Abonneer Log in

Contouren van een beter Vlaams zorgbeleid

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

De vermaatschappelijking van de zorg kan slechts een succes zijn wanneer er effectief voldoende middelen voor worden uitgetrokken.

NAAR EEN VLAAMS ZORGMODEL VAN INTEGRALE ZORG

Sinds de 6de staatshervorming streeft Vlaanderen naar een eigen zorgmodel waarin integrale zorg en ondersteuning voorop worden geplaatst. Binnen de integrale zorgbenadering komt de persoon met een zorgnood en zijn directe omgeving centraal te staan. De vergrijzing en verzilvering maakt dat we evolueren naar een meer chronische zorg. Naast de zorgvraag, wordt ook de autonomie, sociale participatie, empowerment van de zorgvrager belangrijk. De gezondheidszorg, welzijnszorg en sociale dienstverlening moeten daarom meer geïntegreerd samenwerken en meer vraaggericht werken.1

Het proces van de-institutionalisering, waarbij de zorg van langdurige zieken verschuift van grote collectieve instellingen naar de gemeenschap, past in het nieuwe zorgmodel. Collectieve voorzieningen waar mensen fulltime verblijven, zullen blijven bestaan voor de zwaar zorgbehoevenden. Maar veel anderen kunnen volgens de benadering ook thuis ondersteund worden door formele verzorgers en een sociaal netwerk van buren, familie en vrienden. In Vlaanderen spreekt men over de 'vermaatschappelijking van de zorg', naar het model van toenmalig Vlaams minister Jo Vandeurzen (CD&V). In 2012 definieerde de SARWWG de vermaatschappelijking van zorg als volgt: 'Een verschuiving binnen de zorg waarbij ernaar gestreefd wordt om mensen met beperkingen, chronisch zieken, kwetsbare ouderen, jongeren met gedrags- en emotionele problemen, mensen die in armoede leven, … met al hun mogelijkheden en kwetsbaarheden een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen, hen daarbij waar nodig te ondersteunen en de zorg zoveel als mogelijk geïntegreerd in de samenleving te laten verlopen.'

Veel politici en burgers zijn gewonnen voor dit pleidooi. De idee van persoonlijke zorg door naasten in eigen huis en buurt, spreekt meer aan dan de zorg in een grote instelling. Voor politici past het idee van meer thuiszorg dan weer in de efficiëntieoefening die men tracht te maken: hoe kunnen we betere zorg aanbieden met de beperkt beschikbare middelen.2 De gesloten enveloppen in bijvoorbeeld de gehandicaptensector en de jeugdzorg zorgen vandaag immers voor ellenlange wachtlijsten.

DE WERKBAARHEID NIET UIT HET OOG VERLIEZEN

Op zich is er niets tegen een zorgmodel dat integrale zorg en autonomie van de gebruiker centraal zet, maar het model kan slechts een succes zijn wanneer er effectief voldoende middelen voor worden uitgetrokken. Zorg op maat is duurder dan collectieve zorg in residentiële voorzieningen. In tijden van financiële tekorten en lineaire besparingen kan de verschuiving naar vraaggestuurde zorg uitdraaien op een besparingsoperatie aan de gebruikers- en werknemerszijde.

Vandaag zijn de werkdruk en psychosociale belasting al torenhoog bij het zorg- en welzijnspersoneel, zo blijkt uit de recente werkbaarheidsmonitor. De werkbaarheid verbetert niet noodzakelijk in het nieuwe zorgmodel. Een vraaggestuurde financiering lost het capaciteitstekort niet op, zo blijkt uit onderzoek van het Vlaams Agentschap voor Personen me een Handicap.3 De zorginstellingen moeten daarenboven evolueren naar een andere arbeidsorganisatie en werknemers moeten over bijkomende competenties beschikken. Dit vraagt om bijkomende opleidingen en een uitgewerkt loopbaanbeleid. Door de financiering te koppelen aan de gebruikers krijg je bovendien allerlei mistoestanden. Sommige voorzieningen zullen extra 'zware gevallen' willen aantrekken, zelfs als men hier geen ervaring mee heeft én de personeelsbezetting niet is aangepast.Het capaciteitsverhaal is daarom even belangrijk.

BIJKOMENDE BELASTING VAN DE ZORGGEBRUIKER

De toegankelijkheid en kwaliteit van het Vlaamse zorgaanbod komen binnen de marktlogica op de helling te staan. De zorggebruikers worden meer als consumenten benaderd. Het systeem van zorgtickets kan dit deels verhelpen door enkel erkende voorzieningen op te nemen, maar spreken we dan van zorg op maat? Veranderen we dan niet louter de manier van financiering en met welke gevolgen? Elke gebruiker zal in staat moeten zijn om de eigen regie te organiseren. Niet iedereen zal daarin slagen. Vooral mensen in een kwetsbare positie, dreigen uit de boot te vallen. Zij hebben vaak minder contact met de buren en hun sociaal netwerk is veel kleiner.4 Uit een bevraging van de Vereniging van Personen met een Handicap in samenwerking met de HOGENT en ODISEE5, blijkt dat vooral laagopgeleiden onvoldoende op de hoogte zijn van hun rechten en moeite hebben met het complexe systeem. De nood aan ondersteuning en begeleiding door de sociale hulpverlening is hier dan ook cruciaal.

De bijkomende belasting van de mantelzorgers is niet te onderschatten. Volgens cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse overheid zijn er 1 miljoen Vlamingen mantelzorger. Een hoog percentage mantelzorgers combineert zorg met werk en dat zorgt vaak voor rolconflicten. De zorgbelasting is hoog bij 40% van de geregistreerde mantelzorgers. 20% werkt niet meer omwille van de zorg (Bronselaer e.a.).6 Wereldwijd krimpt het aantal potentiële mantelzorgers, ook in België. De families zijn kleiner geworden, iedereen gaat langer werken we wonen minder in dezelfde gemeente als onze ouders, enzovoort. Volgens cijfers van het Federaal Planbureau waren er in 1991 19 potentiële mantelzorgers voor elke 85-plusser. In 2020 is dit nog maar de helft. In 2070 vermindert dit verder tot 4 personen voor elke 85-plusser.

ZORG IN TIJDEN VAN CORONA

De covid-19 pandemie heeft een grote impact op de welzijns- en gezondheidssector en hun werknemers door de veranderende zorgvraag, meer digitale hulp en een hogere werkdruk en psychosociale belasting. Het is dankzij de samenwerking tussen de organisaties in de zorg- en welzijnssector dat men snel heeft kunnen reageren op de gewijzigde zorgvraag. De ongezien samenwerking tussen de eerste-, tweede- en derdelijn biedt in de toekomst heel wat kansen voor meer integrale zorg. Grote residentiële voorzieningen met grote teams werden geconfronteerd met meer besmettingen. Zorg op maat in kleine teams is niet enkel beter in coronatijd, het heeft ook een gunstig effect op het welzijn van de bewoners en het personeel.7 Dit vraagt echter om een engagement van de Vlaamse Regering in de vorm van investeringen. De lineaire besparingsmodus van de voorbije jaren staat daar haaks op. Veel zorgvoorzieningen stonden daarenboven financieel onder druk door de vraaggestuurde werking. In de gehandicaptensector waar voorzieningen afhankelijk zijn van de persoonsvolgende financiering, zagen we dat er minder inkomsten binnenkwamen. De overheid moest financieel tussenkomen om de continuïteit van zorg te garanderen. De 'robuustheid' van het aanbod lijkt een element om mee te nemen.

Initiatieven rond sociale contacten, psychosociaal welzijn, opvang en zorg hebben een belangrijke rol gespeeld tijdens de crisis. De sociale hulpverlening schakelde snel om vanop afstand de nodige ondersteuning te kunnen blijven geven aan de mensen in een kwetsbare situatie. Niet toevallig net die organisaties waar recent stevig op werd bespaard . De coronacrisis toont aan dat er juist blijvend moet geïnvesteerd worden in sterk sociaal werk.Sociale professionals bieden meer dan enkel ondersteuning, zij doen ook aan empowerment. Zij zijn de lijm tussen de individuele burger en overheid. De vermaatschappelijking van de zorg is dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid tussen burger, overheid en professionele voorzieningen.

Er werden ook spontaan online platformen gecreëerd door burgers om hulp te bieden. Mooie initiatieven, maar we moeten ook waakzaam zijn voor de bestaande ongelijkheden in de samenleving. Een grote groep mensen was niet mee met het digitaliseringsproces. Mensen in een kwetsbare positie hebben geen of beperkte toegang tot het internet en bezitten vaak niet over voldoende digitale vaardigheden.8 Dit stelt de nood aan een e-inclusief beleid op scherp met aandacht voor een democratische toegang tot technologie en informatie, datageletterdheid en een aangepaste dienstverlening. De Vlaamse overheid moet hier een coördinerende en sturende rol in opnemen.

Voor mantelzorgers en vrijwilligers was het moeilijk werken. De ondersteunende ambulante diensten werden herleid tot het minimum: de deuren van de respijtzorg en dagcentra gingen bijvoorbeeld dicht. 24/24 instaan voor de zorg van een naaste, met minimale professionele ondersteuning vraagt veel van de mantelzorger. Gebruikersorganisaties vermoeden dat de noodmaatregelen die genomen werden in kader van de Covid-19 pandemie, een grote impact hadden op de draagkracht van de mantelzorger. De informele zorgverleners werden bovendien niet meegenomen in het crisisbeheer. Er was geen beschermingsmateriaal voor hen beschikbaar, hun verplaatsing viel niet onder een essentiële verplaatsing. De mentale draagkracht van informele zorgverleners is een element dat we moeten meenemen in de discussie, net als de ondersteuning door professionele diensten.

Belangrijke elementen die, tot slot, vaak vergeten worden in de discussie rond meer informele zorg zijn de tijd om zorgtaken op te nemen en de leefomgeving van de zorgvrager. Vandaag blijkt hoe belangrijk ze zijn voor het algemeen welzijn. Balanceren tussen werk en familiale verantwoordelijkheden, omgaan met een verlies van inkomsten en oplossingen vinden voor de opvang van kinderen bleek voor veel gezinnen een uitdaging tijdens de lockdown. Vooral vrouwen namen het gros van de extra zorgtaken op zich. Heel wat gezinnen werden daarenboven geconfronteerd met een slechte huisvesting en een beperkte openbare ruimte. Het is belangrijk dat ook de gezinsdimensie mee wordt genomen in het beleid en de praktijk.9

NAAR EEN GESLAAGD MODEL VAN VERMAATSCHAPPELIJKING

Vermaatschappelijking is enkel mogelijk als de randvoorwaarden voldaan zijn. Meer zorg in de samenleving vraagt minimaal om een all health policy binnen alle beleidsdomeinen en daar moeten voldoende overheidsmiddelen tegenover staan.

Een inclusieve samenleving is niet altijd een garantie voor meer inspraak van de patiënt. Het risico met de vermaatschappelijking van de zorg is dat als we niet opletten, we een systeem creëren dat mooi op maat werkt voor de mondige, gegoede burger, maar dat grote gaten laat voor al wie kwetsbaar, minder zelfstandig, of gewoon minder rijk is. Sociaal werk blijft noodzakelijk in het bereiken en ondersteunen van mensen in een kwetsbare situatie. De professionele hulpverlening zorgt ervoor dat mensen in kwetsbare situaties grip hebben op hun eigen leven. Vooral de eerstelijnshulpverlening (opbouwwerkers, CAW, OCMW, ...) is hierin een belangrijk en dient verder uitgebouwd te worden. Het stimuleren van meer zelfregie mag geen legitimering zijn van verdere bezuinigingen, maar vraagt net om meer investeringen.

De overheid moet dringend werk maken van een e-inclusief beleid met het oog op verdere digitalisering binnen zorg- en welzijn, publieke dienstverlening, onderwijs ,werk, enzovoort. Gratis toegang tot het internet en de beschikbaarheid van een computer zou een basisrecht moeten zijn in onze samenleving.

De toenemende tekorten aan zorgpersoneel wordt niet opgelost met een nieuw zorgmodel. De sector heeft juist een grondige herwaardering nodig met het oog op meer werkbaar werk. De overheid heeft recent 1 miljard vrijgemaakt om de reeds lang afgesproken loonschalen te kunnen toepassen. Dit is een eerste stap. Er zijn echter meer handen op de werkvloer nodig aangepast aan de zorgnoden van de gebruikers, alsook betere arbeidsvoorwaarden met het oog op een gezonde balans tussen werk en privé, vorming en bijscholing van het personeel, maatregelen tegen agressie op de werkvloer. De robuustheid van de zorgvoorzieningen moet hierin meegenomen worden, alsook de evolutie naar kleinere zorgeenheden met zorg op maat.

Noodzakelijke tijd voor informele zorg moet worden gegarandeerd door te komen tot een gezinsvriendelijk beleid. Hier kunnen werkgevers het goede voorbeeld in geven door middel van flexibele werkafspraken in kader van zorgtaken. Tijdskrediet met zorgmotief moet toegankelijk worden gemaakt voor iedereen. Maar ook kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvang en buitenschoolse opvang blijven belangrijk randvoorwaarde. De draagkracht van de mantelzorger moet centraal staan. Professionele ondersteuning van de mantelzorger moet toegankelijk zijn voor iedereen. Financiële belasting van de mantelzorger moet aangepast worden door het optrekken aanmoedigingspremie voor het opnemen van zorgverlof. Ook het systeem van de mantelzorgpremies moet herbekeken worden. De bedragen variëren per gemeente, het is wenselijk om tot uniform systeem te komen.

Het is dus duidelijk dat er nog flink wat valkuilen zijn om naar een positieve invulling van vermaatschappelijking van de zorg te gaan. Eén van de belangrijkste daarbij is dat de term absoluut niet – zoals tot voor kort wel vaak gebeurde – synoniem mag staan voor besparingen. De vaststelling Is immers dat op tal van terreinen (mantelzorg, collectief aanbod, werkbaar werk, enzovoort) de noodzakelijke aanpassingen aan hoe we onze zorg organiseren, net meer middelen zal vragen.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.

VOETNOTEN

  1. https://www.zorg-en-gezondheid.be/sites/default/files/atoms/files/20161207_Eindrapport_Integrale%20zorg.pdf.
  2. https://margotrappenburg.nl/artikel/hoe-elco-brinkman-alsnog-zijn-zin-kreeg-neoliberalisme-communitarisme-en-linkse-idealen-in-de-nederlandse-gezondheidszorg/.
  3. https://www.vaph.be/sites/default/files/documents/4570/nota_realisaties_afgelopen_legislaturen.pdf
  4. https://www.kenniscentrumwwz.be/de-zorgkracht-van-persoonlijke-netwerken
  5. https://sociaal.net/achtergrond/persoonsvolgende-financiering-gaat-niet-alleen-over-geld/
  6. https://www.departementwvg.be/sites/default/files/media/2016_Sporen_naar_duurzame_mantelzorg_DWVG_0.pdf en https://www.researchgate.net/publication/331345550_Mantelzorgbelasting_ontrafeld
  7. https://lirias.kuleuven.be/1980627?limo=0
  8. https://sociaal.net/achtergrond/lockdown-biedt-kansen-voor-digitale-inclusie/
  9. Emmery, K., Van Puyenbroeck, J. en Loosveldt, G. (2020), 'In verband met gezinnen', Antwerpen, Garant.