Abonneer Log in

Een kentering in ons denken

Zomerreeks - Hoop 2019

Plus est en vous, en onze kinderen wisten het als eersten.

Het klimaat gaat naar de verdommenis, de vaccinatiegraad daalt, het politieke veld wordt onverzoenlijk uit elkaar gespeeld, de kinderarmoede stijgt en de gemiddelde Belg leest steeds minder boeken. Een mens zou er moedeloos van worden, ware het niet dat hoop aan de einder glooit. De hoop waar ik het in dit schrijven over wil hebben ligt niet in technologische ontwikkelingen die vervoer niet langer de facto vervuilend maken, niet in het ultieme argument om de juiste medische beslissingen te nemen, niet in keuzes die maken dat elk kind uit het moeras van armoede getrokken wordt, niet in onderwijs en media die de liefde voor de literatuur inherent en bloednoodzakelijk maken, maar wel in een kentering in ons denken. In een niet eens ideale wereld worden ook alle ander paden bewandeld, maar hier wil ik een lans breken voor ons manke, doch maakbare denken.

Drie kinderen ben ik rijk – wat al wel aangeeft dat ik mild hoopvol naar de toekomst kijk. En die drie kinderen volgen school op een wonderlijke plek, die mijn ouderlijke tekortkomingen prachtig aanvult. Samen met de familie en geliefden waarmee hun vader en ik hen omringen, stomen we ze rustigjes en ongedwongen klaar voor een leven van verantwoordelijkheid en mededogen, mag ik hopen.

Eén van de meest wonderlijke kundes die ikzelf in de verste verten niet meester ben, maar die de school hen wel aanbiedt, is conflicthantering. In steeds meer scholen is dat een onderdeel van het curriculum, van in de kleuterklas tot wanneer ze afstuderen: hoe ga je om met conflicten, hoe praat je erover, hoe geef je de betrokkenen een stem, hoe luister je respectvol naar elkaar, hoe geraak je eruit en hoe vermijd je dat dit conflict zich opnieuw voordoet?

In kleutertaal klinkt het nog wollig, met wreveltjes en knuffels: wat vond je niet zo fijn van een ander, want vond je wel leuk en hoe kan je dat verwoorden? Naar de lagere school toe gaat het er al professioneler aan toe, met leerlingbemiddelaars die, los van volwassenen, de woelige wateren proberen te bedaren, over een leerlingenraad tot een leraar-kindgesprek waarin beiden hun kant proberen te verwoorden, in glorieuze hoop op beterschap.

Niet zelden praat ik er met medeouders en de leerkrachten over, hoe bijzonder dat is, dat wij, als onvermogende volwassenen proberen om bij onze kinderen, in het geval van een conflict, een reflex aan te kweken die een lichtend baken tot verantwoordelijke volwassenheid in zich draagt, terwijl we hem zelf bijlange nog niet onder de knie hebben.

In de wereld van de volwassenen en misschien nog meer in die diffuse wereld van het wereldwijde web lijkt het of de roepers altijd winnen, alsof de polen immer verder uit elkaar gespeeld worden en eenieder zich met de hakken in het zand ingraaft, ter meerdere eer en glorie van het eigen grote gelijk.

En toch, en toch.

En toch is er in het volwassen denken een parallelle evolutie met die milde kinderbemiddeling.

Psychologische hulp is voor de noodlijdenden jaren, decennia, om niet te zeggen eeuwen een hoogst precair goed geweest. Langzaamaan verandert dat. Vinden mensen met psychologische problemen, psychiatrische deficits de juiste hulp en begeleiding. In het kielzog daarvan lijkt het besef te groeien dat de bevindingen uit deze wetenschap vruchtbaar kunnen zijn voor allen.

Het is een relatief nieuw gegeven dat gedrag dat als niet in se problematisch – want niet pathologisch in de exacte betekenis van het woord – niet langer als 'wenselijk' omschreven kan worden. Net zoals onze kleuters leren nadenken over wie zich hoe gedraagt, en wat dat bij anderen teweegbrengt, groeit sluimerend het besef bij volwassenen. Naast het verlichten van psychisch lijden van de patiënten, is één van de voornaamste doelen van de psychiatrische wetenschap om het welbevinden van de patiënt en diens omgeving te vergroten. De bevindingen en therapieën die daaruit groeiden, zijn op een heel breed vlak toepasselijk. Het is niet omdat gedrag niet de facto 'ziekelijk' is, dat het niet beter kan. Plus est en vous, en langzaamaan weken we ons los van onze naturalistische kijk op wie we zijn, en hoe we ons gedragen.

Ieder van ons wordt geboren met geitenpaadjes in het hoofd, in ons denken en in ons handelen. Het is wat ons mede maakt tot wie we zijn, toe hòe we zijn. En dat moet en dat mag. Maar af en toe, bij ieder van ons, zijn er handelingen en gedragingen die dan wel niet ziekelijk zijn, toch kwetsen ze, zijn ze destructief en eigenlijk minder wenselijk; zou het echt wel beter kunnen. De wetenschap die uit de ontwikkelende psychiatrie en psychologie, in samenwerking met de sociologie en de pedagogie groeide, is een bloeiend korenveld, een bron waar we ons allen aan kunnen laven, als we maar willen en weten hoe.

Voor ons als volwassenen is het in de meeste gevallen een aha-erlebnis, een sprong in het diepe, een strijd met het zelf die we niet allemaal wìllen aangaan; voor onze kinderen – mag ik hopen – zal het een steeds grotere vanzelfsprekendheid zijn.

Het willen en kunnen aangaan van de vraag hoe we denken en handelen, waar dat vandaan komt, hoe we naar de ander kijken en bij die andere diezelfde geschiedenis proberen te achterhalen en hoe we dan samen, in meer min dan onmin, weer verder kunnen. Plus est en vous, en onze kinderen wisten het als eersten.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019