Abonneer Log in

Oproerkraaiers worden in stilte geboren

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 74 tot 76

Oproerkraaiers worden in stilte geboren

Jozefien Daelemans, Matthias Somers, Yousra Benfquih, Hendrik Vos, Caroline Copers, Herman Balthazar, Alicja Gescinska, Jinnih Beels
Curieus, Brussel, 2018

In 1939 schreef Camille Huysmans in de Volksgazet 14 brieven, die na de oorlog gepubliceerd werden in een boekje Brieven aan een jongen socialist. Hij had het over verschillende thema’s, die ook vandaag nog actueel zijn. Curieus, een organisatie die zichzelf een progressieve culturele inspiratiefabriek noemt, haalde er een achttal citaten uit en legde die voor aan evenveel mensen uit heel diverse hoek. Ze werden gevraagd om een antwoord te formuleren voor de jongeren van vandaag. Ze werden uitgegeven in een boekje, dat spijtig genoeg moeilijk leesbaar is omwille van de kleuren die op alle pagina’s gesmeerd zijn. Het is niettemin boeiend.

Huysmans leefde bijna honderd jaar, maar hij leefde in een andere tijd. Hij heeft vooral een enorme ontwikkeling meegemaakt en speelde een rol van eerste rang in de emancipatie van de arbeidersklasse. Hij heeft ervaren en getoond hoe een beweging wel degelijk het verschil kan maken. Er is misschien reden om vandaag kritiek te hebben op partijen en vakbonden, maar het is toch goed om af en toe te luisteren naar mannen en vrouwen die er in het verleden hun beste krachten hebben aan gewijd. Huysmans heeft dat gedaan als militant, parlementslid, minister, Kamervoorzitter en burgemeester.

Eén van de citaten heeft het over klassenstrijd. In 1939 reageerde Huysmans op de stelling dat het socialisme geen klassenbelangen te verdedigen heeft, maar zich moet inzetten voor de hele gemeenschap. Hij reageert daar met enig cynisme op. In zijn antwoord waarschuwt Matthias Somers voor de idee dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor wat hij van zijn leven maakt. Als iedereen zijn eigen belang nastreeft, zoals het kapitalisme predikt, komt men niet uit bij een rechtvaardige samenleving. Socialisme blijft wel degelijk een bevrijdingsideologie, waarin strijd tegen ongelijke machtsverhoudingen nog altijd klassenstrijd mag worden genoemd. We zijn tegenwoordig allemaal progressief, denk ik dan, maar dat is niet genoeg.

In een ander citaat heeft Huysmans het over de machines die in de plaats van de arbeider gekomen zijn. De machine werkt voor hem, schrijft Huysmans, maar Caroline Copers van het Vlaams ABVV gaat vooral door het op vervolg van zijn analyse: ‘(…) het kapitalisme is nutteloos en schadelijk.’ We moeten wel degelijk een keuze maken tussen links en rechts. De economie sijpelt niet zo maar door, de vrije markt lost de problemen niet vanzelf op. Voor Huysmans was het milieu daar nog niet bij, maar Copers pleit voor een klimaatneutrale en circulaire economie en voegt er in een adem aan toe: daar moeten we voor kiezen en voor gaan. De samenleving is maakbaar.

De citaten van Huysmans geven op eenzelfde manier de kans om in te gaan op thema’s als racisme (Yousra Benfquih) en democratie en vrede (Hendrik Vos). Er is zelfs een citaat bij over de dictatuur van het proletariaat. Het is een mooi citaat, waarin Huysmans zich zeer duidelijk uitspreekt en schrijft dat die nergens bestaat. Wat bestaat is de dictatuur van een partij en hij voegt er aan toe: niet een massapartij, maar een dictatuur over de massa. Zelf komt hij op voor vrijheid van denken en spreken: ‘We zijn democraten. Geen dictaat-heeren. Menschen die geen dwang aanvaarden, noch van boven, noch van onder.’ Ik denk dat dit inderdaad duidelijk is. Herman Balthazar zorgt voor een historische context, maar hij roept de jongeren vooral op om de eigen oude vormen en gedachten te verlaten. Er is volgens hem genoeg nieuwe inspiratie te vinden in de socialistische ideologie.

In verschillende bijdragen zit een aansporing om radicaler te worden. Huysmans pleit echter ook voor tact, wat hij ‘goede smaak in het handelen’ noemt. Jozefien Daelemans denkt dat het de jongeren zijn die kunnen leren hoe te communiceren. Zij hebben immers al meermaals getoond dat ze helemaal niet lui, zelfingenomen, narcistisch en gemakzuchtig zijn. Huysmans vond het ook nodig dat socialisten verdraagzaam, maar ook vrije denkers zijn. Ze moeten betere christenen en liberalen zijn dan de christenen en liberalen. Alicja Gescinska sluit zich daarbij aan. Ze nodigt de jongeren uit om zich ook eens in de plaats van de ander te zetten. Die kan ook gelijk hebben. Echt vrij denken vergt de moed om zichzelf in vraag te stellen. Huysmans voegt daar nog iets belangrijks aan toe: geduld. Je kan niet alles in een keer bereiken en moet je soms tevreden stellen met onvolkomen oplossingen. Jinnih Beels spreekt dat niet tegen, maar roept toch op om de lat toch voldoende hoog te leggen. Geduld is vooral geen berusting, onderstreept zij.

Oproerkraaiers worden in stilte geboren is geen boek dat je van je sokken blaast. Het is eigenlijk geen boek, maar een brochure. Maar dat de oude Huysmans van stal gehaald wordt, is op zich een goede zaak. In tijden waarin socialisme in het defensief zit is even terugkijken altijd goed. Je hebt meestal meer dan je zelf wel dacht. Mij lijkt de belangrijkste les van de socialist, die op het einde van zijn leven echt wel een oude krokodil geworden was, dat socialisme radicaal mag zijn. Zoals de economie nu draait kan het nooit lukken. Dat sluit niet uit dat er geen vrijgeleide is om alle tact overboord te gooien, dat er grenzen aan polarisatie zijn en dat geduld nodig is. De auteurs die de lessen van Huysmans doorgeven hebben dat duidelijk begrepen, en brengen een mooie vertaling en aanvulling.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 74 tot 76