Log in

Weg met het optimisme, leve de hoop!

Zomerreeks - Hoop 2019

Hoop terug een politieke plaats geven, betekent afstand nemen van de valse profeten van het optimisme.

Boven de toegangspoort van de hel in Dante's De goddelijke komedie staat het opschrift: 'Laat varen alle hoop, gij die hier binnengaat'. De boodschap is duidelijk. Voor wie in de hel belandt, is alle hoop op lotsverbetering zinloos. Er is geen alternatief voor de eeuwige kwellingen die de ongelukkigen in de hel moeten ondergaan. Dante's hel mag dan wel een product van een literair-religieuze verbeelding zijn zonder realiteitswaarde, voor ontelbaren is de wereld vandaag een reële hel. Maar zij die in helse omstandigheden leven – oorlog, verdrukking, klimatologische rampen, armoede – lijken niet alle hoop verloren te hebben. Zo geloven ze dat op deze wereld een beter leven mogelijk is. Hun hoop is geboren uit wanhoop. Meest sprekend zijn de vluchtelingen die alles riskeren om aan hun lot in het thuisland te ontsnappen en andere oorden opzoeken. Een aantal van die vluchtelingen – een minderheid – zoekt zijn heil in Europa. Op die plek zijn ze echter niet welkom. Een deel van de Europese bevolking en hun politieke representanten lijkt niet langer te geloven in een humane behandeling van migranten. Dit mag vreemd lijken. Europa is voor velen die de hoop lijken verloren te hebben niet bepaald een hel. Vanwaar dan die afwijzing van de hoop?

Het leven in Europa mag dan in vergelijking met vele andere plekken op aarde niet bepaald een hel zijn, toch laten ook hier zich de gevolgen van de ecologische, sociaaleconomische en politiek crisis voelen. De impact van deze drie in elkaar grijpende systeemcrisissen is ongelijk verdeeld op mondiaal niveau, maar ook in westerse landen zijn de gevolgen ongelijk verdeeld. Voor een deel van diegenen die de impact het zwaarst voelen of vrezen door deze crisissen veel te verliezen, lijkt niet hoop maar wel rancune en angst de voornaamste politieke drijfveer te zijn. Hoop lijkt het Europese continent te verlaten en wordt vervangen door ofwel rancune en angst ofwel een vorm van wereldvreemd optimisme. Of het nu gaat om het 'Yes we can' van Barack Obama, 'La Republique en marche' van Emmanuel Macron, de 'Goesting' van Open VLD of het verlichtingsoptimisme van Steven Pinker en zijn epigonen, telkens vinden we een ontkenning van de systemische aard van de crisissen en een geloof dat technocratische oplossingen, die de huidige politieke, culturele en economische systemen intact laten, alle problemen de wereld zullen uithelpen. Het neoliberalisme mag dan al dood verklaard zijn, de TINA-ideologie is nog steeds springlevend.

Hoe tegenintuïtief het ook mag klinken, dergelijk optimisme is het politiek equivalent van Dante's hel. Net zoals de ongelukkigen in de hel gedoemd zijn om steeds dezelfde kwellingen te ondergaan, zijn we, als we de optimisten mogen geloven, gedoemd te leven in systemen die in de kern hetzelfde blijven. Economie kan niet anders dan gebaseerd zijn op het winstmotief. Sociale, culturele en genderverschillen zullen altijd gepaard gaan met ongelijkheden. De optimistische bevestiging van deze eeuwige terugkeer van hetzelfde getuigt van een diepgewortelde radeloosheid. Wat we nodig hebben, is dus minder optimisme maar meer hoop.

Maar als hoop iets anders is dan optimisme, wat is het dan? En hoe kan de hoop weer de politieke ruimte krijgen die broodnodig is? Hoopvol zijn is niet hetzelfde als optimistisch zijn. Optimist zijn, betekent geloven in de goede afloop der dingen, vooropgesteld dat we ons tot het uiterste inspannen. Optimisme is met andere woorden een persoonlijke psychologische ingesteldheid. Elk individu kan dergelijk psychologische ingesteldheid bereiken door het voldoende te willen. Getuige hiervan Poppers dictum 'Optimism is a moral duty.' Politieke hoop is in eerste instantie niet een zaak van hoopvol te willen zijn, het is een zaak van politiek handelen. Zonder de mogelijkheid tot politiek handelen is er geen politieke hoop. Het is op dat vlak dat het optimisme van Obama, Macron en consoorten faalt. Ze bieden aan het overgrote deel van de bevolking geen mogelijkheid tot politiek handelen. Niet alleen zijn grote delen van de bevolking uitgesloten van enige reële mogelijkheid tot significante politieke keuzes, deze optimisten geven aan dat er geen alternatief is. Maar als de hoop verdwijnt, blijft alleen de radeloosheid, angst en rancune over.

Hoop terug een politieke plaats geven, betekent dus afstand nemen van de valse profeten van het optimisme. Wat moet er dan in de plaats komen? Als hoop alleen kan gedijen wanneer politiek handelen mogelijk is, dan moeten de voorwaarden geschapen worden om het politiek handelen mogelijk te maken. Dat is geen zaak van mensen te overtuigen van het eigen gelijk en te vragen zich passief te schikken naar de eigen inzichten maar wel om mensen de mogelijkheid te geven zich te engageren. Dergelijke mogelijkheid tot reëel engagement lijkt steeds minder ruimte te krijgen binnen traditionele politieke partijen. Daar heerst immers een strikte doel-middel rationaliteit waarbij het doel is macht te verwerven binnen bestaande systemen en veel minder bestaande systemen uit te dagen. Wat ook de legitimiteit is van dergelijke opstelling, de doel-middel rationaliteit is niet de logica van het politieke handelen en de politieke hoop. De politieke hoop vinden we vandaag terug bij bewegingen zoals de wereldwijde klimaatbeweging, de beweging van de gele hesjes, een deel van de vakbeweging en het middenveld, de verschillende bewegingen ter ondersteuning van vluchtelingen, enzovoort. De slechtst mogelijke houding ten opzichte van dergelijke bewegingen zou zijn om ze te beoordelen met de systemische criteria van middel en doel. Ze belichamen op dit moment immers een anti-systemische rationaliteit en daarmee ook de politieke hoop. En wat ook het uiteindelijke resultaat van hun acties moge zijn, ze bevrijden ons van het verstikkende systeemoptimisme en de politieke banaliteit.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019