Abonneer Log in

Narcissus in quarantaine

Emile Zola Prijs 2020 - 3e PLAATS

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 74 tot 79

Een pushmelding op mijn smartphone: 'EU sluit grenzen tegen verspreiding coronavirus.' Het coronavirus heeft het Europese continent overspoeld met angst. De paniek na de aankondiging van de zogezegde lockdown in België was immens – je hebt vast wel de filmpjes gezien van de hamsteraars, de mensen met een gasmasker op de broodafdeling of met wel tien pakken wc-papier in een winkelkar. Toen ik die dag pannenkoeken wilde maken, botste ik op een first world problem: geen melk meer in de koelkast. Met de fiets drie supermarkten bezocht, geslalomd tussen de Scylla en Charybdis van gemaskerde senioren en logge yuppie-SUV's, maar geen melk gevonden. Wel veel lege rekken gezien in onze gewoonlijk belachelijk rijkgevulde winkels. Uiteindelijk wilde ik melk lenen bij de buren, maar die deden niet open. Nu ik het zo neerschrijf, voelt het onnozel dat zoiets moet doorgaan voor een probleem. Laten we afspreken dat hamsteraars nooit meer mogen klagen over migranten die vluchten voor oorlog, voor écht leed – en dat ik niet klaag over een gebrek aan pannenkoeken.

Nu zijn er nog strengere regels van kracht. We mogen enkel essentiële verplaatsingen maken, scholen zijn gesloten, we moeten aanschuiven om binnen te mogen in de supermarkt, bij de bakker. Het coronavirus heeft mijn Facebook-nieuwsfeed overgenomen. De cijfers over besmettingen en de economische impact. Quarantaineselfies, thuiswerkselfies, hulpverlener-applausselfies. Het lijkt wel alsof mijn sociale media enkel nog echo's bevatten die kaatsen tussen de muren van mijn huis, mijn quarantainegrot.

***

Het woord echo stamt uit de Griekse mythologie. De nimf Echo wordt verliefd op Narcissus, maar hij heeft enkel oog voor zijn reflectie in de waterspiegel. Ze kwijnt weg totdat haar lichaam in rook opgaat en enkel haar stem overblijft. John William Waterhouse heeft er een prachtig schilderij van gemaakt.


Echo en Narcissus: John William Waterhouse, 1903.

Als je het schilderij bekijkt, lijkt het alsof je zo die wereld in kan stappen, een universum waarin elk fysisch verschijnsel te verklaren valt door de jaloerse en egoïstische grillen van mensachtige opperwezens. Alles hangt af van de wil van de goden. Het logische en geruststellende gevolg daarvan is dat alles met een duidelijke reden gebeurt, en dat alles verklaarbaar is. Dat geldt dan vooral voor natuurfenomenen. Achter elke bliksemschicht zit de woede van Zeus, in elke uilenroep schuilt een boodschap van Minerva, door elke ritselende struik sluipt Diana op haar prooi af. Echo's tragische verhaal is dan weer een verklaring voor wat er gebeurt als je een put of grot in roept: het terugkeren van je eigen stem.

Mijn ouders vertellen op familiefeesten vaak een anekdote over een bezoek aan de grotten van Han in de Ardennen. Zelf weet ik niet meer hoe het gelopen is, maar blijkbaar hadden mijn ouders me verteld dat ik mijn naam de grot in moest roepen. Toen ik dat deed, keerde het geluid van mijn naam ook weer terug en begon ik te huilen. Hilariteit op elk feest, natuurlijk. Vermoedelijk vreesde ik dat er een gruwelijk wezen in de grot zat dat mijn roep nabootste. Fantasierijke mensen zijn het snelst bang: voor hen is niets onmogelijk.

***

Tegenwoordig hoor ik voortdurend één woord echoën. In Skypevergaderingen, op sociale media, zelfs in de zeldzame gesprekken in den vleze. Corona is alomtegenwoordig, en misschien daarom net zo beangstigend: net zoals je niet aan het woord kan ontsnappen, lijk je niet aan de ziekte te kunnen ontsnappen. Meest van al doet deze pandemie ons beseffen hoe bepamperd we zijn, hoe hardbevochten ons gemak. Het Europese continent davert op zijn grondvesten. De grenzen zijn gesloten, de zorgvuldig uitgebouwde en robuuste gezondheidszorg kreunt, de economie komt tot een knarsende stilstand, de beurzen kleuren bloedrood. In Italië kiezen ze wie er aan de beademing mag, in Spanje zijn de straten verlaten, in België vechten ze op de parking van de Colruyt. De angst is overal.

Het lijkt al een tijdje alsof een groot deel van waar Europa voor wil staan – de verzorgingsstaat, kosmopolitische openheid, vrede, tolerantie – niet meer aan de orde is. De gedeelde waarden staan on hold. Veel gewone mensen ervaarden eerder al intense onzekerheid in het internationale liberale systeem. De wetenschap, de journalistiek, de overheid: de oude zekerheden genieten steeds minder vertrouwen. Het geloof in het neoliberaal economisch model kreeg een flinke knauw door de bankencrisis in 2008, en de wereldeconomie was zelfs vóór corona al instabiel. De democratie boet wereldwijd in aan kwaliteit. Mensen voelen zich niet gehoord, overgeleverd aan de kosmopolitische verlangens van de wereldelite. Het is geen toeval dat grenzen en immigratie zo hoog op het programma staan bij nationalistische partijen: hun kiezers verlangen naar controle in een wereld die niet meer te controleren lijkt. Tegelijkertijd duiken overal (semi-)autoritaire regimes op die duidelijke, behapbare praat verkopen over nationale identiteiten. Kijk naar de VS, Brazilië, Rusland, Turkije, India, zelfs Hongarije en Polen. Daar heb je leiders die zekerheden (pretenderen te) bieden in onzekere tijden. Dat die leiders daarbij hele bevolkingsgroepen ontmenselijken en uitsluiten, lijkt niet van belang. India en Hongarije sluiten bijvoorbeeld moslims uit met een focus op respectievelijk een gedeelde hindoeïstische en christelijke identiteit, Rusland en Polen de LGBT-gemeenschap via hun focus op het 'traditionele' gezin, met zelfs LGBT-vrije zones in Polen tot gevolg. De angst primeert steeds vaker boven de naastenliefde, de democratie, de openheid. In dat politieke klimaat schakelt het coronavirus de vrees voor het vreemde én de drang naar stabiliteit in overdrive, net omdat het ingrijpt op alles wat we zeker dachten te weten over Europa. Het is dus goed mogelijk dat we hierna ook met een acute politieke crisis zullen kampen. Een crisis waarin menselijk beleid nog verder moet wijken voor houvast.

Zelf zit ik in de quarantaine enkel te schrijven. Het toetsenbord regelmatig ontsmetten, dat ook. Gisteren zette een nonkel een ketel soep in de achtertuin, wuifde naar me, stak zijn duim op. Vanuit de veranda maakte ik het gebaar van een Italiaanse chef die met zijn duim en wijsvinger een cirkel vormt, die cirkel kust, en primo pasta uitroept.

Een virus is een ontlichaamd schepsel, en misschien daardoor juist zo beangstigend. Bij terrorisme heb je een menselijke dreiging, handelt er een wezen dat je je makkelijk kan inbeelden. Een virus is onzichtbaar, eigenlijk een natuurfenomeen. In Griekse tijden zouden we aannemen dat Apollo achter het virus zit, in Bijbelse tijden dat het een straf van God is, maar de wetenschap heeft de natuur onttoverd, zoals Max Weber al zei. Een virus is geprogrammeerd om zijn erfelijk materiaal (DNA of RNA) verder te kopiëren, te echoën, net zoals posts op sociale media, maar we weten dat een virus geen eigen wil heeft. En toch: mensen zouden geen mensen zijn als ze zichzelf niet opnieuw lieten betoveren. Kijk naar de complottheorieën over het virus. Is het een Chinees biowapen? Een afleidingsmanoeuvre van Trump? Economische sabotage vanuit Rusland? Of kijk naar de misinformatie die welig tiert op diezelfde sociale media. Niemand weet nog zeker wat de waarheid is. Ook socialemediaposts kunnen verhalen zijn die we gebruiken om schijnbaar onverklaarbare gebeurtenissen met elkaar in verband te brengen. Net zoals een plaag van een godheid moet komen, moet het coronavirus schijnbaar ook een mensachtige intentie achter zich hebben om tastbaar te zijn. Zo scheppen we betekenis en houvast in chaotische, beangstigende tijden. We proberen nog steeds onze collectieve angst te bezweren met mythes.

***

Enkele weken geleden, niet lang voor de lockdown, sprak ik met een schrijver, Peter Verhelst, in Gent. We gaven elkaar half lachend een corona-elleboogje en hadden het over zijn intussen twee decennia oude roman Tongkat, een mythisch verhaal over een mislukte revolutie. Peter vertelde me over hoe hij het idee voor het boek gekregen had: 'Ik ben opgegroeid met mythen en sagen; mijn vader zat elke avond op de rand van het bed voor te lezen. Dat heb ik later met mijn kinderen ook gedaan – de ziekte moet worden doorgegeven. Dat is deel van het Europese DNA, die Griekse mythen.' Uiteindelijk is DNA niet meer dan informatie die zichzelf verspreidt, zoals mythes die over verschillende generaties echoën. Zowel verhalen als virussen evolueren met ons mee, samen met onze dromen en angsten – ik zou nu niet meer bang zijn van mijn eigen echo uit de grotten van Han.

Ook Europa vertelt graag verhalen over zichzelf. Om zichzelf een identiteit aan te meten die boven het nationale niveau uitstijgt, heeft ze mythes bedacht die haar bestaan verantwoorden: de EU zorgt voor welvaart, vrede, tolerantie, democratie. Nu zitten de EU-grenzen op slot, zowel voor zij die 'thuishoren' in Europa en zij die er niet 'thuishoren' – vluchtelingen. Gedaan met de openheid, of was die openheid slechts een illusie? Peter zei nog: 'Tongkat is eigenlijk een afrekening met de mythes die we gebruiken om een soort Europese identiteit op te bouwen. Ik zag onlangs dat iconische beeld van Charles Michel en Von Der Leyen, de president van de Europese Commissie, in die helikopter, neerkijkend op die vernederde en misbruikte vluchtelingen. Dat is wat er geworden is van Europa. Klootzakken.' Aan onze grenzen arriveren steeds meer mensen op de vlucht voor oorlog en schaarste, en hun aantallen zullen met de klimaatopwarming en groeiende globale instabiliteit enkel groter worden. Intussen prijst Von Der Leyen Griekenland omdat het fungeert als 'schild' tegen migranten.

Aan onze buitengrenzen worden migranten onmenselijkt, uitgebuit, in hun onderbroek weer naar huis gestuurd. Ja, de angst is bij veel Europeanen écht. Het water staat bij velen aan de lippen, zeker nu de financiële malaise opnieuw aan de horizon lonkt, maar dat praat de ontmenselijking niet goed. We laten ons nog steeds leiden door mythes die onze superioriteit verkondigen. Mythes die voortkomen uit angst, uit het verlangen controle te krijgen over een oncontroleerbare wereld. Misschien is dat wel wat de coronacrisis ons vertelt: angst is allesbepalend voor onze grenzen en voor onze openheid naar anderen. Het coronavirus heeft dat meer dan ooit duidelijk gemaakt, want het zijn niet meer alleen de nationalisten die de grenzen dicht willen. Dat is de beste maatregel tegen het virus, maar het heeft onverhoeds de isolatie van Europa tot een legitieme beleidsbeslissing gemaakt. Dat kan in de toekomst nog een belangrijk precedent zijn. Nu, in quarantaine, blijkt eens te meer dat wij, hamsteraars en hypochonders, niet anders zijn dan de doodsbange mensen die bij ons komen aankloppen. In dit verhaal is Europa Narcissus, en is Echo de werkelijkheid (een virus, een vluchteling) die onze waterspiegel komt verstoren.

***

Op een dieper niveau vertelt de mythe van Echo en Narcissus ons hoe we omgaan met leed van buitenaf. Echo kwijnt weg doordat haar stem niet gehoord wordt, maar Narcissus wacht een gelijkaardig lot. Omdat hij enkel oog heeft voor zichzelf, raakt hij verscheurd door een onvervulbaar verlangen. Net zoals het Europese continent intussen ook verknocht is geraakt aan haar eigen spiegelbeeld en daardoor de buitenwereld niet wil of kan zien. We zijn te druk bezig met naar onszelf te kijken, naar het zogezegd superieure Europa. Voor sommigen is dat het witte Europa, maar voor anderen is dat net zo goed het democratische, vredige, economisch voordelige Europa. De verhalen verschillen, maar ze hebben hetzelfde echoënde, overwoekerende, verblindende effect.

We betoveren onszelf met verhalen over waar we als Europees volk voor staan, mythes die onze wereld doen pulseren met menselijke dromen en verlangens – maar wat blijft er over van die magie als je naar de Europese xenofobie kijkt? Naar de uitsluitingsdrift, de zuiverheidsfetisj van het nationalisme? Naar de lijken die aanspoelen op onze kust? We staren naar onszelf in het water terwijl anderen erin verdrinken.

De Europese grenzen zitten net als mijn voordeur tijdelijk op slot, maar ze kunnen in de toekomst nog een prangender probleem worden. De chaos van de coronacrisis zal het collectieve verlangen naar stabiliteit immers nog versterken, wat kan leiden tot electorale steun voor een gesloten, onmenselijk beleid. Misschien stevenen we af op een politieke en humanitaire ramp.

Aan het einde van het verhaal, wanneer Echo nauwelijks nog een fluisterstemmetje is, sterft Narcissus. Hij verandert in een bloem, een knalgele narcis, die kort daarna zal verwelken. Laten we hopen dat Europa niet hetzelfde lot wacht.

(Lees alle winnende essays van de Emile Zola Prijs 2020)

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 74 tot 79