Abonneer Log in

De waarde van alles

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 79 tot 82

De waarde van alles

Mariana Mazzucato
Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2019

'Het concept van waarde moet zijn geëigende plek in het middelpunt van het economisch denken terugkrijgen. Meer stimulerend werk, minder vervuiling, betere zorg, gelijkmatiger beloningen – wat voor economie willen we? Wanneer we een antwoord krijgen op die vraag, kunnen we besluiten hoe we onze economische activiteiten gaan organiseren. (..) Mijn doel met het boek is een nieuw debat op gang te brengen, waarbij waarde weer in het middelpunt van economische argumenten staat.' Zo besluit Mariana Mazzucato haar boek De waarde van alles. De directeur van het Londense Institute for Innovation and Public Purpose geeft daarmee de indruk dat er nog een lange weg te gaan is. En dat is ongetwijfeld het geval. Maar de Amerikaans-Italiaanse econome heeft dan al wel meer dan driehonderd bladzijden lang de te volgen richting gewezen. Helder en verhalend, historisch onderbouwd. Zowat alle Nobelprijswinnaars economie van de voorbije decennia zijn de revue gepasseerd, drie eeuwen economie geanalyseerd. Correctie: geen drie eeuwen economie maar drie eeuwen politieke economie. Want daar gaat het Mazzucato in essentie om.

'Terwijl economiestudenten vroeger een rijke en gevarieerde opleiding kregen over waarde en leerden wat verschillende denkscholen erover te zeggen hadden, krijgen ze tegenwoordig alleen te horen dat waarde wordt bepaald door de dynamiek van de prijs, het resultaat van schaarste en voorkeuren. Dit wordt niet gepresenteerd als een specifieke waardeleer, maar als gewoon een grondbeginsel van de economie', schrijft ze vooraan in haar boek. Ter compensatie van dat gebrek aan historisch inzicht, leidt Mazzucato de lezer dan maar zelf door een beknopte geschiedenis van waarde, in eerste instantie om te illustreren dat liberale iconen zoals Adam Smith en David Ricardo rents (onverdiend inkomen via onder meer bankieren, grondbezit of vandaag vermogensbeheer) gewoon als parasitair gedrag beschouwden. 'Eeuwenlang werd inkomen uit het heffen van rente gezien als een onttrekking aan productieve activiteiten in plaats van een voorbeeld van een productieve activiteit.'

Het eerste hoofdstuk opent Mazzucato met een citaat uit 1929 van vakbondsman Big Bill Haywood. 'De barbaarse goudbaronnen – ze hebben het goud niet gevonden, ze hebben het goud niet gedolven, ze hebben het goud niet uit erts gewonnen, maar door een of andere bizarre alchemie hebben ze wel al het goud in hun bezit.' Tussen dat citaat en het besluit van haar boek fulmineert Mazzucato tegen de 'pakkers' die zo veel meer geld verdienen dan de 'doeners'. Tegen roofkapitalisme dat het wint van productief kapitalisme. Waarde-onttrekking is daarbij het kernwoord, een eufemisme voor systematische plundering. Grote concerns als Apple belazeren de fiscus dat het een lieve lust is, terwijl het overgrote deel van de technologie die ze zo rijk maakt door de overheid is ontwikkeld. Ze gebruiken hun winsten 'om op korte termijn de koers van hun aandelen op te stuwen, in plaats van ze te investeren in productie op lange termijn'. De farmacie onttrekt massaal geld uit de samenleving met veel te dure geneesmiddelen, waarvan de prijs op geen enkele wijze in verhouding tot de productiekosten staat. Het verschil tussen waarde-onttrekking en waardecreatie, daarover gaat het. Of beter: daarover zou het moeten gaan. Dat zulks niet het geval is, zorgt voor schrijnende ongelijkheid en maatschappelijke ontwrichting.

'Tussen 1975 en 2017 is het reële bbp van de Verenigde Staten ruwweg verdrievoudigd van 5,49 biljoen tot 17,29 biljoen dollar. Over deze periode nam de productiviteit met ongeveer 60 procent toe. Desondanks zijn sinds 1979 de reële uurlonen van de grote meerderheid van de Amerikaanse werknemers gestagneerd of zelfs gedaald. Dat betekent dat bijna vier decennia lang een kleine elite zich vrijwel de totale baten van een groeiende economie heeft toegeëigend. Is dit omdat zij zulke buitengewone productieve leden van de samenleving zijn?' Mazzucato meent het antwoord op die vraag te kennen. Maar in 2009, een jaar na de bankencrisis waarbij de Amerikaanse belastingbetaler 700 miljard dollar mocht ophoesten om Goldman Sachs te redden, beweerde de CEO van die bank nog dat zijn mensen 'tot de meeste productieve ter wereld' behoren. Niet dus. Toch geraken bankiers en bedrijfsleiders nog altijd weg met dat soort smoesjes die hun gigantische bonussen moeten vergoelijken. Omdat de mythe van waardecreatie in de economie al decennia dominant is. En bijvoorbeeld het rondpompen van geld in de financiële sector als iets productiefs wordt voorgesteld. Want prijs is waarde. Die theorie houdt nog altijd stand, ondanks de financiële crisis van 2008. De kern van die financiële crisis is 'dat de financiële sector vooral zichzelf dient en niet ten dienste staat van wat de Amerikaanse econoom Hyman Minsky (1919-1996) de 'kapitaalontwikkeling van de economie' heeft genoemd. Anders gezegd, in plaats van de industriële productie te faciliteren, is de financiële sector domweg gedegenereerd tot een casino, gericht op het zich toe-eigenen van een zo groot mogelijk deel van het bestaande surplus.'

Mazzucato wil dus het debat over waarde als middelpunt van ons denken aangaan. En een helder onderscheid maken tussen onverdiend inkomen ('rent') en verdiend inkomen (winst). Pas dan kunnen de prestaties van de economie correct worden gemeten en kan een ander bbp worden berekend. 'Progressief beleid kan niet beperkt blijven tot het belasten van rijkdom; wat nodig is, is nieuw inzicht in een nieuw debat over de schepping van rijkdom zodat er steviger en opener stelling over wordt genomen. Woorden zijn belangrijk: we hebben een nieuw vocabulaire nodig voor beleid.' Want economie is 'ten diepste een sociale wetenschap' en kan dus niet worden beoefend los van de heersende sociale en politieke context.

En die context is bekend. Privaat ondernemerschap is 'het snelle jachtluipaard dat de wereld innovaties schenkt en de overheid de voortmodderende schildpad die de vooruitgang in de weg staat. De overheid wordt neergezet als een kafkaëske bureaucraat achter stapels papier, omslachtig en inefficiënt. In dit verhaal is er altijd maar één conclusie mogelijk: we hebben meer markt en minder overheid nodig.' Behalve dan bij marktfalen, zoals bleek bij de bankencrisis. In de lijn van haar vorige boek De ondernemende staat toont Mazzucato nauwgezet aan dat het wijdverbreide narratief over de overheid (en andersom de per definitie efficiënte privésector) niet klopt. Want de overheid doet zoveel meer.

Ze investeert in infrastructuur, onderwijs, zorg, wetenschap. En ze financiert radicale, innovatieve technologieën die onze levens drastisch veranderen. Bijna alles waarvan Apple en Google beweren dat het hun verdienste is, steunt op publiek gefinancierd onderzoek. Maar waarom krijgt de overheid daar niks van terug, zo vraagt de auteur zich af. 'Zou de belastingbetaler er geen recht op moeten hebben iets terug te krijgen, behalve de reeks ongetwijfeld briljante gadgets? Alleen al het stellen van die vraag onderstreept dat we een totaal ander narratief nodig hebben over wie al die rijkdom in eerste instantie creëerde – en wie deze vervolgens onttrok.' En dus pleit ze voor de 'nieuw en dieper inzicht in publieke waarde, een begrip dat in de filosofie te vinden is maar in de hedendaagse economie vrijwel verdwenen is.

'Deze waarde komt niet uitsluitend tot stand binnen of buiten een private markt, maar in de samenleving als geheel; publieke waarde is ook een doelstelling aan de hand waarvan private markten kunnen worden vormgegeven. (..) Publieke waarden zijn waarden die een normatieve consensus bieden over 1. de rechten, baten en voorrechten die aan burgers dienen toe te komen (of niet); 2. de verplichtingen van burgers jegens de samenleving, de staat en elkaar; 3. en de principes waarop de overheid en de politiek gebaseerd horen te zijn.' Alleen al het feit dat de markt door verschillende actoren wordt gevormd, inclusief de beleidsmakers, stemt de auteur optimistisch. Het 'biedt hoop dat een betere toekomst kan worden gemaakt'. Met een ambitieuze overheid met een langetermijnvisie op onder meer klimaatverandering, gelijkheid of vergrijzing.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 79 tot 82