Abonneer Log in

Stop de versnippering in het hoger onderwijs

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 35 tot 39

In het hoger onderwijs zorgt versnippering voor een toenemende complexiteit, een verspilling van middelen, een lage performantie, een extreem duur onderwijsmodel, en een verbrokkeling van expertise en talent. Laten we de beschikbare middelen efficiënter inzetten. Dan kunnen we, met de huidige financiering, hoger onderwijs zelfs kosteloos aanbieden.

MAKE ONDERWIJS GREAT AGAIN

Voorbij de progressieve verwarring
Dirk Van Damme
Lessen uit Finland
Kris Van den Branden
Hoe we koploper in voorschoolse voorzieningen worden
Michel Vandenbroeck, Brecht Peleman en Katrien Van Laere
Mijn school op ’t Kiel
Angelique Corné
Jaouad is wat men noemt ‘laagopgeleid’
Bert Roos
Stop de versnippering in het hoger onderwijs
Jan Van Hee

De laatste weken vloeide veel inkt over de dalende kwaliteit van ons onderwijs. De ene studie volgde het andere rapport op. Een centraal eindexamen voor het secundair onderwijs kwam terug op tafel en het M-decreet werd in vraag gesteld. De grootste onderwijsstaking sinds jaren verhoogde de 'sense of urgency'. De schoolfacturen in het secundair onderwijs stegen de afgelopen jaren met gemiddeld 200 euro. Ook de lamentabele toestand van de infrastructuur van de universiteiten werd op tafel gelegd.

Het publieke beleid van de laatste jaren was steeds gericht op 'kurieren am Symptom' en op kleine bijsturingen waardoor de complexiteit van ons onderwijs alleen maar toenam. In de laatste rush naar de verkiezingen worden nog vlug wat geldinjecties gegeven, zoals 50 miljoen voor het kleuteronderwijs of wordt nog snel een socialemediacampagne opgezet om het beroep van leerkracht opnieuw sexy te maken.

Maar over één van de belangrijkste oorzaken van deze terugval wordt niet gesproken: de organisatorische verbrokkeling en de gebrekkige schaalgrootte, op alle niveaus, van ons onderwijssysteem. Talent zit verspreid over een veelheid van instellingen. Diverse schotten staan tussen deze expertises.

Een campagne voor meer leerkrachten is één zaak, maar hen in het onderwijs houden een andere. Elke startende leerkracht zal het beamen, de beginjaren kunnen hels zijn: kleine opdrachtjes bij elkaar sprokkelen en hopen dat die opdrachtjes het jaar erop niet gedecimeerd worden zodat de hypotheeklening nog kan worden betaald. Versnippering is voor niemand een goede zaak: niet voor de instellingen, niet voor de studenten en niet voor de docenten.1

DE OLIFANT IN DE KAMER

Onderwijs is een grote hap uit de begroting van Vlaamse overheid.2 Het hoger onderwijs beschikte in 2017 over een totaal budget van 1.883.323.000 euro. Kijk de OESO-cijfers3 er maar op na: ons onderwijssysteem is één van de duurdere in Europa. De beschikbare middelen gaan echter te vaak naar het opvangen van die versnippering en de administratieve overlast, en te weinig naar onderwijskwaliteit. Ons onderwijssysteem is duur en weinig efficiënt.

Dit is de 'elephant in the room': iedereen weet het, maar niemand durft het te benoemen. De keuze die voorligt: blijven we krampachtig vasthouden aan een compleet voorbijgestreefde visie op de 'vrijheid van onderwijs', de heilige koe, of werken we aan kwaliteit én betaalbaarheid.
In het hoger onderwijs is het fenomeen zelfs zeer frappant. Ikzelf werk voor een fantastische hogeschool waar ik de maatschappelijke meerwaarde van ons onderwijs en onderzoek elke dag mag herontdekken. Investeren in hoger onderwijs rendeert. Het leidt tot jobs en innovatie; het is een garantie voor sterke toekomstige generaties en een gezonde samenleving.

DE VOORTHOLLENDE COMPLEXITEIT

De codex van het hoger onderwijs, de geconsolideerde regelgeving over de werking van het hoger onderwijs, is een wetboek van aardige omvang. Zo is het systeem van het leerkrediet uiterst ingewikkeld; probeer het maar eens uit te leggen aan een 'groene' student.

Deze complexiteit triggert dan weer het zoeken naar achterpoortjes door gefaalde studenten en hun gespecialiseerde advocaten. Bij elke communicatie, bij elk overleg met studenten moeten de juridische consequenties in rekening gebracht worden. De interne beroepscommissies mobiliseren een hoop medewerkers; ze vergen veel energie en tijd van de opleidingen. Het aantal zaken aangespannen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen groeit elk jaar. Elk jaar groeit ook het Onderwijs- en Examenreglement van elke hogeschool in omvang om die betwistingen in de toekomst te vermijden. Een vicieuze cirkel van toenemende complexiteit.

De administraties in de hogescholen kreunen onder de werkdruk. Het aantal studenten, de planlast en de moeilijkheidsgraad stijgt, maar de middelen gaan uiteraard prioritair naar de opleidingen zelf. Een onderzoek naar burn-out in die diensten zou verhelderend werken.

EEN GEBREKKIGE FINANCIËLE EFFICIËNTIE

Ondanks de vele middelen die naar het hoger onderwijs gaan, klagen de directies en de vakbonden over onderfinanciering. Onterecht? Integendeel! De huidige besparingen brengen zelfs de kwaliteit van het onderwijs in gedrang. Dit jaar, bijvoorbeeld, kantelen de graduaatsopleidingen in bij de hogescholen. Dit betekent een aangroei van het studentenaantal met zo'n 15%, en wordt met een zeer beperkte bijkomende budgettering gefinancierd.

Vrijwel iedereen is ervan overtuigd dat het onderwijs en onderzoek in de hogescholen meer middelen verdienen, maar de olifant in de kamer is de opsplitsing én het weinig optimaal gebruik van de huidige middelen. De combinatie van uitgesplitste budgetten, besparingen en een toenemende studentenpopulatie leidt tot tekort aan middelen, wat druk zet op de werking van de verschillende instellingen.

De middelen stijgen niet mee met de groei van het aantal studenten. Deze onderfinanciering is nu al opgelopen tot 200 miljoen euro per jaar. Bovendien is deze financiering weinig transparant en gaat ze steeds meer op aan de gigantische planlast, de ongelooflijke complexiteit en de versplintering van het hoger onderwijs.

EEN CONCURRENTIESLAG MET OVERHEIDSMIDDELEN

Op dit eigenste moment worden nochtans honderdduizenden glanzende brochures van 15 hogescholen en 6 universiteiten verstuurd, verschijnen billboards in het straatbeeld en komt de advertentiemolen op gang. Het is een waanzinnige concurrentieslag betaald met ons belastinggeld, een met overheidsmiddelen gedreven vrije markt.

Deze markteconomische visie zorgt voor een ongenadige concurrentiestrijd tussen de instellingen. Het verhogen van het marktaandeel wordt een deel van de missie van universiteiten en hogescholen.
Elke instelling van hoger onderwijs betaalt zich blauw aan softwaresystemen en dure licenties, en steekt tonnen energie in de ontwikkeling van eigen applicaties. Talrijke consultants lachen in hun vuistje, omdat onderlinge samenwerking quasi uitgesloten is. Voor veel collega's, die over de grenzen heen van hun instellingen willen samenwerken en kennis delen maar noodgedwongen steeds het warm water moeten uitvinden, is dit een bron van grote ergernis.

In Nederland bestaat de Surf-stichting, een landelijke ICT-coöperatie voor het hoger onderwijs. SURF verkent nieuwe technologieën en rolt vervolgens de ICT-voorzieningen uit op landelijke schaal. Door deze samenwerking kan de organisatie een hogere kwaliteit tegen een lagere prijs leveren. Daar kunnen we alleen maar jaloers op zijn. De Vlhora doet enkele voorzichtige stappen in de juiste richting, maar het blijft vrijblijvend en weinig coherent. Het warm water wordt in elke individuele instelling heruitgevonden.

OVERAANBOD AAN OPLEIDINGEN EN INSTELLINGEN

Ondanks het moratorium op nieuwe opleidingen duiken er nog steeds nieuwe opleidingen op. Een duister handjeklap politiek bepaalt welke hogeschool welke opleiding mag aanbieden.Een pro-formatoetsing test de maatschappelijke noodwendigheid.

In het bestaande aanbod dringt een rationalisering zich op. Waarom is het nodig dat je in Gent op twee plaatsen Sociaal Werk kunt studeren en op twaalf (!) plaatsen in Vlaanderen voor Vroedkunde? Waarom moet Politieke Wetenschappen aan vier universiteiten worden aangeboden? Waarom is er vanuit de overheid geen toekomstgerichte sturing van dit opleidingsaanbod? In Scandinavië wordt dit aanbod en de geprefereerde instroomquota door het Planbureau bepaald, en zorgen gerichtere intakeprocedures voor kandidaat-studenten dat vroegtijdige uitval zoveel mogelijk vermeden kan worden.

Onze instellingen van het hoger onderwijs kenden de afgelopen 20 jaar een grote fusiebeweging, maar toch blijven we lilliputterinstellingen vergeleken met de omliggende landen. Deze gebrekkige schaalgrootte hypothekeert de performantie van ons hoger onderwijs, maar ook succesvolle samenwerkingen met buitenlandse instellingen. Een nieuwe schaalvergroting is aan de orde.

MAAK HET HOGER ONDERWIJS GRATIS

De inefficiënte inzet van middelen ondermijnt de democratische toegang van het (hoger) onderwijs. Het uitgangspunt van de democratische toegang is om geen enkel talent te verspillen. De enige grondstof in ons land zijn onze grijze cellen. Die moeten we koesteren en laten renderen. Het inschrijvingsgeld mag dan voor niemand een obstakel zijn om verder te studeren.

De democratisering van het onderwijs zit in ons linkse DNA. Ontvoogding door opleiding en vorming is immers de cruciale sleutel tot een meer egalitaire samenleving. De Amerikaanse Democraten Alexandra Ocasio-Cortez en Bernie Sanders zijn gekende voorstanders om de toegang tot het publieke hoger onderwijs gratis te maken. Ook in Europa steekt het debat over een meer democratische toegang tot het hoger onderwijs de kop op.

Toch is in Vlaanderen het inschrijvingsgeld aan de hogeschool of universiteit in de laatste paar jaren meer dan verdubbeld, zonder veel commotie.

Ondanks deze zware stijging van het inschrijvingsgeld, stijgen ook de inschrijvingen aan hogescholen en universiteiten. Zijn dan toch alle drempels weggewerkt? Deze stijging is echter gedeeltelijk op conto van kansengroepen te schrijven. Steeds meer jongeren gaan voor een tweede diploma, steeds meer zij-instromers gaan tijdens hun carrière opnieuw diplomagericht studeren en steeds meer buitenlandse studenten vinden hun weg naar Vlaanderen. Ons hoger onderwijs kleurt, ondanks alle beurzen en voorzieningen, nog steeds wit en geurt nog steeds naar middenklasse. Het blijft onze democratische plicht om alle obstakels weg te werken zodat ieder talent zich kan ontplooien.

Mag het wat ambitieuzer? Laten we met de huidige financiering het hoger onderwijs (diploma gerichte bachelor- en masteropleidingen) kosteloos aanbieden door de beschikbare middelen efficiënter in te zetten. Het wegvallen van de administratie van de inschrijvingsgelden en studiebeurzen zou alvast een significante efficiëntiewinst opleveren.

Een utopie? Nee, hoor. In verschillende, vooral Scandinavische landen zijn bachelor- en masteropleidingen gratis. In Scandinavië en Duitsland is het hoger onderwijs kwaliteitsvol én (quasi) gratis. Vaak subsidiëren ze zelfs royaal de kosten in levensonderhoud. Toch kost het de belastingbetaler in deze landen een pak minder dan in Vlaanderen.4

In de grondwet van Tsjechië staat dat iedereen recht heeft op gratis onderwijs, zelfs op gratis hoger onderwijs. Zeer veel Tsjechen, ook uit de kansengroepen, studeren na hun 18 jaar verder. Tsjechië werd daardoor de snelst stijgende economie van Europa.

Ons hoger onderwijs hoeft de belastingbetaler niets meer te kosten. Integendeel. Met de nodige durf en een efficiënte toewijzing van middelen kunnen we een nog beter onderwijs kosteloos aanbieden aan de toekomstige generatie, zonder uitval van waardevol talent.

EEN RECEPT TOT SUCCES

Waar wachten we op? Investeren in het hoger onderwijs is een dwingende opdracht voor de volgende Vlaamse regering. Stel je het volgende recept voor:

  • Een Vlaams planbureau onderzoekt de maatschappelijke verwachtingen en de toekomstige noden op de arbeidsmarkt. Dit orgaan bepaalt welke nieuwe opleidingen opgestart mogen worden en legt jaarlijks, met de nodige marge, de gewenste instroomquota vast.
  • Het landschap van het hoger onderwijs wordt verkaveld tot twee à drie universiteiten, die zowel academische als toegepaste opleidingen (masters, professionele bachelors, graduaten, enzovoort) aanbieden.
  • De 'core-processen', zoals onderwijs en begeleiding van studenten, worden zo kleinschalig mogelijk aangeboden, maar de ondersteunende processen zoals administratie, facilitair beheer, ICT, enzovoort worden opgeschaald en generiek gemaakt.
  • De academische en professionele opleidingen worden kosteloos aangeboden aan toekomstige studenten na een intakeprocedure.

Dit lijkt mij de ideale formule om, met dezelfde beschikbare middelen, een wereldspeler te worden in het hoger onderwijs én het potentiële talent zo goed mogelijk te valoriseren. Heb de durf om de olifant in de kamer te benoemen en de heilige koe in vraag te stellen. Verlaat de ivoren toren van het eigen gelijk en de heilige huisjes van eeuwenoude taboes. Laten we samen het Vlaamse hoger onderwijs vooruit stuwen naar de wereldtop.

Voetnoten

  1. De auteur schrijft de bijdrage in eigen naam.
  2. Voor een overzicht van de Vlaamse begroting: https://www.vlaamsparlement.be/dossiers/begroting-2019.
  3. https://www.oecd-ilibrary.org/education/education-at-a-glance_19991487.
  4. https://www.statista.com/statistics/707600/higher-education-spending-student/.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 35 tot 39