Abonneer Log in

Naar een wereldregering én sterke lokale besturen

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Voor de overleving van de mens én de natuur zijn we wereldwijd van elkaar afhankelijk geworden. We zijn dus ook samen kwetsbaar. Vanuit het besef van mondiale onderlinge afhankelijkheid moet solidariteit naar die macroschaal doorgedacht worden, wil een links alternatief nog toekomst hebben.

Het is ondertussen voor iedereen zonneklaar dat het recente mondiale kapitalisme, dat na de Tweede Wereldoorlog werd geïnstalleerd, enkele levensbedreigende mondiale effecten heeft: klimaatopwarming, ecologische verschraling, structurele ongelijkheid, pandemieën, om deze maar te noemen. We vergeten daarbij al te vaak dat voor het eerst sprake is van een feitelijke mondiale 'interdependentie'. Dat wil zeggen: voor de overleving van de mens én de natuur zijn we wereldwijd van elkaar afhankelijk geworden. We zijn dus ook samen kwetsbaar.

Probleem daarbij is dat de mentaliteit, het waardensysteem en het rechtendiscours daarin helemaal niet volgen. Nog steeds wordt het privébezit als ongelimiteerd recht afgedwongen (zelfs voor patenten op DNA van mensen, op lucht of op het gebruik van grondstoffen en natuur). Toenemend wordt ook een soort recht van de sterkste benadrukt. Dat vertaalt zich onder andere in oude koloniale verhoudingen in een nieuw jasje van ontwikkelingsdenken, handelsakkoorden in plaats van internationale rechten of Mensenrechten. Op politiek vlak gooit nationalisme en regionalisme opnieuw hoge ogen als een wervend verhaal om 'interne' orde en exclusiviteit te handhaven en de feitelijke interdependentie uit het gezichtsveld weg te drukken. Waar de klimaatrampen dit enigszins abstract wervend in vraag begonnen te stellen, raakt nu een pandemie het bewustzijn van iedereen: de strijd tussen 'mijn (voor)recht en de kansen van alle mensen/natuur' wordt dan ook bijzonder zichtbaar. De 'oude politieke keuze' van nationalisme/regionalisme wordt hier dan als vanzelf verder versterkt door de economistische ideologie waarop het late kapitalisme teert: men stelt economische winst expliciet boven gezondheid, en zelfs boven het recht op leven. De sociaaldemocratie zit daarbij nog steeds vast in een halfslachtige droom om te participeren aan de vruchten van het kapitalisme. Ze denkt de mondiale nefaste gevolgen onvoldoende door.

Gaandeweg is ook de inhoud van het begrip 'economie' verschoven, en eigenlijk vernauwd: waar economie in feite niets anders is dan de leer over het huishouden, de manieren en de voorwaarden om te overleven, wordt het vandaag begrepen als de leer om winst te maken en onderweg alles te vermarkten. Dat is een ideologische verglijding. Niet meer de menselijke behoeften en hun bevrediging in welke vormen dan ook staan centraal, maar de succesratio bij de suprematie van één versie van overleven, namelijk die van het marktdenken.

INTERDEPENDENTIE ERKENNEN

Voor talloze aspecten van ons overleven zijn we afhankelijk van mensen en natuurbronnen overal op de aarde. Dat gaat van producten (bananen, katoen, kobalt voor de gsm, olie), over arbeid (migratiestromen, internationaal spreiden van productie en consumptie, afvalverwerking), tot effecten op de natuur (sterke reductie van biodiversiteit, klimaatopwarming, enzovoort door massaproductie en -consumptie).

Met de groei naar deze feitelijke interdependentie ging een ideologische omslag gepaard: het mensbeeld dat het Westen uitdraagt – dat op een iets andere manier wordt gevolgd door huidige nieuwe grote spelers zoals India, China of Brazilië – is vernauwd tot 'it's the economy, stupid' en tot het primaat van de economie. Met de afbouw van politieke controle op de economie in het Westen (deregulering, afbouw van de herverdelingsmechanismen) of het economistisch inzetten van totalitaire politieke macht zoals in China (de nieuwe Zijderoute), wordt de mens- en maatschappijvisie sterk vernauwd. Dat wordt bedoeld met 'economisme': de economie, en daarin het economisch gewin van het individu of de eigen groep, is de hoogste waarde. Wetten, sociale afspraken, godsdienstige overtuiging en beleving, esthetische of zelfs ecologische regels en structuren worden van ondergeschikt belang of verdwijnen volledig uit het waarderingsgedrag. De vraag hoeveel mensenlevens waard zijn als de economie 'schade lijdt', is daarvan een symptoom. Ook wetenschappelijke kennis kan dan worden weggezet als slechts een mening, indien haar resultaten ongunstig zijn voor de economisch machtigen. Tijdens deze coronacrisis bespreken sommige 'welzijnseconomen' de prijs van een leven afgewogen tegen de schade aan de markt. Ze presenteren dit als 'feiten'.

Wat stel ik voor? Dat we, om te beginnen, de feitelijke interdependentie erkennen en ook in het politieke debat betrekken als referentiekader. Elke huidige of toekomstige politieke keuze zal dus in dit breder kader moeten worden gevoerd. Dat vergt het verlaten van de exclusieve 'independentievisies' uit het verleden, zoals die bekend zijn in de nationalistische visies van vroeger en nu, en in de heropbloei van de identiteitsideologieën van vandaag (raciaal, religieus, cultureel). Ik stel voor dat elke politieke discussie die de feitelijke interdependentie niet als referentiekader neemt, 'leugenachtig' wordt genoemd. Wanneer die politieke keuzes zich toch in daden kunnen omzetten, omwille van de oppermacht van de actoren, dan heeft men te maken met 'misdadige acties'. Het is werk voor juristen om de Mensenrechten in die zin explicieter te maken.

MONDIAAL OF LOKAAL?

Door ideologisch gewiekste pleidooien over de superioriteit van de eigen traditie, met uitsluiting van alle andere, wordt met opzet angst opgeroepen bij grote delen van de bevolking: angst voor de ander buiten dat lokale 'wij' en angst voor de kritische of dissidente stemmen binnen onze groep. Het oproepen van angst is het tegendeel van het versterken van onderling vertrouwen. Zonder dat vertrouwen is er echter geen samenleven. Dan wordt de wet van de jungle plots politiek 'realistisch'. Historisch wordt uitsluiting en conflict dan ook de norm, ten voordele van de sterksten.

Wat samenleven mogelijk maakt, en door het economisme fel onderschat of zelfs genegeerd wordt, is dat vertrouwen in de medemens. Het is op dit vlak, denk ik, dat een wervend verhaal zijn betekenis heeft. En het is op dit punt ook dat links zich moet concentreren op een oprecht, ernstig doordacht wervend verhaal dat 'verbindend' is (om eens een modewoord te gebruiken). In mijn voorstel moet dat verhaal teruggaan op de feitelijke toestand waarin we ons bevinden, en die tot nu toe geschuwd wordt door sociaaldemocraten en sociaalliberalen: de feitelijke interdependentie van mens en aarde. De keuze voor solidariteit in deze nieuwe en, voor het eerst echt, mondiale context is de uitdaging.

Natuurlijk is dit 'abstract': je kan de medemens in Patagonië niet ontmoeten, en de eigen maatschappij is zelfs zo ingericht dat je de vluchteling uit Syrië die nu om de hoek woont niet ontmoet. Toch moet, vanuit het besef van die mondiale onderlinge afhankelijkheid, solidariteit naar die macro-schaal doorgedacht worden, wil een links alternatief nog toekomst hebben. Hoe dan?

VIER CONCRETE VOORSTELLEN

Een. Interdependentie wordt een axioma of basisprincipe van organisaties met mondiaal effect. Zo zie ik de technisch onderbouwde aanpak van een Green Deal voor de EU: de ECB zal investeringen screenen vanuit een dergelijk principe. Concreet betekent het dat niet-fossiele energieprojecten massaal gesubsidieerd zullen worden, en fossiele projecten niet meer. In dezelfde lijn zal men de belastingvrije luchtvaart grondig herbekijken. De klap die door de huidige pandemie veroorzaakt wordt, is daarvoor een goed moment: niet gewoon terug naar het vroegere normaal, laat staan louter hulp voor winstverliezen. Op diezelfde thema's kan lokaal (binnen natiestaten en ook vanuit stedelijke gebieden) actief aan subsidiëring van niet-fossiele energie gewerkt worden, en ontrading van de fossiele energiesector. In dezelfde lijn kan de bedrijfswagen lokaal (zelfs binnen een stad, zeker een regio of land) eindelijk belast worden, waardoor fondsen ter beschikking komen voor beter openbaar vervoer, en fiets- en wandelinfrastructuur.

Twee. We stellen de interdependentie in al haar vormen bewust en centraal als macrokader voor het onderwijs (in plaats van de 'nationale geschiedenis', die valse voorstelling die burgers in oorlogen heeft doen participeren). De idee van 'nationale geschiedenis', die nu nog steeds centraal staat in de opleidingen, mag enkel wanneer het duidelijk gekaderd wordt in dat mondiaal kader. Aan dat feitelijke mondiale kader van mensheid en aarde beantwoorden dan wereldomspannende verantwoordelijkheden: het belang van de gehele mensheid en van de aarde is het absoluut prioritaire belang. Dat staat dus logisch gesproken boven elk particulier belang, vertaald in particuliere rechten. Dat impliceert noodzakelijk dat privébezit, of het recht van één groep of volk onafhankelijk van een andere populatie of zelfs van een andere soort, slechts erkend kan worden in zoverre ze ondergeschikt zijn aan, en minstens niet in strijd zijn met, die mondiale belangen. Hervormingen van curricula op mondiaal, Europees en nationaal-regionaal niveau schetst voor de volgende generatie een ander denkkader dan dat van een langzame, min of meer voluntaristische groei van een nationaal naar een meer internationaal denkkader. Het tweede duidt elke vooruitgang als een verlies van eigen (voor)rechten; het eerste meet elke stap vanuit het te bereiken einddoel.

Drie. De volgende stap is politiek denken, waarbij we lokale wensen en verzuchtingen actief toetsen aan dit grootste kader van algemeen (en levens)belang. Lokale keuzes, of keuzes van bepaalde groepen (in ons geval bijvoorbeeld de kapitaalkrachtigen) moeten ondergeschikt zijn aan dat grootste kader: indien ze ermee in conflict zijn, dan zijn die opties verboden, 'misdadig' te noemen en te bestrijden. Instrumenten zoals de Mensenrechten en globale regels (Human rights and global imperatives) van A. Sen , bijvoorbeeld, zijn hier perfect bruikbaar. Sens voorstellen gaan al jaren uit van de optie dat de economie ten dienste moet staan van een breed welzijn van ieder. Hier hebben we een concreet, aftoetsbaar kader waarbij productie en consumptie, samen met scholingsgraad, gelijkheid van man en vrouw, kwaliteit van de gezondheidszorg voor iedereen, wegwerken van (kinder)armoede, gelijke levenskansen voor iedereen, enzovoort in één synthetisch kader van politieke economie samengezet is. Sen ontwikkelde dit als alternatief voor de 'economistische' maatstaf van het BNP. In dat laatste geval verschijnen Saoedi Arabië en de VS als wereldvarendste landen volgens het bredere kader helemaal niet. Sens kader is mondiaal toepasbaar; het BNP-systeem is het opleggen van een lokaal (westers) kader aan de rest van de wereld.

Vier. Vermits mensen nog steeds niet leven in een mondiaal bewustzijn, maar zich optimaal aan een traditie, een taalgemeenschap, een geloofsgemeenschap verwant voelen (en dus solidair opstellen), zal die mondiale toets tot variaties leiden op lokaal niveau: niet alle eetgewoonten, samenlevingsvoorkeuren en smaken moeten wereldwijd uniform worden. Verschillen zijn perfect legitiem. Wel is het zo dat elke lokale keuze in overeenstemming moet zijn met dat algemeen belang, minimaal te begrijpen als: niet in strijd ermee. Het is op dit punt dat een diepgaande dekolonisering van denkbeelden van de hegemonen (het westen, maar ook het exclusieve Chinese denken, zoals de 'nieuwe' nationalismen) dringend aan de orde is. Maar dat is het onderwerp van een aparte analyse.

OMVORMING VAN DE VN

De huidige mondiale crisissen, van klimaat tot pandemie, wijzen ons de te volgen weg: waar onze voorbije geschiedenis gemeenschappen heeft laten samenleven door een verbindend wervend verhaal over de geschiedenis, de kwaliteiten en de waarden van een exclusieve groep (de blanken, de Britten, de mannen, de Christenen, de Indiërs), daar zal het nieuwe verhaal de grote horizon dwingend vermelden en leren hanteren als ultieme toetssteen voor lokale inrichting en voorkeur: de feitelijke interdependentie van mens en natuur op deze aarde is de hoofdwaarde, waarbinnen de eigen en andere particuliere invullingen van een zinvol bestaan mogelijk en toegelaten wordt in zoverre die invullingen niet in conflict zijn met dat omspannende kader. De gekende toetsing aan een al of niet vermeend superieur canon van een traditie, een cultuur of een land waarvan rechts nu luidop droomt om de gemeenschap tot samenleving om te bouwen, wordt hier ter linkerzijde realistisch en solidair vervangen door een toetsing aan het ultieme algemene belang. En dat is het belang van de gehele mensheid in haar relaties met de aarde, waarzonder overleving onmogelijk is. Om die gelaagde structuur mogelijk te maken, is een wereldregering met bevoegdheden en afdwingbare macht noodzakelijk: de omvorming van de VN tot een democratisch wereldorgaan met reële zeggenschap is een mogelijkheid. Tegelijk zijn sterke lokale vomen van bestuur gewenst om democratische en tegelijk efficiënte vertaling en interactie tussen het mondiale en het lokale niveau vorm te geven. Zal dat lokaal bestuur statelijk zijn? Vermoedelijk eerder stedelijk, maar creativiteit hierrond is gewenst.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.