Abonneer Log in

Vier seizoenen

De partituur van Vivaldi

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 4 tot 6

De Croo I heeft voor voor de werknemers lente en zomer in petto, maar zeker ook herfst en winter.

Eindelijk een federale regering. Als politici niet in staat zijn om te besturen dan zegt de samenleving foert en is er enkel nog winst voor partijen die zich uitgeven als anti- systeempartijen. Eindelijk weer een regering met progressieven en socialisten aan tafel. Want rechts is al te lang aan de macht geweest en de werknemers hebben het geweten.

Dit regeerakkoord is daarom een verademing in vergelijking met de voorbije regeerprogramma's. We zien onder premier Alexander De Croo een trendbreuk op drie vlakken.

Vooreerst is er opnieuw sprake van sociale investeringen. De sociale zekerheid mag voortaan steeds rekenen op een evenwichtsdotatie, wat erop neerkomt dat de overheid op het einde van de rit garant staat voor een sluitende financiering. Zonder die sluitpost zou de sociale zekerheid voor meer dan 10 miljard euro in het rood komen te staan. Daarbovenop komen er extra middelen voor de gezondheidszorg en worden de sociale minima opgetrokken richting armoedenorm. Met als paradepaardje de verhoging van het minimumpensioen richting 1.500 euro netto. De 1.500 euro netto komt er niet onmiddellijk, klopt. En enkel voor wie 45 jaar op de loopbaanteller heeft staan, ook juist. Maar nog nooit werden de minimumpensoenen zo sterk verhoogd. Daar zullen honderdduizenden gepensioneerden van genieten, werknemers en – relatief gezien nog veel meer – zelfstandigen.

Tweede trendbreuk: de transitie richting een meer duurzame economie en energievoorziening lijkt nu echt ingezet. Met aandacht voor een circulaire economie, een versterking van het gemeenschappelijk vervoer, energiebesparende isolatieprogramma's en een bevestiging van een kernstop nu die voor de deur staat (met een klein achterpoortje mocht de bevoorradingszekerheid niet gegarandeerd blijken tegen volgend jaar). Dat zal gepaard gaan met massieve overheidsinvesteringen, richting 4% van het bbp in 2030, wat fundamenteel is om productiviteit, innovatie, groei en werkgelegenheid opnieuw een boost te geven. Jobs en het optrekken van de werkgelegenheidsgraad zijn immers veel meer een zaak van economische groei dan van arbeidsmarktbeleid alleen.

Derde kentering: de erkenning van het middenveld en van het sociaal overleg is terug van weggeweest. Sociaal overleg komt 40 keer voor in deze tekst, in het akkoord van de Vlaamse regering-Jambon is dit amper het geval. Telkens als er een liberale hervorming wordt aangesneden, of het nu om arbeidsmarktbeleid of arbeidsorganisatie gaat, wordt die snel ingekapseld via sociaal overleg. De regering engageert zich letterlijk om over de verschillende sociaaleconomische thema's in dialoog te gaan met de sociale partners en om de sociale partners ruimte te geven om zelf tot akkoorden te komen.

We beseffen het: papier is geduldig. Net daarom is de bevoegdheidsverdeling en de casting zo belangrijk. Wel, dat valt goed mee, want alle sociale departementen komen in handen van socialisten. En met een regeerakkoord dat niet tot in de puntjes is uitgeschreven, heeft het dienstdoende kabinet aardig wat speelruimte bij de invulling van de gemaakte afspraken. We kijken alvast uit naar de beleidsnota's van de ministers.

Om in de beeldspraak van Vivaldi te blijven: dit waren de lente en de zomer, maar in de regeerverklaring komen ook de koudere seizoenen aan bod: de herfst en de winter. Dit regeerakkoord is geen socialistische symfonie. Het asociale beleid van Michel wordt zeker niet weggegomd, maar blijft op meerdere vlakken pal overeind. We geven drie voorbeelden.

Eén. Er komt geen aanpassing ten gronde van de loonnormwet die de loononderhandelingen in een veel te strak keurslijf steekt. Vakbonden hadden dat gevraagd, met de cijfers in de hand die zwart op wit aantonen dat ook in ons land de lonen achterblijven op de toename van de productiviteit en dat werknemers dus onvoldoende terugkrijgen van de waarde die ze zelf voortbrengen. De liberale en patronale weerstand is te groot gebleken. De socialisten bekwamen wel een correctie via de techniek van administratieve omzendbrieven. Die techniek werd in het verleden al eens beproefd, toen de omzendbrief 'Cox' aan de administratie enige interpretatieruimte gaf bij het beoordelen van de gemaakte loonafspraken. Maar ondertussen werd de wet strenger gemaakt. Daarmee achten we de kans klein dat een meer coulante administratie een groot verschil zal maken.

Twee. Er komt geen verlaging van de pensioenleeftijd die straks voor heel wat werknemers op 66 jaar komt te liggen en daarna op 67 jaar. Over de verzachtende maatregelen voor werknemers met zware beroepen geen woord meer. In navolging van het rapport van de pensioenexperten, de commissie Vandenbroucke, had de regering-Michel hier nog een kleine opening gelaten, maar pensioenminister Bacquelaine heeft er toen niets van gebakken. Benieuwd of de groots aangekondigde pensioenhervorming tegen september volgend jaar ruimte zal laten voor een debat over zware beroepen en een eindeloopbaanbeleid op mensenmaat. Een zekere scepsis is hier op zijn plaats gezien bestaande stelsels zoals het Stelsel Werkloosheid met Toeslag (het vroegere brugpensioen), noch de landingsbanen (deeltijds werken met aanvullende vergoeding om het op oudere leeftijd wat kalmer aan te kunnen doen) geen enkele keer worden vermeld. Die grote pensioenhervorming zal alvast in het teken staan van een verdere harmonisering van de verschillende SZ-stelsels van werknemers, zelfstandigen, en ambtenaren. Met behoud van verworven rechten wordt er snel aan toegevoegd, maar dat neemt de onrust niet weg bij de ambtenaren die de zoveelste aanval vrezen op hun pensioenrechten. Ook de werknemers mogen niet op beide oren slapen, want er komt een debat over het meetellen van de periodes van ziekte of werkloosheid bij de berekening van het latere pensioen. Als die niet langer zouden worden meegerekend dan betalen werknemers twee keer: een eerste keer omdat ze inkomensverlies lijden, een tweede keer omdat ze pensioenverlies lijden. Wie denkt in termen van sociale vooruitgang moet radicaal kiezen voor een opwaartse harmonisering. Het optrekken van het minimumpensioen toont aan hoe het moet, iedereen gaat er op vooruit.

Derde bron van kritiek: we zien geen tastbare verbetering richting een meer rechtvaardige fiscaliteit. Zeker, er komen een paar mooie pistes aan bod, zoals het invoeren van een minimumbelasting voor multinationals zodat die eindelijk in elk land waarin ze actief zijn een minimum aan belastingen zouden betalen en niet langer alle winsten kunnen versassen naar het land met de laagste winstbelasting. In dezelfde zin is sprake van een digitax zodat de grote jongens als Google en Amazon een bijdrage zouden betalen op de plaats waar waarde wordt gecreëerd of de gebruikers zijn gevestigd. Maar de voorkeur gaat uit naar internationale oplossingen en daarom is het nog wat wachten op opbrengsten die – als je er de begrotingstabel bijlegt – aan de magere kant blijven. De grootste fiscale inkomsten komen toch van het verhogen van BTW en accijnzen, niet bepaald de meest progressieve belastingen. Toegegeven er is ook sprake van een 'breedtse-schouders-belasting' maar ook hier zijn de plannen vaag. We kijken uit naar de concrete plannen die de minister van Financiën, Vincent Van Peteghem (CD&V), al tegen de eerstvolgende begrotingscontrole op tafel moet leggen om deze rijkentaks vorm te geven.

De vakbonden zullen in elk geval op hun hoede moeten zijn. Want laat ons eerlijk zijn, voor de modale werknemer is er zeker sociale vooruitgang, maar moet nog heel veel concreet worden gemaakt. De inzet zal zijn om de grendels die de socialisten in het akkoord wisten vast te leggen ook gestand te houden. De liberalen wilden een vergaande arbeidsflexibiliteit om arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden veel meer op bedrijfsvlak af te spreken en zo mogelijk zelfs rechtsreeks tussen werkgever en de werknemer individueel. In het definitieve regeerakkoord is deze tactiek die speelt in het machtsvoordeel van de werkgever al sterk ingeperkt, maar de druk zal blijven. Cruciaal zal de interne cohesie zijn, tussen de progressieve partijen maar ook binnen de socialistische familie. Zo is het optrekken van de werkgelegenheidsgraad een lovenswaardige doelstelling, zeker als ze de vorm aanneemt van bijkomende inschakelingskansen voor wie het verst afstaat van de arbeidsmarkt. Maar het wordt iets helemaal anders als het een stok is om langdurig werklozen en langdurig zieken aan te jagen op straffe van uitsluiting van een uitkering. In het verleden liepen de meningen in het noorden en het zuiden van het land op dat vlak nogal eens uiteen, ook binnen de socialistische familie. Ten slotte, zal het van groot belang zijn dat het sociaal overleg echt de ruimte krijgt die ons in het regeerakkoord wordt voorgespiegeld. De werkgevers en zelfstandigenorganisaties starten alvast met een zekere voorsprong. De trofeeën die ze met de vorige regeringen binnenhaalden, zoals de vermindering van belastingen op bedrijfswinsten (nominaal van 33% naar 25%) en de verlaging van de werkgeversbijdragen (van 32% naar 25%), blijven onaangeroerd. De zelfstandigen krijgen zelfs een beter sociaal statuut dat meer en meer op dat van werknemers begint te lijken zonder dat ze daar evenredig voor moeten bijdragen. De werknemers hebben dus recht op een inhaalbeweging. Zeker de werknemers met lage lonen verdienen beter, zoals de werknemers in essentiële beroepen en vitale sectoren. De sectorale minima in die sectoren liggen (ver) onder de 14 euro per uur of 2.300 euro per maand, en dus krijgen ze voor hun essentieel werk minder dan een vitaal minimum. Dat moet veranderen.

Werknemers verdienen dus beter. Het is aan deze regering om daar mee werk van te maken. Dat is sociaal van doen, maar ook politiek belangrijk. Werknemers moeten opnieuw voelen dat naar hen wordt omgekeken en naar hen wordt geluisterd. Dat is de beste dam tegen de sirenen van het rechts-populisten die zich sociaal voordoen maar in de praktijk en in de parlementen hun kazak keren.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 4 tot 6