Abonneer Log in

Een witte canon

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 18 tot 19

Je kan geen Vlaamse gemeenschap vormen met enkel de blik op het verleden.

Vraag aan een middenveldorganisatie in Vlaanderen wat ze als haar rol in de samenleving ziet en gemeenschapsvorming staat doorgaans bovenaan. Mensen een plaats aanbieden waar ze zich thuis voelen, hen het gevoel geven dat ze ergens bij horen en een gemeenschapsgevoel promoten, het behoort tot de kern van hun missie.

Veel gemeenschappelijke grond met de nieuwe Vlaamse regering, zou je denken. Die regering gaat volgens het regeerakkoord voor een 'warm en sociaal Vlaanderen' en vermeldt daarbij in één adem de rijkdom aan 'organisaties, verenigingen en vrijwilligers' in Vlaanderen. Voor de Vlaamse regering valt gemeenschapsvorming zonder meer samen met de vorming van een Vlaamse natie. De wantrouwige benadering van de groeiende etnisch-culturele diversiteit in de Vlaamse samenleving verraadt een eerder etnische invulling van dat project van natievorming.

Al in de eerste regels koppelt het regeerakkoord 'samenleven in diversiteit' aan maatschappelijk onbehagen. De verantwoordelijkheid voor dat onbehagen wordt bij burgers met een migratieachtergrond gelegd. En passant zijn er verwijzingen naar het bekampen van discriminatie en racisme, maar dat wordt niet concreet, behalve als het gaat over de ambitie om de antidiscriminatie-instelling Unia af te schaffen.

De regering stelt in het regeerakkoord een 'nieuwe aanpak' voor waarbij ze 'meer inspanningen vragen aan wie toetreedt tot onze samenleving', maar ze 'ook de inspanningen opvoeren om meer 'met' en minder 'naast' elkaar te leven'. Het tweede deel van deze zin in het regeerakkoord verwijst naar de lovenswaardige ambitie om nieuwkomers via een buddysysteem te ondersteunen in het bouwen van een sociaal netwerk. Deze zinsnede verbergt echter ook een andere ambitie, een ambitie die raakt aan de kern van hoe burgers zich organiseren om zich van een plaats in de samenleving en een stem in het bestuur ervan te verzekeren.

'Organisaties die segregatie in de hand werken subsidiëren we niet langer, maar initiatieven die samenleven bevorderen verdienen onze steun', lezen we in het regeerakkoord. Die 'steun' is gezien de nogal drastische besparing die het middenveld te slikken krijgt – een besparing in de grootteorde van 900 miljoen euro over vijf jaar – met een serieuze korrel zout te nemen, maar belangrijker hier is de vraag welke organisaties de regering bedoelt als ze het heeft over 'segregatie in de hand werken'. Het blijkt te gaan over organisaties die burgers aanspreken op hun etnisch-culturele identiteit (die van een minderheid wel te verstaan). Concreet wordt de Vlaamse financiering van het Minderhedenforum en het hele weefsel van etnisch-culturele organisaties bedreigd.

Net zoals de meeste maatschappelijke sectoren (arbeidsmarkt, onderwijs, enzovoort) in Vlaanderen, slagen gevestigde middenveldorganisaties er ondanks oprechte inzet vaak niet goed in de etnisch-culturele diversiteit in de samenleving te ontsluiten. De vrijheid van vereniging speelt hier een dubbelzinnige rol. Enerzijds stimuleert die vrijheid burgers om de 'eigen groep' op te zoeken. In het onderzoeksproject CSI Flanders stelden we vast dat 'mensen met een verschillende sociale achtergrond samenbrengen' bij middenveldorganisaties een stuk minder hoog scoort dan andere aspecten van gemeenschapsvorming.

Anderzijds biedt de vrijheid van vereniging nieuwkomers de kans om zich ook te organiseren. Wat is er meer Vlaams dan een vereniging oprichten? Is dat niet exact wat arbeiders deden toen ze vakbonden oprichtten, wat vrouwen deden toen ze vrouwenverenigingen stichtten, wat Vlaamse ondernemers deden toen ze zich tegen de in hun ogen te Franstalige Belgische werkgeversorganisatie als Vlaams Economisch Verbond (VEV, het huidige VOKA) organiseerden?

Het groeien en bloeien van etnisch-culturele zelforganisaties in Vlaanderen reflecteert in de eerste plaats de volgehouden inzet van burgers met migratie-achtergrond in samenlevingsopbouw, maar dan uiteraard wel een samenleving die rekening houdt met hun noden en ambities. De integratie van die zelforganisaties in de bredere samenleving gebeurt dan via overleg en samenwerking. Men verwachtte van het VEV niet dat het zou opgaan in het Comité Central Industriel of van de vakbond dat ze een afdeling van de werkgeversorganisaties zouden worden. Men verwachtte wel dat ze deelnamen aan overleg en samenwerking aangingen, waarbij ze mee hun zeg hadden over hoe dit zou gebeuren.

Wanneer de Vlaamse overheid zich in het regeerakkoord uitspreekt over gemeenschapsvorming zoekt ze de basis daarvoor echter niet in een toekomstproject, maar vooral in het verleden. Getuige onder meer het voorstel om een Vlaamse canon te laten samenstellen. 'Een gedeelde samenleving is maar mogelijk als onze jonge generaties beseffen vanwaar we komen', zo leest het akkoord. Wanneer cultuur ter sprake komt gaat het meteen over de 'rijke cultuur' die we 'van vorige generaties geërfd hebben' en 'die ons vandaag inspireert en een venster op de wereld biedt'.

Toen Jan Jambon tijdens De zevende dag de vraag kreeg of de bijdrage van burgers met migratie-achtergrond deel zou worden van de Vlaamse canon, bleef hij het antwoord schuldig. Dat een minister-president van een regio die al meer dan 50 jaar een bestemming voor migranten is daar niet volmondig 'ja natuurlijk' op antwoordt, is veelzeggend. Met een vijfde burgers met migratie-achtergrond in Vlaanderen, is het verleden per definitie niet erg gedeeld. Het onvermogen om wat we in Vlaanderen delen in een wervend toekomstproject te zoeken, wordt wellicht het grootste struikelblok voor Vlaamse gemeenschapsvorming. Dat de expertise en inzet van burgers met migratie-achtergrond en hun organisaties daarbij zonder dialoog en overleg terzijde geschoven worden, is daarbij een blunder van formaat.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 18 tot 19