Abonneer Log in

De vakbond is als een vulkaan

Zomerreeks - Hoop 2019

Ik ben hoopvol omdat, ondanks de kritiek, de vakbond de stem verkondigt van de echte wereld.

In 1978 begon ik enthousiast aan mijn Rechtenstudies. Enthousiast omdat ik de uitzonderlijke kans kreeg van mijn ouders om naar de universiteit te gaan, al mocht ik het eerste jaar nog niet 'op kot'. Ik moest eerst maar eens bewijzen of ik deze kans al niet meteen zou verkwanselen. Enthousiast ook omdat ik mijn toekomst al voor mij zag. Ik wilde immers Jeugdrechter worden. Maar een universiteit vormt ook politiek. En ik was van thuis uit al politiek geëngageerd. Gaandeweg verschoof mijn interesse. Het was een periode van economische crisis, van nepstatuten en BTK-projecten, van universitairen die dagelijks de lange fysieke rijen van werklozen moesten vervoegen aan het stempellokaal… een periode van sluitingen en sociale strijd.

En dus koos ik voor de richting sociaal recht, deed nog een extra jaar erbij en behaalde een postgraduaat Sociaal Recht, met een eindwerk rond het stakingsrecht. Voor het onderwijs van vandaag: een Master Na Master.

Van bij het begin was het plan om te gaan werken voor het ABVV, maar ik schatte mijn kansen daarop maar laag in. Daarom solliciteerde ik eerst voor een stage in een advocatenkantoor, gespecialiseerd in arbeidsrecht en sociaal recht. Daar bleek geen plaats, waarop één van de partners me aanbeval bij… de Juridische Dienst van het ABVV in Antwerpen.

Aangezien ik nog een jaar wilde verder studeren kon ik er deeltijds terecht. Elke ochtend naar het ABVV, in de namiddag de trein op naar mijn universiteit, de VUB, les in de late namiddag en avond en dan 's avonds laat terug naar huis. Lange dagen.

Op de Juridische Dienst begon ik uiteraard met kleine taken van klassement, kopies of stencils (!) maken, zaken opzoeken voor de pleiters en consulenten… en heel nu en dan al eens een eenvoudige conclusie schrijven en leden ontvangen die om advies kwamen of hun dossier wilden bespreken.

Na afstuderen besloot het ABVV in Antwerpen dat, nu ze toch al een jaar in mij geïnvesteerd hadden, ik evengoed aan boord kon blijven. En zo begon mijn syndicale loopbaan. Als pleiter voor arbeidsrechtbank en arbeidshof. Een gezond rechtvaardigheidsgevoel, vechtlust om voor onze leden het onderste uit de kan te halen en een nooit aflatende strijd voor de rechten van werknemers of uitkeringsgerechtigden gecombineerd met een grondige juridische kennis maakte van mij een geëngageerde pleiter.

Gedurende de tien jaar dat ik deze functie opnam heb ik veel onrecht ongedaan helpen maken. Als pleiter was ik onderdeel van een gans team dat rond een dossier samenwerkte: de betrokken aangeslotene voor wie ik optrad, de délégués en vakbondssecretaris die de eerste stappen in een betwisting zetten, en de pleiters die het dossier tot een goed einde moesten brengen.

Nog eens tien jaar daarna werkte ik als vakbondssecretaris en stond ik met beide voeten in de syndicale praktijk van bedrijven en sectoren. Daar heb ik geleerd dat er een groot verschil is tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Eén beeldspraak blijft daarbij overeind: de vakbond is als een vulkaan. Binnenin wordt hard gewerkt, alle dagen, in het kader van het vele sociaal overleg in bedrijven en sectoren, op Vlaams, federaal en Europees niveau. Dat vele werk voor de leden, elke dag opnieuw, is voor de buitenwereld weinig zichtbaar. Alleen wanneer de vulkaan uitbarst, vallen we op.

Vandaag mag ik op Vlaams niveau beleidsmatig werken en is mijn ervaring binnen de vakbond voor mij van onschatbare waarde. Er zijn vele manieren om te werken aan de maakbaarheid van de samenleving en dat is wat vakbonden elke dag proberen te doen. Elke dag weer zie ik het raderwerk, het netwerk van de vakbond trillen en in gang schieten. De lava borrelt, verwarmt en lost tal van problemen op. Aan het loket, online, aan onderhandelingstafels, in bedrijven, aan bedrijfspoorten, in de kantine. Voor velen, onzichtbaar, elke dag opnieuw.

En dus ben ik hoopvol.

Hoopvol dat, ondanks het politieke klimaat van vandaag, het sociaal overleg op al deze niveaus blijvend gerespecteerd en naar waarde geschat zal worden. Het tegenovergestelde is sociale onrust en sociale achteruitgang.

Hoopvol omdat vakbondsmensen in de bedrijven klaar staan om hun collega's te helpen en te verdedigen en de solidariteit te organiseren.

Hoopvol omdat de vakbond al vele jaren werkt aan een moderne dienstverlening, die zich veel verder uitstrekt dan alleen het werkloosheidsloket, en rekening houdt met de nieuwe behoeften van leden inzake loopbaanadvies, diversiteitswerking of klimaat en milieu.

Hoopvol omdat de vakbond zichzelf telkens opnieuw uitvindt ten aanzien van de nieuwe kwetsbare groepen in de samenleving. Eenoudergezinnen, werknemers in de platformeconomie, mensen die het slachtoffer worden van sociale dumping, mensen die wel groen willen zijn maar het financieel niet kunnen, enzovoort.

Hoopvol omdat we, mits slimme communicatie, er wél in slagen onze acties en standpunten uit te leggen en er draagvlak voor te creëren.

Hoopvol omdat de 1,5 miljoen leden, militanten, délégués en secretarissen de vakbond dragen, schragen en vertrouwen geven. Zij zijn de vakbond.

Hoopvol omdat ondanks de kritiek, de schampere opmerkingen, de openlijke aanvallen op de organisatie en haar verantwoordelijken, de vakbond de stem verkondigt van de echte wereld: deze van de werkenden, de werklozen, de zieken, de gepensioneerden, enzvoort. Voor hen is er die vulkaan, voor hen is ze zichtbaar.

Een sterke vakbond is broodnodig. Nog steeds. Altijd.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019