Abonneer Log in

Beter is niet genoeg

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 84 tot 87

Het boek van Marc De Vos schetst het portret van een harde liberaal, die naar de wereld kijkt vanuit een achterhaalde bril.

Beter is niet genoeg

Marc De Vos
Polis, Kalmthout, 2020

De wereld zal na COVID19 nooit meer dezelfde zijn. De coronacrisis heeft de zwakheden van ons systeem blootgelegd en we lezen vandaag dan ook veel analyses over hoe het anders en beter moet na corona. Het boek Beter is niet genoeg van Marc De Vos is een verzameling opiniebijdragen die eerder zijn verschenen. Als we ze nu herlezen, te midden deze crisis, blijkt hoezeer het denken van De Vos werd ingehaald door corona en hoezeer geen enkele van zijn traditionele recepten nog werken. Meer zelfs, 'meer van hetzelfde na corona' zou een dramatische keuze zijn. Hieronder lijst ik de voornaamste ideeën uit het boek op. Het schetst het portret van een harde liberaal, die naar de wereld kijkt vanuit een achterhaalde bril.

Marc De Vos, professor arbeidsrecht en visiting fellow van denktank Itinera, noemt zijn boek 'een chronologie van de eerste kladversie van de geschiedenis, geschreven toen het nog geen geschiedenis was.' Hij beseft dat iedereen kind van zijn tijd is en behoort zelf tot de generatie X, de laatste die nog 'analoog' is opgegroeid. Zijn wereld is getekend door de Koude Oorlog, maar misschien nog meer door de val van het communisme. Hij denkt en schrijft vanuit de waarden van 1989, namelijk de idee dat vrijheid een groot en intrinsiek goed is.

De bekommernissen en protesten van de jongeren zijn in die context een moreel reveil. Aan hen draagt hij zijn boek op. Wat dat precies betekent is niet zo duidelijk, want De Vos schrijft dat hij wel een blijvende sympathie heeft voor de klimaatactievoerders, maar een toenemende antipathie voor hun politieke agenda. Daarin zitten namelijk de kiemen van een klimaattotalitarisme. Hij denkt zelf dat de impact van de mens op de planeet niet in het Westen beslist wordt, maar in Afrika, India en China. Wij moeten niet zo dringend anders gaan leven, maar de kans nemen om de samenleving en democratie duurzaam te maken door een goede combinatie van regulering en investering.

De auteur betreurt vooral het onvermogen om de uitdagingen echt aan te pakken. We zitten vast in dogma's, zombies die nooit sterven. De politiek verbergt de uitdagingen en het sociaal overleg organiseert de impasse. Het gaat zo slecht dat het niet moeilijk kan zijn om het beter te doen, maar dat is niet genoeg. Het moet veel beter. Met het generatiepact is in 2005 een poging gedaan, maar het was onvoldoende. Er zijn structurele ingrepen nodig, die de grondvoorwaarden voor de economische competitiviteit verbeteren door een doordachte strategie van innovatie en groei. We moeten wel realistisch zijn, wat betekent dat we de komende jaren zullen verarmen, om daarna opnieuw rijker te worden.

Met PS zal het niet gaan, aldus De Vos. Die wil alleen maar meer overheid, uitkeringen en belastingen en dat is gewoon de rode vlucht achteruit. Maar ook de vakbonden zijn een deel van het probleem. Het overlegmodel is in crisis, heet het in één van de stukken. In een ander: het interprofessioneel overleg heeft een zombiestatus. Op nog een andere plaats heeft hij over het comateus interprofessioneel overleg. De beheersstructuur van de sociale zekerheid is trouwens gedateerd. Het consensusmodel is de facto een conflictmodel. We moeten het voorbeeld van Macron volgen, die het zwaartepunt van het overleg naar het bedrijfsniveau bracht. Dat laat ruimte voor kleinere vakbonden en zelfs voor bedrijfssyndicalisme. Op bedrijfsniveau kan het veel eenvoudiger, nu zijn er te veel vakbonden, comités, afgevaardigden en vetohouders.

Wie pleit voor belastingverhoging vergist zich. De belastingen moeten hervormd en vereenvoudigd, maar er is vooral nood aan een betere overheid en economie. De sterkste schouders moeten inderdaad de grootste lasten dragen, maar er zijn meer sterke schouders nodig. En daartoe moet innoveren en ondernemen worden aangemoedigd. Technologische vernieuwing schept banen. Jobs zullen zelfs rijker worden als sommige functies overgenomen worden door robots. De technologische ontwikkelingen zijn een opportuniteit. Toptalent kan worden bevrijd uit jobs die maar weinig toegevoegde waarde genereren en ingezet worden in bedrijven met veel toegevoegde waarde. De productiviteit kan daar wel bij varen. En het kan het einde van het zwartwerk en de uitkeringsfraude worden.

Pas op voor ongelijkheidsgoeroes als Piketty, aldus de auteur. Er zijn inderdaad heel veel miljardairs, maar die zijn vooral selfmade. Hun rijkdom is niet geërfd, maar resultaat van innovatie en ondernemerschap. In ons land worden daar juist te veel barrières voor opgetrokken. Laten we ons ook niet meeslepen door groeinegationisme. Een economie zonder groei staat stil, wat niet betekent dat groei een doel op zich is. Het is een essentieel middel, waardoor alles mogelijk wordt. Zonder groei geen vooruitgang. Ten slotte is er ook helemaal niets mis met winst. De overheid bepaalt grenzen of met andere woorden reguleert en controleert, maar de aandeelhouders leggen de doelen van de bedrijven vast. Ze doen dat vandaag overigens te weinig, omdat ze te veel bekommerd zijn om hun dividenden.

In 1995 won Louis Tobback de verkiezingen met 'Uw sociale zekerheid'. Volgens De Vos is toen een kans gemist om de sociale zekerheid te hervormen en is men een doodlopende weg opgegaan. De gezondheidszorg zit budgettair in de tang. Ze groeit sneller dan de economie aankan. Het is een kannibaal die de andere takken van de sociale zekerheid opvreet (in een ander stuk noemt hij de sociale zekerheid de kannibaal van de overheidsuitgaven). Dit moet anders worden aangepakt. Natuurlijk moet er bespaard worden door middel van ICT en in de financiering van de ziekenhuizen. Maar we hebben vooral meer gezondheid en minder zorg nodig, door een focus op preventie en kwaliteit.

België sterft uit, de huidige conjuncturele schaarste aan arbeidskrachten dreigt structureel te worden. Er is een totale mobilisatie nodig om de 'war on talent' te winnen. Een economisch georganiseerde migratie is daarin een strategie. Evenals de omvorming van de huidige werkloosheidsuitkering tot een systeem van werkverzekering. In het begin kan de nadruk op de werkloosheidsuitkering liggen, maar die moet vlug verschuiven naar begeleiding naar werk. In een laatste fase moet een bijstandsregime voorzien worden, met een gemeenschapsdienst. Eigenlijk is de hele arbeidswetgeving verouderd, zoals je bijvoorbeeld ziet in het ontslagrecht. Dat moet gericht zijn op wedertewerkstelling en daarin kan een loopbaanrekening een belangrijke rol spelen. Het moet gaan om het talent en de loopbaan, niet om het arbeidsstatuut en de arbeidsvoorwaarden.

Wie het probleem van de pensioenen wil aanpakken, moet overstappen van repartitie naar kapitalisatie. Iedere generatie moet verantwoordelijk worden voor haar eigen pensioen, het enige middel om immuun te worden voor demografische schommelingen. Maar dat zal niet volstaan. Er moet ook absoluut langer gewerkt worden en daarbij wordt de pensioenleeftijd best bepaald in functie van de levensverwachting. Ondernemingen die nog vervroegde pensionering invoeren, ook al betalen ze die zelf, doen aan een vorm van onderhandelde sociale dumping.

Ten slotte is ook Europa toe aan een grondige renovatie, aldus De Vos. Het fundamentele probleem van Europa is precies dat burgers en politici niet tot hervormen bereid zijn. Dat vereist niet minder, maar juist meer Europa, met name meer solidariteit en meer opoffering van nationale soevereiniteit. Maar dat zal niet gaan als niet op twee niveaus gewerkt wordt: een kleinere en harde kern van landen, die democratische structuren en zuivere regels maken en een tweede en uitgebreidere groep landen die misschien minder ver gaan in hun samenwerking, maar op een meer gehandhaafde manier.

De Vos vindt dat integratie en assimilatie onafscheidelijk zijn. Het gaat om een gemeenschappelijk burgerschap en het echte debat moet gaan over de grenzen en de termen van de assimilatie. Dat moet aanleiding geven tot een gemeenschappelijk sociaal contract. Cultuurrelativisme leidt tot mislukking. Nationaliteit wordt niet gratis weggegeven, maar moet worden verdiend en hoort de bekroning te zijn van integratie. De auteur heeft het over globaliseringsangst en vrees voor protectionisme; hij geeft af op het Pekingmodel, dat hij een parasitair economisch model noemt; hij vindt dat we de val beleven van de globalisering, hij vindt dat het kapitalisme in zijn fundamenten is aangetast … maar hij twijfelt er niet aan dat dit kapitalisme superieur is. Het is zeker niet dood. Links is er alvast niet in geslaagd een alternatieve visie voor te leggen.

Marc De Vos heeft een lijvig boek afgeleverd van zo'n 370 bladzijden. In mijn samenvatting is natuurlijk veel weggelaten, maar eigenlijk is het geen boek. De auteur is er niet helemaal duidelijk over, maar het is blijkbaar een verzameling van opiniebijdragen die eerder verschenen. Ze zijn thematisch en per jaar van verschijnen geordend. De oudste dateren van 2005 en de jongste van 2019. Waar ze oorspronkelijk verschenen is evenwel niet aangegeven. Er is niet echt een lijn en er zijn veel overlappingen. Soms is het zelfs een beetje onbehaaglijk, zoals wanneer over Steve Stevaert gesproken wordt alsof hij nog leeft. De bijdragen zijn inderdaad ongewijzigd overgenomen en op die manier een soort momentopname. De auteur miste de kans om ze op elkaar af te stemmen en te actualiseren. Een column vraagt geen diepgang, maar wanneer je ze opneemt in een groter geheel, wordt het plots heel oppervlakkig.

Het boek toont eigenlijk vooral dat de auteur een harde liberaal is, maar dat wisten we al. Wat dat echter allemaal precies betekent, blijft onuitgesproken of vaag. En waar het iets concreter wordt (werk of pensioenen) hebben we het al vaker gehoord. Hij verwijt terecht dat de linkerzijde na de val van de Muur geen alternatieve visie ontwikkeld heeft, maar zelf blijft ook hij steken op het niveau van principes en loze kreten. Hij geeft toe dat hij naar de wereld kijkt vanuit de bril van de laatste analoge generatie, die vooral door de Koude Oorlog en de val van de Muur is getekend. Dat levert inderdaad niet meer op dan een chronologie en een kladversie van een geschiedenis waartegenover nog onvoldoende afstand genomen is. Ik vind het eerlijk gezegd pijnlijk hoe hij probeert de jongere generatie te vriend te houden, maar hen daarna waarschuwt voor totalitarisme en zelf lijkt te denken dat de problemen zichzelf wel zullen oplossen. Als we maar innoveren.

Wel, ik vind dat niet goed genoeg. Het boek is geschreven lang voor de coronacrisis, maar die toont vooral aan dat geen enkele van de traditionele recepten nog werkt. Wie nu nog denkt dat we verder kunnen produceren en consumeren alsof er geen vuiltje aan de lucht is, zou wel eens alle geschiedenis kunnen missen. Er zijn structurele ingrepen nodig, dat is waar, maar wat De Vos aanbiedt is meer van hetzelfde. Of wat kun je anders zeggen van: de competitiviteit verbeteren door een doordachte strategie van innovatie en groei? Het kapitalisme is niet dood, maar dreigt wel te sterven. Alles decentraliseren dan maar? Ik ben de laatste om het bedrijfsniveau te willen negeren, ook niet als het gaat om syndicaal overleg. Maar geen sector- of interprofessionele afspraken meer? Dit wordt de jungle, waarin de sterkste zullen bovendrijven. Natuurlijk is dit de natte droom van iedere neoliberaal, maar precies de coronacrisis toont hoe breekbaar een samenleving is die alles inzet op produceren en consumeren en hoe hard op zo'n moment om overheid geroepen wordt. Straf dat De Vos beweert dat de gezondheidszorgen in ons land nauwelijks de kwaliteit overtreffen van deze in de Verenigde Staten. Ook deze stelling is, met de coronacrisis, genadeloos ingehaald door de tijd. Pijnlijk.

Luc Vanneste

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 84 tot 87