Abonneer Log in

Energie­democratie for the many

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 62 tot 66

Labour loopt warm voor een Groene Industriële Revolutie en wil het Verenigd Koninkrijk omvormen tot een hernieuwbare energiekampioen. Een democratisch gecontroleerde energiesector blijkt voor dit laatste een absolute vereiste te zijn.

BUITENLAND

Het Scandinavisch model bestaat niet
Pieter Stockmans
Teloorgang van de traditionele partijen
Jasmien Luypaert
Energie­democratie for the many
Dries Goedertier
Vrij Links, echt links
Mario Van Essche
Somos presidente
David Verstockt

Op 1 mei 2019 riep het Britse parlement de noodtoestand uit over het klimaat. Het was niemand minder dan Labourleider Jeremy Corbyn die de motie op de agenda zette. Met de noodtoestand wil Labour een draagvlak creëren voor een doortastender klimaatbeleid. Urgentie daarrond is meer dan ooit nodig. Volgens de Verenigde Naties zouden we nog maar een goede 11 jaar hebben om de mondiale temperatuurstijging tot 1,5° Celsius te beperken. Labour werkt dan ook vastberaden aan een beleidsplan om een sociaal rechtvaardige transitie naar een duurzame samenleving te realiseren. Onder de noemer van een 'Groene Industriële Revolutie' wil de socialistische partij inzetten op een alomvattende economische transformatie die vooral in de meest verkommerde regio's talloze industriële banen moet scheppen. Absolute prioriteit daarbij is de hertekening van het energielandschap zodat 60% van de energievoorziening in het jaar 2030 voortkomt uit hernieuwbare energiebronnen. Hoe wil Labour deze ambities realiseren? En wat zijn de mogelijke valkuilen van de gekozen strategie?

GROENE INDUSTRIËLE REVOLUTIE

Eén van de drijvende krachten achter de transformatieve klimaatagenda is Rebecca Long-Bailey, Labourparlementslid voor Salford and Eccles. Sinds 2017 is Long-Bailey de schaduwminister voor Bedrijfsleven, Energie en Industrieel beleid. Naast tewerkstelling wil dit opkomende talent de Groene Industriële Revolutie aangrijpen als een opportuniteit om leefbare wijken en steden te creëren voor werkende mensen. Het zijn immers mensen met een lager inkomen die vaak het minst toegang hebben tot schone lucht, zuiver water en goed geïsoleerde en betaalbare huisvesting. Net daarom is een duurzame leefomgeving een socialistisch onderwerp bij uitstek.1 Volgens deze nauwe bondgenoot van Corbyn zal de overheid 'onbeschaamd interventionistisch' moeten zijn om de uitstoot van emissies tegen 2050 naar nul te brengen. Een doortastend industrieel beleid omvat naast grootschalige publieke investeringen ook planning en coördinatie om de inspanningen in alle sectoren van de economie op elkaar af te stemmen en een cumulatief effect te ressorteren.

Voor Labour is rechtvaardige transitie geen loze slogan. Het is de hoeksteen van haar industriële strategie. De Groene Industriële Revolutie zet in op lagere energiefacturen, goed betaalde (gesyndiceerde) jobs en nieuwe industriële activiteiten. De partij zet niet louter in op herverdeling. Volgens schaduwkanselier, John McDonnell, is het nodig om een stevig economisch fundament uit te bouwen. Enkel zo zal het mogelijk zijn om in het Verenigd Koninkrijk 'de beste openbare diensten van de wereld' te bouwen. Voor de uitwerking van haar industriële strategie doet Labour beroep op deskundigen uit de energiesector en de industrie. In een recent rapport argumenteren zij dat 60% hernieuwbare energie tegen 2030 haalbaar is.2 De overheid moet inzetten op een verzevenvoudiging van offshore­ windenergie (als eiland kan het Verenigd Koninkrijk buigen op de beste windreserves van Europa) en een verdubbeling van onshore windenergie. Daarnaast stellen de deskundigen voor om alle huizen tegen 2030 energiezuinig te maken en 2,5 miljoen huizen te voorzien van zonnepanelen. Alles samen zouden deze maatregelen kunnen uitmonden 410.000 voltijds equivalente jobs.

ENERGIEDEMOCRATIE

Labour wil deze structurele veranderingen in de energiehuishouding bewerkstellingen door een parallelle transformatie van de economische eigendomsverhoudingen. Om redenen die te maken hebben met sociale gelijkheid en eerlijkheid ligt de beslissingsmacht over de transitie van de economie beter niet in de handen van een handvol miljardairs. In een eerder nummer van Samenleving & Politiek gaf ik een overzicht van de alternatieve eigendomsvormen waarmee Labour vorm wil geven aan een economische democratie voor de 21e eeuw. 3 Ook daarvoor doet de partij beroep op academici en praktijkdeskundigen. In het Labourrapport Alternative Models of Ownership stelden zij drie eigendomsvormen voor om de controle over de economie terug in de handen van werknemers en het publiek te leggen: 1) nationale of regionale overheidsbedrijven, 2) stedelijke en lokale bedrijven, en 3) coöperatieven. Volgens John McDonnell kan Labour zich in de strijd voor meer sociale gelijkheid niet beperken tot grotere budgetten voor de publieke diensten en sociale zekerheid. Het komt erop aan instituties te bouwen voor een economie 'that works for the many, not the few.' McDonnell was vorig jaar hoofdredacteur van een boek daarover waaraan talloze economen (o.a Ann Pettifor, Guy Standing, Costas Lapavitsas en Simon Wren-Lewis) meewerkten. Het boek demonstreert dat een socialistisch project nog steeds een grote intellectuele aantrekkingskracht kan uitoefenen.4

Ook het energievraagstuk kan rekenen op voldoende intellectuele onderbouwing. Volgens het Labour Energy Forum – een denktank binnen de partij die ijvert voor democratische controle over de energiesector – behoort de wind ons allen toe.5 Net daarom is het belangrijk om de windmolens ook in publiek eigendom te hebben. Zo kunnen de brede voordelen en vruchten ervan ook het brede publiek ten goede komen. Ook deze groep hamert erop dat het publiek eigendom van de 21e eeuw diverse vormen moet omvatten zoals stadsbedrijven, coöperatieven en samenwerkingen tussen lokale besturen. De voorkeur lijkt uit te gaan naar een gedecentraliseerd model waarbij lokale besturen zelf de eigendomsvorm bepalen van entiteiten voor de productie van hernieuwbare stroom. Voor de industriële reconversie kan een publiek windenergiebedrijf van groot belang zijn. Deze kunnen publieke aanbestedingen gebruiken als hefboom voor de ontwikkeling van een toeleverindustrie met goede loon- en arbeidsvoorwaarden. De publieke sector zou de windenergiesector ook van binnenuit leren kennen en daardoor de capaciteiten verwerven om de energietransitie te sturen. Inkomsten kunnen door (lokale) besturen gebruikt worden om te investeren in openbare diensten.

BRINGING ENERGY HOME

De grootschalige opwekking van hernieuwbare stroom vergt een aanzienlijke moderniseringsoperatie van het transmissie- en distributienetwerk. Deze infrastructuur is momenteel in handen van buitenlandse investeringsbanken en -fondsen. In totaal zes regionaal actieve distributienetbedrijven rekenen consumenten hoge tarieven aan. Monopoliewinsten vloeien naar de aandeelhouders onder de vorm van aanzienlijke dividenden. Ondertussen zijn de investeringen in de uitbreiding en modernisering van de infrastructuur ontoereikend. Daardoor moeten lokale producenten van hernieuwbare energie vaak erg lang wachten op hun netaansluiting. Opslagtechnologieën (zoals waterstof) en 'smart grids' zullen bovendien nodig zijn om het variabele karakter van het hernieuwbare energieaanbod (het waait niet altijd even hard) op te vangen. Vraag en aanbod moeten altijd in evenwicht zijn om stroompannen te voorkomen. Labour wil deze publieke investeringen financieren door een einde te maken aan de private dividendenstroom. De partij heeft met Bringing Energy Home een gelaagd plan in stelling gebracht om de netbedrijven in publiek eigendom te nemen.6

Een op te richten Nationaal Energieagentschap (NEA) zal eigenaar-beheerder zijn van het transmissienetwerk. Daarbovenop zal het NEA een 'strategisch kompas' zijn voor de energietransitie en publieke, coöperatieve en private energiebedrijven hierin begeleiden. Het NEA zal decarbonisatie-doelstellingen bepalen voor de Regionale Energieagentschappen (REA). Deze zijn verantwoordelijk voor de distributienetten. REA's zullen met hun openbare aanbestedingspolitiek een belangrijke rol kunnen spelen in het regionale industriële beleid. Het is ook aan hen om zogenaamde 'just transition pathways' voor werknemers aan te leggen. In al deze taken worden zij ondersteund door de NEA. De REA's zullen op hun beurt samenwerken met Municipale Energieagentschappen (MEA). Lokale besturen kunnen een MEA oprichten als ze sneller willen vooruit gaan met de energietransitie. Een MEA wordt dan de eigenaar-beheerder van het lokale net. Het moet een vlottere connectie van de lokale energieproducenten in de hand werken. Tot slot zullen buurtbewoners ook Lokale energiegemeenschappen kunnen oprichten om stroom te genereren, distribueren en/of leveren.

VALKUILEN EN LESSEN

Labour tracht centrale coördinatie en planning te combineren met lokale participatie en een hoofdzakelijk gedecentraliseerde productie. Beide hoeven elkaar inderdaad niet uit te sluiten. De voorgestelde koers houdt ook rekening met het Brexit-standpunt van de partij. Labour wil dat het Verenigd Koninkrijk na de Brexit toegang blijft behouden tot de Europese interne markt. Daardoor houdt Labour rekening met de regels van de geliberaliseerde EU-energiemarkt. In het gekende verkiezingsmanifest For the Many, not the Few stelt Labour dat stadsbedrijven en coöperatieven moeten rivaliseren met de private energiebedrijven.7 In deze korte bijdrage is het niet mogelijk om dieper in te gaan op het EU-raamwerk en de mogelijkheden (en beperkingen) die het biedt voor een verdieping en verbreding van de overheidscontrole over de energiesector. De meningen daarover lopen sterk uiteen. Los daarvan vindt in het internationale vakbondsnetwerk Trade Unions for Energy Democracy een kritische discussie plaats over de aanpak van Labour. Onlangs convenieerde TUED een vergadering te Manchester met de Britse vakbonden om de energievoorstellen te bespreken.8 Coördinator Sean Sweeney pleitte er voor om niet alleen transmissie en distributie maar de hele energiesector in publiek eigendom te nemen. Aldus zou Labour een horizontale integratie van alle energiefuncties kunnen bewerkstelligen. Een dergelijke 'alomvattende' benadering zou de planning van de energietransitie en de decarbonisatie van de economie aanzienlijk faciliteren.

De meer 'partiële' benadering van Labour daarentegen zou botsen op de lage prijzen voor elektriciteit op de groothandelsmarkten. Het maakt het voor energiebedrijven moeilijk om kosten te recupereren en winsten te boeken waardoor private investeringen in hernieuwbare energie uitblijven. Een uitbreiding van publieke steunmechanismen aan onder andere coöperatieven zou volgens sommigen soelaas kunnen brengen. Deze publieke steun (zoals bijvoorbeeld een teruglevertarief of het bij ons gekende model van groenestroomcertificaten) droeg echter zelf bij tot de lagere groothandelsprijzen door het verhogen van het stroomaanbod en dreigde ook de grote energiebedrijven (die effectief marktaandeel verloren aan de energiecoöperatieven) bankroet te maken. Overheden konden dit laatste niet laten gebeuren. Ter verzekering van de stroombevoorrading gingen vele lidstaten (zoals het Verenigd Koninkrijk) van de EU over tot een verstrenging van hun steun aan hernieuwbare energie. Het leidde overal tot een grote terugval van het aantal energiecoöperatieven. De grote energiebedrijven laten het echter nog steeds na om meer te investeren in hernieuwbare energie. Het is deze impasse die TUED wil doorbreken door marktwerking opzij te schuiven en de volledige energiesector terug in het publieke domein te brengen. Nationale, regionale en lokale overheidsbedrijven zouden zelf het voortouw kunnen nemen in de opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. De factoren die bijdragen tot hogere gebruikersvergoedingen in een marktmodel – hogere kapitaalkosten, ingecalculeerde winst, en in geval van publiek-private samenwerking (PPS) ook hogere transactiekosten – zouden wegvallen in een publiek gedreven energiemodel. Overheden kunnen dan een democratische afweging maken tussen een lagere energiefactuur of een extra inspanning van gebruikers voor een snellere energietransitie.

Labour blijkt oor te hebben naar deze argumenten. Eind september hield de partij haar jaarlijkse conferentie in Brighton. Een meerderheid schaarde zich achter een motie om de zes grote energiebedrijven te nationaliseren en tegen 2030 een netto nuluitstoot te verwezenlijken. Labour bekrachtigde deze motie ook officieel en verbond zich alvast tot de oprichting van 37 nieuwe offshore windmolenparken met de overheid als meerderheidsaandeelhouder. Het debat over het juiste energiebeleid draait op volle toeren.Met haar agenda voor een Groene Industriële Revolutie toont Labour zich echter nu reeds als een partij die bakens durft uit te zetten voor een maatschappelijke transformatie. Het is geen partij die zich uitsluitend profileert als de verdediger van de sociale zekerheid en de zorgsector. Zeer zeker zijn dit belangrijke thema's. Een socialistische partij moet deze echter inbedden in een bredere strategie die ook oog heeft voor de economische fundamenten en met name de concentratie van privaat eigendom en inkomen in de handen van een kleine elite tegengaat. Wij dienen te bouwen aan de eigendomsvormen en instituties die het mogelijk moeten maken om de economie op een sociaal rechtvaardige en ecologische duurzame koers te brengen. Wij moeten democratische hefbomen voortbrengen zodat kennis, eigendom en economische beslissingsmacht eerlijker verspreid zijn. Als we daarin slagen, dan zal een eerlijkere verdeling van de geproduceerde rijkdom daar als vanzelf uit voortvloeien.

Dát is het verhaal waar ook de Vlaamse sociaaldemocratie aan moet schrijven. Volgens het verkiezingsprogramma van sp.a vergt een rechtvaardige transitie 'collectieve actie op ongekende schaal.'9 Uit een online bevraging over het Belgische klimaatplan blijkt dat 9 van de 10 respondenten meer overheidsinitiatief willen voor de opwekking van hernieuwbare energie. De partij houdt deze koers dus maar beter aan. Want de markt gaat inderdaad het klimaat niet redden.

VOETNOTEN

  1. Labour, 'The Green Transformation. Labour's Environment Policy', https://www.labour.org.uk/wp-content/uploads/2018/09/The-Green-Transformation-.pdf.
  2. Labour, 'Achieving 60% renewable and lowcarbon energy in the UK by 2030', https://www.labour.org.uk/wp-content/uploads/2018/09/Achieving-6025-by-2030-final-version.pdf.
  3. Dries Goedertier, 'Herverdelen is niet genoeg', Samenleving & Politiek, jg. 25/nr.4, april 2018, pp. 22-23.
  4. John McDonnell (red.), 'Economics for the Many', Londen, Verso, 2018.
  5. Labour Energy Forum, 'Who owns the wind, owns the future. Why we need public ownership of offshore wind in the UK', https://labourenergy.org/wp-content/uploads/2017/08/Who-owns-the-wind_2017_Labour-Energy-Forum.pdf.
  6. Labour, 'Bringing energy home. Labour's proposal for publicly owned energy networks', https://www.labour.org.uk/wp-content/uploads/2019/03/Bringing-Energy-Home-2019.pdf.
  7. Labour, 'For the Many, not the Few', https://labour.org.uk/wp-content/uploads/2017/10/labour-manifesto-2017.pdf
  8. http://unionsforenergydemocracy.org/tued-bulletin-87/.
  9. sp.a, 'Zekerheid voor iedereen', 2019.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 62 tot 66