Abonneer Log in

Waarom rechts in de ban is van Gramsci

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 26 tot 27

De antidemocratische strijd maakt de essentie uit van elk nieuwrechts metapolitiek project.

Het is genoegzaam bekend dat Gramsci een rechtse erfenis heeft, beter bekend als 'metapolitiek'. Metapolitiek is al enkele jaren een buzzwoord in radicaal- en extreemrechtse kringen. Dries Van Langenhove's Schild & Vrienden, Generation Identitaire, Breitbart, Milo, Richard Spencer en wit-nationalisten als Jared Taylor van American Renaissance en Greg Johnson van Counter-Currents: allen pretenderen ze de lessen van Gramsci ter harte genomen te hebben.

Om het succes van Gramsci bij extreemrechts te begrijpen moeten we terug naar de sixties en seventies. Alain De Benoist en zijn kompanen van La Nouvelle Droite maakten toen – met een (pseudo-) Gramsci in de hand – de analyse dat links de hegemonie had. Zeker De Benoist keek met enig enthousiasme naar de Parijse studentenrevolte. Hij kwam tot de conclusie dat de radicaliteit van die jonge beeldenstormers maar kon gedijen omdat linkse ideeën na de Tweede Wereldoorlog hegemonisch waren. Deze analyse lag aan de grondslag van de oprichting van GRECE, de ideeënschool die later bekend zou worden als La Nouvelle Droite.

In zijn gelauwerde werk Vu de droite: anthologie Critique des idées contemporaines (1977) argumenteerde De Benoist dat rechts zijn verlangen verloren had om zichzelf te verdedigen en geen aandacht schonk aan de ruk naar links in de ideeënwereld. 'Rechts', zo schreef hij, 'is niet alleen vergeten zijn project te verdedigen, het heeft de lange termijn uit het oog verloren. Het heeft het belang van Gramsci niet begrepen, noch hoe culturele macht het staatsapparaat bedreigt en hoe culturele macht, gestoeld op een consensus over impliciete waarden, de politieke macht op lange termijn schraagt.'

GRECE was van meet af aan een metapolitiek project. Het stelde zichzelf tot doel om een intellectueel fundament te gieten voor de wederopstanding van een 'echt rechts project'. Die metapolitieke doelstellingen werden duidelijk in De Benoists hoop op de toekomst: een rechts dat (1) zichzelf kent en zichzelf tot taak stelt de 'diversiteit der volkeren' te bewaken, (2) zijn vijand, namelijk de ideologie van het egalitarisme die de diversiteit in de wereld ontkent en reduceert, scherp in het vizier krijgt en (3) een eigen discours ontwikkelt over elk mogelijk onderwerp. Noteer hoe 'rechts' enerzijds buiten de verlichtingstraditie wordt geplaatst en anderzijds wordt geherdefinieerd als de hoeders van diversiteit en etnopluralisme (in plaats van aanhangers van een bloed- en bodemnationalisme). Die nadruk op een discursieve strijd voor een post-Jacobijnse wereld is de essentie van het Nieuw Rechtse project.

De metapolitieke strategie van GRECE was in de eerste plaats intellectueel. Ze wenste een synthese te maken tussen de linkse Frankfurter Schüle, het extreemrechtse integraal nationalisme van Action Française en Le Centre national de la recherche scientifique. GRECE's project was natuurlijk niet zomaar een synthese van links en rechts. De synthese bestond uit een ideologische kritiek op links en een methodologische kritiek op rechts. Met andere woorden: rechts moest leren van links om haar ideologie hegemonisch te maken, en dat deed je niet door de spreken zoals in de jaren 1930 toen de democratie nog frontaal en expliciet kon worden aangevallen.

Het intellectueel project van GRECE was bijzonder succesvol. Gedurende de jaren 1970 en 1980 ontstond niet alleen een pan-Europees nieuw rechts netwerk van actoren die congressen opzetten en journals uitgaven, La Nouvelle Droite kreeg toegang tot de mainstream media. Cruciale strijdpunten en definities werden met succes genormaliseerd. Het integratiedebat is hier een sprekend voorbeeld van. Dit succes werd in de eerste decennia van de 21e eeuw opgemerkt door extreemrechtse intellectuelen zoals Greg Johnson. Hij omschreef het metapolitieke project van GRECE als 'diep', 'highbrow', 'radicaal', 'relevant' en bovenal 'spannend'. Johnson houdt een uitgebreid pleidooi om het metapolitieke project te adopteren als de essentie van een North American New Right. Opmerkelijk is dat dat metapolitieke project vertrekt vanuit de kritiek van de voormalige 'nummer 2 van GRECE', Guillaume Faye, op het metapolitieke project van La Nouvelle Droite en De Benoist in het bijzonder.

Toen Guillaume Faye, het enfant terrible van La Nouvelle Droite, na jaren van metapolitieke inactiviteit opnieuw het veld instormde met zijn boeken Archeofuturisme (1998) en Pourquoi nous combattons (2001), ging dat niet onopgemerkt voorbij. In Europa materialiseerde zijn denken zich in de identitaire beweging en in de VS in de Alt-Right. Zijn visie op metapolitiek is er vandaag gemeengoed. Faye argumenteerde dat De Benoist en zijn kompanen Gramsci nooit (goed) hadden gelezen en hem dus ook fout begrepen. 'Culturele strijd op zich kan niet effectief zijn', zo stelde hij. 'Ideologische en culturele actie moet altijd worden gesteund door politieke en economische krachten die die strijd integreren en verderzetten'.

Het is Faye's visie op metapolitiek die zich vandaag niet alleen materialiseert in de acties van nieuwrechtse trollen, activisten en intellectuelen, maar ook in de acties van extreemrechtse en rechts-conservatieve politieke partijen. Politiek, nieuwssites, memes, offline activisme en online trolling: het dient allemaal een metapolitiek doel. Alles staat ten dienste van een extreemrechtse verschuiving in ideeën.

Laten we ons niet in de luren leggen. Het is niet omdat men de gewapende strijd tegen de democratie vervangen heeft door een culturele strijd dat daarmee de antidemocratische strijd en de strijd tegen de universele mensenrechten is opgeheven. Integendeel. Net die antidemocratische strijd maakt de essentie uit van elk nieuwrechts metapolitiek project. De nieuwrechtse activist, de intellectueel en de politicus worden vandaag allemaal verbeeld als deel van die nieuwrechtse metapolitieke strijd om het regime voor te bereiden dat democratie zal vervangen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 26 tot 27