Log in

Kids with butterfly nets

Zomerreeks - Hoop 2019

In tegenstelling tot de klimaatmarsen verloopt de groeiende aandacht voor biodiversiteit meer gestaag, maar wie weet is ze daardoor ook structureler?

Een ronde tafel, mijn vader, mijn moeder en ik als enig kind aan tafel, met de lege vierde stoel tegen het raam. Zicht op een grote tuin met vijver en centraal op de eettafel waar bij andere gezinnen een kan water, tafelbier of een flesje 'Liebig' stond voor wanneer de soep te flauw was, bij ons twee verrekijkers: die van mijn vader en de mijne. Zo groeide ik op. De blik strak gericht op die mogelijke passage van onze private IJsvogel, een Ree op de dijk van de vijver of wolken Sijsjes en Kepen in de winterse elzentoppen. Eigenlijk waren we daar thuis altijd op één of andere manier mee bezig. Later was ik er van overtuigd dat Graham Parker zijn The Kid with the Butterfly Net speciaal voor mij geschreven had. Ik was immers zo'n jongetje dat hooilandjes afschuimde met een vangnet op zoek naar libellen en vlinders, de obligate veel te grote verrekijker rond de nek nu. Mijn jeugdbeweging was niet de Scouts of de KSA. Wij waren de JNM, de Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubescherming. Wij gingen op viezebeestjeskamp.

In al die jaren zagen we de natuur eigenlijk alleen maar achteruit boeren. Hier en daar werden succesjes geboekt in een natuurreservaat. Een zeldzaam broedgeval van een verdwenen geachte soort. Of die ene orchidee die na tien jaar maaien met de zeis toch weer opdook. Maar de algemene tendens was eigenlijk gitzwart. Mijn vader zag de laatste Korhoenders in Noord-Limburg, zelf zag ik nog net de laatste Ortolanen en van het ene jaar op het andere zou de Kuifleeuwerik niet meer verschijnen op de speelplaats van mijn school. Dat terwijl die enkele jaren eerder nog alomtegenwoordig was in elk dorp. Met tientallen vrijwilligers werden de laatste haviknesten 24 uur op 24, 7 dagen op 7 bewaakt omdat er een oorlog woedde tussen jagers en natuurbeschermers. Jagers joegen jarenlang ladingen hagel door haviknesten in Limburg waardoor de soort op verdwijnen stond. We spreken half jaren 1980. En er was weinig reden voor optimisme.

En dat lijkt dertig jaar later alleen maar erger te worden, alle inspanningen van natuurbeschermers ten spijt. Er zijn zo'n acht miljoen dier- en plantensoorten op aarde. Daarvan dreigen er de komende decennia een half tot één miljoen uit te sterven. Dat staat te lezen in een VN-rapport dat eerder dit jaar verscheen. Het rapport is van de hand van het VN-panel voor biodiversiteit IPBES. Zo'n 400 experts uit meer dan 50 landen hebben er 3 jaar aan gewerkt. Daarbij hebben ze bijna 15.000 bronnen bestudeerd, wetenschappelijke studies en overheidsdocumenten.1 Er is twee tot drie keer meer kip dan alle kilo's wilde vogels samengeteld. En wanneer je de massa optelt van alle wilde zoogdieren, alle wilde vogels en alle mensen op aarde kom je nog maar aan twee derden van de wereldwijde veestapel. Vooral veelzeggend in de laatste optelsom is het feit dat die veestapel 14 keer meer massa vertegenwoordigt dan alle wilde zoogdieren samen. Uit een WWF-rapport van 2016 bleek eerder al dat de wereld afstevent op het eerste massale uitsterven van dierenleven sinds de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden van onze aardbol verdwenen. De snelheid van uitsterven ligt zo'n 100 keer hoger dan wat je zou mogen verwachten via natuurlijke selectie en evolutie.2

Persoonlijk beschouw ik deze biodiversiteitscrisis van minstens even groot belang als de klimaatcrisis. Je kan over dat belang eindeloos discussiëren. Maar laat me een poging ondernemen door een paar bochten af te snijden: het klimaat bepaalt de omstandigheden waarin en op welke plaatsen leven zich kan handhaven, de biodiversiteit is de optelsom van alle leven zélf.

Hoop? Er gaat een hoop biodiversiteit verloren, ja. En daar kan ik dus van wakker liggen. En toch ben ik hoopvol. Zij het met mate.

De reden waarom brengt me nog één keer terug naar Limburg, eind jaren 1990 deze keer. Ik werkte voor het Regionaal Landschap Kempen en Maasland en stond mee aan de wieg van het eerste Nationaal Park in Vlaanderen: Hoge Kempen. We waren er van overtuigd dat we de Limburgse natuur maar konden redden als we er in zouden slagen de Limburgers er opnieuw van te laten houden. En hen te doen inzien dat het behoud van de natuur de grondslag voor economische heropleving kon zijn na de mijnsluitingen. De natuur als kans, niet als bedreiging. Als predikanten voor nieuwe, wilde natuur trokken we van schepencollege naar schepencollege met als slogan 'Hoge Kempen, Groene Kans!'. We maakten gelijkaardige plannen voor de Maasvallei en voor de grote aaneengesloten en grensoverschrijdende natuurgebieden in het noorden van de provincie: Kempenbroek. We werden vaak vol ongeloof bekeken wanneer we onze plannen uitrolden. Grote eenheden natuur creëren, versnippering tegengaan met ecoducten en het recreatieve gebruik van de natuur beter zoneren, zou de natuur niet enkel aantrekkelijker maken voor recreanten en toeristen, het zou zorgen voor de terugkeer van Otter, Bever, Edelhert, Wolf, Wilde Kat, Das, Visarend, Rode Wouw, Kraanvogel, enzovoort. Dat laatste was ons échte doel. En toegegeven, het was soms een mix van overtuiging dat het echt kon en bluf.

Het is bijna onwezenlijk dat alle soorten die ik hierboven noem intussen in meerdere of mindere mate terug zijn. Het bewijst dat natuur voor een stuk maakbaar is, of minstens dat we als mensen er voor kunnen zorgen dat we omgeving die we decennialang onmogelijk gemaakt hebben voor een aantal van onze medebewoners, terug een beetje meer geschikt voor hen kunnen maken. Ik ben uiteraard niet blind voor het feit dat bijvoorbeeld soorten van open gebieden, akker- en weiland, het dramatisch slecht blijven doen, dat de totale hoeveelheid insecten zorgwekkend achteruit blijft boeren en dat de klimaatverandering ganse ecosystemen op hol doet slaan door het verdwijnen van soorten die we hier traditioneel kennen en het plots massaal opduiken van zuidelijke soorten. De neergang is allesbehalve gestuit.

En toch zie ik redenen voor optimisme. Want wie had ooit gedacht dat honderdduizenden Europeanen zich het lot zouden gaan aantrekken van bijen? Toen in 2015 de Europese Commissie overwoog om de Europese natuurrichtlijnen te herzien namen meer dan een half miljoen Europeanen deel aan de publieke consultatie om de richtlijnen overeind te houden en zelfs strikter toe te passen. Nooit eerder namen zoveel Europese burgers deel aan dergelijk formeel inspraakproces. Het was nauwelijks voor te stellen dat zelfs in het oerconservatieve Vlaanderen met zijn steriele voortuinen en strak geschoren buxushagen een campagne waarin gepleit wordt om je gras te laten groeien en je tuin toe te laten wat wilder te zijn, zou aanslaan. In dat Vlaanderen zijn intussen meer dan 100.000 gezinnen lid van Natuurpunt vzw. Dat is meer dan het dubbele van het aantal leden bij de fusie van de toenmalige Natuurreservaten vzw en De Wielewaal in 2001. Maar liefst 36.488 Vlamingen telden 673.385 vogels tijdens Het Grote Vogelweekend van Natuurpunt afgelopen winter. Er kan geen boom meer geveld worden of er is een actiecomité dat het verzet organiseert. Er beweegt duidelijk iets en het is al langer bezig dan vandaag. In tegenstelling tot de klimaatmarsen verloopt de groeiende aandacht voor biodiversiteit meer gestaag, maar wie weet is ze daardoor ook structureler?

Toegegeven, het is minder hip om als tiener met een vlindernet en een schoudertas vol natuurgidsen rond te lopen dan om te staken voor het klimaat. We waren dan ook met veel minder, wij the kids with butterfly nets. Maar plezant was het wel. En nu vogels kijken plots iets voor hipsters blijkt te zijn, duiken de vlinderaars misschien ook op in straatbeeld. Ik zie het graag gebeuren. Eén ding moet me wel nog van het hart. Die opflakkerende liefde voor de natuur, daar word ik helemaal warm van. Laten we maar allemaal massaal bomen beginnen planten waar onze buxushagen zijn weggevreten door de Buxusmot. Maar kunnen we alsjeblief stoppen met onze nieuwe wolven namen te geven? Het hoeft hier nu ook weer niet de Efteling te worden.

Voetnoten

  1. IPBES. 2019. 'Summary for policymakers of the global assessment report on biodiversity and ecosystem services of the Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services'. S. Díaz, J. Settele, E. S. Brondizio E.S., H. T. Ngo, M. Guèze, J. Agard, A. Arneth, P. Balvanera, K. A. Brauman, S. H. M. Butchart, K. M. A. Chan, L. A. Garibaldi, K. Ichii, J. Liu, S. M. Subramanian, G. F. Midgley, P. Miloslavich, Z. Molnár, D. Obura, A. Pfaff, S. Polasky, A. Purvis, J. Razzaque, B. Reyers, R. Roy Chowdhury, Y. J. Shin, I. J. Visseren-Hamakers, K. J. Willis, and C. N. Zayas (eds.). IPBES secretariat, Bonn, Germany. XX pages.
  2. WWF. 2016. 'Living Planet Report 2016. Risk and resilience in a new era'. WWF International, Gland, Switzerland.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019