Abonneer Log in

Vintage Vooruit

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 10 (december), pagina 22 tot 26

De eerste officiële geschiedschrijver van het Gentse socialisme was … Avanti.1 In 1908 publiceerde hij Een Terugblik2 waarin hij de eerste decennia, de woelige start van een jonge Gentse arbeidersbeweging beschrijft. Daarin lezen we hoe in 1881, de Samenwerkende Maatschappij VOORUIT het daglicht zag.

Waar haalden de stichters van Vooruit die naam vandaan? Volgens Avanti duikt de naam het eerst op in 1869, bij een afscheuring van de weversvakbond de Broederlijke Wevers. Het was die bond die het eerst de naam Vooruit koos. Waarom? Avanti: 'Vooruit! Wie had dien naam gezocht? Wie was de peter? Wij weten het niet'.3 Wij dus ook niet. Maar we weten wel dat het de leden van Vooruit waren die in 1873 mee het initiatief namen voor de oprichting van de coöperatieve bakkerij De Vrije Bakkers.4 Toen, na een nieuw conflict, in 1881 een groep hieruit weg trok, gingen ze verder als Vooruit en dit keer voluit.

Want het was meteen duidelijk dat dit meer was dan zomaar een naam. Nogmaals Avanti: 'Het was een strijdkreet, een kreet van geloof en hoop in den mond der socialisten. Vooruit! Was een geheel programma'.5

En het werd zelfs meer dan een programma. Het werd een politiek-economisch model dat, met een bakkerij als economische motor en het coöperatief statuut als rechtsvorm, aan de basis lag van een van de meest merkwaardige en ook succesvolle politieke bewegingen van West-Europa. Overdreven? Niet echt. 'Le système Gantois' maakte nationaal en internationaal naam, werd gekopieerd en nagevolgd. Maar het was toch vooral in Gent dat het bloeide en tegen 1914 tot een echt politiek-industrieel imperium uitgroeide.

SAMEN

Aan politiek doen was trouwens niet zo vanzelfsprekend in de vroege arbeidersbeweging. Waarom zou men? Men had immers geen stemrecht en dus ook geen toegang tot het parlement. De eerste generatie socialisten geloofde vooral in economische actie, stakingen zeg maar. Het kapitalisme op de knieën dwingen door economische schade toe te brengen en het systeem omver te werpen. Maar ze waren met weinig, te weinig, en de risico's waren groot: broodroof, verbanning en zelf gevangenis.

Wanneer we ons verdiepen in de geschiedenis van linkse vakbonden en politieke partijen ligt de nadruk nogal vaak op deze activistische en meer spectaculaire aspecten van het verhaal. Maar meer en meer beschouwen we vormen van sociaal activisme, die zich niet noodzakelijk uiten in collectieve actie, ook als sociaal verzet. Als we kijken naar de wordingsgeschiedenis van de sociaaldemocratie, dan moeten we ook het gevecht van gewone mensen om te overleven in een vroeg 19e eeuwse maatschappij – die we vandaag zouden omschrijven als autocratisch – mee in beeld nemen. Onderlinge bijstand (mutualisme) en samenwerking waren strategieën die minder risico inhielden. En die op korte termijn resultaten opleverden die letterlijk acute nood lenigden.

In de decennia voor de stichting van Vooruit, toen Gent zich ontwikkelde tot een industrieel centrum en de bevolking expansief toenam, zien we het ontstaan van een breed palet van verenigingen van onderuit. De basis van een vereniging was doorgaans een wijk of een beroep. Soms werkten die verenigingen samen, maar even vaak waren er conflicten, ruzies en afscheuringen, en niet zelden ging de baas van de herberg waar de spaarkas werd gehouden er met de centen vandoor. De kleine kring van socialisten – internationalisten – had hier zijn ankerpunten, maar werd ook gecontesteerd omwille van zijn vrijzinnigheid en radicaal socialisme. Internationalisme was trouwens niet veel meer dan een naam. Het was vooral een lokaal gegeven met een merkwaardige mengeling van universalisme en romantisch nationalisme, zoals de nieuwjaarskaarten van de Broederlijke Wevers zo mooi in beeld brengen.6

ROOD BROOD

En soms brengt iets wat klein begint een aardverschuiving teweeg. Dat valt vandaag moeilijk te ontkennen. Hoewel, klein? In 1873 brak een economische crisis uit die twaalf jaar zou duren. Dat een hongerige buik geen oren heeft, ook geen oren naar politieke theorieën, werd toen eens te meer bewezen. Prioriteit was overleven.

Wat we dan zien is een mooi voorbeeld van wat we vandaag agency noemen, namelijk het vermogen van mensen om door handelend op te treden hun eigen lot in handen te nemen en hun levenssituatie vorm te geven. En terwijl historici hebben vastgesteld dat stakingen en oproer in deze periode slechts een gering succes kenden, zien we dat initiatieven die zich richtten op mutualisme en coöperatie wel degelijk voet aan wal kregen. Onderbelicht maar ook weinig gekend hierin is de rol van vrouwen. We kennen hen niet, maar ze waren er wel. Maar in deze tot in de vezels van gendersegregatie doordrongen maatschappij was er voor hen geen leidende rol weggelegd. Wat niet wil zeggen dat ze geen belangrijke stuwende kracht waren.

In een context waarbij elke vorm van door de overheid georganiseerde sociale zekerheid ontbrak en gezinnen geen financiële buffer hadden, creëerde het risico op ziekte en werkloosheid een belangrijke mate van bestaansonzekerheid. Samenwerking was in zo'n situatie zowel een spontane als efficiënte vorm van solidariteit maar ook van stil verzet. Het is dan ook geen toeval dat we precies in deze periode de oprichting zien van samenwerkende maatschappijen, doorgaans bakkerijen, binnen de wijk of beroepsnetwerken van de stad. De socialisten van Gent, op dat moment nog aanhangers van de in 1864 gestichte Eerste Internationale, waren daar initieel geen voorstander van. De samenwerking werd door die radicale socialisten gezien als een 'burgerlijk' concept en zou de arbeiders wegleiden van het ware doel, de revolutie. Maar nood breekt wet en principes kun je niet eten. Daarom gingen de Gentse socialisten in 1867 toch meewerken aan een initiatief van de liberale professor François Laurent. Centraal in zijn denken stond het 'Help u Zelf' concept dat de verantwoordelijkheid voor lotsverbetering bij het individu legde, bij de arbeiders zelf. Onderwijs en sparen stonden hierbij centraal, maar ook de coöperatie paste hierin. Laurent richtte, samen met enkele kapitaalverstrekkers, in 1867 een consumptiecoöperatie op waarbij zich ook meerdere leden van de Gentse afdeling van de Internationale aansloten.7 Maar het initiatief kaderde in een top-downbenadering vanuit een intellectuele bovenlaag. Daarmee kon de sociale en culturele kloof, zeker met het industrieel proletariaat, niet worden gedicht. Of om het met de woorden van Avanti te zeggen: 'Laurent was een werkersvriend die in de werklieden te weinig, in de burgerij te veel betrouwen stelde'.8 Zijn coöperatieve zou dan ook snel verdwijnen.

Ideologisch lag de coöperatie dus niet goed bij de aanhangers van de Internationale. 'Men schimpte op de coöperatie en op het sparen, als zijnde nieuwe slaapmiddelen, door de liberalen uitgevonden, om het volk zoet te houden', merkte de Gentse internationalist Pol De Witte op.9 Maar toch zouden het precies de Gentse oud-internationalisten zijn die enkele jaren later met de Vrije Bakkers een nieuw initiatief namen en een coöperatieve bakkerij stichtten. Ook hier zien we dus opnieuw het conflict tussen theorie en de praktijk, de confrontatie tussen de dagelijkse noden en de leefomstandigheden in de volkswijken en de grote droom, de utopie.

VORWÄRTS, VOORUIT

Dat er geen match was tussen theorie en praktijk leidde dus wel degelijk tot spanningen binnen de kleine groep van Gentse socialisten. Maar tijd bracht raad. De nieuwe boodschap kwam uit het Oosten en ze viel in goede aarde bij een nieuwe generatie met Edward Anseele en Edmond Van Beveren. In Duitsland had het socialisme een nieuwe wending genomen. Geen revolutie maar hervorming. Geen geweld, maar organisatie. Geen elite, maar massa. Et voilà, daar was de match.

Het verhaal wil dat letterzetter Anseele, in nood voor kopij, stukken overnam uit Vorwärts, de in 1876 opgerichte krant van de Duitse sociaaldemocraten. In 1875 waren deze met het Gotha Programma de reformistische richting ingeslagen, wat hen op hevige kritiek van Karl Marx kwam te staan. Maar bij het volk sloeg dit aan en bij de parlementsverkiezingen van 1877 haalden de Duitse socialisten 500.000 stemmen en veroverden ze 12 mandaten. Een droom kon dus ook werkelijkheid worden zonder bloedvergieten. In Gent begon de puzzel in elkaar te schuiven.

MASSABEWEGING

De uitbouw van een massabeweging was niet echt gelukt met stakingen, en ook de politieke meetings hadden slechts een beperkt succes. Maar de bakkerij floreerde. Op vijf jaar tijd was het aantal coöperanten gestegen van 75 naar 1.500. Daar zat dus brood in.

Maar coöperaties hebben ook een ingebouwde rem.10 Centraal in het concept staat de 'deel', het ristorno waarbij de winst wordt herverdeeld à rato van de aankopen. Dit leidt er vaak toe dat uitgaven de winst aantasten, maar ook innovatieve investeringen achterwege blijven. Vaak houden dergelijke maatschappijen ook hun ledental liever beperkt en hanteren ze een hoog lidgeld als drempel, zodat de voordelen voor de oorspronkelijke leden niet te veel verwateren.

En daarom kwam het tot een conflict tussen de groep socialisten die geld van de coöperatie wilden inzetten voor politieke doeleinden, en de rest die hun 'deel' wilden veilig stellen. In 1881 leidde dit dan tot de oprichting van Vooruit. Opnieuw een coöperatie, maar dit keer niet met een economisch maar wel met een uitgesproken politiek doel. En het is daar dat de kern van het succes lag. De missie van Vooruit oversteeg het economische doel van het coöperatief ondernemen. Ze oversteeg zelfs in zeker mate het zuiver politieke doel, want Vooruit was het sleutelstuk in de puzzel van een sociale, economische én culturele emancipatiebeweging. En dus werd Vooruit niet alleen de naam van de bakkerij, maar ook van de krant én van het Feestpaleis. Allemaal gefinancierd met de winst van de coöperatie. En het was ook Vooruit die in 1885 mee de schouders zette onder de oprichting van de partij. De socialistische partij? De Werkliedenpartij. Want er waren meer arbeiders dan socialisten. Ook dat was strategie.

GELIJKENISSEN?

Er zijn op het eerste zich weinig gelijkenissen tussen de maatschappij waarin Vooruit tot stand kwam en die van vandaag. De samenleving van toen was veel homogener en met klasse als uitgangspunt was het mogelijk om een breed gedragen visie te ontwikkelen. In een superdiverse samenleving is zo'n gemeenschappelijke basis moeilijker te realiseren omdat de identitaire componenten gefragmenteerd zijn. Het is dus in de eerste plaats zoeken naar 'common ground', een gemeenschappelijk project. En daarbij is de visie die aan de grondslag van Vooruit lag misschien een mooie vertrekbasis. Het ging om een positieve maatschappelijke kracht, een open mensbeeld met gelijkwaardigheid als centraal begrip. Gelijke kansen, met een sterke klemtoon op het belang van onderwijs, en solidariteit, met de stelselmatige opbouw van een systeem van sociale zekerheid, operationaliseerden deze uitgangspunten. Cultuur was het sluitstuk, want 'Kunst Veredelt'.

Uiteindelijk zijn deze basiswaarden van de sociaaldemocratie nog even actueel als anderhalve eeuw geleden. Maar de universaliteit van deze waarden staat wel onder druk en tegelijk is de electorale slagkracht van links de laatste decennia verzwakt. Het valt dus te betwijfelen of back to the roots zal volstaan. Sociaaldemocraten kunnen – en dat is een persoonlijke noot – indien ze voldoende open staan voor het spontaan verzet en activisme van onderuit dat je overal in de wereld ziet opduiken, een onderdeel zijn van de countervailing powers. Een netwerk van sociale bewegingen – veel breder dan de politiek – dat een negatief en gesloten maatschappijbeeld kan keren. En net zoals in het verleden kunnen cultuur en kunst hierin hun noodzakelijke verbindende en verbeeldende rol spelen. Ik zou zeggen… Vooruit.

VOETNOTEN

  1. Oscar Roelandts (1877-1950) publiceerde onder het pseudoniem Avanti en was zowel historicus als verzamelaar. Zijn collectie documenten en prenten zijn bij de oudste en meest waardevolle erfgoed van het Gentse socialisme. Ze wordt bewaard door Amsab-ISG.
  2. AVANTI, Een Terugblik. Proeve eener Geschiedenis der Gentsche Arbeidersbeweging gedurende de XIX° eeuw, Gent: Volksdrukkerij, 1908.
  3. Citaat uit AVANTI, Een Terugblik, o.c., p. 337.
  4. Guy Vanschoenbeek, De Wortels van de Sociaal-democratie in Vlaanderen. Le 'monde socialiste gantois' en de Gentse socialisten voor de Eerste Wereldoorlog. Onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 1992, p. 185.
  5. AVANTI, Een Terugblik, o.c., p. 337.
  6. Zie: Joost Van Deuren, 'Een verbeelde toekomst. Nieuwjaarswensen van de Broederlijke Wevers van Gent (1861-1881). In: Brood & Rozen, (2017) 4, pp. 34-59.
  7. Hendrik Defoort, Werklieden uw Profijt! De Belgische sociaaldemocratie in Europa, Tielt: Lannoo Campus/Amsab-ISG, p. 117.
  8. AVANTI, Een Terugblik, o.c., p. 278.
  9. Paul De Witte, De Geschiedenis van Vooruit en de Gentsche socialistische Werkersbeweging sedert 1870, Gent: De Witte, 1898, pp. 8-10.
  10. Geert Van Goethem, 'The Belgian Co-Operative Model : Elements of Success and Failure.' In: A Global History of Consumer Co-Operation since 1850, edited by Mary Hilson et al., Leiden: Brill, 2017, pp. 78-98.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 10 (december), pagina 22 tot 26