Abonneer Log in

Radicaal kiezen voor Open Onderwijs

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 8 (oktober), pagina 42 tot 47

Een pleidooi tegen de sluipende, en soms opzichtige, vormen van commercialisering van het onderwijs en voor het gebruik van open modellen in het onderwijs.

Onlangs trokken opnieuw een pak leerlingen naar school. Nog niet voor hun eerste schooldag, wel om voor de aanvang van het schooljaar een stapel glossy leerboeken op te pikken. Dure leerboeken betaald door ouders, de onderwijsinstellingen en de samenleving. Uiteraard behoort een degelijke laptop met de nodige Microsoftlicenties en Smartschool ook tot het arsenaal van de modelleerling.

Waar is de tijd dat in elk klaslokaal een stencilmachine stond, waar de leerkracht het ambachtelijk cursusmateriaal liet drukken door zijn leerlingen, die vol enthousiasme de hendel hanteerden?

Nee, dit is geen pleidooi voor een terugkeer naar het verleden, wel voor het ten volle honoreren van de expertise van de leerkrachten, wel voor de hoogste kwaliteitseisen aan leermiddelen, wel voor meer creativiteit en innovatie. En tegen de sluipende, en soms opzichtige, vormen van commercialisering van het onderwijs.

Tijdens de coronacrisis moesten onderwijsinstellingen zich in een ijltempo heruitvinden om afstandsonderwijs en preteaching mogelijk te maken. Helaas bleken de gebruikte systemen niet robuust genoeg: Smartschool viel uit door een cyberaanval, online examens waren ontzettend moeilijk uit te werken, de verdeling van laptops voor kwetsbare gezinnen kwam moeizaam op gang, enzovoort.

DE HANGMAT VAN DE COMMERCIALISERING

Intussen lieten bedrijven zich van hun mooiste kant zien: Barco stelde virtuele klaslokalen beschikbaar, Cisco en IBM maakten hun systemen gratis, Van In stelde haar leerplatformen gratis open, ...

Uiteraard zit er achter zoveel altruïsme ook de wens van een toekomstig verdienmodel. Onderwijs is immers een wingewest voor commerciële ondernemingen. Educatieve platformen draaien op Amazonservers en de software van Microsoft heeft een quasi-monopolie in het onderwijs. Hun stichters Jeff Bezos en Bill Gates behoren tot het meest exclusieve clubje op deze planeet, dat van de 'multihectomiljardairs', mensen met een bezit van honderden miljarden euros (Ruben Mooijman, DS 14/08/2020). Bedrijven als Microsoft weten verdomd hoe ze de schoolgaande, en dus toekomstige, generaties aan zich moeten binden. Door goedkope onderwijslicenties en voordelen allerhande heeft het al decennia het speelveld voor zich alleen.

Educatieve uitgeverijen organiseren optredens met bekende artiesten om leerkrachten en schoolbesturen te overtuigen dat hun leermethodes de beste zijn, uiteraard in de vorm van dure glossy invulboekjes, die nog weinig overlaten aan de creativiteit en expertise van de leerkracht. Door overnames en fusies is de onderlinge concurrentie minimaal geworden.

Smartbit, het bedrijf achter Smartschool, verwierf een ook quasi-monopolie in het Vlaamse lager en secundair onderwijs. Smartschool is een digitaal leerplatform, waarop agenda, taken, lesmateriaal, punten en mededelingen kunnen gedeeld worden met leerlingen en ouders. Via Smartschool werden ook de onlinelessen georganiseerd tijdens de coronacrisis.

Het bedrijf kon van die machtspositie gebruik maken om haar prijzenvlak voor het einde van het schooljaar flink de hoogte in te drijven. Veel scholen zitten inmiddels met de handen in het haar om deze meerkost te betalen. Waarschijnlijk is er geen alternatief dan deze prijzen door te rekenen aan de ouders. In het secundair onderwijs bestaat de maximumfactuur nog niet.

Deze bedrijven bieden uiteraard kwalitatieve diensten aan, maar gezond is dit niet te noemen. Ons onderwijs zit vast in een kluwen van vendor-lock-ins. De afhankelijkheid van deze bedrijven is immens. Een keuze die de onderwijsinstellingen vooral aan zichzelf te danken hebben.

Smartschool is een mooi product en Microsoft biedt kwaliteitsvolle software, maar het zorgt voor een giftige comfortzone. Eénmaal afgestudeerd zien ze Microsoft als enige optie voor hun software thuis als op het werk. De 'verslaving' aan de Microsoftproducten is de struikelsteen om in bedrijven en andere organisaties te innoveren met alternatieven.

In dat licht verscheen in april in de Nederlandse pers de oproep van diverse academici om consequent te kiezen voor opensource-modellen in het onderwijs. Ook in Nederland hebben onderwijsinstellingen zich aan een rotvaart moeten digitaliseren en hebben massaal licenties aangekocht van commerciële platforms die de veiligheid van studenten en docenten secundair maken aan gebruikersgemak. Het meest spraakmakende was Zoom, waarbij data van gebruikers doorgespeeld werd naar Facebook, zelfs al hadden die gebruikers geen Facebookaccount. Daarnaast werd het systeem geplaagd door hackers, die de schoolaccounts bestookten met pornografisch en racistisch materiaal.

Laat ons wel wezen, Zoom is een geweldig gebruiksvriendelijk platform maar daar wringt ook deels het schoentje. De nadruk ligt immers op een winstmodel waarbij zoveel mogelijk gebruikers gelokt worden op basis van gebruiksgemak, om ze dan te kunnen bestoken met advertenties op maat van hun vrijgegeven privacy. Dit staat haaks op de waarden van het onderwijs, dat een veilige, open en niet-commerciële leerplek wil zijn.

Meer fundamenteel kan de vraag gesteld worden of publieke organisaties zich afhankelijk mogen maken van commerciële systemen?

Onderwijsinstellingen moeten een voortrekkersrol spelen in de verdediging van de publieke digitale ruimte. Daarom is een radicale keuze voor open source technologie essentieel. Ons onderwijs mag niet bijdragen tot de vercommercialisering van de publieke ruimte en onze privégegevens.

In Vlaanderen zijn we verknocht aan Microsoft en gebruiken veel onderwijsinstellingen Microsoft Teams. 'De bedrijfsmodellen variëren, maar de grondzorgen wat betreft privacy en vercommercialisering van gebruikersdata zijn vergelijkbaar'.

Daarin staat Nederland verder dan Vlaanderen, dankzij de SURF-stichting, de ICT-coöperatie van onderwijs- en onderzoeksinstellingen in Nederland, die reeds verschillende initiatieven in die zin genomen heeft. In Vlaanderen blijven individuele instellingen met beperkte middelen efficiënt verder aanmodderen. Stel je de slagkracht voor wanneer de ICT-middelen van alle Vlaamse onderwijsinstellingen en onderzoekscentra in één pool verzameld zouden worden. Dan bouwen we samen aan open platformen in plaats van individueel geld uit te geven aan commerciële licenties.

Onderwijs kost onze samenleving veel middelen, een kwart van alle Vlaamse overheidsuitgaven gaat naar onderwijs, en dit is helemaal terecht, maar deze middelen moeten we ook zo efficiënt mogelijk inzetten.

Daarnaast veroorzaken deze monopolies ook andere, meer fundamentele, uitdagingen in het educatieve proces. Met de consequente keuze voor Microsoft geef je de impliciete boodschap aan leerlingen en studenten dat er geen alternatief bestaat en met keuze voor leerpakketten van de educatieve uitgeverijen fnuik je de creativiteit van de leerkrachten en mis je het inpikken op de actualiteit en gebeurtenissen in de omgeving van de leerling.

Zolang de overheid en de koepels gemakzuchtig vasthouden aan de quasi-monopoliemantra van commerciële bedrijven (educatieve uitgeverijen en IT-bedrijven) zal ons onderwijs steeds een conservatief bastion blijven, hun blik op het verleden houden en nooit daadwerkelijk innoveren.

Uiteraard vergt dit een serieuze cultuuromslag van de onderwijssector, die in een commerciële logica gevangen zit.

OPEN LEERMIDDELEN

Niet realistisch, zeg je? De Open Access beweging is wel een succes. Na jaren in de marge gerommeld te hebben, is open access dé methode geworden om wetenschappelijke publicaties uit te geven. Bij de Europese en de Vlaamse Overheid, is de vrije toegang tot deze publicaties een voorwaarde geworden om publieke fondsen te krijgen voor het onderzoek.

Dit 'open' principe kan ook worden opgelegd door de overheid om gebruik te kunnen maken van subsidies voor digitalisering van het onderwijs. Eigenlijk is gratis kennis delen een wezenlijk kenmerk van onderwijs.

Commerciële leermiddelen kunnen slechts traag geïntroduceerd worden in deze snel evoluerende samenleving, daardoor is het quasi niet mogelijk om in te spelen op actuele maatschappelijke trends en technologische innovaties. Leerkrachten worden lui en blijven veilig in de hangmat liggen die de glossy leerboeken hen bieden.

Daar tegenover staat het principe van de Open Leermiddelen, of Open Educational Resources, die beschikbaar zijn voor aanpassing, verspreiding en hergebruik. De materialen kunnen van allerlei aard zijn, zoals cursussen, lesbladen, presentaties, video's, foto's, oefeningen en software. Dat betekent dat de auteurs van deze werken, vaak zelf leerkrachten, toestemming geven om de werken vrij te gebruiken, ze te wijzigen en gewijzigde versies te herdistribueren. Dit gebeurt vaak met gebruik van Creative Commons licenties. Open gaat dus niet enkel over toegang, ook over de mogelijkheid om materialen en informatie aan te passen en te personaliseren. Leerkrachten én leerlingen kunnen deze bronnen aanvullen met good practices en eigen voorbeelden, waarop anderen kunnen verder bouwen. Je kunt ze dus een beetje beschouwen als een decentrale, educatieve Wikipedia. De Wikipedia waar ik trouwens bovenstaande definitie legaal gepikt heb.

Dit principe zorgt niet alleen voor een potentiële grote kostenreductie, maar ook voor een hogere kwaliteit van de leermiddelen. Net zoals de Wikipedia, en andere open kennisnetwerken, baseert het zich op de collectieve kennis dat verspreid zit over talrijke mensen.

In 2004 verscheen The Wisdom of Crowds, het spraakmakende boek van de Amerikaanse journalist James Surowiecki. Daarin toont de auteur aan dat een grote groep leken in bepaalde omstandigheden meer weet en betere beslissingen kan nemen dan enkele deskundigen. Een belangrijke voorwaarde is dat er een grote diversiteit aan meningen en onafhankelijk denkende individuen aanwezig is. Het succes en de kwaliteit van Wikipedia bevestigt zijn stelling. In dezelfde periode werden interactieve webtoepassingen, in die tijd nog Web 2.0 en later sociale media genoemd, gemeengoed. Het tijdperk van de onbeperkte co-creatie en kennisontwikkeling was geboren.

Open Leermiddelen combineren de gevestigde traditie van het delen van goede ideeën met mededocenten en de nieuwe samenwerkende, interactieve cultuur op het internet. Ze dragen bij aan het toegankelijker maken van onderwijs, vooral waar geld voor leermateriaal schaars is. Ze voeden ook het soort participatieve cultuur van leren, creëren, delen en samenwerking die snel veranderende kennismaatschappijen nodig hebben.

De eerste experimenten met Open Leermiddelen gingen van start juist voor het millennium toen de Eberhard-Karls-Universiteit in Duitsland video's van lezingen online publiceerde. De bekendste voorbeelden ontstonden met de lancering van MIT OpenCourseWare in 2002 en de Khan Academy in 2006.

Het Open Education Consortium (OEC, https://www.oeconsortium.org/) werd opgericht als een netwerk en belangenbehartiger van open onderwijsinstellingen. Samen met haar leden wil OEC de capaciteit van de Open Educational Resources (OER) uitbouwen. Ze werken aan een wereld waarin iedereen, overal toegang heeft tot de hoogwaardige opleidingen en trainingen die ze wensen; waar onderwijs wordt gezien als een essentieel, gedeeld en gezamenlijk sociaal goed.

In 2007 kwam er een internationale verklaring over Open access, open onderwijs en vrije leermiddelen, die bekend werd als de Kaapstad Verklaring, of meer volledig De Cape Town Open Education Declaration. Met deze conferentie hadden de organisatoren het doel om het gebruik van open bronnen in het onderwijs te versnellen. Ze vonden dat bronnen horen gepubliceerd te worden in formats die gebruik en bewerking mogelijk maken en die aangepast zijn aan een verscheidenheid van platforms. Zo mogelijk horen ze ook beschikbaar te zijn in formats die toegankelijk zijn voor mensen met een handicap en voor wie nog geen toegang heeft tot internet.

Zorgcoördinatoren weten hoe moeilijk het is om een digitaal exemplaar van een leerboek te bemachtigen waarvan het mogelijk is de tekst te vergroten, te laten voorlezen of automatisch te laten omzetten in braille. Met Open Educational Resources wordt dit een vanzelfsprekendheid.

De verklaring roept uitgevers, leerkrachten en scholen op om onderwijsmateriaal open beschikbaar te stellen en vraagt regeringen, schoolbesturen, universiteiten en hogescholen om open onderwijs een hoge prioriteit te geven.

'Open onderwijs is echter niet beperkt tot alleen open leermiddelen. Het maakt ook gebruik van open technologieën die samenwerkend, flexibel leren mogelijk maken en het open delen van onderwijspraktijken die docenten in staat stellen te profiteren van de beste ideeën van hun collega's'.(uit de Kaapstad-verklaring)

In Nederland kent men sinds 2009 Wikiwijs, een platform waar docenten, van universiteitsprofessoren tot kleuterleiders, samen lesmateriaal kunnen creëren, vinden en gebruiken. Wikiwijs was gestart in opdracht van het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en moest gebaseerd zijn op open content, open source en open standaarden. Kostenreductie van het lesmateriaal was één van de belangrijkste drijfveren.

In Vlaanderen timmeren we al enige tijd aan de weg met een succesvolle webapplicatie waar tienduizenden leerkrachten leermiddelen vrij delen onder de creative commons licentie: KlasCement.

KlasCement werd op 11 mei 1998 gestart door Hans De Four, leraar wiskunde, informatica en fysica en een aantal van zijn leerlingen. Vanaf 2002 kregen ze steun vanuit het departement Onderwijs in de vorm van enkele gedetacheerde medewerkers.

Klascement is sinds 2013 een officiële site van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming als onderdeel van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie.

Niet alleen individuele leerkrachten kunnen participeren, ook organisaties kunnen educatief materiaal uitwerken voor het onderwijs en dit op KlasCement plaatsen. Wel een beetje jammer dat materiaal voor hoger onderwijs, met uitzondering van HBO5, ontbreekt.

Deze site blijft ook niet beperkt tot Vlaanderen. Dit platform is ook vertaald naar het Engels, zodat het kan gebruikt worden door leerkrachten uit alle landen.

Dit initiatief dateert van jaren voor de Kaapstadverklaring en de Open Course Ware beweging, daarom kunnen we met recht en reden zeggen dat Hans De Four en zijn collega's, met Klascement, een trendsetter is in de wereld op vlak van OERs.

Sinds Klascement zijn er nog innoverende initiatieven geweest in Vlaanderen. Zeer recent is er het internationale CoCOS-project (Co-creation of Educational Resources via Open Source platforms) om een platform om co-creatie van open studiematerialen (OER) mogelijk te maken met studenten en leerkrachten over de hele wereld.

DE DROOM VAN OTLET

Na Wereldoorlog I hadden Henri Lafontaine en Paul Otlet een droom: ze wilden door het openstellen, het verspreiden en het verder laten ontwikkelen van alle mogelijke kennis de wereldvrede bewaren en de emancipatie van de volkeren bevorderen. Open Source, Open Science en Open Leermiddelen zijn de perfecte erfgenamen van deze droom, die door de huidige technologie eindelijk perfect mogelijk wordt.

Open science en open access mogen dan in de laatste decennia flink ingeburgerd zijn aan de universiteiten, de strijd is daar verre van gestreden. Naarmate de overheidsfinanciering afneemt en commercialisering zich verder doorzet in het hoger onderwijs, zal kennis terug afgeschermd worden of achter een betaalmuur verdwijnen. Door de besparingen in het hoger onderwijs wordt daar steeds meer ingezet op financiële return, wat men probeert te bereiken met spin-offs, marktgericht onderzoek, door bedrijven betaalde leerstoelen, diplomagerichte opleidingen in samenwerking met privé-partners, verkopen van intellectuele eigendom aan uitgeverijen, …

Dit gaat ten koste van de minder lucratieve richtingen en zal zorgen voor verdere verhogingen van het inschrijvingsgeld en tot het inperken van de vrije toegang tot academische kennis. De universaliteit van het kennisdelen, de droom van Otlet, komt steeds meer onder druk.

Met de huidige technologische mogelijkheden en de bundeling van de versplinterde financiële middelen kan een enorme hoeveelheid openlijk gedeelde educatieve bronnen ontwikkeld worden. In co-creatie kan de kwaliteit van deze bronnen telkens verbeterd worden én kan er continu ingespeeld worden op de evoluerende behoeften van de leerlingen.

De centen van de belastingbetaler moeten gaan naar kwaliteitsvol onderwijs en niet naar dure leerboeken. Naar analogie met de Open Access beweging zouden door de belastingbetaler gefinancierde leermiddelen in open modellen ontwikkeld moeten worden. Ondernemers en uitgevers kunnen een belangrijke rol blijven spelen door de ontwikkeling van open business-modellen.

Het belangrijkste is dat we de mogelijkheid hebben om het leven van honderden miljoenen mensen over de hele wereld drastisch te verbeteren door middel van gratis beschikbare, kwalitatief hoogwaardige en lokaal relevante onderwijs- en leermogelijkheden.

Met Klascement bewees het Vlaamse onderwijs zijn tijd flink vooruit te zijn op vlak van open leermiddelen. Het is tijd dat het Vlaamse onderwijs terug in het koppeloton van deze innovaties komt. Veel hoeft het niet te kosten, wel is er nood aan visie, durf en doortastendheid.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 8 (oktober), pagina 42 tot 47