Log in

‘De 30 urenweek is verrassend realistisch’

Een kortere werkweek met loonbehoud is haalbaar én betaalbaar. Olivier Pintelon legt uit hoe we op 20 jaar tijd tot een 30 urenweek kunnen komen. "Als ze wil, kan de volgende regering al in 2019 praktische obstakels wegwerken en financiële incentives creëren voor werktijdverkorting."

Op 28 november verschijnt De strijd om tijd van Olivier Pintelon. De politicoloog, kernlid van denktank Minerva, is al een tijdje bezig met het onderwerp van arbeidsduurverkorting, maar de geboorte van zijn zoon Aeneas drukte hem met de neus op de feiten. "Als jonge vader wordt alles plots veel concreter," geeft Pintelon toe. "Daarvoor is work life balance iets theoretisch. Maar het ouderschap, in combinatie met pendelen, is extreem zwaar. Een doordeweekse werkdag is vaak een opeenstapeling van deadlines en stress." Onderzoek toont aan dat bij tweeverdieners met jonge kinderen de man gemiddeld 2 uur en 23 minuten vrije tijd heeft per dag, en de vrouw slechts 1 uur en 55 minuten. Het is een symptoom van een samenleving die zijn prioriteiten niet op orde heeft, vindt Olivier Pintelon. Hij wil zijn generatie een megafoon aanreiken. Maar niet enkel zijn leeftijdsgenoten. Het boek richt zich op alle werkenden. "Moeten we echt 45 jaar lang puzzelen om 'work' en 'life' gecombineerd te krijgen?"

De kortere werkweek is aan een revival bezig. In de jaren 1990 was veel animo voor het thema, met arbeidsduurverkortingen in Frankrijk, Duitsland en Portugal, maar daarna viel het stil. Vandaag zit de kortere werkweek weer in de lift. De oorsprong van de revival ligt in de Noordse landen. Er is het ondertussen wereldberoemde rusthuis in Göteborg, een experiment dat helemaal niet flopte zoals sommige kranten schreven. Maar ook in de Zweedse automobiel- en IT-sector experimenteren veel bedrijven met de kortere werkweek. Het debat waait stilaan over naar België. "Dat is deels de verdienste van Femma en een aantal andere vrouwenorganisaties," aldus Pintelon. "Met mijn boek probeer ik een roadmap aan te reiken die hoop geeft voor de toekomst. Wat mij betreft wordt 30 uur binnen enkele decennia de voltijdse norm. Een collectieve verkorting van de werkweek mét loonbehoud is verrassend realistisch."

Is het niet realistischer om de systemen van individuele arbeidsduurverkorting, zoals tijdskrediet of loopbaanonderbreking, te proberen uitbreiden?

"Dat is symptoombestrijding. Tijdens het spitsuur van ons leven werken we gewoonweg te veel. Diepgewortelde problemen vragen om collectieve oplossingen. De individuele stelsels bestendigen doorgaans bestaande ongelijkheden. Arbeidsduurverkorting is nu zowat een luxeproduct. De lage inkomens maken er nauwelijks gebruik van. Voor alleenstaande ouders is 'tijd kopen' al helemaal geen optie. Daarnaast stimuleert het individueel minderen een genderstereotiep patroon. Mannen maken carrière, terwijl vrouwen het moeten stellen met een lager loon en minder carrièreperspectieven."

Werkten we na de Tweede Wereldoorlog niet een pak meer dan vandaag?

"Dat klopt alleen voor mannelijke kostwinners en niet voor vrouwen. De geruisloze 'dood' van de huisvrouw is de verklaring voor de hoge tijdsdruk die we ervaren. Na een lange werkdag wacht thuis de was en de plas; de zogenaamde tweede shift, waarvan vooral de vrouwen nog altijd het gewicht torsen.

Vrouwen hebben hun plek op de arbeidsmarkt opgeëist, maar onze voltijdse werkweek is in de vorige eeuw blijven steken. Zij betalen de prijs voor het feit dat de werkweek niet is aangepast aan het tweeverdienersmodel. Wanneer ze kinderen krijgen, gaan ze minder werken. Ze missen de boot en halen dat later in hun carrière niet meer in."

Welke maatregelen kunnen we nemen tegen deze 'moederschapsboete'?

"Quota in bepaalde sectoren, meer aanbod aan betaalbare kinderopvang en strengere bestraffing van discriminatie zijn doortastende maatregelen. Maar het geheime wapen voor meer man-vrouwgelijkheid is een collectieve arbeidsduurverkorting. Het is een geweldige combo met langer vaderschapsverlof. Daar zijn niet de vaders, maar vooral de moeders de winnaars van. Het prijskaartje hoeft ons niet tegen te houden. Een maand vaderschapsverlof kost zo'n 72 miljoen euro. Dat is één duizendste van alle socialezekerheidsuitgaven in België.

Laten we bovendien niet vergeten dat de tijdsdruk bij jonge ouders nog verder dreigt toe te nemen. De informele zorg door grootouders is op retour in onze samenleving. Tot een tiental jaar geleden kon één op drie van de jonge ouders voor opvang voornamelijk een beroep doen op grootouders. Zorg door opa en oma is het lapmiddel voor een economisch model dat serieuze hiaten vertoont. Maar de beschikbaarheid van oma en opa is in vrije val. Woensdag grootouderdag, het wordt steeds moeilijker. Vandaag doet slechts één op de zes jonge ouders voornamelijk beroep op de grootouders. En dat cijfer gaat verder dalen: steeds minder grootmoeders waren vroeger huisvrouwen en steeds meer grootouders zijn zelf nog aan de slag."

Met de pensioenhervorming zal die problematiek alleen maar pregnanter worden.

"Pensioen op 67 zal een leemte achterlaten voor wie afhankelijk is van oma en opa voor de kinderopvang. Jonggepensioneerden spelen nu een sleutelrol. We moeten daarom de pensioenleeftijd van 65 in ere herstellen. Zo niet ontneem je een hele generatie het vangnet van de informele zorg."

Waarom pleit u voor een 30 urenweek, en bijvoorbeeld niet voor een 32 urenweek?

"Omdat 30 uur het midden houdt tussen de huidige arbeidsduur voor mannen en vrouwen in gezinnen met kinderen. Een man werkt gemiddeld 35 uur, een vrouw 26 uur. Het geeft mannen de kans om meer te zorgen en vrouwen om volwaardig te participeren op de arbeidsmarkt. Het is een werkweek op maat van de tweeverdiener, zodat niemand de keuze tussen carrière en gezin moet maken."

Moeten we de arbeidstijd inkorten per dag, per week of per jaar?

"De zesurendag en de vierdagenweek zijn twee mogelijk formules. Ik heb geen sterke voorkeur; zolang de reële arbeidstijd per week maar afneemt. Werkgevers en vakbonden zullen per sector en per bedrijf de meest adequate formule bepalen. Als de werkorganisatie het toelaat, kan je de keuze overlaten aan de werknemer.

Een zesurendag maakt elke werkdag behapbaar. Het heeft ook een positieve impact op de productiviteit: de concentratie gaat erop vooruit dankzij een betere nachtrust en een actievere levensstijl. Tevens stimuleert een zesurendag mannen en vrouwen om élke dag de huishoudelijke taken eerlijk te verdelen. Meer dan bij de formule van de vierdagenweek; zeker als de man op zijn vrije dag gaat vissen (lacht). De vierdagenweek, daarentegen, bespaart vooral transporttijd. Minder pendelen, minder files, minder stress. Voor kenniswerkers en leidinggevenden is deze formule te verkiezen, omdat het risico bestaat dat ze toch gewoon tot 18 uur op het kantoor blijven."

De kortere werkweek won de laatste jaren gestaag zieltjes, zegt u. Maar de reacties van sommige politici zijn giftiger dan een cobra. 'Conservatief en niet van deze eeuw', zo oordeelde Zuhal Demir.

"Het debat over de kortere werkweek wordt vaak doodgeslagen met het argument dat het onrealistisch en onbetaalbaar is. Het is een riedeltje dat wordt opgevoerd om een debat ten gronde te vermijden. Het is een afleidingsmanoeuvre, een dooddoener van de apostelen van het status quo. Ik moet hen teleurstellen: de kortere werkweek met loonbehoud is haalbaar én betaalbaar. Het waren Finse brilglazen die me klaarder lieten kijken over die zogenaamde onbetaalbaarheid."

Vertel.

"Bij Essilor, een Finse multinational die mee aan de basis lag van de multifocale bril, deed collectieve arbeidsduurverkorting met loonbehoud de productiekosten… dalen. Toen het in 1993 een nieuw model lanceerde, gingen de zaken hard. Het bedrijf kon de toevloed aan bestellingen maar moeilijk aan. Werknemers kraakten onder de werkdruk. Het bedrijf nam een drastische beslissing: het verlengde de bedrijfstijd van 8 naar 12 uur en verkortte de werkdag van 8 tot 6 uur. Het bleek een meesterzet. Het kostenplaatje per brillenglas daalde met 17%. De directie sloeg twee vliegen in één klap: een betere benutting van de dure machines en een besparing op de overwerktoeslag. Ook het personeel was tevreden. De ellenlange werkdagen lagen achter de rug en het mocht zelfs zeven nieuwe collega's verwelkomen. Het verhaal illustreert hoe relatief de oneliner 'economisch onhaalbaar' is. Loonkosten zijn geen synoniem voor productiekosten."

Dit is één voorbeeld. Blijft de vraag: wie gaat de kortere werkweek voor iedereen financieren?

"Ik zie vier financieringsbronnen: de gestage productiviteitsgroei, de heroriëntering van de bestaande bedrijfssteun, de vermogensbijdrage en de herinvestering van terugverdieneffecten."

De kortere werkweek wordt in eerste instantie betaald via verdere productiviteitswinsten?

"We horen daarover soms paniekerige signalen, maar feit is dat we steeds efficiënter worden in het produceren van goederen en het leveren van diensten. In vergelijking met 1870 werken we vandaag de helft van het aantal uren en verdienen we twaalf keer zoveel."

Gaan die productiviteitswinsten in de toekomst wel blijven groeien?

"De productiviteit neemt nog altijd toe; weliswaar aan een lager tempo dan vroeger. In de laatste 20 jaar bedroeg de gemiddelde productiviteitsgroei zo'n 1% per jaar; cijfer je de vier crisisjaren weg dan veert het percentage op naar 1,3%. Bij een productiviteitsgroei van 1,25% – wat de Studiecommissie voor de Vergrijzing als een conservatief scenario bestempelt – is een collectieve 30 urenweek met loonbehoud te verwezenlijken in exact 19 jaar. 1,25% lijkt dus weinig, maar kleine procentjes maken grote ventjes.

Productiviteitsgroei alleen zal echter onvoldoende zijn om de kortere werkweek voor iedereen te realiseren. Daarvoor is de economie te divers. In de industrie is 3% jaarlijkse groei niet abnormaal, maar in de dienstensector is het groeiritme bescheidener en in de zorgsector ligt dat cijfer eerder in de orde van de clenbuterolwaarde van Alberto Contador: 0,00000000005%. Het is moeilijk om meer bejaarden per uur te wassen. En zelfs als we een systeem bedenken dat de zorg verbetert en efficiënter maakt, dan nog willen we niet dat de dagprijs zomaar stijgt. In de zorgsector kan je de arbeidsduurverkorting dus niet 'terugverdienen', zoals dat in de automobielsector wel kan."

Kortom: de overheid zal financieel moeten bijspringen?

"Klopt. En dat komt met prijskaartje, daar wil ik niet onnozel over doen. Maar het is betaalbaar. Daarvoor kijk ik in eerste instantie naar de heroriëntering van de bestaande loonsubsidies. De laatste 20 jaar zijn de bijdragekortingen en loonsubsidies geëxplodeerd in ons land van 2 naar 14 miljard euro. Het is de grootste blanco cheque van het land. In België lopen de zuivere loonsubsidies op tot bijna 5% van de loonmassa, terwijl dat in onze buurlanden minder dan 1% is. We moeten die bedrijfssteun uitkammen en deels heroriënteren."

Welke heeft u precies in gedachten?

"In de eerste plaats de algemene socialezekerheidskorting, een systeem bedacht zodat de werkgever minder bijdraagt aan de sociale zekerheidskas. Die korting is goed voor 6 miljard euro, maar niet gekoppeld aan tewerkstelling. De taxshift van de regering-Michel maakte die korting zelfs deels structureel; ze verlaagde de bijdragevoet van 32% naar 25%. Dat leverde naar schatting slechts 65.000 tot 92.000 jobs op, peperdure jobs dus.

De doelgroepenkorting daarentegen, ten belope van 1 miljard euro, vind ik wél een goed systeem. Ze is gelinkt aan de creatie van tewerkstelling bij het aanwerven van jongeren, 55-plussers en personen met een arbeidshandicap.

En dan zijn er nog de 'echte' loonsubsidies, waarvan het kostenplaatje eveneens 6 miljard euro bedraagt. De dienstencheques en de Sociale Maribel (de subsidiëring van de tewerkstelling in de sociale sector, wv) zijn goede subsidies omdat ze jobs opleveren. Maar andere loonsubsidies zijn te absurd voor woorden."

Zoals?

"Er gaat – hou u vast – 1,5 miljard euro aan subsidies naar overwerk, ploegen- en nachtwerk. Dat is het dubbele van wat we jaarlijks uitgeven aan alle vormen van ouderschapsverloven en tijdskredieten samen. En de regering-Michel besliste dit voorjaar om de subsidies voor nachtwerk in de e-commerce nog uit te breiden. We vinden het als samenleving blijkbaar normaal om slechte arbeidsvoorwaarden te subsidiëren."

U kijkt ook naar een vermogensbelasting om de kortere werkweek te financieren?

"De rentenierssamenleving maakt haar comeback, dus is het logisch om ook naar vermogens te kijken. België is op dat vlak een belastingparadijs, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. Natuurlijk bestaan er in ons land al vermogensbelastingen, denk aan vastgoed, maar die raken vooral de middenklasse. Het financieel vermogen ontspringt al te vaak de dans. Een meerwaardebelasting op financiële activa zou de schatkist 8,7 miljard euro opleveren. Een heffing op de winsten uit aandelen alleen al 5,2 miljard euro. De bijdrage van vermogens is de olifant in de kamer.

Tot slot zal de kortere werkweek ook iets opbrengen. Je herverdeelt werkuren onder werkzoekenden en deeltijders, wat over een periode van 20 jaar ongeveer 340.000 jobs kan creëren en waardoor RVA zo'n 3,2 miljard euro kan besparen op werkloosheidsuitkeringen. Die terugverdieneffecten kunnen we herinvesteren. Met vier vijfde als de voltijdse norm zal de overheid ook onrechtstreeks besparen. Niet door te beknotten op sociale rechten, wel door de tanende populariteit van tijdskrediet. Op termijn levert dat de schatkist zo'n 400 miljoen euro op."

Een kortere werkweek countert wellicht ook de spectaculaire stijging van het aantal arbeidsongeschikten?

"Klopt. Dat is nog een ander terugverdieneffect. De langdurig zieken kosten de Belgische staat een slordige 4 miljard euro. Achter die cijfers gaan veel 55-plussers schuil, maar ook verbazend veel dertigers en veertigers. Een kortere werkweek maakt de hele loopbaan draaglijker. Uit studies blijkt dat verpleegkundigen die 6 uur in plaats 8 uur werken minder nek- en rugklachten hebben en een lager risico lopen op musculoskeletale aandoeningen. Dat zijn studies op basis van 1 à 2 jaar; stel u voor welke impact de kortere werkweek heeft over 40 jaar. Een verpleegkundige zal op 55-jarige leeftijd in veel betere gezondheid zijn. Nu is het werk te zwaar om vier decennia vol te houden. Of zullen we gewoon verpleegkundigen blijven importeren?"

In uw stappenplan naar die 30 urenweek wil u bescheiden beginnen, schrijft u.

"Ik stel voor om de transitie naar die 30 urenweek te organiseren als een hordeloop van 20 jaar, met de 35 urenweek als tussenstap na 10 jaar. Die transitieperiode is nodig zodat de loonkosten niet exploderen en de werkorganisatie zich kan aanpassen. In die eerste 10 jaar gaan we financiële incentives creëren voor bedrijven die op vrijwillige basis aan de slag gaan met de kortere werkweek en ruimen we praktische obstakels uit de weg. Femma moest dit jaar een jurist onder de arm nemen om in haar eigen organisatie een experiment met de 30 urenweek op te starten. Dat is te gek voor woorden."

Wat is het voornaamste praktische obstakel?

"De Loonnormwet. Dat is de wet die bepaalt dat de Belgische lonen niet sneller mogen stijgen dan in de buurlanden. Want een kortere werkweek mét loonbehoud betekent natuurlijk hogere uurlonen. Ik stel daarom voor om voor werktijdverkorting een uitzondering in te schrijven op de Loonnormwet."

Veel succes. Dat is taboe voor zowat alle partijen.

"Dat weet ik. Toch is het debat over de loonnorm genuanceerder dan sommigen laten uitschijnen. De loonnorm heeft een aantal manco's. De genereuze bedrijfssteun wordt niet volledig meegerekend in de vergelijking met de buurlanden. Ook houdt de loonnorm te weinig rekening met productiviteit. België is duurder dan de buurlanden per uurloonkost, dat klopt, maar als je de productiviteit meetelt valt het leeuwendeel van dat verschil weg; het verschil met Frankrijk verdwijnt zelfs volledig. Bovendien speelt bij bedrijven die internationaal competitief zijn de loonkost niet zo'n doorslaggevende rol. In de automobielsector bedraagt de loonkost 7% van de productiekost. Onze dure elektriciteit is vaak meer een issue."

Terug naar die eerste fase van de hordenloop. Naast het weghalen van praktische obstakels, wil u ook een subsidielijn openen.

"Op dit moment subsidiëren we bedrijven die op vrijwillige basis de werkweek inkorten voor een bedrag van 9 miljoen euro. Dat is peanuts. Ik stel voor om de subsidiepot te laten aandikken tot op zijn minst 1,5 miljard euro. Dat is wat we vandaag uitgeven aan subsidies voor overwerk, ploegen- en nachtwerk. Bedrijven die op vrijwillige basis de arbeidstijd inkorten, krijgen daarvoor tijdelijke subsidies. Na 10 jaar is de 35 urenweek de wettelijke norm.

Daarna volgt de tweede fase, met subsidies voor bedrijven die op vrijwillige basis naar een 30 of 32 urenweek gaan, op voorwaarde dat ze minder werken koppelen aan extra tewerkstelling. Op termijn stel ik voor om 40% van de brutokost van de 30 urenweek te subsidiëren. Concreet moet de subsidiepot op 20 jaar tijd aangroeien tot ruim 17 miljard euro."

Toch een gigantisch bedrag?

"Dat lijkt zo, maar het is niet onbetaalbaar. Veel middelen kunnen komen van het heroriënteren van bestaande bedrijfssteun of van het herinvesteren van de terugverdieneffecten. In essentie is het een politieke keuze."

Waar zitten de politieke medestanders om de kortere werkweek te realiseren?

"Die zitten voorlopig voornamelijk aan Franstalige kant. Elio Di Rupo schreef een boek over de vierdagenweek. Ook PTB en Ecolo kijken in die richting. In een aantal gemeenten gaat men ermee aan de slag. De oudere werknemers van Sint-Joost-ten-Node werken sinds dit jaar vier vijfde voor een voltijds loon en die van het Waalse Gewest zullen dat vanaf 2019 doen.

Aan Vlaamse kant is PVDA voorlopig de enige voorstander. Groen en sp.a kijken de kat uit de boom. In zijn boek Ctrl+Alt+Del zet John Crombez de deur op een kier. Hij wil van 30 uur de nieuwe norm maken in de sociale zekerheid, maar voor mij gaat hij niet ver genoeg. Het idee van de kortere werkweek kan de linkerzijde nochtans nieuw zuurstof geven. Progressieven moeten opnieuw durven dromen. De achturendag was zogezegd ook onrealistisch."

Wat weerhoudt hen om daar vol voor te gaan?

"Collectieve oplossingen lijken te vloeken met de tijdsgeest. Wellicht deinzen ze wat terug om daar radicaal tegen in te gaan. We leven in een tijdperk van het individu. Mensen zijn zogezegd vrij om zelf te beslissen hoeveel uren ze werken. Maar die 'keuze' is een illusie. Veel mensen zouden het graag wat rustiger aan doen, maar botsen op allerlei barrières. Denk aan het loonverlies, maar ook aan een werkorganisatie die individueel minderen niet toelaat. Net een collectieve arbeidsduurverkorting creëert individuele vrijheid.

Toch groeit het draagvlak. De ouderenbeweging Groen Plus en jongerenbeweging Jongsocialisten zijn voorstander van het idee. Het is wachten op voortschrijdend inzicht aan de top van die partijen."

Kijkt u ook naar andere partijen dan de linkse partijen, om de korte werkweek te realiseren?

"Absoluut. Ik denk aan CD&V, de klassieke gezinspartij. En waarom zou een progressieve liberaal niet voor arbeidsduurverkorting kunnen zijn?"

Zegt u het maar.

"Een kortere werkweek zorgt voor meer gemotiveerde en productieve werknemers. Ook kunnen arbeidsvormen, waarbij je de bedrijfstijd verlengt maar de arbeidsduur verkort, interessant zijn voor de werkgever. Ik denk aan fabrieken die zo dure machines langer kunnen laten draaien, maar ook aan de retailindustrie. Als Mediamarkt 2 uur langer opent en goede zaken doet tussen 6 en 8 's avonds, kan de kortere werkweek een pasmunt zijn.

Wie weet overtuigen dit soort praktijken ook meer liberale partijen om een kader te creëren voor bedrijven om hiermee aan de slag te gaan. Collectief minder werken is geen utopie. Als ze wil, kan de volgende regering in 2019 al een eerste reeks maatregelen nemen die praktische obstakels wegneemt en financiële incentives creëert voor de kortere werkweek."

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 4 tot 11