Abonneer Log in

Gigantisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 80 tot 84

Gigantisme

Geert Noels
Lannoo/Spectrum, Tielt, 2019

Geert Noels heeft een nieuw boek uit, een mooie uitgave. Hij krijgt onmiddellijk veel aandacht en mag zelfs in een populair tv-programma. Hij schrijft dan ook goed en bevattelijk. En met zijn nieuwe analyse van de wereldeconomie lijkt hij de problemen bij de wortel aan te pakken. Reeds in zijn vorige boeken pleitte hij voor duurzaamheid. Hij had het zelfs over een duurzaamheidsrevolutie. Hij lijkt boven de partijen te staan, niet rood of groen of wat dan ook, maar gewoon een wijze man. Maar als in een dubbelinterview Johan Van Overtveldt zegt dat hij voor meer dan 90% akkoord gaat, moet men toch oppassen.

In 2008 maakten we volgens Noels geen financiële crisis mee, maar een ontsporing van het systeem. Het was een eerste hartinfarct als gevolg van een obsessie met groei. Alles wordt opgeofferd om maar verder te groeien. De echte oorzaak van de crisis is er vandaag nog, zelfs in sterkere mate. De centrale banken, die omwille van hun onafhankelijkheid aan democratische controle ontsnappen, spelen daarin een belangrijke rol. Niet dat groei als zodanig een probleem is. Het gaat om buitenmaatse of ziekelijke groei, gigantisme. Groei wordt pas een probleem vanaf een bepaald niveau, een omslagpunt. Voorbij dat punt, dat nergens precies bepaald wordt, worden ondernemingen, instituten, ngo's, internationale organisaties of voetbalclubs ziek. Het is een besmettelijke ziekte en Noels beschrijft de symptomen uitvoerig: abnormale grootte, abnormale concentratie en abnormale winsten. Hij somt ook de vele factoren op die het gigantisme in de hand gewerkt hebben. Alleen megabedrijven, waar de overheid geen impact meer op heeft, blijven over. Het is te vergelijken met de Champions League, waarin kleine landen en clubs niet meer meespelen met de groten.

Vooral in de VS lijdt de economie aan gigantisme, terwijl Europa het eerder bestrijdt en tegelijk de dominantie ondergaat uit andere regio's. Maar Europa heeft dan weer meer overheid, '(…) waardoor bij ons bijvoorbeeld de sociale zekerheid gigantische proporties heeft aangenomen in vergelijking met het buitenland. De overheid heeft in Europa de traditionele zelfredzaamheid vervangen, waardoor ze nu zelf in alle geledingen dominant tegenwoordig is. Ik pleit niet voor minder solidariteit, maar ik pleit er wel voor dat die solidariteit minder door de overheden wordt georganiseerd, en meer door lokale gemeenschappen, familie en vrienden. De overheid institutionaliseert nu diensten die vroeger efficiënter, goedkoper en menselijker gebeurden.' (48).

Gigantisme leidt letterlijk tot welvaartziekten. Er is een verband tussen hypermarkten en obesitas en stijgende misdaadcijfers. De arbeidsmarkt wordt gepolariseerd door een toename van slecht betaalde jobs en een boom van erg goed betaalde jobs. Burn-out komt vaker voor in grote tech-bedrijven en wellicht in grotere bedrijven zonder meer. Ook in overheidsinstellingen zorgt gigantisme voor problemen: meer misdaden in grote scholen, ook meer pesten. In kleine landen is het geluksgevoel groter, terwijl het omgekeerd is in megasteden. Het geluksgevoel ligt er lager, maar ook de gezondheid is er minder goed. '(…) het gaat in tegen de natuur van de mens om opgesloten te worden in hokjes, afgezonderd van medemensen, en louter behandeld te worden als een homo economicus.' (132).

De schadelijke effecten van gigantisme zijn geen reden om het systeem als zodanig te verwerpen. De idee van nulgroei is nonsens, want groei is resultaat van verschillende niet te stoppen processen. Nulgroei zou willen zeggen dat je niet meer zoekt naar oplossingen om de uitstoot te verminderen of de plasticsoep op te kuisen, dat je geen nieuwe medicamenten meer zoekt, dat je creativiteit uitsluit, enzovoort. Groei kan ook 'beter' betekenen, ook al hoef je niet de hoogst mogelijke groei na te streven. Toekomstige groei zal in belangrijke mate volgen uit de oplossingen die we vinden om de negatieve gevolgen van groei ongedaan te maken. (Duurzame) groei is niet het probleem, maar de oplossing.

Maar oplapwerk zal niet voldoende zijn. We moeten af van de bureaucratische en hiërarchische piramides. Deze zijn vaak weinig doeltreffend, staan ver van de mensen en sluiten bepaalde groepen uit. Grote systemen zijn kwetsbaar, terwijl gedecentraliseerde systemen dicht bij de mensen staan en gemeenschappen bij elkaar houden. De macht komt dan bij wie de echte waarde creëert. In Europa ontstaat een tendens tot de-globalisering. De Brexit is daar een manifestatie van, maar ook de beweging van de gele hesjes en het protest tegen internationale handelsakkoorden. Het zijn allemaal reacties op gigantisme. De enige oplossing is een evenwichtiger globalisering. Steden kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Meer en meer worden dat eilanden van goed bestuur, die ook talent aantrekken voor cultuur, sport en economie.

Geert Noels wil in tien stappen van het gigantisme af, maar voor hemzelf zijn de drie belangrijkste: verscherpte antikartelmaatregelen, afrekenen met te nauwe contacten tussen bedrijfsleven en politiek, en een wereldwijde CO₂-taks. Adam Smith wist het al in de 18e eeuw: bedrijven moeten kunnen concurreren en innovatie en vrij initiatief zijn belangrijk om de economische dynamiek te behouden. Het was Keynes die het de verkeerde richting uitstuurde. Uiteindelijk respecteert het kapitalisme zijn eigen spelregels niet meer. In een normaal kapitalisme kunnen ondernemingen niet zo groot worden. Het komt door een gebrek aan concurrentie of door voordelen die bedrijven door lobbywerk verkrijgen. In zo'n giga-bedrijven of giga-overheden is de noodzakelijke betrokkenheid van de medewerkers niet meer mogelijk. Corporatisme legt ondernemerschap aan banden. Er moeten steeds meer hordes genomen worden om goedkeuring te krijgen van overheid, vakbonden, gildes, sectorfederaties, vergunningsinstanties, enzovoort. Kleine bedrijven kunnen dat niet opbrengen en grote bedrijven zullen die barrières juist nog groter willen maken. 'De toekomst is kleiner, trager en menselijker.' (218). Maar we moeten niet fatalistisch worden. 'We hoeven zelfs niet het eigenbelang te schrappen en met harde hand een gemeenschappelijk belang op te leggen, zoals in een totalitair regime.' (219). Het hele systeem moet niet worden verworpen, het moet alleen kritisch worden onderzocht en bijgestuurd.

Wat moeten we hiervan denken? De diepste oorzaak van de economische ziekte heeft, volgens Noels, te maken met gebrek aan concurrentie, ten minste in de economie. Ik kom verder op de overheid en de sociale zekerheid terug. Noels blijft overtuigd dat het volstaat consequent je eigenbelang na te streven om het collectief belang te dienen. Hij voegt aan de stelling van Adam Smith een zaak toe: eigenbelang moet toch wel goed gestuurd worden. Blijkbaar wil dat echter voor hem alleen maar zeggen dat de concurrentie gevrijwaard moet blijven, wat ook Smith vond. Is het echter waar dat eigenbelang het collectief belang garandeert? In Noorwegen heeft de regering, met steun van de socialistische oppositie, beslist om geen nieuwe olievelden meer aan te boren. Ze laten 1 tot 3 miljard vaten of 65 miljard dollar liggen omdat ze het klimaat belangrijker vinden. Werkgevers en vakbonden in de oliesector staan op hun achterste poten. De één verdedigt de opbrengsten en het voortbestaan van de sector, de ander de tewerkstelling. Hoe kan het eigenbelang hier uitkomen? Wie bepaalt wat algemeen belang is? Door alleen de concurrentie te vrijwaren zal dat niet lukken. Groei kan dan wel goed zijn, maar of dat zo is hangt af van de omstandigheden en vooral de effecten. Soms moet voor groei gepast worden, soms moet worden gekrompen. Wie alleen eigenbelang voor ogen heeft komt hier niet uit.

De ontsporingen waar Noels het over heeft vertonen zich natuurlijk meer en meer naarmate de groei groter wordt. Maar de oorzaak ligt in de obsessie om te groeien, in de idee dat ondernemers er maar op los mogen produceren en zich maar hoeven te bekommeren om effecten voor grondstoffen, milieu en samenleving als ze echt niet anders meer kunnen. Groeien om te groeien mist een ingebouwde rem en dat moet faliekant uitlopen. Het is dan inderdaad te laat op het moment dat monopolies ontstaan, maar de problemen hebben zich veel vroeger opgestapeld. We weten al vijftig jaar, zeker van toen het gigantisme van Noels nog niet was wat het vandaag is, dat we op het vlak van grondstoffen, milieu en klimaat naar de afgrond gaan. Natuurlijk is grenzeloze groei een ideaal en zijn er in praktijk altijd beperkingen. Maar dat ideaal is gewoon het fundament waarop de vrije markt gestoeld is. Ook al bestaat die nergens zonder minstens een minimum aan juridisch kader, het is die illusie die tot eindeloos groeien aanzet. Marktfundamentalisme wordt dit wel eens genoemd.

Voor Noels is het virus dat ziek maakt ontspoorde groeiobsessie, en ik kan daar inkomen. Alleen is de obsessie niet enkel een probleem als een bepaalde schaal overschreden wordt, maar vanaf het allereerste moment dat er van een obsessie sprake is. Obsessie wil zeggen dat de groei het primaire doel wordt, en niet wat je wilt doen of bereiken. Gigantisme bewijst juist vooral dat die groei moeilijk tegen te houden is. Noels wil een economie op mensenmaat en wie kan daar tegen zijn? Hij wil minder centralisatie, minder macht voor de politiek en meer macht voor burgers en ondernemers. Ook burgers? Ook als zij de ondernemers tot de orde roepen? In het Waalse Frameries komen de inwoners in opstand tegen de inplanting van een bedrijf voor diepvriesfrieten. Er zijn wel 500 arbeidsplaatsen beloofd, maar de omwonenden vrezen voor hinder door stank en door het sterk toegenomen vrachtverkeer. Hier geraak je niet zo maar uit. Het algemeen belang wordt niet gediend als iedereen zijn eigenbelang nastreeft, ook niet als het goed gestuurd wordt. Het algemeen belang wordt gevolgd als mensen zich voor elkaar inzetten en proberen er samen uit te komen. Dat is geen objectief gegeven dat door een planeconomie gevat kan worden. Natuurlijk niet, het is een zaak van burgers en politici die de contouren van de groei zelf bepalen. De ontsporing van de groei is juist een bewijs dat je dat niet aan de economie kunt overlaten. Het is dan een beetje flauw om te beweren dat 'Puur socialistische systemen leiden tot het fnuiken van de persoonlijke ontwikkeling en vrijheid, en tot een stagnatie van innovatie en productiviteitsgroei.' (214). Puur kapitalisme is een zieke economie, leren we toch van Noels!

Gigantisme is niet alleen een probleem in de economie, ook de overheid en vooral de Europese overheid, is er ziek aan. In de privé is het volgens Noels een gevolg van het uitschakelen van de concurrentie. Bij de overheid is dat minder duidelijk. Eigenlijk ziet hij eerder een probleem van afhankelijkheid. Blijkbaar moet vooral worden aangetoond dat er te veel sociale zekerheid is. Mensen moeten weer leren solidair te zijn, zonder op de overheid terug te vallen. Vroeger ging dat toch ook? Het is Noels blijkbaar ontgaan wat de basis van de sociale zekerheid is. In oorsprong gaat die terug op arbeiders die een klein stukje loon uitspaarden, letterlijk in een sigarenkist. Voor als het, zoals zo dikwijls, tegenviel bij ziekte of werkloosheid. De basis van de sociale zekerheid is eenvoudige solidariteit, die je ook wederkerigheid kunt noemen. Mensen zijn inderdaad niet alleen maar homo economicus. Het is misschien wel de economie die hun zelfredzaamheid bedreigt.

Wil dat zeggen dat er geen probleem van gigantisme bij de overheid is? Al die overheden zijn misschien nog klein in vergelijking met de monopolies waar Noels over schrijft. Maar er hoeft niet ontkend te worden dat schaalvergroting niet altijd even efficiënt is. Noels verwijst op het einde van zijn boek naar Ivan Illich, die in de jaren 1970 en 1980 furore maakte. Hij maakt er zich nogal vlug vanaf door Illich in de hoek te ploffen van de vooruitgangspessimisten. Illich verdedigde lang voor Noels de stelling dat groei op een bepaald moment omslaat en het tegendeel bereikt van wat bedoeld was. En Illich zag dat wel degelijk ook gebeuren in de gezondheidszorg, het onderwijs, enzovoort. Maar is de schaal het fundamentele probleem? De schaal helpt niet, maar het probleem zit dieper.

En het helpt zeker al niet om de logica van een op winst gericht bedrijf, een bedrijf dat aangestoken is door de groei-obsessie, over te brengen naar de overheid. Overheidsinstellingen moeten natuurlijk op de eerste plaats effectief zijn. Ze moeten doen wat in hun opdrachten ligt en ze moeten dat op de meest efficiënte manier doen. Maar kijk eens naar de zorg. In Vlaanderen worden mensen in een rusthuis systematisch op hun bed gebonden. Dat is makkelijker, want er is te weinig personeel om iedereen goed in het oog te houden. Thuisverplegers krijgen minutieus voorgerekend hoeveel tijd ze mogen besteden aan elke handeling. Dat is geen logica van de zorg, dat is een economische logica. Noels noemt de sociale zekerheid het grootste ponzi-schema van de wereld. Je weet wel, Charles Ponzi die probeerde een voorgespiegelde waanzinnig hoge rente terug te betalen met het geld van steeds andere mensen die hem hun vertrouwen gaven. Op Europees niveau zijn er steeds meer gerechtigden op een uitkering en steeds minder mensen die bijdragen. Ik kan aannemen dat dit een probleem is, maar het lijkt me kenmerkend voor een verre leerling van Adam Smith, dat hij het systeem van sociale zekerheid eigenlijk een inherente vorm van fraude vindt.

Het verbaast me dan ook niet dat Johan Van Overtveldt het voor meer dan 90% eens is met Gigantisme. Het is een consequent neoliberaal boek, een pleidooi voor de mensen die erin geloven en die sterk genoeg zijn om zichzelf te redden. Ik schrijf dat met zoveel nadruk omdat dit duidelijk moet zijn. Ik ontzeg de auteur uiteraard niet het recht om zo'n positie aan te nemen, maar ik vind dat deze – ook in de media – te veel ondergesneeuwd is. Voor de rest raad ik iedereen aan het te lezen. Ik weet niet voor hoeveel procent ik het zelf met hem eens ben, het is verre van 90%, maar het is toch behoorlijk wat. En je leest er best zijn vorige boek bij. Daar komt hij een stuk meer op voor een samenleving waar de hebzucht in toom gehouden wordt. Dat is de echte voorwaarde voor trager, kleiner, menselijker. Obsessie is de echte oorzaak van de economische ziekte, gigantisme is daar een afgeleide van.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 80 tot 84