Log in

Frames, formats en selfies

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 74 tot 76

Frames, formats en selfies

Jan Blommaert
epo, Antwerpen 2018

We zijn geneigd de onlinewereld als niet echt op te vatten, als louter virtueel. Maar ook de onlinewereld geeft vorm aan het sociale leven en beïnvloedt de offlinewereld. We bevinden ons op een snijpunt van die twee.

De online-infrastructuur heeft een enorme nieuwe ruimte geschapen, waarbinnen zowel oude als nieuwe normen gelden. Heel wat gedrag wordt in 'formats' gegoten, een kader van wat als normaal gedrag geldt. Dit kan merkwaardig uniform en verspreid zijn over de hele wereld en dat stelt vragen bij ons uniek, creatief en autonoom zijn. Het web heeft eigen gemeenschappen geschapen, die grotendeels onzichtbaar blijven en soms ook heel tijdelijk zijn. Het zijn daarom lichte gemeenschappen, maar ze leggen niet minder gedragsregels op.

Blommaert gaat uitvoerig in op één van de zogenaamde campusmoorden in Californië. De dader, Elliot Rodger, handelde volkomen alleen maar was geen 'lone wolve'. Hij handelde vanuit een volledig ontwikkeld wereldbeeld, dat hij letterlijk op het web geleerd had. Hij sloot aan bij een platform, dat een heuse leeromgeving werd en zijn persoonlijke woede kanaliseerde in een specifiek format. Op die manier handelde hij niet alleen en is het ook niet verwonderlijk dat hij navolging kreeg.

De cultuur in de lichte onlinegemeenschappen is ludiek, in de betekenis die de befaamde historicus Johan Huizinga er aan gaf. Je voert wat je echt boeit spelenderwijs uit, maar met veel ernst en toewijding. Iemands identiteit wordt bepaald door de manier waarop hij in het spel de regels en relaties vormgeeft. Wat je in het echte leven bent heeft daar niets mee te maken. In je onlinewereld ben je vrij, maar ervaar je toch het beeld dat je van jezelf creëert als het echte zelf.

We willen trouwens algemener onze eigen waarheid opdringen. Je ziet het aan de manier waarop we met ons lichaam omgaan. We proberen een soort verhaal uit te dragen dat derden kunnen aflezen uit onze kledij en ons gedrag. We 'formatteren' onszelf, schrijft Blommaert. Voor een stuk passen we ons daarbij aan regels van sociale groepen waar we willen bij horen. Maar we proberen toch vooral een creatieve toets aan te brengen, het accent dat ons uniek kan maken. Ook daar geeft de auteur uitvoerige voorbeelden van: hoe moslima's op het net omgaan met religieuze kledingvoorschriften en hoe in Azië het vrouwelijk schoonheidsideaal 'geformatteerd' wordt. De zorg voor het lichaam wordt gemoraliseerd. Dat wordt nog geïllustreerd met massaevenementen als de 'Ten Miles' en de rage van de tatoeages.

Hoe we met ons lichaam omgaan is maar een voorbeeld. We zijn constant bezig met hoe we overkomen en passen onze internetprofielen voortdurend aan. Alleen leggen de sociale media ons beperkingen op en bepalen algoritmen wie en wat we te zien krijgen. Zonder dat we het willen worden we ook 'data subjects', die in bepaalde profielen geperst worden (verdacht, onschuldig, …). Het zijn profielen die echte identiteiten worden, waarmee we echter geen enkele voeling hoeven te hebben en al zeker geen enkele controle. Toch hangen er soms belangrijke consequenties aan vast. Of we het nu willen of niet, naast ons gewone fysieke leven bestaan we steeds meer bij de gratie van wat machines van ons maken. Posthumanisme noemt Blommaert dat.

'We formatteren onszelf, ja, maar we worden ook door anderen geformatteerd zonder dat we er zelf iets over te zeggen hebben.' (111). Zo vat Blommaert zelf zijn boekje samen. Hij voegt er aan toe dat dit op te vatten is binnen een Groot Verhaal, dat een verhaal is waarbinnen de samenleving totaal veranderd is. Hij ziet vijf knelpunten.

We moeten ermee ophouden te doen alsof de onlinewereld niet tot de 'echte' wereld hoort. Massamoordenaars maken wel degelijk echte slachtoffers. We kunnen ten tweede niet volhouden dat we in een tijdperk leven van ongebreideld individualisme. Wat overkomt als volstrekt individueel en persoonlijk heeft een diepe collectieve dimensie. Ten derde moet worden vastgesteld dat de publieke sfeer opgedeeld is in vele 'publieken'. Sommige zijn heel klein, maar kunnen toch een belangrijke invloed uitoefenen. Ten vierde, dat ons gedrag wordt 'geformatteerd', is op zich niet in tegenstelling met vrijheid. Problematisch wordt het alleen als die formattering gebeurt door actoren waar geen controle op is. Ten slotte is een meervoudige identiteit geen probleem op zich. Het is integendeel niet wenselijk om te streven naar een enkel format, dat we voor eens en voor altijd vastleggen en volgen. Beweeglijkheid en veranderlijkheid, of superdiversiteit in onze identiteiten, is gewoon normaal.

Jan Blommaert schreef een klein, maar interessant boekje. De onlinewereld lijkt me inderdaad even reëel als de offlinewereld. Ik weet eigenlijk niet zeker of er zoveel mensen zijn die dit ontkennen. Maar de idee van 'lichte gemeenschappen' voegt hier toch iets belangrijk aan toe. Zelfs als mensen op hun fysieke eentje vastrijden in een vorm van waanzin, kunnen ze dat doen als lid van een gemeenschap. Die gemeenschap leert en stimuleert hen. Blommaert schetst hoe we proberen ons eigen verhaal op te bouwen, bijvoorbeeld via ons lichaam, maar dat toch weer doen vanuit formats die door anderen bepaald worden. Zelfs als we onze accenten willen leggen, doen we dat niet vanuit het luchtledige. Het is misschien verrassend dat Blommaert op het eind dan toch schrijft dat daarmee de vrijheid niet verdwijnt. Hij heeft wellicht gelijk om te vrezen voor wat we niet eens kennen en zeker niet controleren. Maar is op dat vlak nog een weg terug?

Nog een woord over meervoudige identiteit. Ik herlas onlangs een oud boek, dat de titel draagt: Leven in meervoud. Het is van de inmiddels overleden psychiater Jan Hendrik Van den Berg. Meervoudige identiteiten zijn volgens hem ontstaan vanaf de 18e eeuw, als gevolg van een onbedaarlijke wens om te delen en steeds verder te delen. Op de duur verdwijnt iedere inhoud en blijft alleen een blind proces over. Het moderne consumentisme is daar een vorm van. Ik wil maar de vraag stellen of het probleem bij de onlinewereld ligt, of niet reeds bij de dolgedraaide offlinewereld.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 74 tot 76