Log in

Globalisering voor de rijken, populisme voor de rest

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 2 tot 3

Burgers laven zich aan de geborgenheid van 'thuis'. Precies omdat ze er zich steeds minder aan kunnen onttrekken.

Geef op Google 'How populist are you?' in en je komt terecht op een quiz van The Guardian waarbij je kan uitvissen hoe populistisch je bent en op welke politieke leider je lijkt. Benieuwd als ik ben, vulde ik die in. Wat bleek? Ik zit net op de grens van 'niet-populistisch links' en 'populistisch links'; en de leider op wie ik het meest lijk is Pablo Iglesias van het Spaanse Podemos. Het resultaat verbaasde me - ik definieer mezelf eerder als centrumlinks - maar tegelijk ook niet: met de dag voel ik mijn opvattingen radicaliseren en groeien mijn ergernissen over hoe aan politiek wordt gedaan. Ik ben niet dit enige. Dit gevoel is wijd verspreid. In datzelfde dossier van de Britse krant over het 'nieuwe populisme' lezen we dat meer dan een kwart van de Europeanen populistisch stemde in hun laatste verkiezingen en dat ondertussen in 11 Europese landen populisten mee aan de macht zijn. Dit hoeft ons niet te verbazen: de globalisering is er voor de rijken, het populisme voor de rest.

Globalisering betekent, in essentie, de bevrijding van de factor kapitaal. Bij gebrek aan grenzen maakt het flitskapitaal het overgrote deel uit van alle financiële transacties. Welvaart wordt nog steeds gecreëerd, dat is het probleem niet, alleen sijpelt het in een geglobaliseerde wereld langs alle gaten weg. De onlangs overleden industrieel Albert Frère bracht zijn vermogen onder in een Nederlandse stichting, ver weg van alle successierechten. Paul de Grauwe stelde in Mo* dat iemand met enkele miljarden op zijn spaarrekening een gevaar is voor onze democratie. 'Honderd miljoen meer of meer, dat maakte geen verschil in zijn leven', grinnikte Etienne Davignon in Terzake bij het overlijden van zijn kompaan. De elite leeft en denkt onaantastbaar, vadsig en decadent, financieel en mentaal volledig losgezongen. Ze doet zonder omkijken haar ding, beïnvloedt steeds schaamtelozer politieke leiders en minacht de mensen die hun geld verdienen met werken.

Hoe anders vergaat het de steeds grotere groep die niet in de mogelijkheid is fysiek of mentaal even te ontsnappen? Door de stijgende kosten blijft op het einde van de maand gewoonweg steeds minder over. En als ze dan eens weg kan, wordt ze met de nek aangekeken omdat ze vliegt met 'het te goedkope' Ryanair. Voor die groep wordt de wereld net kleiner en het 'thuisgevoel' belangrijker. De Nederlandse socioloog Jan Willem Duyvendak noemt dat, naar zijn gelijknamig boek, 'het drama van een sentimentele samenleving'. 'Thuis' heeft in alle mogelijke invullingen een prominente plaats in het debat gekregen. Ook de natie is verhuiselijkt. Als de natie als een thuis moet voelen, dan moet uiteraard de voordeur op slot en is er maar weinig ruimte voor verschil. Burgers koesteren, beschermen en laven zich aan de geborgenheid van thuis. Precies omdat ze er zich steeds minder aan kunnen onttrekken.

Daarbij zoeken ze steeds vaker hun toevlucht tot populisten, hoewel die voor hen geen oplossingen aanreiken. Populisten zijn voorstander van harde grenzen voor mensen, maar reppen geen woord over kapitaalcontroles hoewel net hun groep kiezers daar veel meer baat bij zou hebben. Ook bieden ze geen antwoord op de twee grote uitdagingen van vandaag, die aan elkaar gelinkt zijn en waar opnieuw hun kiezers net het voornaamste slachtoffer van zijn: ongelijkheid en klimaat. Het klimaatbeleid gaat vaak ten koste van kwetsbaren. Taksen op vervuilende dieselwagens treffen vooral mensen die van hun oud, vervuilend voertuig afhankelijk zijn. Shell maakt jaarlijks 13 miljard euro winst en betaalt 0 euro belastingen in 'thuis'land Nederland; terwijl gewone gezinnen aan de pomp meer moeten betalen of, zo zagen we recent, worden aangesproken op het feit dat ze hun kerstcadeaus al kopen op Black Friday, een zwarte dag voor het klimaat met al die pakjesleveringen.

Die groep betaalt dus vaak een dubbele factuur: die van de klimaatbestrijding en die van de sociale zekerheid die steeds minder wordt gefinancierd door kapitaal. Ook het protest van de gele hesjes in Frankrijk gaat over beiden: over de taksen op de brandstofprijzen, maar evenzeer over een president die zich niet te veel aantrekt van de ongelijkheid. In eigen land is koopkracht plots ook een thema geworden. De beloofde jobs, jobs, jobs zijn er niet gekomen; België bengelt op dat vlak onderaan de Europese lijst. Bovendien bereiken de schamele 180.000 nieuwe jobs van de laatste vier jaren de gezinnen die in armoede leven veelal niet. Nog steeds leeft 13,5% van de Belgen in een gezin zonder werk; het is precies die groep werkarme gezinnen die uit de boot van de tax shift valt. Voor hen zijn er enkel de versnelde degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en de gestegen facturen.

Toch is er hoop. De gele hesjes willen zichtbaar zijn. Burgers komen massaal op straat voor actie tegen klimaatopwarming. Er is wel degelijk mobilisatie rond thema's als ongelijkheid en klimaatopwarming. En ook op politiek vlak zien we - parallel met mijn score uit de quiz van The Guardian - een radicalisering van centrumlinks: de Europese socialisten hebben een rapport klaar waarmee ze naar de Europese verkiezingen trekken met meer dan 100 voorstellen om de Europese Unie radicaal te hervormen. De teneur: het kapitalisme moet radicaal anders of de democratie stort in.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 2 tot 3