Abonneer Log in

Rood-groene toenadering in Frankrijk?

2021: VERKIEZINGSJAAR IN ONZE BUURLANDEN

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 68 tot 73

In afwachting van de presidentsverkiezingen van 2022, staan regionale en departementsverkiezingen gepland in juni. Rood en groen zoeken een strategie, tussen lokale krachtsverhoudingen en nationale uitdagingen.

2021: VERKIEZINGSJAAR IN ONZE BUURLANDEN

Waar blijft links in Nederland?
Duco Hellema en Margriet Van Lith
Rood-groene toenadering in Frankrijk?
Frederik Dhondt
De gapende leegte na Merkel in Duitsland
Dieter Berckvens

Niemand verwacht een groot succes voor Macron bij de regionale verkiezingen.

Een consensusprogramma met de groenen zou het best passen bij Anne Hidalgo.

Door de verrassende doorbraak van Emmanuel Macron in 2017 verwachtten sommigen zich aan een complete herverkaveling van het Franse politieke landschap. Klassiek linkse en rechtse schema's zijn evenwel helemaal nog niet dood. Zowel de blijvende links-rechtsvisie in media en publieke opinie als de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen van 2020 illustreren dit. De elitaire kaderpartij van de president is fel verdeeld en heeft een zeer zwakke lokale inplanting.1Tegelijk kan links enkel verenigd een kans maken om de macht te heroveren.

DONDER EN BLIKSEM: DE NIEUWE KANDIDATUUR VAN JEAN-LUC MÉLENCHON

In 2017 stond – net als in 2002 – geen enkele linkse kandidaat in de tweede ronde. De naar eigen zeggen 'nipte' nederlaag van Mélenchon (600.000 stemmen minder dan Marine Le Pen) en de crisis van de gilets jaunes worden in het kamp van La France Insoumise evenwel gezien als een bewijs dat de Messias bij zijn derde heropstanding, gedragen door de voorzienigheid, zal zegevieren om de Zesde Republiek te vestigen.

Het radicaal-linkse platform ligt voor de hand: Macron is zijn regeerperiode gestart als 'président des ultra-riches'.2 Het afschaffen van de vermogensbelasting (ISF) op aandelen en de flexibilisering van het arbeidsrecht blijven kleven. De massale en plotse neo-keynesiaanse interventie ('coûte que coûte') tegen het coronavirus, of het Europese schuldenakkoord van deze zomer kunnen moeilijk worden overtroffen, tenzij door pleidooien om alle 'coronaschuld' kwijt te schelden. Niemand gelooft echter in een duurzame bocht naar meer overheidsinterventie. Hollande schakelde al vroeg in zijn termijn over (onder andere op advies van Macron) naar de 'économie de l'offre' (economie van het aanbod, eerder dan die van de vraag). De PS-president eiste bij het begin van de legislatuur nog de verdienste op voor de dalende werkloosheid. Zo bekeken voert Frankrijk al bijna twintig jaar een centrumrechts beleid. Tussen de primaires van links en de presidentsverkiezingen in 2017 is een belangrijk deel van de PS-kiezers naar Macron overgelopen.3 De interne linkse kritiek op Hollande sprak de kiezer niet aan, ondanks de steun van Thomas Piketty voor het radicale en vernieuwende programma van Benoît Hamon.4 Kan 'la gauche de gouvernement' dan wel terugkeren?

DE TRIANGULATOR VAN HET ELYSÉE

De uitgangspositie van 2017 verklaart ook het gedrag van de president in het rampjaar 2020. De meeste Fransen zitten op zijn lijn in de verdediging van de laïcité. Dit geldt vooral voor het cruciale electoraat van de leerkrachten, dat met de ambtenaren de sociologische kern van de PS vormt. De consensus verdwijnt wel bij de populistische, harde law and order-toon van minister van Binnenlandse Zaken, Gérald Darmanin (ex-LR). Het intussen ingetrokken 'article 24' van de nieuwe veiligheidswet verbood het filmen van de politie door burgers.5 Deze signalen worden uitgelegd als een bewuste strategie van 'triangulation' door de president: thema's van radicaal-rechts en links worden afwisselend bespeeld. Presidentieel media-adviseur Bruno Roger-Petit is een aandachtige kijker van de nieuwszender CNews, waar radicaal-rechtse opiniemakers de dag rond de toon zetten.6

Een tweede schot voor de boeg van jongeren en universitairen was de hardnekkigheid waarmee minister van Onderwijs, Jean-Michel Blanquer, het vermeende 'islamo-gauchisme' verantwoordelijk hield voor een anti-republikeinse stemming, die de lekenstaat op een hellend vlak zou zetten. Hij wees naar Mélenchon, de studentenvakbond UNEF en van de onderzoekers in de mens- en sociale wetenschappen aan Franse universiteiten. De LR-oppositie stelde voor om controles op het respect van de 'republikeinse beginselen' aan de universiteiten in te voeren. De regering kreeg de universitaire wereld nog meer over zich heen door de centrale rekrutering van professoren en docenten af te schaffen. In haar ontwerp stond ook een door de Conseil constitutionnel gecensureerde 'délit d'entrave', waarmee het strafbaar werd gesteld om zich op een campus te bevinden tegen de wil van het universiteitsbestuur.

Het lijkt alsof de president zowel de jongeren als de academische wereld heeft opgegeven, en deze groepen handenwrijvend naar Mélenchon hoopt te drijven om zo de volgende nederlaag voor links alvast op te warmen. Tegelijk stimuleert hij hiermee wel een zeer mobiliseerbare linkse achterban, die op betogingen de laatste maanden – ondanks corona – present tekende.

De president probeert een 'redelijke' vorm van milieubeleid te claimen, en zo de 'groene Khmer' het gras voor de voeten weg te maaien. Nochtans is de ontevredenheid groot bij de burgerconventie voor het klimaat. Hun woordvoerder Cyril Dion, vaak te gast op het Elysée als verbindingspersoon, startte een petitie om Macron te herinneren aan zijn belofte om alle voorstellen 'sans filtre' over te nemen. Honderdduizenden tekenden.7 De belofte van een grondwettelijk referendum over het klimaat moet ook in deze context gezien worden.

Macrons regeerstijl, door Olivier Faure (PS) samengevat als 'bricolage libéral autoritaire', is door de coronapandemie nog verstrakt.8 De beperkingen van de vrijheden van de Franse burgers zijn in een pandemiewet omkaderd, maar de beslissingen worden in een onderaardse bunker genomen tijdens een beperkte conseil de défense.9 Door de problemen binnen LReM komt de parlementaire oppositie van de PS (Valérie Rabault, Boris Vallaud) beter uit de verf. Ten slotte worden de nieuwe groene burgemeesters – ondanks ongelukkige uitspraken – ook hoorbaar met kritiek op het nationale beleid.

VERKIEZINGEN, DE ACHILLESHIEL VAN HET SYSTEEM-MACRON

Zes jaar geleden hadden de vorige regionale verkiezingen plaats. Er was nog geen sprake van een kandidatuur-Macron. Links en rechts hielden elkaar aan het einde in evenwicht. De verkiezingen verlopen in twee rondes, met een premie van 25% van de zetels voor de lijst die in de tweede ronde de eerste plaats behaalt. Het enorme succes van het Rassemblement National (toen nog Front National) in de eerste ronde (27% van de stemmen) leidde tot de terugtrekking van de PS-lijst in de toen 'nieuwe' regio Hauts-de-France. Hierdoor telt de conseil régional afgevaardigden van de rechtse coalitie rond présidentiable Xavier Bertrand (Les Républicains, 115, 57% in de tweede ronde), van het RN (40, 42% in de eerste ronde), maar geen enkele van de PS (18% in de eerste ronde) telt. Dit was een vreselijk trauma, aangezien de regio Nord-Pas-de-Calais (een van de rechtsvoorgangers van de Hauts-de-France) het historische bolwerk van het socialisme is.

Net als voorganger Giscard d'Estaing (UDF) regeert Macron zonder steun van een grote politieke partij. De schamele resultaten bij de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar en de versplintering van de fractie in de Assemblée Nationale tonen aan dat er een groot probleem is.10 Niemand verwacht een groot succes bij de regionale verkiezingen. De allianties in de regio's zullen in de eerste plaats gevormd worden voor of tegen de zittende regiovoorzitters, zoals Carole Delga (PS, Occitanie) of Laurent Wauquiez (LR, Auvergne/Rhône-Alpes).

Niemand verwacht een groot succes voor Macron bij de regionale verkiezingen.

In de jaarlijkse barometer 'Fractures françaises' komt naar voor dat een representatief staal van Franse kiezers nog steeds de rechtse LR (de sterkste in kleine steden en op het platteland) als de meest geloofwaardige regeringspartij ziet.11 Ook al zijn de groenen voor de publieke opinie 'wenselijk' om te regeren, hun credibiliteit zit nog duidelijk onder die van PS en LReM. In 2017 zijn veel gepensioneerde, burgerlijke kiezers van François Fillon richting Macron getrokken door vlak voor de verkiezingen uitgebrachte 'affaires'.12 Zij kunnen dus ook weer terugkeren. De 'présidentiables' bij rechts kunnen zich spiegelen aan Jacques Chirac, die in 1981 kandidaat was tegen centrist Giscard, en op die manier diens politieke graf kon graven.

EEN VERLOSSER UIT HET VERLEDEN OF 'BIG BANG DE LA GAUCHE ET DE L'ÉCOLOGIE'?

De primaires citoyennes, die in 2012 naar de zege leidden, worden vandaag binnen de PS gezien als de basis van de verkiezingsnederlaag. Van de meer dan twee miljoen deelnemers hebben uiteindelijk slechts een deel gestemd voor de uiteindelijke winnaar. De 'primaires', die in 2011 naar Amerikaans model werden ingevoerd, zorgden zowel bij links als rechts voor een grote politieke mobilisatie. Miljoenen mensen (een veel bredere basis dan de eigen leden) brachten hun stem uit. Voor links dienden de 'open' voorverkiezingen om radicaal-links, groen en centrumlinks achter de PS-kandidaat te krijgen. Dit mislukte. Vandaag lijkt de politieke hiërarchie veel minder uitgesproken tussen rood en groen, en zijn beiden meestal vervlochten in het bestuur als 'junior' dan wel 'senior' partner, naargelang de stad. De groene winst in Lyon en Bordeaux heeft de krachtsverhoudingen grondig veranderd.

Bij LR leeft de overtuiging dat de 'echte' kiezers de maandenlange topfavoriet van de peilingen in 2016, de centrumrechtse oud-premier Alain Juppé, hadden kunnen verkiezen indien de primaires de debatten niet hadden geradicaliseerd ten gunste van Fillon. Vandaar dat beide politieke strekkingen andere oplossingen zoeken. Bij LR gaat men in de richting van een 'personnalité émergente' (Xavier Bertrand? Valérie Pécresse?) die bij consensus onder de tenoren wordt aangeduid. Bij de PS gaat de voorkeur uit naar een alternatief democratisch alternatief.

Het inhoudelijke project is momenteel nog helemaal open. PS-premier secrétaire Olivier Faure, die met de partij verhuisde van de Rue de Solferino in het hart van de Parijse macht, wil in de Printemps de la gauche et de l'écologie de Franse burgers de kans geven om het partijprogramma te bepalen. De talrijke lokale verkozenen moeten elke maand de boer op naar het middenveld en de bevolking met voorstellen. De 'primaires' moeten niet over personen gaan, maar over ideeën die gedragen worden door het 'peuple de gauche'. Faure's verhaal is gebaseerd op lokale allianties met de groenen en communisten.

Het doel is uiteraard om met één gemeenschappelijke kandidaat naar de presidentsverkiezingen in 2022 te gaan. Faure liet vorig jaar verstaan dat dit ook een ecologist kan zijn (Yannick Jadot? Eric Piolle?). De zomeruniversiteiten van 2020 van de linkse spelers werden gedeeltelijk geopend voor de toekomstige partners. De 'marcheurs de gauche' (centrumlinkse parlementsleden van LReM) zouden potentieel wel compatibel zijn met een programma dat de vermogensbelasting terugbrengt en met een radicalere groene omslag. Ook een naamsverandering staat op de agenda. François Hollande suggereerde 'Socialistes'. Net als in de 'goede oude' PS dreigen de persoonlijke ambities van de 'éléphants' (partijolifanten) Ségolène Royal, François Hollande, Arnaud Montebourg of zelfs Jean-Christophe Cambadélis dit proces mediatiek in de schaduw te stellen. Royal en Montebourg etaleren openlijk hun plannen.

Een consensusprogramma met de groenen zou het best passen bij Anne Hidalgo.

Een consensusprogramma met de groenen zou het best passen bij Anne Hidalgo, de burgemeester van Parijs, die met haar groene collega uit Grenoble, Eric Piolle, deze zomer al bruggen gebouwd heeft. Zonder groene hulp zal het steeds meer verstedelijkende Frankrijk, dat Macron de rug toekeerde in maart 2020, niet terugkeren naar de linkerzijde. Tegelijk heeft niemand evenwel een boodschap voor de andere groep afhakers: de kiezers van Le Pen.13

VOETNOTEN

  1. De pensioenhervorming werd om die reden in de Assemblée Nationale in maart 2020 slechts aangenomen met gebruik van artikel 49:3, de bepaling in de Franse Grondwet die toelaat om een tekst zonder stemming te laten goedkeuren, indien het parlement geen meerderheid vindt over een motie van wantrouwen tegen de regering.
  2. Michel Pinçon & Monique Pinçon-Charlot, Le président des ultra-riches. Chronique du mépris de classe dans la politique d'Emmanuel Macron (Paris: Zones, 2019).
  3. Jérome Jaffré, 'La trace des primaires dans le vote présidentiel', in: Bruno Cautrès & Anne Muxel (eds.), Histoire d'une révolution électorale (2015-2018) (Paris: Classiques Garnier, 2019), pp. 71-72.
  4. Macron en Mélenchon waren het sterkste aanwezig op de sociale media in 2017. Thierry Vedel & Madaina Cheurfa, 'Liker, twitter, voter', in: Cautrès & Muxel (eds.), Histoire d'une révolution électorale, pp. 108-113.
  5. Victor Audubert, 'L'article 24 de la proposition de loi relative à la sécurité globale au regard de la jurisprudence du Conseil constitutionnel sur la liberté d'expression', JP Blog, 4/12/2000. http://blog.juspoliticum.com/2020/12/04/larticle-24-de-la-proposition-de-loi-relative-a-la-securite-globale-au-regard-de-la-jurisprudence-du-conseil-constitutionnel-sur-la-liberte-dexpression-par-victor-audubert/.
  6. Le Monde, 28/12/2020.
  7. Stand op 3 januari: 455.767. https://secure.avaaz.org/campaign/fr/france_convention_climat_rb3/.
  8. Patrick Rambaud, Emmanuel le magnifique. Chronique d'un règne (Parijs: Grasset & Fasquelle, 2019).
  9. Thibault Desmoulins, 'Le Conseil de défense : notes sur une institution centrale et méconnue en temps de crise sanitaire', JP Blog, 13/11/2000. http://blog.juspoliticum.com/2020/11/13/le-conseil-de-defense-notes-sur-une-institution-centrale-et-meconnue-en-temps-de-crise-sanitaire-par-thibault-desmoulins/.
  10. 55% van de kiezers (20% meer dan normaal) kwam in deze 'covid-verkiezingen' niet opdagen in de eerste ronde. Gezien hun risicoprofiel is het aannemelijk dat hierbij veel gepensioneerde kiezers waren, die de partij van de president steunen. Zie Martial Foucault, 'Municipales 2020: une élection si particulière' (CEVIPOF, november 2020): https://www.sciencespo.fr/cevipof/sites/sciencespo.fr.cevipof/files/Note5_FOUCAULT_2020-1.pdf).
  11. https://jean-jaures.org/sites/default/files/redac/commun/productions/2020/1309/fractures_2020.pdf.
  12. Jaffré, 'La trace des primaires', pp. 102-108.
  13. Brice Teinturier, Plus rien à faire, plus rien à foutre. La vraie crise de la démocratie (Paris : Robert Laffont, 2017).

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 68 tot 73