Abonneer Log in

Jaouad is wat men noemt ‘laagopgeleid’

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 29 tot 34

Kunnen we met andere termen en labels technisch- en beroepsonderwijs uit de taboesfeer halen? Kunnen we met alternatieve evaluatiesystemen de lat hoger leggen en schooluitval tegengaan? En wat kan ontmoeting betekenen voor het bevorderen van een sociale mix binnen scholen in superdiverse grootsteden? Een bijdrage vanuit een school die zoekt naar oplossingen.

MAKE ONDERWIJS GREAT AGAIN

Voorbij de progressieve verwarring
Dirk Van Damme
Lessen uit Finland
Kris Van den Branden
Hoe we koploper in voorschoolse voorzieningen worden
Michel Vandenbroeck, Brecht Peleman en Katrien Van Laere
Mijn school op ’t Kiel
Angelique Corné
Jaouad is wat men noemt ‘laagopgeleid’
Bert Roos
Stop de versnippering in het hoger onderwijs
Jan Van Hee

Er wordt aan de deur gebeld. Tussen 13u en 18u zou hij komen. De man voor het ketelonderhoud. Ik doe de deur open. Het eerste wat de vakman tegen me zegt is: 'Ik ken u. Gij hebt nog aan mij lesgegeven'. Ik herken zijn gezicht, maar het zit ver. Wat was zijn naam al weer? Hoe lang zou het geleden zijn dat ik aan hem les gaf? De jongeman van ongeveer 25 jaar oud stapt binnen en begint mijn verwarmingsketel na te kijken. Hij legt haarfijn uit wat hij aan het doen is, welke elementen hij vervangt, waar ik op moet letten in het vervolg. Hij werkt snel, efficiënt en zeer precies. De kerel kent duidelijk zijn job. Ondertussen verhelderen stap voor stap mijn gedachten. Het is Jaouad. Ik gaf hem les een tiental jaar geleden. Een jongen met veel problemen, zeker geen doetje. Hij hield zich koest, maar je merkte dat er meer aan de hand was. Pas enkele jaren later zie ik hem terug rondlopen op een andere campus van de school. Ik vermoed dat hij ondertussen een paar andere scholen heeft gezien, of wie weet wat nog allemaal. Hij knikte altijd vriendelijk naar me, maar een echt gesprek hadden we niet meer.

'Geeft gij nog altijd les op Spectrum?' Ik leg hem uit dat ik er nog altijd werk, maar ondertussen als beleidsmedewerker communicatie en cultuurcoördinator. Hij knikt beleefd, maar lijkt niet echt onder de indruk. Ik wel van hem. Hij heeft na enkele jaren weggeweest, zijn schoolloopbaan terug aangevat op GO! Spectrumschool. Via ons deeltijds onderwijs bracht hij de opleiding 'Sanitair & Verwarming' tot een goed einde. Hij leerde twee dagen zijn vak op school, de andere drie dagen deed hij ervaring op op de werkvloer. Nu is het zijn vaste job. Hij gaat elke dag langs bij mensen en kijkt hun verwarmingsketel na of doet herstellingen. Het is zijn specialiteit. Hij verdient goed, heeft geen al te zwaar werk en zorgt ervoor dat mensen het warm hebben. Hij doet wat de meeste mensen zelf niet kunnen omdat het hun petje te boven gaat.

ANDERE LABELS

Jaouad is wat men noemt 'laagopgeleid'. Zijn leeftijdsgenoten die na één jaar werkervaring gaan voor consultant in hun experience of zich de functie Business Developer mogen aanmeten, zijn wat men noemt 'hoogopgeleid'. Laat me vrij de termen even aan te passen; Jaouad is 'praktisch opgeleid' en zijn voorgenoemde leeftijdsgenoten zijn 'theoretisch opgeleid'. Het zijn termen waar Marianne Zwagerman1 in Nederland zo hard voor pleit, en ik geef haar daarin overschot van gelijk.

Want daar ligt juist een groot deel van het probleem. Er hangt bij vele ouders en in de samenleving op zich een taboe rond een opleiding in het beroeps- of technisch onderwijs. Het gaat er niet over of zoon of dochter praktisch aangelegd of meer theoretisch aangelegd is, het gaat er niet over of dit dan matcht met zijn of haar interesses, aanleg en talent. Het gaat erover dat we toch gaan proberen 'zo hoog mogelijk te beginnen'. Dit is nefast voor de schoolloopbaan van een jong iemand. Een mentaliteitswijziging dringt zich dus op. Maar dat vergt tijd. Het is niet de oplossing, maar woorden en termen kunnen krachtig zijn. Zouden we dus deze jongeren niet een ander label aanmeten? Daarnaast wil ik alvast even ongeruste ouders geruststellen. De praktisch opgeleide die na een 7e specialisatiejaar zijn of haar diploma haalt is klaar voor de arbeidsmarkt en vindt snel een job. Want meestal zijn het knelpuntberoepen. Als je het een beetje doordacht aanpakt verdien je als praktisch opgeleide nog goed je boterham. En hij of zij zal de theoretisch opgeleide Business Developer uit de nood helpen. Of dat nu zijn Audi A4, zijn elektriciteitskast of zijn zwembadverlichting is, hij zal worden geholpen.

GROENE BOLLEN

Jaouad was één van de leerlingen met een diploma onder de arm die we op het einde van hun schoolcarrière met een lach op ons gezicht mogen uitwuiven. Binnen GO! Spectrumschool volgen 1.100 leerlingen één van de 50 verschillende opleidingen binnen BSO en TSO, via voltijds of deeltijds onderwijs. Daarnaast hebben we ook een OKAN-afdeling.2 Onze school is met haar 80 verschillende nationaliteiten superdivers; 85% is GOK-leerling.3

De gevolgen van het 'watervalsysteem' merken we dagelijks. Daardoor zitten er heel wat jongeren niet op hun plaats in een praktische opleiding. Die leerlingen terug heroriënteren naar een theoretische opleiding is quasi onmogelijk. We kennen leerlingen die extreem schoolmoe zijn. Taalachterstand is alomtegenwoordig, zeker omdat een deel van onze jongeren ex-OKAN-leerlingen zijn. En ook bij ons verlaten jammer genoeg wel wat leerlingen de school zonder diploma.

Om deze problematiek aan te pakken, om hen gemotiveerd te krijgen én hen een sterk traject aan te bieden hebben wij ons evaluatiesysteem binnen onze beroepsopleidingen omgevormd naar een puntenloos systeem. De leerling behaalt 'groene bollen', gelinkt aan de leerdoelen per vak. Men behaalt een groene bol als men de te behalen doelstelling onder de knie heeft. Zo krijgen we een systeem van permanente evaluatie waarbij de focus ligt op het behalen van leerdoelen per individuele leerling en niet op een gemiddelde. Dit systeem geldt zowel voor de algemene vakken als de praktijkvakken. Onze jongeren zijn zo meer betrokken in hun leerproces en behalen betere resultaten. De lat ligt dus niet lager, maar hoger. Onze leerlingen moeten voor alle leerplandoelen slagen. Met een klassiek puntensysteem bepaalt het gemiddelde of ze geslaagd zijn. We merken dat dit zijn vruchten afwerpt. Er is een sterke daling van C-attesten en we leveren kwalitatief sterkere leerlingen af. Onze kleine duit in het zakje.

DE KRACHT VAN ONTMOETING

We zitten in een klein zaaltje van De Singel in Antwerpen. De setting van het theaterstuk is een tuinfeest. Het spel is interactief en het publiek maakt deel uit van het stuk. Het is het toonmoment van de eerstejaars Drama – Acteren van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Mijn ogen en die van mijn trouwe partners uit het Xaveriuscollege4 stralen fierheid uit. Prince acteert de pannen van het dak. Hij studeerde af op GO! Spectrumschool in de opleiding Elektriciteit, maar besliste daarna mee te doen aan het ingangsexamen bij het Conservatorium. Hij slaagde en zal, als alles goed gaat, binnen een jaar afstuderen.

Prince was één van de 16 jongeren die deel uitmaakten van de theaterproductie REL. Een project dat kadert binnen het cultuurbeleid van onze school. Als cultuurcoördinator heb ik de taak om cultuurwerking structureel in te bedden in de dagelijkse werking van de school. Dat uit zich in de dagelijkse lespraktijk over de vakken heen, maar ook worden er les doorbrekende projecten georganiseerd voor jongeren die hun creatief ei kwijt willen.

REL werd gecoördineerd door CC Deurne die twee zeer uiteenlopende scholen betrok in het project. Tien jongeren uit het Xaveriuscollege en zes jongeren uit GO! Spectrumschool vormden een groep acteurs. Het stuk ging over conflict in de breedste zin van het woord. Alle scenes kwamen vanuit de jongeren zelf en ook op de bühne waren ze zichzelf. Het werd een eerlijk, fysiek en wervelend stuk. Er kwamen twee voorstellingen in CC Deurne. Het jaar daarop werd het hernomen in de Arenberg met een avondvoorstelling en twee schoolvoorstellingen. Deze jongeren wonen letterlijk bij elkaar om de hoek, maar kennen elkaars wereld niet. De band die ontstond tussen de jongeren en de inzichten die daaraan werden onttrokken was fenomenaal om te ervaren. Prince besloot na dit project de kans te wagen bij het Conservatorium.

Waarom gaan we niet voor gelijkaardige initiatieven tussen scholen met een zeer verschillend DNA? De segregatie tiert welig. Veel ouders sturen hun kind liever naar een school aan de rand van de stad dan naar de school om de hoek. Omdat ze het niet zien zitten dat hun kind elke dag tussen het publiek van een zogenoemde concentratieschool zou vertoeven. En dat zijn niet enkel ouders van autochtone afkomst. 'Ik denk dat jullie een heel goede school zijn, maar mijn kind mag ook niet het experiment zijn', zei een ouder ooit tegen me. Werelden vervreemden van elkaar. En dat gaat niet enkel over verschillende culturele achtergrond, maar vooral ook over verschillende sociale achtergrond. Een betere sociale mix is uiterst belangrijk. Het is al te vaak zo dat armoede of afkomst bepaalt of je al dan niet het diploma behaalt. Dit kan je enkel bestrijden door die lans te doorbreken. Hoewel er prachtige initiatieven zijn, zoals bijvoorbeeld School in Zicht5, krijg je dit als school niet op je eentje omgedraaid. Daar heb je de overheid voor nodig. Maar op de overheid is het meestal lang wachten.

REL was een groots project, maar je kan die ontmoeting ook stimuleren door kleinschalige initiatieven. Waarom zouden leerlingen Latijn-Moderne Talen uit een college bijvoorbeeld geen namiddag komen leren lassen bij onze jongeren? Omgekeerd kunnen de leerlingen Latijn-Moderne talen onze leerlingen meenemen in de wondere wereld van de taal. Als je het stapsgewijs aanpakt werkt dit. Dat heb ik meermaals mogen ervaren. Want de technische school blijft voor heel wat mensen een exotisch oord. Een wereld die ver van hen ligt. De andere en het andere leren kennen geeft ook de kans om de andere en het andere te begrijpen. Dat is de kracht van ontmoeting. Ze is sterk en werkt tussenschotten weg.

Ook binnen de school zelf trachten wij dagelijkse ontmoeting te stimuleren door via cultuurwerking het cultureel bewustzijn van de jongeren aan te wakkeren. Zo leren we hen om uit hun comfortzone te treden om zo de uitdagingen waar ze voor staan te kunnen aanvatten en de maatschappij beter te begrijpen. Dit doen we via artistieke projecten die hen de kans geeft om, zeer belangrijk, hun eigenwaarde te erkennen en meer diepgang te creëren in hun denken en voelen.

IEDEREEN ONDERWIJSSPECIALIST

Dat werkelijk iedereen onderwijsspecialist is durf ik te betwijfelen. Maar iedereen heeft wel, en terecht, een mening over onderwijs. Iedereen heeft namelijk op school gezeten en/of hebben een kind dat schoolloopt. Debat en discussie zal er dus altijd zijn en dat is maar goed ook.

Maar misschien moeten we de kern van het debat herleggen van 'het niveau opkrikken van leerlingen in concentratiescholen' naar het organiseren van een betere sociale mix.

Misschien moeten we ons toespitsen op het doorbreken van de lans van de segregatie door initiatieven te organiseren die ontmoeting tussen verschillende culturele en sociale achtergronden bevorderen.

Misschien moeten we, gezien de laatste onderwijshervorming de trapsgewijze benadering ASO-TSO-BSO heeft behouden en we daar een kans gemist hebben, discussiëren over juiste termen en labels die we op onze jongeren plakken? Want of je het nu gelooft of niet, jongeren voelen dat.

Misschien moeten we, in plaats van het quasi belangrijker vinden dat een 2B-leerling het verschil tussen wederkerende en wederkerige voornaamwoorden kent dan dat hij of zij correct Nederlands spreekt, de nadruk leggen op de manier van evalueren en zo de echte leerdoelen van een opleiding in acht nemen. Zo de lat hoger leggen voor de leerlingen. En nee hoor, dat gaat niet over 'het moet allemaal plezant zijn'.

Misschien moeten we leerkrachten in spe tools aanbieden op maat van de realiteit in superdiverse scholen en deze realiteit minder exotisch maken.

En als we dit alles zouden kunnen ondersteunen met meer werkingsmiddelen, ingezet voor de juiste doeleinden, wie weet komen we dan wel ergens. Het zou mooi zijn voor de volgende gediplomeerde student die me, zoals Jaouad, komt helpen met wat mijn petje te boven gaat.

Voetnoten

  1. Marianne Zwagerman is een Nederlandse schrijfster, columniste en media-entrepeneur. Ze was directeur digitale media bij 'De Telegraaf'.
  2. OKAN staat voor Onthaalklas Anderstalige Nieuwkomers. Jongeren die net in België zijn kunnen een jaar taalbad Nederlands volgen voordat ze hun weg verderzetten in het regulier onderwijs.
  3. GOK staat voor 'Gelijke Onderwijskansen'. Een leerling is een GOK-leerling als die aan bepaalde criteria voldoet zoals bijvoorbeeld de moeder die niet in het bezit is van een diploma secundair onderwijs, als de thuistaal niet Nederlands is of men in aanmerking komt voor een studiebeurs. Scholen krijgen extra middelen per GOK-leerling.
  4. Het Xaveriuscollege is een ASO-school uit het vrije net te Borgerhout en staat heel hoog aangeschreven. Het kent, zeker in de hogere jaren, een voornamelijk wit publiek.
  5. Vzw School in Zicht is een initiatief waarbij kansrijke ouders worden overtuigd om in groep hun kind in te schrijven in een concentratieschool uit de buurt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 29 tot 34