Abonneer Log in

Insourcing

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 8 (oktober), pagina 8 tot 10

We zien de limieten van de privatiseringsindustrie. Hier en daar maakt outsourcing zelfs weer plaats voor insourcing.

'Uitbesteding kan organisaties competitiever maken door hun interne werking te herzien.' Met deze verkoopslogan zet KPMG zichzelf in de markt als een soort hogepriester van efficiëntie. KMPG behoort met Deloitte, PricewaterhouseCoopers en Ernst & Young tot de grote vier accountants- en adviesorganisaties. Ze vormen een spil in de privatiseringsindustrie die overheden adviseert om zich te concentreren op hun kerncompetenties door 'minder essentiële' functies, taken en diensten af te stoten aan de privésector. De financiële crisis van 2008 luidde in de Europese Unie een tijdperk in van een geïnstitutionaliseerde begrotingsdiscipline. In veel lidstaten gaat dit gepaard met privatisering. Naast de verkoop van overheidsactiva gaat het ook om publiek-private samenwerking en, inderdaad, uitbesteding.

De sleutelspelers van de privatiseringsindustrie halen lucratieve contracten binnen voor de begeleiding van deze uitverkoop. Naast consultancyfirma's dienen we daartoe natuurlijk ook talloze investeringsbanken te rekenen. Soms passeren die zelfs twee keer langs de kassa. Bij de privatisering van het Britse Royal Mail kreeg de Franse bank Lazard de opdracht binnen om de prijs van het aandeel te bepalen. Haar consultancyafdeling schatte de prijs echter véél te laag in. Lazard heeft immers ook een 'asset management' afdeling. Die kocht de aandelen en masse op om deze nog binnen de week door te verkopen met een winst van 8 miljoen pond. Voor haar consultancywerk had Lazard overigens al 1,5 miljoen pond opgestreken.

Privatisering is een miljoenenbusiness. Consultancyfirma's en banken hebben er belang bij om deze carrousel gaande te houden. Begrotingsdiscipline is voor hun winststrategie van goudwaarde. 'Overheden moeten besparen', aldus een Business Development Manager Overheid van SD Worx op de website van BNP Paribas. Uitbesteding zou de overheid 'meer professionalisme en een betere efficiëntie' opleveren want 'je wint er tijd en geld mee.' Triomfantelijk klinkt het dat uitbesteding zich in de overheid zal doorzetten. KPMG staat klaar om 'klanten te helpen de vruchten van uitbesteding te plukken', waaronder een 'betere kostenbeheersing.'

De afgelopen jaren trok zich echter een nieuwe trend op gang. Outsourcing maakt plaats voor insourcing waarbij een overheid de dienst terug met eigen personeel in handen neemt. De vruchten van de uitbesteding zijn immers rot. Uitbesteding blijkt geenszins 'meer tijd, geld' en een 'betere kostenbeheersing' op te leveren. Bovenop de afgesproken prijs moet een overheid immers vaak nog opdraaien voor onvoorziene kosten. Een firma zal voor eigen rekening wel proberen de dienst met minder en slechter betaald personeel te organiseren. De private winstagenda brengt zo maatschappelijke kosten met zich mee: minder bestedingen in de lokale economie en navenant minder belastingopbrengsten.

Het is door deze 'cost shunting' dat firma's hun prijs artificieel drukken. Zo doen ze uitschijnen dat uitbesteding voordeliger is. Bovendien is er de neiging om niet beter te presteren dan contractueel bepaald is. Firma's ervaren geen prikkel om een efficiëntere en kwaliteitsvollere dienstverlening te organiseren. Een gebrekkige kwaliteit is een bijkomend gevolg van de inflexibele aard van een contract. Er is overeengekomen om een dienst tegen een bepaalde prijs te leveren. Als de verwachtingen van de bevolking aangaande deze dienst wijzigen, dan is de firma slechts gebonden tot wat in het contract staat. De enige optie die een overheid dan rest is opnieuw extra middelen inzetten om aan deze gewijzigde vraag tegemoet te komen.

Het zijn vooral lokale besturen die het voortouw nemen in de deprivatisering. In het Engels wordt dit 'remunicipalisation' genoemd. Het Amsterdamse Transnational Institute telde 1.408 lokale diensten die terug in openbare handen kwamen, vaak ook na actie door sociale bewegingen zoals vakbonden. In Europa spannen Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk de kroon. Ook in België zijn er voorbeelden van afgestoten diensten en private organisaties die terug in openbare handen komen. Tien jaar geleden al besliste het OCMW Brugge om de grootkeuken opnieuw zelf te runnen in plaats van Sodexo. Het bestuur van Dilbeek stootte personeel af in twee private externe verzelfstandigde agentschappen (vzw's voor sport, gezondheid en cultuur) en komt daar nu op terug. Het Maaseikse ziekenhuis ZMK wordt een onderdeel van het ZOL, een openbaar ziekenhuis met hoofdzetel in Genk.

Iedere casus is uniek. Het nastreven van lagere kosten, meer efficiëntie, en een kwaliteitsvollere dienstverlening blijken echter de hoofdredenen te zijn waarom besturen kiezen voor insourcing. De identificatie van deze raakvlakken is noodzakelijk opdat lokale strijddynamieken zouden uitgroeien tot een meer algemene strijd voor sterke openbare diensten. De geschiedenis van de arbeidersbeweging is in dat opzicht leerrijk. Volgens de Welshe literatuurcriticus Raymond Williams was de zelforganisatie van arbeiders initieel gebonden aan een 'militant particularisme' van lokale omstandigheden, eisen en gevoelens. Van daaruit groeide het socialisme uit tot een beweging die de werkende klasse identificeerde als de spil van een universele strijd voor rechtvaardigheid. In deze stap van het particuliere naar het universele gaat altijd iets verloren. Abstracte denkcategorieën kunnen niet dezelfde gevoelens evoceren die mensen ervaren in hun onmiddellijke werk- en leefomstandigheden.

Ook de beweging voor 'remunicipalisation' moet zoeken naar manieren om met deze dualiteit om te gaan. Net daarom is de UGent Fight for 14€-campagne van onder andere ACOD UGent en UGent Women's Strikewaardevol. Het is een lokale strijd die gekant is tegen privatisering en tegelijkertijd deel uitmaakt van een internationale beweging voor werknemers- en vrouwenrechten. De campagne vestigt de aandacht op de slechte loon- en arbeidvoorwaarden van het personeel in de schoonmaak, de cafétaria's en kinderdagverblijven. Het betreft veelal vrouwelijke werknemers die reproductieve arbeid leveren en aldus essentieel zijn voor de regeneratie van onze levens- en arbeidskracht. Zonder hen is geen functionerende samenleving denkbaar.

Eén van de sleuteleisen is de insourcing van het schoonmaakpersoneel dat momenteel in dienst is van het facilitair bedrijf ISS. De raad van bestuur van de UGent is daar onlangs niet op ingegaan en opteert voor een nieuwe uitbesteding tegen betere sociale voorwaarden. De vraag is of dit niet zal stuklopen op de winstlogica van de schoonmaaksector. De strijd is ook nog niet gestreden. Aan de Zuid-Afrikaanse universiteiten loopt sinds jaren een #outsourcingmustfall-campagne die ondanks tegenslagen ook al successen boekte. Actievoerders bij ons kunnen zich hieraan optrekken. De internationale trend naar meer insourcing biedt ruggensteun en hoop.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 8 (oktober), pagina 8 tot 10