Abonneer Log in

Gelukkig ben ik niet pessimistisch

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Het geeft hoop om mensen te zien vechten voor wat zij denken dat juist is.

Mijn middelste zoon vroeg me onlangs of het binnenkort nog zou gaan sneeuwen. Zonder na te denken zei ik natuurlijk. Maar met zijn zes jaar herinnerde hij me eraan dat hij hier in Antwerpen nog niet echt sneeuw heeft gezien. En dat klopt, vorig jaar heeft het niet gesneeuwd, het jaar daarvoor amper. Ik zeg hem dat we naar de Ardennen zullen gaan in de winter, want daar zal het sowieso sneeuwen. Ik beloof hem meters hoge pakken sneeuw, oneindig veel ritjes op de slee en als hij heel flink is zullen we zelfs een sneeuwballengevecht houden. Ik zie zijn ogen fonkelen en toch voel ik me onaangenaam bij wat ik hem beloofde. Deze jongen zou toch gewoon met sneeuw moeten kunnen spelen, vlak voor zijn deur, vorig jaar, volgende jaar.

Ik vraag me dikwijls af in wat voor toekomst ik mijn kinderen stuur, 2020 is al een ongelofelijk jaar geweest en soms ben ik bijna pessimistisch over wat er nog komen zal. Spijtig genoeg merk ik nu al hoe vaak ik mijn kinderen moet afschermen van de samenleving. Zij als kinderen met een buitenlandse origine komen nu al in contact met racisme en discriminatie. Als je kind thuis komt om te vragen wat het N-woord betekent, breekt het je hart. En dan nog corona. In één moment veranderde hun hele wereld. Geen school meer, geen speeltuinen, niets aanraken als we buiten zijn, niemand knuffelen, overal maskers, overal corona. En toen kwamen hun vragen: 'mama, kan X of Y dan wel als corona weg is?'.

Ze stellen zich eigenlijk exact dezelfde vraag als wij allemaal. Wat na corona, als er zelfs een na is in de nabije toekomst? Meer nog, wat kan er beter? Wat kunnen wij beter doen en wat kan de overheid beter doen?

We voelen het allemaal, mensen zijn boos. Mensen voel zich gezien noch gehoord. De zorgsector, die voor de crisis al smeekte om hulp en meer handen, kreunt onder de huidige omstandigheden. Zij kregen applaus, ook ik applaudisseerde. Alle kleine zelfstandigen krijgen zware klappen te verduren. De cultuursector valt uit en tienduizenden freelancers zitten plots zonder inkomen. Gezinnen komen onder gigantische financiële druk te staan en ik ken persoonlijk mensen wiens buffer volledig is weggesmolten gedurende deze periode. Het virus is ondertussen razend populair geworden bij de minderbedeelden in onze samenleving die uiteraard door de overheid volledig worden vergeten. En we voelen ons alleen. Wij, de mens, als sociaal wezen worden noodgedwongen beperkt tot bubbels (alsof we daar al niet genoeg in zaten), we kiezen onze allerbeste vrienden en isoleren onszelf. Anderen die niet goed genoeg waren voor in een bubbel bleven alleen achter. Het slechte nieuws blijft ons via de overvloed aan verschillende kanalen bereiken, mensen worden door de politie vermoord, de lgbtqia-gemeenschap in Polen wordt opgejaagd alsof we terug in de jaren stillekes zijn en de mensen zijn bang. Maar laten we eerlijk zijn: dit heeft de overheid graag. Mensen op de vlucht die aan onze kustlijnen nog steeds proberen te overleven in de zwaarste omstandigheden. En laten we aub het klimaat niet vergeten dat uiteindelijk de grootste uitdaging zal vormen voor ons.

Maar gelukkig ben ik niet pessimistisch, en geloof ik met alle kracht in de toekomst en in de mens. Ook zie ik genoeg signalen rondom mij van individuen die met al hun wilskracht opkomen voor wat zij geloven. Het kritische middenveld blijft met geweldige acties komen die ons allen versterken en laat zich niet monddood maken. Het geeft nu eenmaal hoop om mensen te zien vechten voor wat zij denken dat juist is. Het geeft ook mij hoop en inspiratie. We zijn spijtig genoeg nog ver weg van een utopie waar een ieder mag zijn wat hij/zij/hen wil zijn. Of mag geloven wat die wil. Maar dat betekent niet dat we er niet zullen geraken, uiteindelijk. Essentieel moeten overheden begrijpen dat er een keerpunt zal moeten komen. We moeten naar een samenleving waar ecologie en een gezonde economie hand in hand kunnen leven, ik geloof ook dat elk mens recht heeft op een basisinkomen. We moeten ons onderwijssysteem aanpakken en meer soorten intelligentie aanmoedigen dan enkel en alleen het goed vanbuiten leren. We moeten vakken hebben die racisme en discriminatie bespreekbaar maken in het lager en het secundair. We moeten zorgen voor de juiste representatie van de gehele samenleving. We moeten zorgen dat de rechten van alle soorten minderheden gewaarborgd en gerespecteerd worden. En de kloof tussen arm en rijk moet worden geminimaliseerd. Hoe kunnen wij als samenleving nog langer accepteren dat er mensen van bloed en vlees, zoals uzelf en ik, in de meest erbarmelijke omstandigheden moeten bestaan? En dan heb ik het niet over ze enkel uit het straatbeeld te halen, maar ook echt constructieve oplossingen te voorzien.

Ik sluit af met een gedicht. Laten we onszelf en elkaar bewustmaken, laten we dankbaar zijn voor de multi-diverse samenleving waar wij in mogen leven, laten we zelfs dankbaar zijn voor corona omdat het ons de tijd heeft gegeven om stil te staan en na te denken.

Er zijn nog vele vragen onbeantwoord,
En nog vele daden onverantwoord,
Er zijn nog vele dagen ongevuld,
Te veel wachtenden vol ongeduld
Er zijn nog vele dromen te vervullen
Te veel monden die nog lullen,
Want ze willen en ze zullen,
Zogezegd maar niet overlegd.
Elk woord
Wordt verstoord
Fout gehoord
In de oren van een ander soort.
Er staan zovele huizen
En thuizen
Leeg
Omdat wat jij verdiende jij niet kreeg
Maar jij hebt moed
En jij hebt kracht
Niet opgevende
Verder zoekend
Naar wat je smacht.
Er zijn nog ongeziene krachten in nog ongeziene mensen.
Wat zou jij willen als je één ding mocht wensen?
Ik zou wensen dat iedereen de schoonheid in de kleine dingen kan zien.
Dus…
Ik dank de man op straat die naar mij lacht terwijl hij voorbij gaat.
Ik dank de vrouw die in de bus haar plaats afstaat.
Of de fietser die een halve meter opzij gaat.
Ik dank de straatartiest die met zijn muziek mijn dag opfleurt.
Of de bloemen in de tuin van mijn buurvrouw waardoor mijn tuin ook lekker geurt.
Ik dank de man die mij in de winkel voorlaat, ook al was het zijn beurt.
Ik dank mijn dochter die met haar tekeningen mijn wereld inkleurt.
Ik dank de man die zijn eigen leven waagt,
terwijl hij een pas gestorven man uit de middellandse zee haalt.
Ik dank de bedelaar die mij tot een goede daad verplicht.
De zon die met haar stralen mijn dagen verlicht.
Ik dank diegene die vreemde welkom heten.
En aan onze mensheid geen grenzen meten.
Er zijn nog vele vragen onbeantwoord,
En nog vele daden onverantwoord,
Er zijn nog vele dagen ongevuld,
En ik wacht, vol ongeduld.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.