Abonneer Log in

Manifest voor straathoekwerk 2.0

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Straathoekwerk is doen en doormodderen, nooit aanmodderen. Maar hoe moet straathoekwerk er uitzien na corona?

Straathoekwerk is misschien wel de meest laagdrempelige vorm in het sociaal werk. Ik wil hier geen methodologische omschrijving geven, wel kort duiden wat de werkvorm inhoudt. Straathoekwerkers zoeken contact met mensen en groepen die zichzelf vaak overbodig vinden. Ze bouwen er een relatie mee op. Ze sluiten aan op het leven van hun gasten en stemmen af om te zien wat er kan worden gedaan (en wat er gedaan kan worden, wórdt dan ook gedaan). Ze doen dit op een open, positieve en integrale manier met respect voor de eigenheid en het tempo van hun gasten. Hun hoofdactiviteit bestaat uit luisteren, troosten en hoop verlenen.

Tijdens de coronaperiode is de job van de straathoekwerk in wezen inhoudelijk niet veranderd. Wel noopten een aantal veiligheidsmaatregelen hen om de vorm wat bij te sturen. Ze bleven hun gasten opzoeken, in gesprek gaan, en deden wat ze konden/moesten om directe noden te lenigen en soelaas te bieden. Van voedselpakketten verdelen, over de hond uitlaten en papieren in orde brengen, tot bemiddelen in stressvolle situaties.

Het was dan ook voornamelijk de wereld rond hen die veranderde, soms ten goede, soms ten kwade. Sommige basisdiensten gingen in lockdown of verhoogden hun drempels. Sommige collega's in andere diensten verlieten hun kot en zochten op een outreachende manier contact met hun cliënteel. Au fond kregen straathoekwerkers de appreciatie voor de job die ze al sinds jaar en dag uitoefenen. Ze werden zelfs als voorbeeld gesteld voor hoe het sociaal werk efficiënt en kwalitatief zou moeten worden ingevuld. Dat deed deugd.

SOCIAAL WERK IN TIJDEN VAN CORONA

Een wezenlijk onderdeel – of finaliteit zo u wil – is de structurele en politiserende component van de praktijk van een straathoekwerker. Het structurele zit in het sleutelen aan en bijsturen van regels, protocollen, wetten en systemen die mensen soms de kans op een menswaardig leven ontnemen. Het politiseren bestaat er in om die thema's of issues op tafel te leggen en ze uit te klaren teneinde die menswaardigheid te garanderen. Waar we al lang op hamerden vindt nu waarschijnlijk – of toch hopelijk – een klankbord. Voor we de contouren van straathoekwerk 2.0 vastleggen, eerst enkele vastellingen over sociaal werk in tijden van corona.

Mattheüs, een apostel of een (onheils)profeet?

Vijftien weken ver in de pandemie. Covid-19 maakt geen onderscheid in rang en stand. We voeren een oorlog tegen een onzichtbare vijand. Iedereen moet zich verantwoord en verantwoordelijk gedragen. We komen er samen uit als we de maatregelen goed opvolgen. 'Mijn gat', placht mijn oma te zeggen als ze vond dat er haar blaasjes wijsgemaakt werden.

Toen de – nog steeds bewierookte – uitdrukking 'Blijf in uw kot!' van de lippen van Maggie De Block rolde sprak bijna gans Vlaanderen lyrisch over zoveel gevat- en duidelijkheid. De boodschap viel in goeie aarde. Bij de gezinnen althans waar het 'kot' een huis is met voldoende kamers en een ruime tuin. Waar een bureel ingericht is en de kinderen op het internet kunnen. Waar verder gewerkt kon worden zonder loonverlies. Thuis- en daklozen, gezinnen met meer kinderen dan vierkante meters, zonder tuin, koer of balkon in wijken waar het publieke groen werd afgesloten, konden meteen van 'kot' 'geen kot' of '(krevel)kotje' maken. Naadloos sloot men hierbij aan met de term social distancing, in de praktijk: we sluiten je op! Waarom lanceerde men de term 'fysieke afstand' niet? Zou de richtlijn 'twee armlengten' of 'stapkenhalf' zo moeilijk toe te passen zijn? En had dat de kans niet geboden aan de minder gefortuneerden of 'kleinhuizigen' om hun stressniveau wat te verlagen en hun bewegingsvrijheid wat te verhogen? Er is hoe dan ook een gigantisch verschil tussen opgesloten zitten in een suite en gekluisterd zijn in het kolenhok.

Alle maatregelen waren goed bedoeld. Maar ze vertrokken steevast vanuit de realiteit van zij die ze uitvaardigden. Een realiteit die vaak mijlenver van het kapotte en kwetsbare leven staat van velen.

Wijlen Professor Herman Deleeck schreef in 1983 Het Mattheüseffect: de ongelijke verdeling van sociale overheidsuitgaven in België. Daarin deed hij uit de doeken dat diegenen die al hebben vaak nog meer krijgen dan zij die niks hebben. De hinderpremie van 4.000 euro voor zelfstandigen die hun zaak moesten sluiten met daarbovenop een maandelijkse uitkering van 1.291,61 euro is terecht en hen gegund. Het is echter schrijnend om vast te stellen dat er al meer dan twintig jaar gevraagd en gezaagd wordt om de sociale uitkeringen minimaal tot op het niveau van de Europese armoedegrens (1.187 euro) te trekken, maar dat dit niet lukt. Ik maak hier dan zelfs nog geen gewag van het feit dat er tich frauduleuze aanvragen ingediend en geïnd werden. Energiepremies voor wie – zelfs maar één dag – op tijdelijke werkloosheid stond waren terecht, maar daar hadden werklozen, gepensioneerden en leefloontrekkers niks aan. Ze waren wel gejost omdat warenhuizen geen promoties meer mochten geven tegen het hamsteren en alles bijgevolg duurder werd. Hamsteren is trouwens niet aan mensen besteed die op het eind van hun geld nog een stuk van de maand over hebben.

Luc De Vos zong: 'De middenstand regeert dit land. Beter dan ooit tevoren'. En of!

Centen plots geen probleem meer

Voor corona was het mantra van de Vlaamse Regering 'snoeien om te bloeien'. Er moest worden bespaard, want 'er was geen geld'. Zorg, welzijn, onderwijs en cultuur waren de grootste slachtoffers. Tijdens de pandemie bleek al snel dat mensen soelaas vonden in muziek en film, dat ze elkaar uitdaagden om schoonheid te delen en artistiek aan de slag te gaan. Scholen moesten plotseling het onderste uit de kan halen om hun kinderen die in de meest kwetsbare situaties moeten (over)leven aan boord te houden. In tal van straten was er om 20 uur stipt applaus voor de zorgverleners. De onderbetaalde beroepen leken plots de belangrijkste te zijn: verplegers, onderwijzeressen, politieagenten, kassamedewerkers en rekkenvulsters, pakjesbezorgers en mantelzorgers. Niemand vroeg naar vermogensbeheerders, accountants, zakenadvocaten, bedrijfsconsultants en tutti quanti.

Plotseling werd het geweer van schouder gewisseld en spreekt men nu over investeren, terecht. Het begrotingsevenwicht is plots geen streefdoel meer, terecht. Zorgverleners moeten een premie en/of opslag krijgen, terecht. En voor het eerst komt bijna iedereen tot de vaststelling dat deze keer het gat in die begroting zal mogen worden dichtgereden door de grote vermogens, meer dan terecht.

Over essentieel, zoals in 'essentiële verplaatsingen'

In den beginne mochten mensen 'essentiële verplaatsingen' maken. Essentieel was herleid tot boodschappen doen en uit werken gaan. Al de rest kon worden beboet. Het werd ook snel duidelijk wat mensen essentiële verplaatsingen vonden: op visite bij kinderen, ouders en vrienden. Naar oma in het rusthuis, uitwaaien aan zee, met de kinderwagen naar het park, op babybezoek, checken hoe het Irma in haar rolstoel verging. We mochten niet meer trouwen of een begrafenisplechtigheid bij wonen. Het sociaal contact en de menselijke interactie blijkt het meest essentiële te zijn, maar we werden gedwongen tot eenzaamheid.

Civil society kicked a lot of asses

Na de lockdown op 13 maart werd iedereen zijn kot ingedwongen. Mensen keken naar hun medebewoners en hun navel. Sneller dan de crisisbeheerders zagen ze ook het resultaat van de draconische maatregelen op gekwetste en kwetsbare mensen, op thuis- en daklozen, bewoners in woonzorgcentra, kinderen in bijzondere jeugdzorg, mensen met een psychiatrische problematiek of afhankelijk van roesmiddelen, bewoners van te kleine huizen, van sans-papiers en stadsnomaden. Burgers organiseerden zich vaak sneller en efficiënter dan overheden en professionals in de hulpverlening. No-nonsens en niet geremd door protocollen, reglementen en convenanten. Ze hielden een spiegel voor, and kicked a lot of asses. De vermaatschappelijking vanuit noodzaak, en niet vanuit besparing. Bekommernis vanuit het hart, en niet vanuit een hulpmodule. Heel wat hulp- en zorgprofessionals voelden zich bevrijd van het keurslijf van hun (verantwoordings)registratie, hun geprotocolleerde interventies en gelimiteerd tijdsgebruik. Ze sloten weer aan bij de essentie van hun job en herwonnen hun discretionaire ruimte. Hun cliënten kwamen (weer) centraal te staan. In overleg bepaalden, stuurden en regisseerden ze het handelen van de professional. Die professionals vonden ook vlot de weg naar burgerinitiatieven. Ze stelden er hun expertise ter beschikking.

Eerherstel van de deskundige

De covidpandemie heeft de 'deskundige' opnieuw aanzien gegeven. Toegegeven, in hoofdzaak virologen, microbiologen, artsen-specialisten en statistici. Na verloop van tijd bleek men ook beroep te doen op psychologen, ethici, armoedespecialisten en sociologen. Beslissingen werden genomen in overleg tussen beleidsmakers en specialisten allerhande. Een verademing na decennia waar 'intellectuelen' weggezet werden als nitwits zonder voeling met de alledaagsheid van het leven.

STRAATHOEKWERK NA CORONA

Wat mij betreft mag straathoekwerk verdwijnen! Of beter gezegd: het mag de inspirator, de gangmaker en het kompas worden van radicaal en kritisch sociaal werk. We schreven – lang geleden – een manifest. Dat heeft niks aan kracht ingeboet en mag probleemloos gekopieerd, zelfs uitgerold. Het is een Manifest in tien punten:

1. Sluit niet uit/ga op zoek
Een sociaal werker verbreekt de aangegane relatie met cliënten NIET!
De relatie tussen een sociaal werker en een burger is het kader waarbinnen het professioneel handelen zich afspeelt: vaak is dit lastig, frustrerend, pijnlijk en confronterend, maar het is die nabijheid waarvoor elke sociaal werker ooit gekozen heeft. Dossiers kunnen gesloten en geklasseerd worden, voor (ex-)cliënten blijft de deur altijd open.

2. Kies de kant van je klant
Sociaal werkers slaan de brug – maar staan ook vaak in een spagaat – tussen individu en maatschappij. Ze moeten tegelijkertijd hun cliënten bijstaan, steunen en verdedigen en langs de andere kant vaak ook een maatschappelijk of instellingsbeleid uitvoeren. In principe kiezen ze de kant van de meest kwetsbare: de cliënt.

3. Leer weer luisteren
De sociaal werker is ook een antropoloog of etnograaf, en kan vanuit zijn/haar relaties met mensen hun verhaal vatten en duiden. Dit lukt enkel als hij/zij zich onbevooroordeeld openstelt en actief luistert. De leefwereld wordt zodoende opnieuw de basis van de systeemwereld, en niet omgekeerd.

4. Leg jezelf in de weegschaal
Elke methodiek in het sociaal werk wordt uitgeoefend en vormgegeven door een sociaal werker. Goed sociaal werk kan maar worden gerealiseerd als er een streven is naar nabijheid met het individu/de groep en de afstand zo minimaal mogelijk gemaakt wordt. Dit houdt in dat je je 'bloot' geeft.

5. Vereenvoudig en hoed je voor een Mexicaans Leger
'Zeg wat je denkt en doet, en leg ook uit waarom je het doet'. Doe dat ook naar iedereen die er om vraagt: van cliënt over collega's tot beleid. Hanteer hierbij een taal die aansluit bij het begripsvermogen van diegene voor wie het bedoeld is. Doe het op een tempo dat haalbaar is voor de ander. Vermijd het organiseren van echelons en tussenstations. Zo voorkom je een organisatievorm met meer generaals dan soldaten.

6. Ken de regels maar koester de uitzondering
Het is een taak van een sociaal werker om vanuit de relaties die hij opbouwt met mensen die 'malversaties' te signaleren en zelf(s) uitzonderingen toe te staan.

7. School bij, blijf leren
Volg voornamelijk persoonsgerichte vormingen. Dit lukt het best door dialoog, tegenspraak, gedachtewisselingen, spiegelingen, confrontaties aan de hand van inter- en supervisiemomenten. Verdiep je daarnaast in methodologische vernieuwingen, en in tendensen van maatschappelijk en sociaal werk.

8. Verantwoord je en eis je plaats op
Maak jezelf deskundig in hetgeen je geacht wordt te doen. Doe dit door methodieken uit te bouwen in relatie met je klanten en collega's. Wees overtuigd van hun meerwaarde. Verdedig die dan ook, en laat je niet in de hoek drummen of verplichten tot het plegen van 'nutteloze handelingen'.

9. Werk aan een visie
Het is belangrijk dat elke sociaal werker zich blijft bevragen over de zin en het nut van hetgeen hij/zij doet, voor wie hij/zij het doet, waarom hij/zij het doet en wat zijn/haar finaliteit is. Dit zowel ten aanzien van de mens, als ten aanzien van de maatschappij

10. Wees geduldig
Een individu, net als een systeem, heeft tijd nodig om zich vernieuwingen eigen te maken. Heb geduld met klanten, collega's, directies en overheden. Kies voor de weg van de geleidelijkheid maar niet voor de wet der traagheid. Ga in confrontatie, steek je nek uit en verruim je handelingsruimte om experimenten op te zetten.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.