Abonneer Log in

Een vaccin tegen ongelijkheid

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Telewerken beleeft zijn grote doorbraak. We betalen minder met cash geld. Pleidooien om te besparen op de gezondheidszorg en bij de openbare omroep worden opgeborgen. En het belang van publiek groen op wandelafstand was nooit zo duidelijk. Maar de sterkste stijger in de ideeënbibliotheek tijdens de coronaperiode is wellicht het basisinkomen. Het valt minder op, maar het basisinkomen en de daaraan verbonden filosofie is plots overal.

Het Vaticaan is fan. 'Dit is de tijd om een universeel basisinkomen te overwegen', klonk het in een paasboodschap van Paus Franciscus. De Financial Times, niet meteen een links dagblad, beschouwt het basisinkomen 'als een serieuze optie' voor de wereld na corona.

Eigenlijk heeft het basisinkomen zijn blijde intrede al gemaakt. Meer dan een miljoen landgenoten zitten, als houvast in deze crisis, nu in het systeem van tijdelijke werkloosheid, een vorm van tijdelijk basisinkomen. Voor zelfstandigen is een overbruggingskrediet uitgewerkt. Ondertussen is dat terecht verruimd naar zelfstandigen in bijberoep.

Je kan dure crisismaatregelen uiteraard niet zomaar omzetten naar lopend beleid. Maar, hoewel het basisinkomen geen nieuwkomer is, kan het dus wel de revelatie worden van deze crisis.

Het onvoorwaardelijk karakter van bepaalde crisismaatregelen is opvallend. Voor elke tijdelijk werkloze in Vlaanderen is er nu een tegemoetkoming van 202,68 euro voor de water- en energiefactuur. Automatisch, zonder een processie van paperassen. In deze crisis is er geen tijd voor regeltjes en sancties. Ook de strafmaatregel voor werkzoekenden, de daling van hun uitkering wanneer ze geen baan vinden, is tijdelijk geschrapt.

'Omdat het oorlog is', gaat de bureaucratie even toe. Maar dat hoeft geen tijdelijke sluiting te zijn. Vertrouwen kan ook de leidraad zijn in vredestijd. Met het basisinkomen krijg je die omslag: geen staat meer die controleert, sanctioneert en vernedert, maar een overheid die emancipeert en vertrouwen geeft.
Net als bij voorgaande pandemieën in de geschiedenis zal corona ons dwingen tot het herdenken van de rol van de overheid: sterker, meer ondernemend en transparanter dan voorheen.

LEERRIJK

De coronatijd leert hoe ons land in lockdown gaat als vrijwilligers zouden staken. Vandaag is er kamerbrede erkenning voor het engagement van spontaan mondmaskers stikkende collectieven. Bij het berekenen van het bbp worden die vrijwilligers echter altijd vergeten, hoewel ze voor het nationaal geluk en welzijn onmisbaar zijn.

Vandaag is er landelijk applaus voor de rekkenvullers en de zorgverstrekkers. Laat ook die erkenning vooral niet tijdelijk zijn.²

Dat is meteen het vertrekpunt van het basisinkomen: het waarderen en motiveren van elke mens, respect opbrengen voor alles wat van waarde is. Het vormt het afscheid van de overroepen idolatrie en dito lonen voor CEO's en managers en het einde van de enge focus op klassieke loonarbeid. Komt in de plaats: meer waardering voor informele zorg, voor pril en kwetsbaar ondernemerschap en voor gemeenschapsvorming. Het is zeggen aan mantelzorgers, soep makende grootouders, jongeren in een ervaringsjaar of startende artiesten dat ook zij helemaal meetellen.

Als het brandt moeten we blussen, luidt nu de motivatie voor bepaalde forse inkomensmaatregelen. Maar water is niet alleen belangrijk als het overal brandt. Mensen kunnen nooit zonder water. Inkomen is altijd belangrijk. Een gebrek aan inkomen heeft een naam: armoede. De weg naar buiten loopt via de deur, formuleerde de Braziliaanse econoom Eduardo Suplicy, fan van het basisinkomen, het heerlijk eenvoudig. Lees: de weg uit armoede loopt via een inkomen.

Met inkomenszekerheid is het zoals met mondmaskers: je beschikt best op elk moment over een strategische voorraad.

ZIEK

In de strijd tegen het virus is preventie essentieel. We doen er alles aan om te vermijden dat kwetsbare mensen worden getroffen omdat ze, eens besmet, moeilijker te genezen zijn. Het is net zo met de strijd tegen armoede. Basisinkomen kan je beschouwen als immuniteit opbouwen.

We herontdekken in deze crisis hoe bepalend toeval en pech zijn voor succes en falen, en hoe snel het tij kan keren. Een barslechte maand kan een heel leven lang nazinderen. Vandaag beseffen we dat voor onze bedrijven. Morgen is dat inzicht er hopelijk ook weer voor zieken en mensen in armoede.

Deze coronaperiode confronteert ons tegelijk met de alomtegenwoordige ongelijkheid in onze samenleving. Iedereen is kwetsbaar voor het virus, maar de gevolgen zijn lang niet voor iedereen hetzelfde. Ongelijkheid maakt mensen ziek.

Met een stevige spaarrekening heeft deze periode misschien nog iets van tijdskrediet voor herbronning. Maar, voor wie al in armoede leefde toen corona ons land bereikte, is er enkel de extra stress om te kunnen overleven.

De ene werkplek is ook de andere niet. Met vallen en opstaan ontdekken bedrijven en nu ook het parlement de videovergaderingen en het thuiswerken. Maar op de bouwwerf, in de supermarkt of het woonzorgcentrum is een 100% veilige werkplek de facto onmogelijk.

Confronterend zijn de getuigenissen van leerkrachten over al die kinderen zonder pc of internetverbinding, voor wie de periode thuis zonder onderwijs dubbelt telt en weegt. De quarantaine door spartelen is helemaal anders op een kleine studio in de stad dan in een ruime villa met tuin.

BASIS VOOR TRUMP

Doorheen de geschiedenis hebben grote crisissen samenlevingen richting meer gelijkheid geduwd. Dat was niet zo na de financiële crisis in 2008. Het beleid na de financiële crisis kwam zelfs vooral de grote vermogens ten goede. Zij zagen de waarde van hun financiële activa en vastgoed verder groeien.

In eigen land beschikt de top 1% vandaag over een netto-vermogen van circa 530 miljard euro. Als de groeiende vermogensongelijkheid zich de komende jaren doorzet, dan bezitten de procent rijksten ter wereld in 2030 zo'n twee derde van al het vermogen. Onze samenleving staat vandaag bol van de onverdiende rijkdom. De kloof tussen arm en rijk is te groot om enkel door inspanning te worden verklaard.

De basis voor Donald Trump, de Brexit en de comeback van extreemrechts in eigen land is gelegd in 2008, tijdens de bankencrisis, en hoe daarmee nadien is omgegaan. Nooit eerder werd zo duidelijk: je krijgt niet wat je verdient. Het maatschappelijke verdrag dat hard werken wordt beloond, lag aan diggelen. De redding van de banken was ook de redding van de bankiers, en dat heeft gezorgd voor wereldwijde colère, die tot vandaag nazindert, ook in het stemhokje.

De band tussen inspanning en beloning is te zwak, ook in ons land. Na corona moeten we die band herstellen. Dat wordt dan het ware applausmoment voor de zorgverlener, de magazijnier en de politieagent. Progressieve politiek moet na corona resoluut kiezen voor meer gelijkheid en meer solidariteit. Zonder al te veel mitsen en maren.

Mensen die onmisbaar zijn, en tegelijk onderbetaald: we aanvaarden het niet meer.

NIET GEZAPIG

Alles ligt daar trouwens voor klaar. Onder impuls van professoren als Thomas Piketty, Richard Wilkinson en Gabriel Zucman krijgt de strijd tegen ongelijkheid al geruime tijd meer aandacht, ook bij instellingen als OESO en IMF.

De denkers van na 2008 leveren de inspiratie voor de beleidsmakers van na 2020. Boeken en rapporten met inspiratie zijn er ondertussen voldoende geschreven. Nu is het tijd voor regeerakkoorden, beleidsstrategieën, wetten en decreten.

Al waarschuwt de Nederlandse publicist Bas Heijne terecht voor een te grote stelligheid bij het maken van voorspellingen. Er breekt eerst nog een periode aan van onzekerheid, inspanning, strijd en tegenwerking. Het idee dat we hier als vanzelf beter uit zullen komen, omdat het virus ons een lesje heeft geleerd, is nonsens, klinkt het bij Heijne.

Die ideeënstrijd barst nu dus los. Daar is ook niets mis mee. We moeten daar vooral niet mee wachten tot het virus is verdwenen. Het vaccin tegen de ongelijkheid moet nu al worden ontwikkeld. Akkoord: alleen samenwerking en eenheid kan ons land door deze crisis loodsen. Maar dat mag niet leiden tot onbeantwoorde vragen of een snelle terugkeer naar normaal.

Progressieve politiek mag nu vooral niet gezapig zijn. Met zijn allen op Twitter een dagje verontwaardigd zijn over Zuhal Demirs waardebon voor tweedeverblijvers is onvoldoende. Dat is gemakzuchtige progressieve politiek zonder verbeelding. Het is ver onder de lat op dit scharniermoment.

SAMENWERKEN

Corona is de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Meteen na oorlogstijd werden de Verenigde Naties opgericht en was er het begin van de Europese samenwerking. In eigen land ging de grote doorbraak de vrede zelfs vooraf. Al op 28 december 1944, terwijl het Ardennenoffensief nog bezig was, werd de eerste besluitwet van het Sociaal Pact goedgekeurd, de geboorte van de sociale zekerheid. Als het toen is gelukt, moet toch ook deze crisis een nieuw tijdperk kunnen inluiden?

De sociale zekerheid is een kathedraal van eigen makelij, die ons tot vandaag houvast biedt. Maar de kathedraal is ondertussen een verzameling kapelletjes geworden, met almaar meer aanbouw. Wantrouwen van rechts jegens de zogenaamd luie werkzoekenden en ter linkerzijde ten aanzien van de anders frauderende ondernemer heeft gezorgd voor een optelsom van regeltjes, uitzonderingen en controles op beiden. Ons Belgisch sociaal systeem ziet er daardoor uit zoals onze Vlaamse ruimtelijke ordening: koterij en versnippering.

Voor een nieuwe kathedraal is er een team van architecten nodig: een progressieve ideeëncoalitie. In Nederland kondigen sociaaldemocraten en groenen aan dat ze meer samen zullen optrekken in het formuleren van een alternatief voor het beleid van Mark Rutte (VVD). In eigen land zal duidelijk worden of zo'n samenwerking tot de mogelijkheden behoort, zodra de formatie voor een volwaardige federale regering zich opnieuw op gang trekt.

Hopelijk lukt het deze keer wel om de progressieve krachten te bundelen.

De progressieve ideeëncoalitie beperkt zich uitdrukkelijk niet tot rood en groen, maar is tegelijk een uitgestoken hand naar progressieve liberalen en christendemocraten.

In Europa heeft net een klassieke coalitie, aangevuurd door de groenen, de Green Deal opgeleverd. Lokaal zijn het vaak progressieve coalities die duidelijk maken dat politiek nog wel kan bewegen en veranderen. Wat in Leuven, Gent en Mechelen kan, moet ook lukken in de nationale politiek.

In de coronacrisis komt elke oplossing voort uit samenwerking. Tussen wetenschappers, tussen burgers, tussen ziekenhuizen, tussen bedrijven. Dat is net zo in de politiek. Er zijn bijna geen grote partijen meer, maar wanneer politici samenwerken, is ook deze generatie in staat tot grootse dingen.

EERSTE EXAMEN

Weg van de obsessie met de korte termijn, minder neuten over de eerder kleine verschillen, en de vrijgekomen tijd en energie investeren in wat er echt toe doet: dat is de staatshervorming die we nodig hebben.

Het is wat ik met een dikke stift voor mezelf heb opgeschreven na de kater van 26 mei vorig jaar: minder campagne voeren voor mezelf en de eigen partij, meer aan politiek doen voor het geheel, het land.

De uitdaging voor de Belgische politiek is vele malen groter dan de vorming van een nieuwe regering, maar het is wel een belangrijk eerste examen na corona. Na deze crisis hoort het federaal regeerakkoord een actieplan te zijn voor sterke sociale bescherming, herwaardering van de zorg, fiscale rechtvaardigheid en een vergroening van de economie.

Specifiek voor ons land komt daar nog het onafwendbare institutionele debat bij. We runnen deze crisis vrij aardig, ondanks ons politiek systeem. Negen ministers van volksgezondheid, elke regio zijn eigen zoektocht naar mondmaskers, andere steunmaatregelen voor een taverne in Oostende dan voor een restaurant in de Ardennen: het werkt niet – in het beste geval is het naast elkaar werken.

Ook die koterij moet worden gesloopt. Ik schreef het al eerder: België zal beter werken met 1 parlement, 'slechts' 200 verkozenen en heel wat bevoegdheden terug samen en ensemble op het nationale niveau.

GROTE DROMEN, KLEINE STAPPEN

Een basisinkomen voor iedereen zal nog geen deel uitmaken van het volgend regeerakkoord. Maar het kan wel onze adviseur zijn, een horizon waar we naartoe werken. Het basisinkomen is immers niet zomaar een idee. Het is ook een filosofie, een mensbeeld, een handleiding in zowat elk debat, een kompas en tegelijk een vergezicht.

De uitwerking ligt ook niet bij voorbaat vast. Er is niet een basisinkomen. Sinds het Schakelcongres van november 2017 is 'de welvaartsgarantie' de verborgen parel in het programma van Groen. Het is geen universeel, maar wel een gegarandeerd basisinkomen, een absolute verzekering tegen armoede. In dat model krijgen topvoetballers, parlementsleden en grote vermogens geen euro's omdat ze die nu eenmaal niet nodig hebben. Daardoor komt het een pak minder duur uit. Maar de garantie is er wel altijd als je het nodig hebt.

De invoering van een basisinkomen zal ook per definitie gefaseerd gebeuren. Spanje pakt het nu zo aan. Het voornemen stond al in het regeerakkoord, en wordt nu versneld. Eerste stap is een pilootprogramma, waarna het permanent kan worden.

'Niet enkel als instrument om de economische gevolgen van het coronavirus te bestrijden, maar als een instrument voor altijd', aldus minister van Economische Zaken Nadia Calviño. Ze is voor alle duidelijkheid geen familie…

Ik ben een possibilist. Possibilisten omarmen grote ideeën, om vervolgens te kijken wat haalbaar is. Eerst het idee, dan de haalbaarheid. Niet omgekeerd. Als je eerst kijkt wat haalbaar is, kijk je nooit ver genoeg.

Grote dromen netjes opsplitsen in haalbare stappen vermijdt de teleurstelling waar revolutionairen ons mee opzadelen, maar biedt wel de hoop van radicale vernieuwing.

Net omdat het een droom is, zouden progressieven het basisinkomen nu moeten omarmen. Enkel al het debat erover voeren is een pleidooi voor een ander mensbeeld, voor meer samenwerking en solidariteit.

Met het basisinkomen hebben progressieven goud in handen. Het kan na corona het vlaggenschip zijn van ons streven naar meer vrijheid en gelijkheid, de bestaansreden van progressieve politiek.

Nu moeten we met zijn allen nog even binnenblijven. Meteen nadien is het tijd om op te staan.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.