Abonneer Log in

De onzichtbare wooncrisis

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 77 tot 79

De onzichtbare wooncrisis

Joy Verstichele
Epo, Berchem, 2018

De Belg is met een baksteen in de maag geboren. Het is een cliché zo groot als, jawel, een huis. Maar zoals wel vaker met clichés het geval is: fout. Het is het beleid dat de Belgen gulzig maakt. Met na de Tweede Wereldoorlog de wet De Taeye voor het verwerven van individuele woningen, bij voorkeur in eindeloze bouwlinten aan elkaar geregen. En vooral ook met fiscale voordelen, tegenwoordig gekend als de woonbonus, die eigenaars jarenlang belonen omdat ze in staat zijn een huis te verwerven.

De overheid doet er dus veel, zo niet alles, aan om van zoveel mogelijk Belgen woningeigenaars te maken. En toch bezit ‘slechts’ zeventig procent een eigen woning. Afgerond dertig procent woont in huurhuizen. Over die huurmarkt schreef Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurplatform, een bescheiden maar onderbouwd en toegankelijk boekje: De onzichtbare wooncrisis. Aan de hand van concrete verhalen illustreert Verstichele zijn dubbelstelling dat er een gigantisch probleem is op de Vlaamse privéhuurmarkt en dat Vlaanderen veel te weinig sociale huurwoningen telt. De sociale koopwoningen komen niet aan bod.

De auteur heeft het over de middeleeuwse, vernederende uithuiszettingen, waarvan de maatschappelijke kost veel hoger oploopt dan wanneer de wanbetaler op een andere wijze wordt opgevangen. Leegstandbeheerders à la Camelot met hun schimmige huurcontracten beschouwt hij als partners van eigenaars die hun pand speculatief laten leegstaan. Praktijktesten op de huurmarkt vergelijkt hij met flitscontroles op de autoweg. Weinig burgers betwijfelen of de overheid wel mag flitsen. Maar mystery calls, hola neen: dat neigt naar nazipraktijken, vindt de grootste eigenaarsorganisatie. Niet dat er geen behoefte aan praktijktesten is: een derde van de verhuurders verklaart niet te willen verhuren aan kandidaten met een door het OCWM betaalde huurwaarborg. Meer dan een vijfde geeft toe niet te verhuren aan mensen met een andere origine. In de praktijk liggen die cijfers ongetwijfeld nog hoger.

Het blijft relevant om te herhalen dat de regering wist dat 230.000 gezinnen de huurwaarborg van twee maanden al niet konden betalen, maar cynisch besliste om die naar drie maanden op te trekken. Of dat 165.000 Vlaamse gezinnen na het betalen van de huur te weinig overhouden om de maand menswaardig door te komen. Dat zijn drie huurders op de tien! Eén op vijf Belgische gezinnen leeft in energiearmoede. Huurders hebben vier keer meer kans om in armoede te eindigen dan eigenaars. Bijna de helft (47%) van de privéhuurhuizen voldoet niet aan de basiskwaliteit. Helaas ligt dat cijfer in de door de overheid beheerde sociale huisvesting even hoog.

Vlaanderen telt 155.000 sociale huurwoningen. Goed voor 6,7% van woningmarkt. Ter vergelijking: een stad als Wenen heeft 220.000 sociale huurwoningen. Nederland telt nog altijd 35% sociale huurwoningen, hoewel daar de voorbije decennia in de drang naar liberalisering honderdduizenden woningen door de wooncorporaties zijn afgestoten. Er staan bij ons bijna evenveel mensen op een wachtlijst als er sociale huurwoningen zijn (135.000 versus 155.000). Een klein gezin wacht gemiddeld drie jaar, een groot tot tien jaar… Toenmalig minister van Wonen, Freya Van den Bossche (sp.a), tekende in 2009 voor het eerst een groeipad uit voor de stiefmoederlijk behandelde sociale huisvesting. Er zouden tegen 2020 43.000 sociale huurwoningen bijkomen. De volgende Vlaamse regering vond die ambitie te hoog. Het mocht wat minder zijn.

Al jaren ondermijnt rechts het draagvlak voor sociale huisvesting. Dat gebeurt onder meer door te insinueren dat gigantisch veel mensen ten onrechte in een sociale huurwoning wonen. Want volgens het nieuwe mantra mag het in geen geval over volkshuisvesting gaan. Niet dat de overheid ooit zoveel woningen op de markt bracht dat er van echte volkshuisvesting sprake was, maar er was alvast het streven naar een sociale mix. Foute boel, roept rechts. Sociale woningen mogen alleen naar de allerarmsten gaan. Wie erin slaagt zijn inkomen te verhogen, moet uit de sociale huisvesting worden verdreven. Voor rechts gaat het immers om armenhuisvesting. Tegelijkertijd roept het dat sociale huisvesting armoede aantrekt. Terwijl elke expert kan staven dat sociale huisvesting mensen versterkt en kansen biedt.

Zo is de jacht op domiciliefraudeurs open verklaard. In acht jaar tijd werden daarbij 17 (zeventien!) mensen in vervolging gesteld: 0,0001 van alle sociale huurders! Ook de eigendomsvoorwaarde om in aanmerking te komen voor een sociale woning is verstrengd, net zoals de taalvoorwaarde. De auteur geeft het voorbeeld van een vrouw die 1/16de van een woning heeft geërfd. Haar schoonmoeder woont nog in dat huis. Plotseling staat de erfgename voor de keuze: ‘Ofwel moet ze duizenden euro’s notariskosten betalen om haar deeltje weg te schenken of te verkopen, ofwel moet ze haar eigen sociale huurwoning verlaten.’

De suggesties die Verstichele doet voor een ommekeer zijn niet erg origineel, maar er bestaan ook geen duizend remedies. Het komt neer op extra sociale woningen, want sociale huisvesting is een topproduct. Maar dat is een langetermijnproject (nu komen er in Vlaanderen jaarlijks gemiddeld 2.300 sociale woningen bij, waarvan meer dan een vierde koopwoningen). En dus pleit de auteur voor een slim geregulariseerde private huurmarkt. Een systeem van geconventioneerd huren, waarbij de overheid tussenkomt door het verlenen van conformiteitsattesten en het vastleggen van de huurprijs. Extra geld voor sociaal en bescheiden wonen wil hij halen uit het geleidelijk terugdringen van de woonbonus, naar het oude recept van Pascal De Decker. De woonbonus is een ongelijkheidsmachine die eigenaars met geld bevoordeelt ten opzichte van huurders met weinig geld. Het geld van het Vlaams woonbeleid gaat voor 84% naar eigendomsverwerving, 14% naar sociale huisvesting en 2% naar de privéhuurmarkt. Een herverdeling van arm naar rijk. Alleen heeft de lagere middenklasse het ook al jaren moeilijk. Heeft het afnemen van haar woonbonus niet verdacht veel van een variant van de visie van rechts op sociale huisvesting: alleen de allerarmsten mogen ervan genieten?

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 77 tot 79