Abonneer Log in

Ouderenzorg uit het verdomhoekje

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Terwijl een groot deel van de samenleving in z'n kot zat, speelde er zich in bijna alle stilte een drama af in de woonzorgcentra. Een gitzwarte periode, met zowel mensonterende taferelen als ruim 6.200 doden op enkele weken tijd. Laat dit eindelijk een wake-upcall zijn om radicaal werk te maken van een warme ouderenzorg. In deze bijdrage reiken we een aantal speerpunten aan.

De coronacrisis blijkt in België in belangrijke mate een crisis in de woonzorgcentra te zijn geweest: 64,5% van de mensen die in ons land aan COVID19 zijn overleden, waren bewoners van woonzorgcentra.1 Tussen begin maart en eind april 2020 overleden twee keer zoveel rusthuisbewoners als dezelfde periode vorig jaar, in Brussel zelfs drie keer zoveel.2

Om het virus te lijf te gaan, beschikten de woonzorgcentra in de eerste fase niet over het nodige beschermingsmateriaal of testen, maar werd wel op vrij radicale wijze bezoek verboden. In heel wat centra ging men zelfs nog verder en sloot men de bewoners, al of niet besmet met het virus, op in hun kamer. Tal van oudere bracht hierdoor meer dan drie maanden in kamerquarantaine door. De getuigenissen die werden opgetekend door de Vlaamse Ombudsdienst spreken boekdelen en zijn een samenleving onwaardig.3

Recente analyses van het Socialistisch Ziekenfonds over het profiel van de rusthuisbewoner4 maken duidelijk wie vooral de dupe is geweest: in sterke mate vrouwen (drie vierde van de rusthuisbewoners is vrouw), personen op hoge leeftijd (gemiddelde leeftijd bij een eerste verblijf is 82,8 jaar), veelal zwaar zorgbehoevend (73%, bovendien lijdt zowat één op drie van de bewoners aan dementie), en vaak financieel kwetsbaar (ruim vier op tien van de bewoners heeft recht op verhoogde tegemoetkoming).

Een uitvoerig onderzoek zal moeten uitwijzen wat en waar het precies is fout gelopen, in heel wat centra liep het immers wel betrekkelijk goed. Voor wie de sector echter wat kent, hoeft dit resultaat niet te verbazen. Door een jarenlange onderfinanciering is de rusthuissector bijzonder kwetsbaar. En een doorgedreven 'efficiëntiedenken' alsook paternalisme en gebrek aan respect voor fundamentele rechten van ouderen maakt dat men al te snel over de hoofden van de bewoners en hun naasten beslist en kiest voor zogenaamde 'gemakkelijkheidsoplossingen': bewoners isoleren en bezoek bannen.

De afgelopen jaren riep het Socialistisch Ziekenfonds meermaals op om massaal te herinvesteren in de ouderenzorg, teneinde zowel voldoende aanbod als de nodige kwaliteit en financiële toegankelijkheid te waarborgen.((5) In wat volgt herhalen we de belangrijkste aanbevelingen en maken we verdere verfijningen naar aanleiding van corona.

EEN FIJNMAZIG AANBOD

In de eerste plaats roepen we de verschillende overheden op om verder werk te maken van een fijnmazig netwerk van ouderen(zorg)voorzieningen en -dienstverlening die onderling en met de ouderen samenwerken: gezinszorg, ondersteuning van mantelzorgers, ouderenverenigingen, dagcentra, kortverblijf, lokale dienstencentra, woningaanpassing, cohousing, woonzorgcentra,… maar eveneens niet te vergeten een gepaste ruimtelijke ordening. En ook een goede levenseindezorg met een vroegtijdige zorgplanning en respect voor de keuzes van de oudere, maken integraal deel uit van een goede (ouderen)zorg, zowel binnen als buiten de woonzorgcentra.

Via deze aanpak kunnen mensen zo lang mogelijk en op een kwaliteitsvolle manier in hun vertrouwde omgeving blijven wonen en kan de intrede in een woonzorgcentrum worden uitgesteld. Voor heel wat ouderen komt er echter een moment dat zelfs met de nodige ondersteuning via onder andere gezinszorg nog langer zelfstandig blijven wonen niet meer lukt, zelfs niet met de nodige ondersteuning via onder andere gezinszorg.6 Op dat moment moeten er kwaliteitsvolle en betaalbare woonzorgcentra zijn.

KWALITEITSVOLLE EN BETAALBARE WOONZORGCENTRA

Voldoende personeel

Woonzorgcentra kampen sinds jaren met onderfinanciering. Terwijl de zorgbehoefte van de bewoners toeneemt7, wordt dit onvoldoende vertaald in extra personeel. Momenteel verblijven zowat 18.000 zwaar zorgbehoevende ouderen in Vlaanderen en 2.750 in Brussel in een zogenaamd 'verkeerd bed', in principe bestemd voor ouderen met een licht zorgprofiel. Concreet betekent dit voor de voorziening een verschil in tegemoetkoming vanuit de overheid van zo'n 25 euro per dag. Voor de bewoner vertaalt dit zich in ofwel minder personeel, ofwel een hogere dagprijs, ofwel een combinatie van beiden, en dit in bepaalde gevallen in combinatie met een slechtere infrastructuur. Maar ook voor personen met lichte zorg wordt er vanuit de overheid onvoldoende personeel gefinancierd.8 Uit de laatste werkbaarheidscijfers van de SERV blijkt dat de sector stilletjes aan 'onwerkbaar' wordt.9

We roepen de verschillende overheden op om een correcte financiering te voorzien voor elke oudere. In Brussel hangt hier een prijskaartje aan vast van zo'n 38 miljoen euro. In Vlaanderen gaat het in een eerste stadium over minstens 290 miljoen euro, en om de uitbreiding te dekken zal er tegen 2025 minstens 1 miljard euro extra nodig zijn.

Parallel hieraan dient er werk gemaakt te worden van een volledige herziening van de personeelsnormen. Uitgangspunten hierbij zijn een drastische verhoging van het aantal publiek gefinancierde zorgmedewerkers per bewoner, de introductie van meer verschillende competentieprofielen in de woonzorg en meer flexibiliteit voor de centra om de personeelsnorm in te vullen.

Een kleinschalige en huiselijke werking

Het coronavirus kreeg vrijwel vrij spel in de 'klassieke' woonzorgcentra mede door hun manier van organiseren: grote wooneenheden met lange gangen waarin omvangrijke teams voor een grote groep van bewoners werken. Een droomscenario voor een virus. Het kan echter ook anders. Er is reeds geruime tijd een evolutie aan de gang waarin steeds meer centra zich organiseren volgens een kleinschalige werking. Hier wonen bewoners samen in groepen van 8 tot 15 personen, ondersteund door een vast multidisciplinair team met onder meer zorg- en verpleegkundigen, paramedici en onderhoudspersoneel dat verantwoordelijk is voor alle zorg- en ondersteunende taken.10

Naast de duidelijke voordelen op vlak van virus- en infectiebestrijding, kan je via het kleinschalig wonen ook meer autonomie geven aan elke woning en beter inspelen op de wensen en de noden van de bewoners. De innovatieve arbeidsorganisatie blijkt bovendien tot meer tevredenheid bij het personeel te leiden. Tijd om af te stappen van de klassieke aanpak.

In samenwerking met en verankerd in de buurt

De coronacrisis maakt des te meer duidelijk dat een woonzorgcentrum niet langer een eiland op zich kan zijn. Samenwerking moet centraal staan. Om expertise te delen en samen te professionaliseren, om ervoor te zorgen dat hulp nabij is wanneer nodig, om medische expertise beschikbaar te stellen zodat de woonzorgcentra niet zelf miniziekenhuizen moeten worden, voor het comfort en de levenskwaliteit van de bewoners,... Het gaat over samenwerking met elkaar, de ziekenhuizen, de netwerken geestelijke gezondheidszorg, de eerstelijn en de thuiszorg.

Daarnaast is een woonzorgcentrum best een inclusief en open huis dat integraal deel uitmaakt van de buurt, en waarom niet, intergenerationeel wordt opgevat. Een plek die kan rekenen op de solidariteit van de buren, vrijwilligers, enzovoort, en waar ook ruimte is voor andere activiteiten dan woonzorg.

Betaalbaar voor de bewoner

De betaalbaarheid van woonzorgcentra staat sterk onder druk. Ondertussen kost een verblijf in een woonzorgcentrum in Vlaanderen gemiddeld 1.772 euro per maand.1 In Brussel kom je in 62% van de voorzieningen niet meer toe met 1.700 euro, en in één op drie zelfs niet meer met 2.000 euro per maand.12 Laten we niet vergeten dat ruim vier op tien van de bewoners recht heeft op verhoogde tegemoetkoming. Terwijl een deel van de ouderen met een laag inkomen substantiële netto-vermogens bezit, hebben niet alle ouderen het noodzakelijke kapitaal achter de hand.13 We dringen er dan ook op aan om dringend werk te maken van een ouderenzorg die financieel toegankelijk is, via onder meer:

  • Een solidaire financiering van de zorgkosten = extra investeringen voor meer personeel, zodat dit niet moet doorgerekend worden in de dagprijs voor de bewoner;
  • Transparante en gereguleerde prijzen, waarbij komaf wordt gemaakt me de grotendeels vrije prijszetting in de sector. Hierbij horen ook sociale correcties inzake woon- en leefkosten;
  • Een permanente monitoring van de bewonersfactuur.

Een warme zorg voor onze ouderen, niet voor de aandeelhouders

Het bovenstaande valt bijzonder moeilijk te rijmen met een logica waarin maximalisatie van de winst en een zuivere bedrijfslogica voorop staat. De sector kent een sterke commercialisering: in Vlaanderen is ondertussen bijna een kwart van het aanbod in handen van commerciële spelers, waaronder beursgenoteerde bedrijven. In Brussel gaat het om maar liefst 63%. Deze instellingen werken veelal met minder personeel dan de openbare of vzw woonzorgcentra14, en er doen zich ook vaker ernstige kwaliteitsproblemen voor.15 Het is tijd om het evenwicht te herstellen en radicaal te investeren in warme zorg in plaats van in aandeelhouders.

Voorbereid op epidemieën

Los van dit alles moeten de woonzorgcentra voortaan beter voorbereid zijn op epidemieën. Een crisisplan van aanpak in elk woonzorgcentrum zorgt er onder meer voor dat beschermingsmateriaal en testmateriaal voorhanden zijn, de omschakelingsprocedures bij crisis gekend zijn en toegepast, het personeel opgeleid is om hiermee om te gaan. Een goede basishygiëne, griepvaccinatie en hopelijk in de nabije toekomst COVID19-vaccinatie bij het personeel zouden de logica zelve moeten zijn. En via een verankerde samenwerking met de ziekenhuizen, eerstelijns- en thuiszorg is hulp beschikbaar indien nodig.

INSPRAAK EN BETROKKENHEID VAN DE OUDEREN

Tijdens de coronacrisis werd in tal van woonzorgcentra en daarbuiten het summum bereikt inzake het negeren van de mening van ouderen en hun naasten. Bewoners mochten geen bezoek meer ontvangen, ze werden opgesloten in hun kamer,… Heel wat thuiswonende ouderen kwijnden weg in eenzaamheid. Aan geen van hen werd naar hun mening gevraagd. Het contrast met de conceptuele discussies op beleidsniveau van de laatste jaren inzake 'patiënt centraal', kon niet groter zijn.

Betrek de ouderen, hun naasten en hun mantelzorgers, in grote en kleine dingen: wat wil je vandaag doen? Wat gaan we eten en wil je helpen met het eten klaarmaken? En nog fundamenteler: wat is jouw invulling van een kwalitatief leven? Maar ook: hoe zie jij je levenseinde? Het zou een evidentie moeten zijn.

SOLIDAIRE FINANCIERING

Tot slot, om bovenstaande plannen te kunnen verwezenlijken, is het duidelijk dat de ouderenzorg heel wat extra financiële middelen zal vergen. De groep ouderen zal de komende jaren bovendien sterk toenemen. Hoe gaan we dat betalen? Voor het Socialistisch Ziekenfonds is het antwoord duidelijk: samen. We pleiten voor een sterke, verplichte en universele verzekering tegen de zorgkosten van de oude dag, waar iedereen naar draagkracht en vermogen aan bijdraagt en waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. We pleiten voor een financiering via de (para)fiscaliteit, waarbij extra middelen vooral komen door een verbreding van de belastingbasis door extra belastingen op vermogen.

Laat het drama dat zich de afgelopen maanden heeft afgespeeld, een breekijzer zijn om het roer om te gooien en de ouderenzorg nu eindelijk uit het verdomhoekje te halen. Iedereen heeft recht op de beste zorgen.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.

VOETNOTEN

  1. Cijfers Sciensano, juni 2020.
  2. Surkyn J., 3 juni 2020: Oversterfte in de Belgische woonzorgcentra, een update. Beschikbaar op http://interfacedemography.be/covid-19/oversterfte-in-de-belgische-woonzorgcentra/.
  3. Vlaamse Ombudsidenst: Stemmen uit de stilte. Getuigenisboek residentiële ouderenzorg. Commissie ad hoc voor de evaluatie en verdere uitvoering van het Vlaamse coronabeleid. 3 juli 2020.
  4. Socialistisch Ziekenfondsen, juni 2020: 'Cijfer van de maand: Bewoners van woonzorgcentra verblijven er gemiddeld 2,9 jaar.'
  5. Campagne Alle Vijf: Ouderenzorg. Onze zorg (2014), Onderzoek Levenseinde in Rusthuizen (maart 2015), Rusthuisbarometer (maart 2016 en update december 2017), Enquête Ouderenzorg (september 2016); Campagne Onze Zorg.
  6. Zie ook Socialistisch Ziekenfonds, 2016: Enquête Ouderenzorg, vaststellingen en aanbevelingen.
  7. Cfr. eerdere cijfers Socialistisch Ziekenfonds inzake het profiel van de rusthuisbewoner.
  8. Pacolet, J. en De Coninck A. (2015) : Financiering van de residentiële ouderenzorg: het perspectief van de voorzieningen. In opdracht van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  9. Stichting Innovatie en Arbeid, juni 2020: Werkbaarheidsprofiel zorg- en welzijnssector 2019.
  10. Vermeerbergen L. en Van Hootegem G.: Woonzorgcentra na corona: kleine teams, kleine wooneenheden. Verschenen op sociaal.net, 11 mei 2020.
  11. Cijfers 2019, Agentschap Zorg en Gezondheid: https://www.zorg-en-gezondheid.be/dagprijzen.
  12. Home-info vzw.
  13. Kuypers, S. en Marx, I. (juni 2017): De verdeling van de vermogens in België: een actualisering. Centrum voor Sociaal Beleid.
  14. ING en Probis (april 2017): De sector van de woonzorgcentra in beeld: trends, uitdagingen en indicatoren;
  15. De Standaard 15 maart 2019: Woonzorgcentra onder verhoogd toezicht na aanhoudende klachten https://www.standaard.be/cnt/dmf20190315_04259002.