Abonneer Log in

Wat mogen we verwachten op fiscaal vlak?

De partituur van Vivaldi

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 10 tot 12

Er zijn weinig zaken die de Belgen meer beroeren dan de belastingen die ze moeten betalen. Ook nu weer met het Vivaldi-regeerakkoord. Komt er een substantiële vermogensbelasting of niet? En worden bedrijfswagens afgebouwd?

Wat moeten we verwachten van de Vivaldi-regering op fiscaal vlak? Over sommige dossiers is al veel inkt gevloeid. Andere zaken bleven voorlopig nog wat in de schaduw. In onderstaande analyse worden vier domeinen in het luik fiscaliteit geanalyseerd: de grote fiscale hervorming, de vermogensbelasting, de strijd tegen fiscale en sociale fraude en internationale fiscaliteit.

EEN GROTE FISCALE HERVORMING

Bij een nieuw regeerproject hoort meestal een nieuwe fiscale hervorming. Dat was zo bij de Zweedse coalitie, en dat is bij de Vivaldi-regering niet anders. Maar welke hervorming heeft de Vivaldi regering hierbij voor ogen?
Het regeerakkoord vertrekt alvast vanuit de juiste instelling: ons belastingsysteem wordt gekenmerkt door hoge belastingtarieven, maar ook door vele uitzonderingen en vrijstellingen, die het geheel inefficiënt en complex maken. De regering wil het belastingstelsel eenvoudiger maken, door te wieden in het aantal uitzonderingen en te kiezen voor bredere belastingbasissen, gecombineerd met lagere tarieven. Een nobele ambitie, al blijft het afwachten hoe dit concreet uitgewerkt zal worden.
Inhoudelijk gezien zet de Vivaldi-regering enkele doelstellingen voorop waaraan de fiscale hervorming moet bijdragen. In navolging van de Zweedse coalitie wil de Vivaldi regering ondernemerschap en werkgelegenheid stimuleren, waarbij het ingeslagen pad van de lastenverlagingen op arbeid gevolgd wordt. Daarnaast moet de fiscale hervorming de klimaatambities van de regering helpen verwezenlijken, waarbij een aanzet wordt gegeven in de richting van een budgetneutrale koolstoftaks, mogelijks een aangepaste regeling voor de bedrijfswagens1 en een verlaging van de btw op sloop en heropbouw. Tenslotte moet de fiscale hervorming ook gezinnen ondersteunen, via enkele gerichte lastenverlagingen, en moet ze bijdragen aan de strijd tegen armoede.
Alles bij elkaar genomen is dit een mooie en ambitieuze set aan doelstellingen, waarin de stokpaardjes van de verschillende partijen herkend worden. Maar is het ook mogelijk om een belastinghervorming uit te werken die voldoet aan al deze doelstellingen en indien zo, welk budgettair kader schuilt erachter? Opvallend daarbij is alvast het feit dat er doorheen het regeerakkoord verschillende aanzetten worden gegeven naar belastingverlagingen2, maar dat er, ook in het kader van deze fiscale hervorming, weinig inkomsten uit nieuwe belastingen vermeld worden.

EEN BIJDRAGE VAN DE STERKSTE SCHOUDERS

Een element dat gelinkt had kunnen worden aan de grote fiscale hervorming, maar dat er buiten gelaten wordt, is de kwestie van de vermogensbelasting. Enkele paragrafen later staat echter de fameuze passage waarover al zoveel inkt is gevloeid, en waarin de regering aangeeft te streven naar 'een eerlijke bijdrage van die personen die het grootste vermogen hebben om bij te dragen, met respect voor ondernemerschap'.
Voor de socialistische familie was een soort van vermogens(winst)belasting een absolute noodzaak, terwijl dat voor de liberale familie lang heel moeilijk lag. In die moeilijke context moest gezocht worden naar een compromis dat voor beide partijen bespreekbaar was Terwijl aanvankelijk nog gesproken werd over een financiële transactietaks3, lijkt het erop dat de regering uiteindelijk toch geland is bij een herstelde effectentaks.
De effectentaks waarvan sprake zou gaan om een belasting van 0,15% op effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van meer dan 1 miljoen euro. Omdat de taks nu niet enkel toegepast zou worden op de effectenrekeningen van natuurlijke personen maar ook op de effectenrekeningen van vennootschappen, en omdat nu meer financiële instrumenten belast zouden worden, zou de taks tot 420 miljoen euro opbrengen. Een bedrag dat integraal naar de financiering van de gezondheidszorg moet gaan.4

DE STRIJD TEGEN FISCALE EN SOCIALE FRAUDE

Een ander element dat verdient om onder de loep genomen te worden, zijn de maatregelen tegen fiscale en sociale fraude. Al snel bleek dat de Vivaldi-regering maar liefst 1 miljard euro aan inkomsten uit fraudebestrijding hoopt op te halen. Zijn de maatregelen ook verregaand genoeg om die ambitie waar te maken?
Een eerste element dat in het oog springt is het feit dat fiscale regularisaties stopgezet zullen worden tegen 2023, waarmee de regering overschakelt van een pragmatische naar een repressieve aanpak ten opzichte van fraude. Dat is, zeker na de talrijke regularisatierondes uit het verleden, vanuit rechtvaardigheidsperspectief de juiste aanpak. Maar of die aanpak ook effectief is, hangt af van twee factoren: komt er capaciteit bij om fraude op te sporen en krijgen fraudebestrijders de tools om dat op een efficiënte manier te doen?
Wat de capaciteit betreft worden er alvast geen beloftes gemaakt om de capaciteit van de BBI op te krikken. Wel wordt er ingezet op de creatie van een cel binnen de administratie die fiscale fraude van superrijken moet opsporen én wordt de capaciteit van het parket en politie om grote fraudedossiers te behandelen vergroot. Daarnaast wordt er ingezet op de bestrijding van sociale fraude via de verankering van multidisciplinaire onderzoeksteams, die expertise van politie- en sociale inspectiediensten bundelen.
Wat de hefbomen betreft, ziet het regeerakkoord er een pak minder positief uit. Zo wordt het bankgeheim, dat in België nog steeds gedeeltelijk bestaat, wederom niet afgeschaft. Het fiscaal anachronisme, waarbij de fiscus wél zicht heeft op het kapitaal van Belgen in het buitenland, maar niet op de financiële activa van Belgen in België, kon nochtans makkelijk verholpen worden door de uitwisseling van bankgegevens ook te verplichten aan Belgische banken. Een stap die niet gezet wordt.

INTERNATIONALE FISCALITEIT

Een laatste element in het fiscaal luik van het regeerakkoord dat al verrassend veel aandacht kreeg in de media, is internationale fiscaliteit. Wellicht heeft het feit dat enkele van de weinige nieuwe belastingen die begroot zijn, in dit luik terug te vinden zijn, daar iets mee te maken.
Zo bevat het regeerakkoord een uitgebreide sectie over de belasting van techreuzen, waarbij men in eerste instantie naar de Oeso of de EU kijkt om een oplossing te vinden, maar waarbij men tegelijkertijd de implementatie van een unilaterale digitaks achter de hand houdt. Een positieve stap, waarmee de regering het midden houdt tussen een relatief veilige doch ambitieuze aanpak.
Een ander opvallend element is de uitgesproken steun voor de wereldwijde minimumbelasting, die tevens onderhandeld wordt in OESO-verband. Waar de regering in lopende zaken zich nog enorm verzette tegen deze maatregel, vaart de regering De Croo nu een andere koers, door te pleiten voor een ambitieuze minimumbelasting. Een stap vooruit, aangezien de maatregel essentieel is om internationale belastingontwijking- en competitie tegen te gaan.
De keuze voor deze maatregelen, samen met de steun voor Europese dossiers zoals de financiële transactietaks, Europese fiscale harmonisatie en een koolstofgrensheffing, maken dat België, zeker in vergelijking met het beleid van minister van Financiën Johan Van Overtveldt, een positieve omslag maakt in haar internationaal fiscaal beleid. Een beslissing die zeker toegejuicht mag worden, al mag de budgettaire impact van de maatregelen, die op 400 miljoen euro begroot wordt, ook niet overschat worden.

CONCLUSIE

Fiscaliteit is traditioneel een belangrijk domein in regeringsonderhandelingen, waarbij verschillende partijen bijzonder hard strijden om hun respectievelijke trofeeën binnen te halen. Dat is in deze regering niet anders. Het resultaat is een regeerakkoord dat geen volledige trendbreuk is met de regering-Michel, maar dat toch veelkleuriger accenten legt. De grote uitdaging blijft daarbij ongetwijfeld het bewaren van een coherente visie, gecombineerd met een realistisch budgettair kader.

VOETNOTEN

  1. Het regeerakkoord meldt dat er werk gemaakt zal worden van een geleidelijke verschuiving van alternatieve verloningsvormen richting verloning in euro's.
  2. Lastenverlagingen die elders in het regeerakkoord vermeld worden, betreffen de verlenging van de vrijstellingvanwerkgeversbijdragen voor de aanwerving van de eerste werknemer, waarvan de kostprijs geraamd wordt op 270 miljoen euro. Daarnaast heeft ook de belastingvrije wederopbouwreserve, die bedrijven toelaat een deel van de winst die ze maken in 2021, 2022 en 2023 vrij te stellen van vennootschapsbelasting, met 800 miljoen euro een hoge kostprijs. Deze laatste maatregel is erg problematisch omdat bedrijven eerder al de mogelijkheden kregen om hun verliezen van de coronacrisis af te zetten tegenover hun betaalde belastingen van vorig jaar. Bovendien is de maatregel is niet selectief genoeg en is hij onvoldoende afgestemd op de reële situatie van verschillende vennootschappen.
  3. De Tijd, Vivaldi plant een heffing op grote vermogens, 2 oktober 2020. www.tijd.be/politiek-economie/belgie/algemeen/vivaldi-plant-heffing-op-grote-financiele-transacties/10255396.html..
  4. De Tijd, Regeringstop zet licht op groen voor nieuwe effectentaks, 2 november 2020). www.tijd.be/politiek-economie/belgie/federaal/regeringstop-zet-licht-op-groen-voor-nieuwe-effectentaks/10262479.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 9 (november), pagina 10 tot 12