Abonneer Log in

75 jaar na Auschwitz

In het licht van zo'n extreem geweld lijkt hoop geen recht te hebben op haar bestaan. Maar dat zou een zware misvatting zijn.

Wat hebben wij gedaan?
Wat doen wij nu?
Wat zouden wij nog moeten doen?
Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799)

Exact 75 jaar geleden, midden juli 1944, gingen officieren en bewakers van het kampcomplex Auschwitz op daguitstap naar de Solahütte. Een idyllische ontspanningsplek voor de daders zo'n 30 kilometer van Auschwitz-Birkenau. Getuige daarvan is het fotoalbum van de adjudant van de kampcommandant Karl Höcker. Met veel zorg legde hij een persoonlijk kiekjesalbum aan van zijn 'mooie tijd' in Auschwitz. De fotoreeksen tonen teambuilding, samenhorigheid, vertier, muziek, eten van blauwe bessen en zonnebaden op het terras dat uitkijkt op het stuwmeer. Een vrouwelijke SS-Helferin (communicatiemedewerkster) heeft haar tweejarige zoontje mee op uitstap. Het lijkt een normale dag, met normale mensen betrokken in normale sociale activiteiten.

De beelden van het Höckeralbum tonen echter maar een aspect van het concentratie- en vernietigingskamp, met name de leefwereld van de daders vastgelegd door hun eigen lens. In de drie maanden ervoor, tussen mei en begin juli '44, voltrok zich in Birkenau de grootste moordepisode in de geschiedenis van het kamp. Op ongeveer 8 weken tijd werden meer dan 320.000 Hongaarse joden er vergast en gecremeerd in wat de nazi's Aktion Höss noemden, naar de voormalige kampcommandant Rudolph Höss. Ook van deze ongeziene genocidale moord werd zorgvuldig een fotoalbum aangelegd. Dit als een presentatiealbum om het moordproces visueel te documenteren en te tonen in Berlijn of aan belangrijke officieren. De foto's tonen een ongekende gruwel, waarbij je de grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen ziet wachten in het berkenbos voor het crematoriumgebouw op hun nakende dood. Je zie de mens die vernietigd gaat worden omdat hij is wie hij is. Op één van de foto's zie je een kleutertje die net een bloempje heeft geplukt en aan zijn tweejarig broertje wil geven. Een liefdevol gebaar dat snijdt als je weet in welke context. Vaak moet ik denken aan die twee tweejarigen. Hoe kan hun leefwereld zo uiterst verschillen? Hoe kan wij zover komen te staan van zij?

Beide Auschwitzalbums confronteren ons met de parallelle werelden die Auschwitz omvatte. Daders en slachtoffers zijn op elkaar betrokken in een ongeziene destructie. Binnen zes maanden, op 27 januari 2020, zullen we de 75e verjaring van de bevrijding van Auschwitz herdenken. Het voormalige kamp en vandaag museum staat symbool voor de ongeziene raciale vernietiging van Joden en Roma en de vervolging van Polen, Russen en zovele andere slachtoffergroepen. Het is de meest zwartgeblakerde plek te noemen in onze recente geschiedenis. Vanuit België en Noord-Frankrijk werden er via Kazerne Dossin meer dan 25.500 mensen naar gedeporteerd. Slechts 5% kwam levend terug. In het licht van zo'n extreem geweld lijkt hoop geen recht te hebben op haar bestaan. Maar dat zou een zware misvatting zijn.

Hoewel Auschwitz en de Holocaust synoniem staat voor eindeloos veel geweld, is er ook veel schoonheid in aanwezig. Naast de genadeloze vervolging en de gedachteloze gewilligheid waarmee dit alles gebeurde, was er ook redding en verzet. Zeer veel actoren hebben op cruciale momenten een wereld van verschil gemaakt en leveren vandaag wonderbaarlijke verhalen op van medemenselijkheid. Gaande van de kleine goedheid (Levinas) door het delen van een stukje brood in het kamp, tot de vele verhalen van onderduik en zelfs heroïsch verzet. Deze verhalen worden vaak ondergesneeuwd door de terreur en gruwel waarvan we getuige zijn, maar ze zijn er permanent en zelfs in grote getallen. Oorlog blijkt niet alleen het meest gruwelijke, maar ook het meest schone in de mens naar boven te brengen. Zo legt Kazerne Dossin uit hoe een pad van cumulatieve radicalisering uiteindelijk zou leiden tot de moord op duizenden mensen, maar ook moeten we erbij vertellen dat meer dan de helft van de joden op ons grondgebied werden gered door onderduik en vluchtmogelijkheden te voorzien. Geen grootschalig en allesomvattend plan, maar wel de duizenden beslissingen van gewone mensen die vanuit hun mens-zijn beslisten te handelen. Nog merkwaardiger is tevens het feit dat er slechts een klein aantal redders de titel 'rechtvaardige onder de naties' hebben aangevraagd en gekregen. Een bescheidenheid die zich vaak vertaald in de stelling dat dat gewoon 'hun plicht was om te doen'. Vanuit een menselijke identificatie en empathie handelden ze en opgeteld maakten hun acties inderdaad een wereld van verschil.

De gruwel van de Holocaust en ook de schoonheid van redding leert ons dat een gezond evenwicht tussen autonomie en verbondenheid cruciaal is. Autonoom genoeg om zelf te kunnen denken en handelen, los van de gehoorzaamheid aan een totalitair of gewillig systeem. Maar ook dat een voldoende mate van menselijke verbondenheid of sociale cohesie cruciaal is om ons gedrag aan te sturen. De laatste decennia is er veel aandacht geweest naar de mechanismen en omstandigheden die de slachtoffers en daders van collectief geweld hebben beïnvloed. Even belangrijk lijken me deze zaken die de omstanders hebben gemotiveerd om het verschil te maken in moreel moeilijke en uitdagende tijden. Zoals Primo Levi stelde 'het is gebeurd en kan dus weer gebeuren. Dat is de kern van wat wij te zeggen hebben.' Maar deze lessen uit het verleden hebben niet enkel betrekking op daders en slachtoffers, maar ook op de omstanders die vaak wel of niet het verschil hebben gemaakt. Tuurlijk moeten we verhinderen dat mensen opnieuw slachtoffers, laat staan dader worden. Zoals Adorno stelde is de allereerste eis aan opvoeding te voorkomen dat Auschwitz zich niet nog eens voltrekt. Maar misschien is het dan nog belangrijker in deze tijden om mensen te inspireren met verhalen van hoop die ook massaal in onze Holocaustarchieven zijn opgeslagen. Hoe kleine acties in hun aantal en verspreiding bijzonder groots kunnen zijn in hun effect. Het verleden kan ons waarschuwen hoe mensen verglijden in onverschilligheid, maar het kan ons ook inspireren om het verschil te (leren) maken binnen jouw eigen mogelijkheden en context. Dat is een bijzonder hoopvol gegeven in deze uitdagende tijd.

"It is not a finished Utopia that we ought to desire, but a world where imagination and hope are alive and active."
Bertrand Russell

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019