Log in

De opmars van de kortere werkweek

In bijna al onze buurlanden worden akkoorden gesloten opdat werknemers minder kunnen werken.

Wereldvreemd, dat zijn vooral de rabiate tegenstanders van de kortere werkweek. Het zijn degene die zeggen dat het compleet onhaalbaar is die nood hebben aan een kleine reality check. Waarom? Omdat het gebeurt, omdat de kortere werkweek realiteit is, op onze wereld, hier en nu. Zij die zeggen dat het absoluut niet kan zijn dus, bijna letterlijk, vreemd aan de realiteit van onze wereld. Maar we bieden hen graag een helpende hand, en geven daarom een zeer kort overzicht van enkele recente akkoorden rond arbeidsduurvermindering. En je zal zien: arbeidsduurvermindering is geen utopie, maar (mits enige strijd en druk) een haalbare kaart.

We starten in Spanje waar de flexibilisering van de arbeidstijd in de distributiesector een halt werd toegeroepen met een sectorakkoord. Voor de bekende keten El Corte Inglés vertaalde zich dat in november 2017 in een akkoord dat de arbeidsduur op jaarbasis verlaagt met 28 uur. Niet gigantisch, maar het ging wel samen met het beperken van atypische werkuren, het verhogen van de voorspelbaarheid van de uren en het verminderen van opeenvolgende lange dagen.

Voor een tweede reeks akkoorden gaan we naar Duitsland, waar werknemers de keuze gegeven wordt tussen tijd of (extra) geld. In 2016 sloot Deutsche Bahn een akkoord met de vakbond EVG met de volgende keuzes voor werknemers: een loonsverhoging van 2,6%, een vermindering van de wekelijkse arbeidsduur met ongeveer 1 uur of 6 dagen extra betaalde vakantie. Ongeveer de helft koos voor het geld en de andere helft voor extra dagen vakantie. Amper 2% koos voor de vermindering in de wekelijkse arbeidsduur. Interessant is ook dat Deutsche Bahn bijna 15.00 werknemers moest aannemen om te compenseren voor alle werknemers die extra vakantie namen.

Het experiment werd positief geëvalueerd en er is nogal wat vraag voor een vergelijkbaar akkoord voor de volgende twee jaar. Het systeem werd ook ongeveer gekopieerd door Deutsche Post in 2018. Daar kwam er een akkoord met de vakbond Ver.di dat eenzelfde soort keuze laat voor de 130.000 werknemers om een loonsverhoging van 5,1% (deels of helemaal) om te zetten in extra vakantie.

Ook het bekende akkoord van IG Metall van begin dit jaar bevatte (onder andere) de keuzemogelijkheid om een (nieuwe) jaarlijkse premie om te zetten in extra verlofdagen. Daar is de omzetting zelfs disproportioneel: men krijgt dus meer tijd dan de extra premie eigenlijk waard is.

De meest recente voorbeelden zijn misschien Duits, maar het experimenteren met werknemers de keuze te geven tussen loonsverhogingen en arbeidsduurverminderingen is zeker niet beperkt tot dat land. Het werd reeds eerder toegepast in Oostenrijk onder de noemer 'Freizeitoption'.

Kiezen tussen tijd en geld is natuurlijk niet altijd simpel. Daarom is het positief om te zien dat er ook vele recente akkoorden zijn waar werknemers helemaal niet hoeven te kiezen. Daar krijgen ze namelijk een loonsverhoging én een vermindering van de arbeidstijd. Een bloemlezing.

In Nederland kwam de vakbond FNV Beveiliging in september 2018 tot een akkoord voor de 30.000 werknemers in de beveiliging. Het akkoord zette een loonsverhoging op van 1,5% en 1,75% voor de volgende twee jaar, een garantie dat 80% van de werknemers onder vaste contracten zal werken en een geleidelijke arbeidsduurvermindering van 2 uur per week over de volgende twee jaar (van 38 naar 36 uur). De kortere werkweek in de praktijk.

In april van dit jaar kwam Deutsche Telekom tot een akkoord met vakbond ver.di over zijn 55.000 werknemers. Het akkoord voorziet een loonsverhoging van om en bij de 5% én een vermindering van de arbeidstijd per week met 2 uur. Ze gaan dus van een 38 uren- naar een 36 urenweek. Die wordt echter op jaarbasis berekend waardoor de arbeidsduurvermindering neerkomt op 16 extra vakantiedagen.

Voor het laatste voorbeeld gaan we naar Groot-Brittannië waar vakbond CWU in januari een akkoord sloot met Royal Mail. Ook hier wordt de arbeidsduur met 2 uur per week (van 39 naar 37) verminderd over de volgende twee jaar én zijn er loonsverhogingen voorzien van 2%. Hier is opvallend dat deeltijdswerkenden geen arbeidsduurvermindering krijgen, maar wel een equivalente extra loonsverhoging zodat er geen discriminatie is. Tegen 2020 moeten een echte 35 urenweek bereikt worden.

Samengevat: in bijna al onze buurlanden worden er akkoorden gesloten die het mogelijk maken voor werknemers om minder te werken. Soms door hen te laten kiezen tussen tijd en geld; soms door ze beide aan te bieden. De kortere werkweek is een realiteit.

In het Engels zeggen ze mooi: the proof of the pudding is in the eating. Als de kortere werkweek echt kan, dan moeten we dat zien in de praktijk. Blijkt dat er niet zomaar een pudding bestaat maar een heel buffet. En nog steeds zijn er velen die het bestaan van de pudding ontkennen. Jammer, want pudding is lekker.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 12 tot 13