Abonneer Log in

Veranker een verplichting tot langetermijnbeleid in de Grondwet

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Elke beleidskeuze moet worden afgetoetst aan een reeks randvoorwaarden die de compatibiliteit aantonen met het collectief langetermijnbelang met 2050-2100 als horizon.

KORTETERMIJNPOLITIEK WORDT STILAAN DODELIJK

Wat al jaren te zien is bij het beleid ten aanzien van milieu en klimaat, reflecteert zich vandaag in de aanpak van de coronacrisis. Kortetermijndenken, losstaande ad-hocmaatregelen en een schrijnend gebrek aan systeemvisie en langetermijnstrategie zijn aan de orde. Veel heeft te maken met de manier waarop de democratie vandaag functioneert – wellicht is de omschrijving emocratie ondertussen correcter.

Voor het oplossen van de complexe problemen waarmee we vandaag geconfronteerd worden, is een geïntegreerde, langetermijnaanpak van levensbelang. Ratio moet hierbij primeren op emotie, zeker als die laatste omslaat in angst.

De klimaatzaak, de klimaatjongeren,… de signalen vanuit de samenleving omtrent het milieu zijn niet min. Het politieke antwoord erop is ontluisterend. Voor de klimaatzaak heeft men zich gepermitteerd om via de rechtbank een paar jaar te discussiëren over de taal waarin de zaak moest worden gevoerd. De pleitzittingen zijn nu voorzien voor dit najaar – dat is 6 jaar na de dagvaarding. Aan de klimaatjongeren was de boodschap: doe niet zo lastig, ga terug studeren en leer een vak zodat we de klimaatcrisis nog snel met nieuwe technologieën kunnen fixen. Waarna het verhaal van de onbeperkte economische groei liefst verder gaat. Maar dat kan niet: onbeperkte groei in een eindig systeem is fysisch onmogelijk. Zelfs als veel van die groei immaterieel zou zijn, blijft ze een materiële voetafdruk hebben – denk aan de enorme broeikasgasuitstoot van datacentra omdat we met z'n allen continu internet gebruiken. In die context is een politiek label als 'ecorealisme' cynisch, het dekt letterlijk zijn tegengestelde af.

De coronacrisis is anders van karakter omdat ze niet een sluipend, maar een onmiddellijk gevaar oplevert. Daarop reageren we instinctmatig – dus niet overdacht – en in dit geval is de reactie daarom snel en hard. Maar dezelfde twee randvoorwaarden blijven opnieuw buiten beeld: integrale systeemvisie en zicht op de lange termijn. Je kan zo'n crisis dus niet oplossen door een team van zowat uitsluitend virologen en op de klassieke leest geschoolde economen samen te zetten. Waar waren de pedagogen, sociologen, psychologen, klimaat- en milieudeskundigen, geografen, stadsplanners, kunstenaars en filosofen? De gevolgschade van de eenzijdig opgevatte lockdownmaatregelen wordt zichtbaar. We zijn zo ver dat ouderen verkiezen om te sterven eerder dan verder te leven in hun WZC-gevangenis. Virologen maken, op basis van foute conclusies over de steden als broeihaarden voor het virus, ongewild reclame voor het suburbane woonmodel: de vrijstaande woning in het groen, de auto als transportmiddel – net het model waar we dringend vanaf moeten. Er is niettemin een lichtpunt: de regering zal een uitgebreider expertteam aan het werk zetten. Hopelijk durven die experts nu de link maken tussen de twee crises: milieu en COVID. Voor zover die niet op hetzelfde neerkomen, want de kans is erg groot dat de pandemie een rechtstreeks gevolg is van de voortschrijdende ecosysteemdestructie.

Om deze dubbele milieucrisis op te lossen, is dus koelbloedig en vooral fact based langetermijnbeleid nodig. In het verlengde van de klimaatwet die de EU ambieert, kan je daarbij de randvoorwaarde 'algemeen langetermijnbelang', met expliciete opname van milieu- en klimaatdoelstellingen, best verankeren in de grondwet. Want dat is de enige langetermijnwet die we hebben. Elke beleidskeuze moet dan worden afgetoetst aan een reeks randvoorwaarden die de compatibiliteit met het collectief langetermijnbelang aantonen, bijvoorbeeld voor een gecombineerde horizon 2050-2100. Politici moeten één keer moedig genoeg zijn om zo'n grondwetswijziging aan te nemen, waarna voor iedereen hetzelfde level playing field geldt. Als zoiets Europees gecoördineerd zou kunnen gebeuren, was het nog beter.

MAAK DE JUISTE ANALYSE

Een merkbaar verschil tussen het klimaatdebat en de discussies over COVID is dat wetenschappers op het vlak van milieu en klimaat over het geheel genomen een constante en eenduidige boodschap uitsturen, terwijl experts die de pandemie analyseren hun inzichten en conclusies voortdurend bijsturen én elkaar veelvuldig tegenspreken. Dat heeft uiteraard veel te maken met de verschillende aard van het probleem. Maar bij de laatste discussie spelen er ook twee risico's die op het vlak van milieu en klimaat al weggewerkt zijn: de analyse is niet interdisciplinair (en dus systemisch) genoeg, en de conclusies worden te haastig of onoverdacht getrokken. Complex systeemdenken is inherent aan de werking van het internationaal klimaatpanel IPCC; dat lijkt bij de analyse van de oorzaak- en gevolgkettingen bij COVID niet, of nog niet op voldoende wijze, het geval te zijn.

De door virologen regelmatig naar voor geschoven conclusie dat steden een broeihaard vormen voor het coronavirus is daarvan een voorbeeld.

Als je er de kaarten met de relatieve besmettingsgraad bijneemt, dan valt daarop te zien dat sommige steden een lage infectiegraad hebben, terwijl bepaalde suburbane of zelfs rurale zones het heel slecht doen. Bovendien varieert het beeld sterk in de tijd. De illustratie hieronder toont één voorbeeld met een vergelijking tussen juli en augustus, verschenen in De Standaard.1 Corona gedraagt zich een beetje zoals de regen: nu een buitje hier, dan een forse bui daar. Zelfs Brussel doet het eerst relatief goed, daarna pas gaat het de slechte kant op. Die veranderingen gebeuren hoofdzakelijk onder gelijk beleid: de maatregelen in een deelgebied worden pas verstrengd als het probleem daar lokaal al aan het opveren is. Maar er valt niet uit af te leiden dat de steden slechte plekken zijn om te vertoeven als je COVID wil vermijden. Hooguit zou je in de verleiding kunnen komen om te denken: in steden komen veel mensen samen, dus moeten het wel infectiehaarden zijn. Voor de stelling van de stedelijke broeihaarden zou dat alleen zo kunnen zijn als bewezen werd dat mensen in het buitengebied het virus stelselmatig opdoen bij een bezoek aan de stad.

Het foute signaal (of de gevoelsmatige conclusie) dat de steden een probleem zijn, leidt tot effecten die de epidemiologie ver te buiten gaan: mensen gaan terug op zoek naar een vrijstaande woning in de stadsrand of buiten de stad en keren daarbij terug naar een woon- en vervoersmodel waarvan we de overconsumptie om redenen van klimaat, milieu, landschap, mobiliteit, congestie en andere kosten voor de maatschappij zoveel mogelijk moeten terugdringen. Daarom zijn interdisciplinaire expertpanels zo belangrijk: geen integrale systeemanalyse betekent eenzijdige conclusies die verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Gevolgen waar die enkele geconsulteerde domeinspecialisten niet aan hadden gedacht.

HANTEER EEN SYSTEEMPERSPECTIEF

De huidige milieuproblemen, en wellicht daaruit voortvloeiend ook deze pandemie en de nog te verwachten uitbraken, duiden op systeemfouten: dit zijn geen one off calamiteiten, maar gevolgen van het langdurig overschrijden van de draagkracht van ecosystemen enerzijds, en de manier waarop we onze samenleving organiseren anderzijds. Broekasgasemissies en habitat- en ecosysteemvernietiging zitten als mechanisme ingebakken in onze economie. Vanuit een historisch perspectief bekeken is hypermobiliteit vandaag de norm, met als gevolg dat virussen ook hypermobiel worden. Die systeemfouten verplichten ons nu om diepe structuurveranderingen aan te brengen. De transitie naar een lagekoolstofmaatschappij is daarvoor het antwoord op het vlak van energie en klimaat, maar ze valt niet los te koppelen van andere aspecten zoals biodiversiteit en landgebruik, sociale rechtvaardigheid en economische duurzaamheid. Omdat alle aspecten elkaar raken, moet de aanpak interdisciplinair zijn. Die conclusie geldt niet minder voor een pandemie, zoals de ingewikkelde gevolgschade van de lockdown aantoont.

Een systeemperspectief in tijd en ruimte is ook nodig om te ontsnappen aan de verleidingen van een tunnelvisie. De buitenproportionele focus op de directe problemen veroorzaakt door COVID verhindert een holistische aanpak die in proportie is tot de complexe oorzaak- en gevolgkettingen veroorzaakt door de pandemie. Politici willen nul doden, maar dat is niet mogelijk. Niet bij de griep, niet bij een hittegolf zoals we er steeds meer kennen door de klimaatverandering, en ook niet bij COVID.

De coronapandemie heeft (met inzet van drastische maatregelen, maar waarover tegelijk ook stevige discussie blijft bestaan) wereldwijd totnogtoe aan 830.000 mensen het leven gekost. Dat is ongeveer 0,01 procent van de wereldbevolking, in niets vergelijkbaar met de ravage die de pestepidemieën enkele eeuwen geleden aanrichtten en ook nog altijd erg weinig vergeleken met de Spaanse griep van 1918-1919. Maar zelfs ten aanzien van het 'nu' schort er iets met onze normen. Jaarlijks sterven zo'n 300.000 à 500.000 mensen aan de griep2, en daarvoor wordt de maatschappij niet stilgelegd. Elk jaar sterven er 1.350.000 mensen in het verkeer op de weg3 en overlijden er meer dan 3.000.000 kinderen door ondervoeding.((4) Het weerhoudt bijna niemand ervan om 's morgens rustig in zijn of haar auto te stappen en de aankomende dag als 'normaal' te beschouwen. Bovendien is het aantal verkeers- of hongerdoden, relatief gezien, vrij eenvoudig naar beneden te halen. Niet te snel rijden zou het aantal verkeersdoden in Vlaanderen meteen met 30% doen dalen, geen alcohol met 25%.5 Dat zijn levens die niet met een beademingstoestel, maar met een eenvoudige gedragswijziging gered worden… een remedie die iedereen onmiddellijk en gratis ter beschikking heeft. Waarom wordt onze auto-obsessie zo weinig in vraag gesteld? En als we auto's zo belangrijk vinden, waarom zijn politiek en gerecht dan niet genadeloos hard als het aankomt op overdreven snelheid of alcoholmisbruik?

Never let a good crisis go to waste.Hoe onmenselijk een systeemperspectief op basis van getallen ook mag lijken, het zou ons moeten aanzetten om te reflecteren over onze inconsistente houding ten aanzien van leven en dood. We moeten ook aanvaarden dat de natuur soms terugslaat en dat we daaraan kunnen sterven. We moeten ons een spiegel durven voorhouden. Als we weten dat overgewicht, afgezien van alle andere negatieve gevolgen, ook een belangrijke risicofactor is voor ernstige problemen bij een COVID-infectie, waarom doen we onze junk food cultuur dan niet per onmiddellijk op de schop?

EEN ANDER ECONOMISCH-FINANCIEEL PARADIGMA WORDT NOODZAKELIJK

Er is in het lopende debat al omstandig geargumenteerd dat het post-COVID herstel gezien moet worden als een unieke kans om tegelijk de omslag naar een duurzame, sociaal rechtvaardige en toekomstbestendige samenleving te realiseren.

Politici staan daarbij te weinig stil bij het feit dat ze by default een dolgedraaid economisch systeem in stand helpen houden. Het dogma van de oneindige groei, het feit dat de vrije markt externaliteiten systematisch kan afwentelen en de toenemende, nu al extreme ongelijkheid leiden tot een onhoudbare situatie. Analysten zoals Jason Hickel6, Mariana Mazzucato7 – nota bene aangesteld als adviseur voor de Horizon Europe Missions van de EU8 - of David Harvey9 hebben uitgebeend hoe de uitwassen van ons financiëel-economisch bestel beantwoorden aan een dodelijke, inherente logica; hoe overheden daarbij systematisch buitenspel gezet worden, daar waar ze het algemeen belang zouden moeten dienen; en hoe dit alles zich vervolgens bestendigt in een zelfversterkende spiraal – tot de implosie, of tot we de zaken als burger terug radicaal in handen nemen en het roer omgooien.

DIEP TRANSITIONEREN OF VERGAAN

Of we dat graag onder ogen zien of niet, het wordt diep transitioneren of vergaan. De moeilijkste systeemaanpassingen situeren zich bij ons gedrag en bij de economie: niet toevallig twee domeinen waarover het nagenoeg taboe is om vragen te stellen. Maar laat ons van zo'n existentiële crisis een opportuniteit maken om onszelf te overstijgen. Door de randvoorwaarden voor een duurzame systeemomslag eens en voor altijd vast te leggen in een insitutioneel kader, verhogen we daartoe onze kansen en beschermen we onszelf tegen ondoordachte maatregelen ingegeven door de urgenties van het moment. Het verplicht ons ook om veel grotere gevaren op de lange termijn correct in te schatten en het beleid erop af te stemmen.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.

VOETNOTEN

  1. De Standaard, 'Ook Brussel kan een avondklok gebruiken', 24/08/2020, https://www.standaard.be/cnt/dmf20200823_97716014.
  2. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6815659/.
  3. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/road-traffic-injuries.
  4. https://www.worldhunger.org/world-child-hunger-facts/.
  5. https://www.veiligverkeer.be/inhoud/snelheid-belangrijkste-oorzaak-verkeersongevallen/ en https://www.veiligverkeer.be/inhoud/alcohol-een-van-de-grote-killers-in-het-verkeer/.
  6. Jason Hickel (2017), The Divide - A Brief Guide to Global Inequality and its Solutions, Penguin Random House.
  7. Mariana Mazzucato (2018), The Entrepreneurial State - Debunking Public vs. Private Sector Myths, Penguin Books.
  8. https://ec.europa.eu/info/horizon-europe-next-research-and-innovation-framework-programme/missions-horizon-europe_en.
  9. David Harvey (2015), Seventeen Contradictions and the End of Capitalism, Profile Books.