Abonneer Log in
Interview

Baldwin Van Gorp

‘Pret­pedagogie klinkt fantastisch’

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 40 tot 47

Het zijn interessante tijden voor Baldwin Van Gorp, die gespecialiseerd is in framing. "Politici, journalisten en academici vertrekken allen vanuit hun eigen frame. Bij verkiezingen begint dat allemaal te draaien: politici proberen kiezers te winnen, de media gaan ermee aan de slag, experts worden betrokken. De frames spatten van het blad." Een probleem is dat niet, aldus de Leuvense hoogleraar, maar we moeten er ons wel bewust van zijn.

"Asielplaag, islamsafari, Marrakeshcoalitie, yogasnuivers,… de lijst met framingwoorden wordt met de dag langer", merkt Baldwin Van Gorp (1971) op. "Onze taal leent zich dan ook tot framing. In het Nederlands kan je samengestelde woorden maken die goed klinken, wat in het Engels niet kan." Baldwin Van Gorp, hoogleraar aan het Instituut voor Mediastudies KU Leuven, doet al sinds 1999 onderzoek naar het thema framing, nog voor iemand daarmee bezig was. "Zelfs mijn promotor wist niet goed wat ik bedoelde toen ik met mijn doctoraatsvoorstel kwam. In die tijd werd in mijn geboortedorp een asielzoekerscentrum aangekondigd door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, Johan Vande Lanotte. Mijn neef en buurjongen was burgemeester, en fulmineerde over het feit dat 'men toch niet zomaar een asielzoekerscentrum kon neerpoten zonder overleg'. Ik was getriggerd en wilde onderzoek verrichten naar hoe over asielzoekers werd gesproken."

Sindsdien doet Baldwin Van Gorp onderzoek naar framing in de meest uiteenlopende domeinen, zoals radicalisering, kinderarmoede, euthanasie en dementie. Telkens brengt hij met zijn team de verschillende frames in kaart. Dat kunnen er heel wat zijn. "Bij radicalisering kwamen we in totaal uit op 12 frames. De meest dominante frame is het 'virusframe'; radicalisering is besmettelijk, zelfs beloftevolle voetballers kunnen Syriëgangers worden. Maar ook het 'puberframe' komt vaak voor; als tieners volwassen worden lost dit probleem zich vanzelf op, deradicaliseren is zelfs niet nodig."

Waarom is het interessant om de verschillende frames op te lijsten?

"Er spelen, rond eender welk onderwerp, meer frames dan we denken. Met ons onderzoek proberen we mensen bewust te maken van die rijkheid aan perspectieven. Dat is nodig. Onze samenleving is aan het polariseren. Het wordt steeds moeilijker om zich te verplaatsen in het perspectief van een ander. Beseffen dat met het eigen frame ook belangen gepaard gaan, is één van de manieren om dichter bij elkaar te komen."

Framing gaat, in essentie, over met welke bril je naar de werkelijkheid kijkt?

"Juist. En daar kan niemand aan ontsnappen. Toch bestaat daarover een stuitend gebrek aan bewustzijn. Achter de eigen standpunten gaat bijvoorbeeld meestal een westers, wit meerderheidsperspectief schuil. Het is belangrijk dat we de verschillende perspectieven in rekening brengen.

Zeker in verkiezingstijd is het interessant om te kijken met welke brillen naar de werkelijkheid wordt gekeken. Politieke ideologie is natuurlijk ook een frame. Het politieke spel bestaat erin anderen te overtuigen van uw frame, uw ideologie. Daar bestaat ook een negatieve variant van: de spin van de politiek. Framing wordt dan vernauwd tot bewust de verkeerde versie van de werkelijkheid weergeven om strategische redenen. Zo krijgt framing jammer genoeg een negatieve bijklank."

De lijst framingwoorden van hierboven doet vermoeden dat vooral rechts framet.

"Dat is niet zo. Alle partijen framen. Zo lanceerden links de 'Turteltaks' en de 'Homansheffing', maar het valt niet te ontkennen dat iemand als Bart De Wever daar zeer sterk in is. 'Pretpedagogie' klinkt fantastisch. Iedereen neemt het in de mond. Daarmee is het frame gezet: in ons onderwijs ligt de focus te veel op welbevinden en te weinig op kennisverwerving."

Werkt een frame op basis van angst beter dan op basis van hoop?

"Op dit moment wellicht wel. Kijk, burgers maken politieke keuzes vanuit het eigenbelang of met de samenleving in het achterhoofd. Vandaag leven we in een tijd waar voor sommigen echt veel op het spel staat; ze zijn genoodzaakt in eerste instantie naar zichzelf te kijken. Het verhaal van N-VA sluit goed aan bij de huidige tijdsgeest."

Is dat de reden waarom haar frames beter pakken dan die van haar politieke tegenstanders?

"Voor een stuk. Maar een frame moet vooral goed klinken. Als je een frame moet uitleggen, is het niet goed. De beste frames gebruiken krachtige woorden. Ze geven houvast. Mensen hebben frames nodig om te begrijpen wat er in de wereld aan de hand is. Een goede frame vereenvoudigt de dingen sterk en neigt naar oversimplificeren. De kwestie van genetisch gemanipuleerd voedsel is bijvoorbeeld erg complex, maar als we horen spreken over 'Frankensteinvoedsel' dan denken we meteen: afblijven."

Moet de oppositie counterframes ontwikkelen of werkt ze beter met eigen frames?

"Frames werken beter dan counterframes, zoveel is zeker. Vooral als het frame problematiseert en het counterframe deproblematiseert."

Kan u een voorbeeld geven?

"De asielcrisis. Dat is op zich al een interessant woord, 'crisis'. Het betekent dat er een probleem is waar we iets aan moeten doen. Door het woordgebruik alleen al wordt de kwestie geproblematiseerd. Daartegenover staat het frame dat migratie de gewone gang van zaken is en dat mensen zich vroeger ook al verplaatsten. Dat frame deproblematiseert en spreekt minder aan. Het lijkt erop dat het probleem wordt weggewuifd.

Veel politici denken nog steeds dat rationele argumenten kiezers in beweging brengen. Dat is niet zo. Je mag het emotionele niet wegduwen of als ongegrond catalogeren. Zo ontstaan frustraties. Ook Trump-kiezers worden weggezet als dom. Niet doen."

Volgens George Lakoff, die Don't Think Of An Elephant schreef, moeten Democraten in de VS veel meer op het morele niveau met hun kiezers communiceren.

"Hij heeft gelijk. Ze blijven te vaak hangen in een wollig discours en abstract taalgebruik. Iets wat traditionele partijen in Vlaanderen ook neigen te doen."

Welk frame kan men zetten tegen het discours dat migratie linkt aan de zogenaamde onbetaalbaarheid van de sociale zekerheid?

"Uit ons experiment rond kinderarmoede bleek dat het appelleren aan 'het mens zijn' nog steeds werkt. Solidariteit is nog steeds een zeer sterke waarde. Maar het is belangrijk hoé je erover communiceert. In onze proefcampagne werkten we met kernachtige boodschappen. Mensen bleken in grote mate bereid tot solidariteit en giften. Maar in een aantal varianten vermeldden we dat het risico bestond op hangjongeren, schooluitval en drugsgebruik. Die drie woorden hadden een gigantische negatieve impact."

Dat is de olifant van Lakoff. Als iemand vraagt om niet aan een olifant te denken, dan is het eerste waaraan u denkt… een olifant.

"We hebben associatieve breinen. Een politicus moet dus goed nadenken hoe hij zijn boodschap brengt. Als die een negatieve associatie oproept, heeft dat onmiddellijk impact. Die impact is vaak tijdelijk, weten we uit onderzoek. Maar stemmen op de verkiezingsdag is dat natuurlijk ook (lacht)."

In die gedachtegang spreken socialisten best niet over het hard aanpakken van misbruiken in de sociale zekerheid, omdat mensen precies beginnen te denken aan… die misbruiken?

"Kijk, solidariteit is een vaag begrip. Voor iedereen houdt het wat anders in. Dus het moet zeker worden geconcretiseerd. Maar elke concretisering impliceert natuurlijk ook weer specifieke gevallen en omstandigheden, waardoor je onvermijdelijk de vraag oproept: solidariteit met wie en onder welke voorwaarden? De verwijzing naar hangjongeren, schooluitval en druggebruik daagde de associaties uit die mensen spontaan bij kinderarmoede hebben, namelijk dat het kinderen jonger dan pakweg 10 jaar betreft en geen puberende tieners. Die tienerproblematiek was de spreekwoordelijke olifant die de kracht van de hele boodschap torpedeerde, hoewel het net ging over zaken die men wilde vermijden. Een politicus moet bij het concretiseren van die solidariteit dus goed nadenken over welke verbanden hij wel of niet legt."

Men gebruikt ook vaak het beeld van het kind met de lege broodtrommel.

"Dat is het frame van 'het onschuldige slachtoffer'. Het zou draagvlak moeten creëren om aan armoedebestrijding te doen, omdat een kind onder de 10 jaar nooit verantwoordelijk is voor zijn eigen broodtrommel. Toch is het mijn advies daarmee op te letten. Er is namelijk wel degelijk een negatieve associatie: er wordt meteen aan de ouders gedacht, wat zeer stigmatiserend werkt."

Wat zou een effectieve frame kunnen zijn inzake armoedebestrijding?

"Moeilijke vraag. Voor ons onderzoek dachten we een goed frame te hebben gevonden met 'de kiem'. Het kind als zaadje, met veel potentieel, waarbij het volstaat om water, aandacht te geven om later de vruchten te plukken. Het leek ons het perfecte frame. Tot een vader uit de focusgroep erop wees dat je een plantje kan verpotten, dat je een kind kan weghalen bij zijn ouders. Een associatie die we totaal niet hadden verwacht. Mijn advies is dus: zorg altijd dat de ouders mee in beeld komen. Alle ouders willen het beste voor hun kinderen. Ook ouders in armoede."

Horen we ook steeds meer: armoede is de eigen verantwoordelijkheid.

"Terwijl het eerder Rad van Fortuin is. Een kind kiest niet waar zijn wieg staat. Dat is het beeld van 'het blok aan het been', waarmee een kind door ons onderwijssysteem moet dat al vroeg enorm competitief is. Begin er maar aan. Je loopt de hele tijd achter de feiten aan. Dan is de politieke vraag: hebben we begrip voor die kinderen met het blok aan het been of vinden we dat ze de anderen ophouden? Het lijkt er steeds meer op dat het laatste aanhang wint."

Waarom haalt het beeld van de 'pretpedagogie' het van het beeld van 'het blok aan het been'?

"Het spreekt een hele generatie babyboomers aan die opgroeide in het klassieke onderwijs met nadruk op kennisoverdracht. Zij wil hetzelfde voor haar kinderen. Hoeveel ouders zijn in staat om verder te kijken dan hun eigen kind? Hoeveel ouders vinden het belangrijk om dat kind met het blok aan het been ook mee te krijgen? Dat is de grote moeilijkheid. En daar speelt Bart De Wever op in; hij voelt de tijdsgeest goed aan."

Steve Stevaert kon dat ook. Hij was ook een machtspoliticus, zij het met een heel ander wereldbeeld dan Bart De Wever.

"Het gratisverhaal was toen een fris geluid; Steve Stevaert the new kid on the block. Daar sprongen de media op. Maar het waren toch andere tijden; de economische crisis en de vluchtelingencrisis waren nog niet uitgebarsten. Het is symptomatisch dat vandaag iemand als Dries Van Langenhove wordt gehypet."

Toen hij zich kandidaat stelde voor Vlaams Belang, kreeg hij meteen een groot interview in Terzake.

"Ik snap waarom de VRT hem uitnodigde. Een activist die de overgang maakt naar de partijpolitiek is nieuwswaardig. Maar dat interview was barslecht. Kathleen Cools maakte niet de beste beurt. Dries Van Langenhove rammelde zijn fiche af en ging niet in op de vragen. Zonder dialoog geen interview. Het zou belachelijk zijn als de VRT hem zou terugvragen.

Als Dries Van Langenhove in het parlement terechtkomt, wordt dat een goede test voor de Vlaamse media. Als hij inderdaad als activist in het parlement gaat zitten, krijgen we elke week relletjes en straffe uitspraken. Gaan de Vlaamse kranten daar dan telkens over berichten? Zo is Geert Wilders in Nederland groot geworden."

Volgens Tom Van Grieken is de enige beroepscategorie waar echt iedereen links denkt, de journalistiek.

"Dan krijgt hij deze verkiezingscampagne toch wel erg veel media-aandacht van die 'linkse' journalisten. Ik sta er echt van te kijken hoe vaak hij wordt opgevoerd. Het beeld van de VRT als rood bolwerk is puur perceptie. Hoeveel VRT-journalisten maakten niet de overstap naar N-VA? En er zijn voorbeelden van uitzendingen van Terzake waarin Bart De Wever via satelliet en zonder tegenspraak zijn mening kan verkondigen.

Het klopt dat journalisten door de band genomen linkser zijn dan de gemiddelde burger. Maar dat zegt niets over hun werk. In ons onderzoek over kinderarmoede vergeleken we de framing in de artikels met de mening van de journalist. In veel gevallen correleerde die niet. Het is niet omdat een journalist links zou zijn, dat zich dit in het stuk weerspiegelt. Wel is de journalistiek in essentie progressief."

Wat bedoelt u daarmee?

"Journalisten zijn waakhonden. Het is hun taak om kritisch te zijn en voortdurend op verandering aan te sturen. Ze spreken met veel mensen en komen zo los van eigen meningen. Het is bijna een psychologisch effect van de job. Ik kan me voorstellen dat er een mismatch is tussen rechts-conservatieve ideeën en de journalistiek, en snap de frustratie dat men die meningen nergens kwijt kan. Daar bestaat nu Doorbraak.be voor. Al is dat eerder een opiniërend dan een journalistiek project."

Doen journalisten ook aan framing?

"Natuurlijk! Communiceren zonder gebruik te maken van frames, bestaat niet. Dus ook journalistiek zonder frames is onmogelijk."

Kan u een voorbeeld geven?

"De kwestie van de salariswagen. Op een gegeven moment kopte De Standaard: 'Afschaffing salariswagen zadelt werknemer met forse factuur op'. Waarom niet: 'Behoud salariswagen zadelt hele bevolking met files, verkeersongelukken, luchtvervuiling en dus torenhoge factuur op'. De meeste De Standaard-journalisten hebben een ferme salariswagen. Die is hen gegund, maar het speelt onbewust wellicht mee in de berichtgeving. Ik begrijp dat je in een kop maar één frame kunt brengen en nadien kwam de krant ook met een genuanceerder stuk over de salariswagen, maar het geeft aan dat je framing niet kan vermijden."

Nemen journalisten niet eerder de frames over van hun bronnen, dan dat ze zelf framen?

"Vooral bij breaking news wordt het frame uitgezet door de bronnen die journalisten raadplegen. In tweede instantie, wanneer er meer tijd is, komen de frames ook van de journalisten zelf. In veel gevallen is het moeilijk een onderscheid te maken of de frame van de journalist of van de bron komt."

Journalisten richten hun steven veelal op Twitter, het medium bij uitstek waar wordt geframed.

"Het is de gemakkelijkste optie. Een goede quote zorgt voor controverse en clicks. Theo Francken heeft daar zijn populariteit aan te danken. Soms laten journalisten zich vangen. Twitter is een bubbel. Het is niet omdat iets op Twitter leeft dat het belang heeft."

Hoe verklaart u de onvrede in socialistische kringen over hun voormalige huiskrant De Morgen?

"De Morgen is een conceptkrant, met een progressief profiel maar waar ook alle stemmen aan bod mogen komen. De Morgen is een coherent marketingproduct; veel meer dan De Standaard dat is."

Wat bedoelt u daarmee?

"De Morgen werkt, net zoals alle Persgroep-redacties, met een centrale news desk, waarbij de nieuwschef sterk bepaalt wat de insteek van het stuk moet zijn. Dat is minder zo bij De Standaard. Daar werken de verschillende nieuwsdiensten autonomer en hebben eindredacteurs meer macht. De perspectieven komen meer vanuit de journalisten zelf. Daardoor schiet het bij De Standaard soms wat meer alle kanten op dan bij De Morgen. Voor alle duidelijkheid, ik lees beide kranten even graag (lacht).

Toch lees ik regelmatig stukken die eigenlijk niet hadden mogen worden gebracht. De inhoud van het stuk sluit dan niet aan bij de kop. Dat komt omdat men vooraf een verhaal voor ogen heeft, maar dat het stuk zich anders ontwikkelt en men toch beslist het stuk te brengen. De sjablonen in de krant zijn door marketeers uitgedacht. Stevige stukken worden steevast gevolgd door een iets lichter stuk. Journalisten tikken rechtstreeks in hun lay-out. De container moet worden gevuld. Het frame van de krant is op voorhand uitgezet."

Kan u een voorbeeld geven?

"Uit mijn doctoraatsonderzoek rond asielzoekers blijkt dat het frame van 'indringer' en die van 'slachtoffer' in de Belgische pers zo rond de jaren 2000 elkaar min of meer in evenwicht hielden. De Morgen gebruikte toen consistent het frame van 'slachtoffer'; Gazet van Antwerpen dat van 'indringer'. In de Kerstperiode wisselen beide kranten hun frames in voor die van 'gastvrijheid'; is er nog plaats in de herberg? Zeer voorstelbaar allemaal."

Hetzelfde geldt voor de daklozenproblematiek, die ook enkel een issue is tijdens de vrieskou.

"Een journalist moet een kapstok hebben. Is die er niet, dan is het geen nieuws. Journalisten zijn geen vulkanologen. Ze berichten alleen als er een uitbarsting is. Over alles wat onder het oppervlak gebeurt, seismologisch, berichten ze niet. Ik moet toegeven dat ikzelf soms stop met het nieuws volgen. Altijd die uitbarstingen, altijd dat gevoel dat we geen stap verder geraken. Om depressief van te worden."

Verklaart dat het succes van constructieve journalistiek?

"Na de passage van Björn Soenens als hoofdredacteur van Het Journaal kreeg constructieve journalistiek een slechte naam, maar we moeten ook aandacht hebben voor dingen die opgelost geraken. De Correspondent in Nederland doet dat, en is zeer succesvol."

Als ook journalisten framen, hoe objectief is verslaggeving dan nog?

"Hoe objectief iemand verslaggeving vindt, stemt vaak overeen met zijn persoonlijke mening. Uit ons onderzoek blijkt dat precies hetzelfde artikel als objectiever werd beoordeeld in De Standaard dan in Het Nieuwsblad. Objectiviteit wordt overschat."

Is het probleem ook niet dat journalisten vandaag over alles moeten kunnen schrijven?

"Journalisten zijn generalisten geworden. Alle begrip daarvoor trouwens. Het is niet evident om voor een dagblad te werken. De tv-serie Nieuwsjagers, over de dagelijkse jacht naar primeurs op de redactie van Het Nieuwsblad, toonde dat mooi aan. De tijdsdruk is enorm. Elke dag moet je twee of drie stukken tegen deadline schrijven. Wat doet een journalist? Die vertrouwt op zijn bronnen. Vaak zijn dat wetenschappers en experts. Alleen: zij weten het vaak ook niet. Ikzelf ken mijn eigen onderzoek door en door, maar als men mij opbelt over de politieke actualiteit is mijn bril evenzeer gekleurd als die van ieder ander persoon."

Framen academici dan ook?

"Uiteraard! Alle academici problematiseren hun eigen onderzoeksthema. Zonder uitzondering. Zo merkte ik in een onderzoek naar de framing van dementie hoe wetenschappers die Alzheimeronderzoek doen strategisch te werk gaan om meer middelen af te snoepen van bijvoorbeeld onderzoek naar kanker. Alzheimer wordt te vaak als een 'oudemensenziekte' gepercipieerd en dan lijken al die onderzoeksmiddelen slecht gespendeerd, 'kosten op het sterfhuis'.

Als in Nederland een wetenschapper onderzoek presenteert, heeft de journalist de gewoonte om ook een andere wetenschapper daarover aan het woord te laten. In Vlaamse media gebeurt dat nauwelijks. Een tweede stem in het debat zou een deel van de oplossing kunnen zijn. Alleen vrees ik dat zo'n werkwijze in het kleine Vlaanderen heel gevoelig zou liggen (lacht)."

Conclusie: iedereen framet?

"Absoluut. Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Als we die mechanismes beter doorzien, zijn we al een stap verder. Politici, journalisten en wetenschappers vertrekken allen van hun eigen frame. Bij verkiezingen begint dat allemaal te draaien: politici proberen kiezers te winnen, de media gaan ermee aan de slag, experts worden betrokken. De frames spatten van het blad."

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 40 tot 47