund door een links blok regeren en tijdens de lokale verkiezingen van 2017 met bijna 40% veruit de grootste partij bleven. In Spanje wist el superviviente Pedro Sánchez met een handig tactisch democratisch manoeuvre in het parlement het premierschap uit de handen van PP te peuteren. PSOE is met deze premierbonus ook opnieuw de grootste partij van Spanje in de peilingen. De Iberiërs Sánchez en Costa zijn samen met de Scandinavische partijen de voorhoede van de nieuwe generatie zelfbewuste sociaaldemocraten op het continent.

In het Verenigd Koninkrijk vervelde New Labour op enkele jaren tijd tot het Labour van Corbyn. Na een moeilijke start functioneert de machine zo goed dat Labour in 2017 blijkbaar slechts enkele dagen te kort kwam om het premierschap van May af te snoepen, na een ongelooflijke campagne en ondanks alle aanvallen van en ridiculisering door de conservatieve pers. Op Labours laatste Conference in Liverpool stond dan ook een partij vol zelfvertrouwen die staat te popelen voor General Elections. In Oostenrijk stabiliseerden de sociaaldemocraten de voorbije jaren, ondanks al het rechtse gebeuk. Waar sociaaldemocratische partijen recentelijk wél terrein hebben moeten prijsgeven, zoals in Duitsland en Italië, blijven ze partijen met een zeer substantieel politiek gewicht.

Er is dus geen sprake van algemene ineenstorting of zogenaamde 'Pasokificatie' als blauwdruk voor de ganse sociaaldemocratie. In het gebundelde Europese electorale krachtenveld neemt ze (nog steeds) de tweede positie in. De projecties voor het Europees Parlement na 26 mei 2019 laten zien dat de S&D-fractie (in haar huidige samenstelling) met significante voorsprong de tweede fractie blijft, zelfs na vier decennia van aangekondigde ondergang.

Tegen welke standaard moeten we de resultaten van de sociaaldemocratische partijen beoordelen? De vaak impliciet gebruikte notie dat massapartijen voor eeuwig zouden zijn, levert valse argumenten op. Is het fair om het laatste resultaat van Socialdemokraterna in Zweden te vergelijken met dat van 1908, 1946, 1982? De krachten die inbeuken op de vroegere massapartijen – links én rechts – zijn de krachten die de hele wereld en de samenleving in hun greep houden.

Door de erosie van oude (waarde)hiërarchieën, de individualisering en de differentiëring van de samenleving is de band tussen traditionele sociologische criteria en partijen sterk afgezwakt. Dit stelt ten eerste ideologisch moeilijkheden aangezien 'de collectieve prijs voor individuele vrijheid minder makkelijk aanvaard wordt', zoals Frank Vandenbroucke in 1990 al stelde. Ten tweede loopt dit niet toevallig samen met de fragmentatie van het politieke landschap waarin nieuwe tegenstellingen en ongelijkheden, verschillende 'lifestyle-groepen' en nieuwe breuklijnen samenkomen. Op het partijenpodium staan tegenwoordig dan ook neo-nationalisten, nieuw-liberale partijen, groenen, radicaal-linksen en anderen. 'De groten worden kleiner en de kleintjes worden groter' zoals de Nederlandse politicologe Sarah de Lange deze fragmentatie kernachtig beschrijft. Wanneer nieuwere partijen ook nog eens sociaaldemocratische thema's trachten over te nemen, hoeft de enorme volatiliteit bij de kiezer niet te verwonderen. Zo wisselden op 9 september maar liefst 41% van de Zweden van partij.

De structurele achteruitgang van de massapartijen – links én rechts – is uiteraard niet alleen het gevolg van een arbitrair lot, er zijn ook fouten gemaakt. De toestand van de Franse PS en PvdA kunnen dienen als 'goede catastrofes', waarvoor men in therapie gaat en het probleem leert kennen en oplossen. Ze maken ons in elk geval duidelijk, zoals John Crombez graag herhaalt, dat links geen rechtse sociaaleconomische agenda kan uitvoeren.

De sociaaldemocratie is niet statisch, en dat geldt eveneens in positieve zin. Dit was ook al het weerwoord van de Deense socioloog Esping-Andersen in de jaren 1980 op de theorie van de 'ondergang van de sociaaldemocratie'. Sociaaldemocratische partijen hebben keuzes, kunnen zich aanpassen aan structurele veranderingen en succesvolle nieuwe strategieën smeden. Of om voorzitter Jos Van Eynde van de toenmalige BSP te parafraseren: voor sociale rechtvaardigheid is het steeds weer herbeginnen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 8 (oktober), pagina 44 tot 45