Abonneer Log in

Dingen durven benoemen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 2 tot 3

Laten we 'durven benoemen' dat de huidige loonoptimalisatie niet meer te verantwoorden is.

We leven in tijden waar we dingen moeten 'durven benoemen' en waar we het ons niet langer kunnen veroorloven om 'weg te kijken'. Laten we dat dan vooral ook doen. De volgende federale regering krijgt te maken met een begrotingstekort dat, zo wordt voorspeld, tegen het einde van de regeerperiode in 2024 kan oplopen tot 11,8 miljard euro. Deze budgettaire context zal haar voor een stuk vleugellam maken. Vooral de sociale zekerheid, die deze maand haar 75e verjaardag viert, is stilaan onbemiddeld en noodlijdend. Ze draait harder dan ooit tevoren, ze herverdeelt nog wel, maar slaagt er steeds minder in om de armoede terug te dringen. Opdat ze ook de uitdagingen van morgen – digitalisering, vergrijzing en klimaatverandering – zou kunnen aanpakken, moet ze dringend geherfinancierd. Anders zal de sociale zekerheid binnen 25 jaar in 2044, wanneer ze de mythische 100 jaar zal bereiken, niet langer de herverdelingsmachine zijn die ze vandaag is. Laten we daarom een aantal dingen 'benoemen'.

We need to talk about the taxshift. Die was absoluut nodig om jobs te creëren, zo luidde het. De verlaging van de patronale bijdragen van 32,4 naar 25% kostte volgens het Planbureau 5,8 miljard euro. Er zijn in de legislatuur van Michel inderdaad 230.000 jobs gecreëerd, maar daarvan is slechts een fractie het resultaat van regeringsmaatregelen. Bovendien zijn 4 van de 10 nieuwe jobs tijdelijk van aard. Er zijn ook veel alternatieve statuten bijgekomen zonder sociale bijdragen. Denk aan de flexi-job, de fiscaal zeer voordelige studentenarbeid en de mogelijkheid van bijklussen tot 6.130 euro per jaar. Allemaal zeer fijne maatregelen voor wie daar gebruik van kan maken, maar gevolg is wel dat de inkomsten van de sociale zekerheid opdrogen. Laten we 'durven benoemen' dat de beslissing om te knibbelen aan de brutolonen in tijden van stijgende sociale uitgaven, een bewuste strategie is om te snijden in onze sociale zekerheid. De strategie to starve the beast is ook al met zoveel woorden toegegeven door een aantal N-VA-kopstukken.

We need to talk about loonoptimalisatie. Dat is de omzetting van brutoloon in voordelen die aan belastingen en sociale bijdragen ontsnappen. Een greep uit de alternatieve verloningsvormen: bedrijfswagen of elektrische bedrijfsfiets, pc of laptop, internetabonnement, maaltijd-, eco-, sport- en cultuurcheques, groepsverzekering, hospitalisatieverzekering, kostenvergoeding, terugbetaling individueel pensioensparen, enzovoort, enzovoort. De lijst is eindeloos. Volgens professor sociaal recht, Yves Stevens, zijn er ondertussen meer dan 84 van zulke loonvoordelen. Samen goed voor 6,8 miljard euro, waardoor de sociale zekerheid 2,6 miljard euro aan inkomsten misloopt. Laten we 'durven benoemen' dat de huidige loonoptimalisatie niet meer te verantwoorden is. Lobbygroepen, werkgevers en ook werknemers die van al die voordelen genieten zullen het niet graag zien gebeuren, maar laten we opnieuw gewoon meer brutoloon uitbetalen waarop sociale bijdragen worden betaald.

We need to talk about ver-vennootschappelijking. Er zijn sowieso al veel kleine kmo's in ons land, en dus veel vennootschappen. Maar daarnaast kiezen steeds meer hoogbetaalde beroepen, zoals dokters, juristen, notarissen of consultants, voor een vennootschap in plaats van een fiscale behandeling volgens de personenbelasting. Dit wordt stilaan een reusachtig probleem. Zeker nu de regering-Michel de vennootschapsbelasting heeft hervormd: het huidige basistarief van 33,99% wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd tot 25%, en met een kleine vennootschap kan je vanaf dan zelfs in aanmerking komen voor een verlaagd belastingtarief van 20%. Laten we 'durven benoemen' dat we best paal en perk stellen aan deze praktijken waarbij hoogbetaalde beroepen hun inkomen onderbrengen in zulke vennootschappen met lagere belastingtarieven.

Dit zijn drie complexe, weerbarstige kwesties. Ze lenen zich niet tot passionele debatten. Ze prijken niet op de voorpagina van Het Nieuwsblad of Het Laatste Nieuws. Maar ze zijn wel mede de oorzaak dat onze sociale zekerheid armlastig is geworden. Deze kwesties komen best op de federale onderhandelingstafel. De sociale zekerheid moet worden heruitgedacht, versterkt en bovenal geherfinancierd. We hebben een taxshift nodig, maar dan een nieuwe en een échte. Niet met een algemene loonlastenverlaging, maar met een zeer gerichte voor de laagste lonen. We hebben vermogenstaksen nodig die de sterkste schouders dragen en CO₂-heffingen die de zwakste schouders ontlasten. Net als een betere inning van btw: mocht ons land de btw-kloof van 12% kunnen terugbrengen naar 7%, zou dat al 1,6 miljard euro extra in het laatje brengen. En ook fiscale ontwijking en ontduiking, waardoor in ons land bijna 8% van het bbp verloren gaat, mag wat strenger aangepakt.

Om het gat in de begroting te dichten, zal er bij de federale onderhandelingen op een gegeven moment wellicht gepraat worden over de dual income tax. Dat was een voorstel van CD&V in de verkiezingscampagne. Het betekent dat de inkomsten uit arbeid aan een progressief tarief worden belast en de inkomsten uit vermogen aan een vast tarief. Eigenaars, spaarders, beleggers, investeerders komen zo in het vizier. Het zou een stap in de goede richting zijn. Al zou het natuurlijk nog beter zijn, mochten ook de inkomsten uit vermogen progressief worden belast.

Laten we, tot slot, nog 1 ding 'durven benoemen': met deze N-VA valt geen federale regering te sluiten. Ze zoekt in eerste instantie een akkoord om de sociale zekerheid verder op droog zaad te zetten en, als dat niet lukt, wil ze enkel praten over het confederalisme. Voor zowel haar plan A als B is vandaag langs beide kanten van de taalgrens geen meerderheid. Hoog tijd dat Open VLD en CD&V 'niet langer wegkijken' van het overduidelijke. Stop dit schimmenspel en ga voluit voor paarsgroen of paarsgroen-oranje. Hoe moeilijk ook die coalities zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 2 tot 3