Abonneer Log in

'Heb je jouw zoontje nog gehoord?'

Zomerreeks - Hoop 2019

Hoop is een kindertekening in een fluoroze handtas met gouden rits.

Zijn hobby is juwelen maken. Op goede dagen gaat hij schelpen rapen aan zee. Die snijdt hij doormidden en maakt er oorringen van.
Op slechte dagen wordt hij geconfronteerd met zijn verleden, zijn kreupele lijf en het harnas dat er tegen drukt.
Vandaag is een slechte dag. Voor hem ligt een brief van de FOD Financiën waarin binnen de 48 uur 45.000 euro wordt geëist.
'De FOD is zot', zegt hij bloedserieus. Naast juwelenmaker en ex-gedetineerde is hij ook nog poëet.
Ik lach: 'Jij gelukkig niet.'
'Nog niet. Hout vasthouden', zegt hij terwijl hij in de tafel knijpt.
'Ha, da's geperst karton jong.'
Hij lacht.
'Ik heb wel nog iets voor jou', zeg ik geheimzinnig terwijl ik een doos uit mijn rugzak haal.
Die zit vol schelpen.
Toen ik mijn mama vertelde over hem, over zijn kapotte lijf en zijn juwelenmakerij, stak ze haar volledige collectie in een doos. Allemaal schelpen en één stuk palettenhout.
Hij glundert. Met dat onnozel stukje hout met twee verroeste nagels in zijn hand. 'Ik maak elfenhuisjes van mijn bloembakken. Dit is de perfecte deur.' Hij wijst naar de bruine plastieken gedrochten op zijn vensterbank. Hij legt de papieren die uitgestrooid liggen over de tafel opzij. Hij neemt zijn bloembak, het stukje hout en glimlacht.
Hij is even geen ex-gedetineerde of schuldenaar meer.
Hoop is een stukje palettenhout.

Ik heb haar leren kennen in een krot.
Een kapotte voordeur, een kamer met drie vuile matrassen en evenveel vuile mensen erop. Ze lag er tussen de spuiten en de etensresten. Ze staat al jaren bekend als injecterend druggebruiker. Ze heeft seks tegen betaling. Voor haar tellen niet de euro's, maar drugs en onderdak. Haar woorden zijn vaak flagrante leugens, soms pijnlijk eerlijk.
Ze injecteert. Maakt niet uit wat, maakt niet uit met wat.
Nu staat ze voor me en ze vraagt propere spuiten. Ik geef ze haar met veel plezier. Steriele spuiten met scherpe naalden.
Ze kijkt naar de spuitencontainers achter me. 'Kan ik zo ook eentje krijgen?'
'Geel of zwart?', vraag ik. Ze kiest een gele. Niet omwille van de kleur, maar omwille van de grootte. In die zwarte kunnen er maar een tiental.
'En uhm… die condooms?' Ze kijkt in de richting van het mandje met condooms dat bijna feestelijk uitgestald staat. Ik knik. Ze grabbelt een handvol.
Ze staat al jaren gekend als injecterend drugsgebruiker. Maakt niet uit wat. Maakt niet uit met wat.
Hoop zijn steriele spuiten, een gele container en een handvol condooms.

Ik kom hem toevallig tegen in de straat waar hij een tijdje heeft gewoond. Een kleine studio, vier op vier. Een zetel als bed. En omgekeerd.
Wanneer ik hem omarm, ruik ik alcohol. Zijn lippen zijn droog met een bruine korst erop. Zijn broek is vuil, zijn blik vermoeid.
'Hoe gaat het met je?', vraag ik.
Soms is dat een verschrikkelijk overbodige vraag.
'Ja, gaat wel hoor.'
Ik blijf staan, zogezegd nonchalant. Oprecht geïnteresseerd.
'Waar woon je nu?'
'Goh, hier en daar een beetje.' Hij kijkt overal, behalve in mijn ogen.
'Maar het gaat wel hoor… allez, ik gebruik wel weer veel. Maar het gaat wel.'
Ik vraag me af of hij mij wil overtuigen, of zichzelf.
'Ik ben mijn portefeuille, mijn smartphone en mijn bankkaart kwijt.'
'Het gaat niet he?' Ik vraag het ongewild stil, alsof ik hem smeek mijn gevoel te overstemmen.
Met de tranen in zijn ogen staart hij naar de tippen van zijn schoenen.
'Ik ben op één dag twee keer opgepakt… maar ik heb allebei mijn schoenen nog.'
Trots wijst hij naar zijn sneakers.
Hoop is een paar Nike Air Max.

We spreken af in een hippe koffiebar. Zo hip dat we allebei uit de toon vallen.
Ze bestelt haar favoriet, een latte macchiato caramel twist. Wanneer hij voor haar neus staat, heeft ze geen zin meer. Haar maag is kapot, ze heeft rotslecht geslapen. Er is weer gevochten in de nachtopvang.
Ze heeft er allemaal genoeg van.
'Heb je jouw zoontje nog gehoord?', vraag ik.
Haar gezicht klaart op. 'Ja, hij heeft me een tekening gestuurd.'
Met de grootste voorzichtigheid haalt ze het kunstwerkje uit haar handtas.
Een jongetje, een vrouw, een taart met vier kaarsjes.
'Is hij verjaard?'
'Ja', zegt ze trots.
En dan veel stiller: 'Ik was het vergeten.'
Ze prutst aan de rits van haar handtas.
'Maar volgende week mag ik hem bezoeken, dat ga ik niet vergeten', vervolgt ze vastberaden.
'Ga je dan mee?'
Ik knik. 'Ik zet jou af aan de voordeur. Jou en jouw nieuwe handtas.'
Ze kirt. 'Mooi he! Speciaal in 't nieuw om hem te bezoeken.'
Een fluoroze handtas met gouden rits.
'Niet mijn smaak', antwoord ik eerlijk. 'Maar het staat je.'
'Als je meegaat, moet je wel assorti zijn he Kaat.'
'Zwart past bij alles', lach ik.
'Zwart is een rouwkleur. Ik mag na acht maanden mijn zoontje bezoeken. Zie maar dat je fluoroze of goud draagt!'
Ze drinkt in één teug haar latte leeg, stopt de tekening weg en kust me gedag.
Hoop is een kindertekening in een fluoroze handtas met gouden rits. En ik die ervoor zorg dat ik daar bij pas.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019