Abonneer Log in

Sociaaldemocratie versus extreemrechts

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 64 tot 65

De aandacht voor immigratie leidt af van thema's die sociaaldemocraten veel beter liggen.

Hoe krijg je radicaal-rechtse partijen klein? De kwestie kwam de afgelopen tijd opnieuw aan bod na de verkiezingsoverwinning van Vlaams Belang. Zo ook onlangs in het opiniekatern van NRC in een column van Maarten Boudry met precies die kop, een stuk dat hij een paar dagen later in herwerkte vorm ook in De Morgen publiceerde. Zelf zou ik na vijftien jaar wetenschappelijk onderzoek op dat terrein het antwoord op die – overigens volstrekt partijdige – vraag niet goed weten. Gelukkig was daar dus die column van Maarten Boudry. Een expert. Daarin legt hij uit dat de 'belangrijkste reden' voor de 'zwarte zondagen' waarop Vlaams Belang zegeviert is: 'zij die er hun grootste afschuw over uitspreken' en een cordon sanitaire rondom de partij hebben gelegd. De zeges van die anti-immigratiepartij zijn veroorzaakt door het cordon, aldus Boudry. Heel interessant. Zelf heb ik daar in die vijftien jaar onderzoek echter nooit empirisch bewijs voor gevonden. Wel heb ik, net als mijn collega Teun Pauwels (ULB), bewijs gevonden voor het omgekeerde effect: in combinatie met het overnemen van haar thema's verloor Vlaams Belang juist kiezers vanwege het cordon, net zoals dat het geval was voor andere anti-immigratiepartijen en communisten in vijftien landen in de afgelopen decennia. Zie mijn boek: Controlling the Electoral Marketplace. How Established Parties Ward Off Competition (2018).

Maarten Boudry ziet het anders: het cordon gaf de 'anti-establishmentpartij' een 'slachtofferrol (..) De kiezer die zijn middelvinger wilde opsteken in het stemhokje wist sindsdien welk bolletje hij moest kleuren.' Ook hiervoor ken ik geen bewijs. Wel is er wetenschappelijk bewijs, aangeleverd door collega's Wouter Van der Burg, Meindert Fennema en Jean Tillie, dat Vlaams Belang-stemmen net zo vaak ideologisch gemotiveerd zijn als stemmen op andere partijen. Hoezo 'middelvinger'? Vrolijk vervolgt Boudry: 'Als je een rechts-radicale partij klein wilt krijgen, moet je zelf een sterk verhaal ontwikkelen over de thema's die zij electoraal uitbuit.' Boudry spreekt zichzelf hier tegen. Immers, hierboven had hij het over 'anti-establishmentstemmen' en de 'middelvinger van de kiezers', niet over inhoudelijke thema's. Daarnaast is het voorbeeld dat hij hierbij geeft ongelukkig gekozen.

Dat voorbeeld is namelijk de Deense sociaaldemocratische partij. Die 'partij won glansrijk de verkiezingen en vermorzelde de rechts-populistische Volkspartij,' aldus Boudry. Maar ten eerste zou ik een verlies van 0,4 procentpunt niet gauw als glansrijke winst kwalificeren. Ten tweede was slechts 9% van de sociaaldemocratische stemmen afkomstig van de Deense Volkspartij. Hoezo 'vermorzelde'? Als Boudry de moeite had genomen om even op Twitter te kijken, dan had hij een prachtig debat kunnen volgen tussen experts over precies dit punt. Zeker twaalf onderzoekers uit zo'n vijf landen met expertise op dit gebied mengden zich in een genuanceerd debat op het scherp van de snede op basis van feiten en van verscheidene wetenschappelijke studies, met oog voor de Deense context. Wellicht heeft Boudry die discussie net even gemist. Of hij echoot gewoon een narratief dat overal te lezen is, in Vlaanderen en Nederland maar ook bij CNN en The Telegraph, dat een verband legde tussen de 'verkiezingszege' van de sociaaldemocraten en hun 'anti-immigratiehouding'.

Niet getreurd, ik blader gewoon door in NRC. En zowaar wordt nog een expert opgevoerd. Een politicoloog zelfs. Het is Kemal Rijken, auteur van het zopas verschenen Eigen volk. Hoe het rechts-nationalisme Europa veroverde. Rijken schrijft: 'Vanaf eind jaren 1990 trokken sociaaldemocratische kiezers naar de (..) Deense Volkspartij (DF).' Belangrijk om te vermelden is dat hij het hier heeft over een kleine minderheid van DF-stemmers. Want die komen voor zover bekend meestal niet van links. Het nieuwe migratieplan, vervolgt Rijken, liet 'veel sociaaldemocratische kiezers terugkeren op het oude nest.' Opnieuw mis. Ten eerste kwam, zoals gezegd, maar 9% van die kiezers van DF. Ten tweede is onbekend of dit kiezers zijn die eerder op sociaaldemocraten stemden – en zo ja, waarom ze terugkeerden. Ten derde stond tegenover die toestroom van DF-kiezers een vlucht van kiezers naar andere linkse partijen. Ten vierde helpt, in het algemeen, aandacht voor immigratiethema's de sociaaldemocraten nou juist niet.

Niettemin stelt Rijken: 'Willen de Nederlandse sociaaldemocraten hun oorspronkelijke aanhang terugwinnen, dan moeten zij (..) migratie aanpakken.' Een argument dat we de laatste tijd ook in Vlaanderen horen. Maar wie is die oorspronkelijk aanhang dan? En, zoals boven gesteld, is dat maar één kant van het verhaal: tegelijkertijd zouden er kiezers switchen naar GroenLinks of D66 in Nederland, of naar Groen of PVDA in Vlaanderen. Bovendien leidt de aandacht voor immigratie af van thema's die PvdA of sp.a veel beter liggen. De empirische studie, When can the Mainstream Left succeed?, van Tarik Abou-Chadi (Universiteit Zürich) en Markus Wagner (Universiteit Wenen) schetst dat migratiedilemma wellicht het best. Hun conclusie, op basis van 22 landen sinds 1975, is dat sociaaldemocraten het gemiddeld juist niet beter doen als ze zich tegen immigratie keren. Nu gaat het hier maar om één studie, maar het is raar om zomaar het tegenovergestelde te beweren. Rijken ziet ook verschillen tussen landen over het hoofd. In Denemarken heeft het linkse blok goede kans om het grootste te worden. Een strategie die vrij neutraal uitwerkt voor sociaaldemocraten en positief voor andere linkse partijen, levert dan wellicht een sociaaldemocratische premier op. In Nederland of Vlaanderen daarentegen is zo'n scenario onwaarschijnlijk, en ligt die strategie dus niet voor de hand.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 64 tot 65