Log in

Een mondiale belastinghervorming in 2020

Zomerreeks - Hoop 2019

Het is de eerste keer in de belastinggeschiedenis dat een akkoord op zo'n grote schaal wordt onderhandeld.

'Het multilateralisme is dood!', schreeuwden veel commentatoren na de overwinning van Donald Trump en de daaropvolgende beslissingen van diezelfde president omtrent het Iraans nucleair akkoord en het klimaatakkoord van Parijs. Vreemd genoeg zien we op belastingen net een omgekeerde beweging: het multilateralisme floreert als nooit tevoren.

Binnen de Europese Unie zagen we, ondanks de tegenstribbelingen van lidstaten, sterke vorderingen in de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking. Zo werden er tussen 2015 en 2019 onder leiding van Pierre Moscovici, Eurocommissaris op belastingen, twee belangrijke richtlijnen aangenomen tegen belastingontwijkingstructuren van multinationals, alsook broodnodige transparantiemaatregelen en een Europese lijst van belastingparadijzen. Inderdaad, het lukt belastingparadijzen als Luxemburg en Ierland niet altijd meer – ondanks de unanimiteitsregels in fiscale materies – om zaken tegen te houden in de raad. Natuurlijk is de aangenomen wetgeving zelden perfect en er is zeker ruimte voor vooruitgang, maar nooit eerder werden gelijkaardige ambitieuze richtlijnen en initiatieven goedgekeurd.

Een gelijkaardige tendens zien we ook in andere werelddelen. In Afrika en Azië groeit het besef dat de internationale belastingregels moeten worden veranderd om het verlies aan cruciale inkomsten te voorkomen. Bovendien werden de internationale belastingregels, net zoals de handelsregels, enkele tientallen jaren geleden op maat van geïndustrialiseerde, ontwikkelde landen geschreven. Naast deze structurele ongelijkheid verliezen ontwikkelingslanden proportioneel ook het meest aan belastingontwijking van multinationals. En dat terwijl er net een tekort is aan overheidsmiddelen om het onderwijs en de gezondheidszorg te financieren en veel ontwikkelingslanden kampen met een schuldencrisis. Opvallend is dat ook de Verenigde Staten, na jarenlang passief toegekeken te hebben hoe Amerikaanse multinationals zoals Google in Bermuda al hun geld in belastingparadijzen parkeerden, onder Trump sterke antiontwijkingsregels hebben aangenomen. De eerlijkheid gebiedt hieraan toe te voegen dat de grote belastinghervorming van Trump gepaard ging met een grootschalige eenmalige belastingkorting voor al deze multinationals en een drastisch verlaagd belastingtarief.

Nu, het is niet allemaal rooskleurig. Wereldwijd blijven landen elkaar beconcurreren met lage tarieven en agressieve belastingvoordelen om investeringen aan te trekken. Onderzoek heeft al lang aangetoond dat belastingen maar een heel beperkte rol spelen in het ondernemingsklimaat. Toch geloven politici, onder invloed van de sterke bedrijvenlobby, nog steeds dat lage belastingen gelijk staan aan een bloeiende economie. Bovendien blijken de grote techbedrijven aan belastingen te ontsnappen omdat de internationale spelregels enkele tientallen jaren geleden op maat van de traditionele maakindustrie geschreven zijn. Zo kennen de huidige regels enkel het concept van een fysieke aanwezigheid, niet van een digitale. Een bijkomende frustratie is dat landen, waar multinationals veel omzet generen door hoge verkoopcijfers, niet meteen veel belastingen kunnen innen op de gemaakte winst, aangezien een groot stuk van de belastingkoek richting belastingparadijzen stroomt.

Die situatie is niet langer houdbaar. Burgers eisen meer fiscale rechtvaardigheid, kmo's een gelijker speelveld en overheden hebben nood aan meer middelen. Sterker nog: instellingen als het IMF en de Wereldbank pleiten nu zelf actief tegen belastingconcurrentie en benadrukken het belang van een effectieve en eerlijke belastinginning. Vandaar dat eind juni tijdens de G20-top aan de OESO officieel het mandaat werd gegeven om een wereldwijd belastingakkoord te bewerkstelligen. De OESO wordt de facto als de wereldwijde belastingautoriteit gezien, ondanks het pleidooi van velen, vooral ngo's en ontwikkelingslanden, voor een VN-orgaan.

Hoewel het OESO-proces pas officieel in juni is begonnen, zijn de onderhandelingen al sinds januari gestart. Binnen de OESO wordt er onderhandeld in het 'Inclusive Framework', een orgaan bestaand uit 131 landen. In dit orgaan beslissen de landen wat het belastingakkoord concreet zal inhouden. Het is de eerste keer in de belastinggeschiedenis dat een akkoord op zo'n grote schaal wordt onderhandeld. Het is ook de eerste keer dat ontwikkelingslanden mee aan tafel zitten. Nog uitzonderlijker is dat de Verenigde Staten constructief mee voorstellen formuleren en bereid zijn tot compromis.

Op tafel liggen er drie belangrijke zaken: een wereldwijde minimumbelasting, het toewijzen van meer belastbare winst aan landen waar consumptie plaatsvindt en een definitie voor digitale activiteiten. Een ambitieuze minimumbelasting kan effectief het einde betekenen van vele belastingparadijzen en de meest agressieve vormen van belastingconcurrentie. Het toerekenen van belastbare winst aan landen waar consumptie plaatsvindt, kan de frustratie van grote consumptielanden stillen. Het blijft gissen naar de exacte impact op landen en bedrijven. Op het eerste zicht lijkt een land als België niet meteen veel te verliezen, noch te winnen bij zo'n hervorming. Wel zal de drijfveer om verder belastingconcurrentie te voeren met de buurlanden dalen, wat de federale overheidsfinanciën zeker ten goede kan komen.

De hervorming zou tegen eind 2020 helemaal rond moeten zijn. Een razendsnel tempo voor wat een bijzonder gevoelig en technisch onderwerp is. Toch ligt de slaagkans erg hoog. Iedereen aan tafel beseft dat er zonder een multilaterale oplossing unilaterale maatregelen zullen komen. Frankrijk besliste vorige week nog om een unilaterale belasting op te leggen aan de allergrootste techbedrijven, tot grote frustratie van de Verenigde Staten. Niemand wil unilaterale maatregelen en iedereen lijkt het erover eens dat het tijd is voor eenvoudige en effectieve regels.

Multilateralisme. Het kan dus nog. In belastingen dan nog wel, cruciaal in de soevereiniteit.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019