Abonneer Log in

Nog even, en we herdenken het Vlaams Welzijn

Zes keer per jaar een extra miljoen budget aankondigen, is niet de oplossing voor de schrijnende problemen in de welzijnssector.


© Kurt Van Strijthem

We hebben steeds meer een systeem van verantwoording gecreëerd.

Ik vraag niet eens meer geld, maar een hertekening van het beleid.

In Vlaanderen zijn er te veel kinderen en jongeren die jeugdzorg nodig hebben en ze niet krijgen. Personen met een beperking, ouderen, mensen die hulp nodig hebben bij hun geestelijke gezondheid, … komen vaak niet toe aan een minimum aan welzijn. Natuurlijk worden heel wat mensen goed geholpen. Leve de mensen die op het terrein voor hen zorgen. Maar het gaat om de onaanvaardbare vaststelling dat duizenden niet geholpen worden. Je zal zeggen: de opeenvolgende ministers van Welzijn hebben toch aan een gemiddeld ritme van zes keer per jaar voor een extra miljoen aan budget aangekondigd in deze domeinen. Klopt, en misschien hadden ze na de 36e keer zelf kunnen vaststellen dat dit misschien niet de oplossing is voor een schrijnend probleem.

We hebben in dit land al decennia als doel te zorgen voor een menswaardig bestaan voor de ingezetenen. Het is geen hoge lat, maar wel een mooie. Toegegeven, het is niet gebeiteld. Een paar jaar geleden besliste de regering-Michel om de wet (8 juli 1976) over het menswaardig bestaan te schrappen. Ze zijn gelukkig niet aan de uitvoering geraakt. Maar tegelijk is de groeiende vaststelling dat Vlaanderen niet meer probeert te zorgen voor het welzijn van al zijn ingezetenen erg lastig.

Het heeft meer te maken met een veranderde maatschappelijke visie. De Vlaamse Gemeenschap dient welzijn, een leven dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid, te organiseren voor de gehele bevolking. Dat is haar taak. En dus niet 'in zekere mate' voor 'een deel van hen'. En dat lukt niet meer. Nee, na de 36e keer van geld bijpappen, en besparingen nathouden, was een aanpak van de organisatie met een maatschappelijke visie wenselijk geweest.

Een crisisjaar toont dat zelfs de kleine wondjes van een maatschappij beginnen etteren. Het voorbije jaar toonde dat eenzaamheid, burn-out, depressie, misbruik, agressie en armoede heel breed kan gaan in een crisisperiode. Als het systeem niet meer thuis gaf in normale jaren, faalt het zichtbaar in een crisis. Nochtans is er veel te zeggen voor het feit dat een Gemeenschap het organiseert en daarbij haar netwerk van steden en gemeenten inzet om mensen effectief te helpen. Maar die Gemeenschap zou dan toch dringend aan het timmeren moeten zijn om een fundamentele pijler van haar bestaan te herstellen. En daar is geen spoor van.

Maar hoe is dat mogelijk? Onderwijs en welzijn zijn twee cruciale en zeer grote bevoegdheden in een Gemeenschap. Beide met slechte rapporten. Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat we dan vaststellen dat sociale uitdagingen of risico's een aanpassing van het beleid vergen. En toch zien we dat slechts op enkele plaatsen op stedelijk niveau. En het is niet dat er geen aandacht voor is, maar waar blijft de gepaste reactie?

We hebben steeds meer een systeem van verantwoording gecreëerd.

In Vlaanderen hebben we steeds meer een systeem van verantwoording gecreëerd. Binnen de filosofie dat iedereen de mogelijkheid krijgt en de kansen maar moet grijpen. Dat ligt niet direct binnen ieders mogelijkheden. Soms is zelfs meerdere keren in één mensenleven een steunende overheid nodig om verder te kunnen. Als die overheid daarentegen vooral vraagt om te verantwoorden, om te bewijzen, om in te vullen, dan ben je snel een grote groep kwijt. En voor de twijfelaars met enkel een rekenmachine als kompas: het is maatschappelijk veel goedkoper om een kind dat zorg nodig heeft snel en degelijk te helpen. Om een kind met zelfmoordneigingen niet zes maanden te laten wachten, sterker nog, de toegang tot de wachtlijsten te ontzeggen.

We zagen de nood aan verantwoording en het wantrouwen in de burger sterk opduiken in de toeslagenaffaire in Nederland, waar ministers voor het groter belang ook een stap opzij zetten. Maar evengoed viel het te zien hier bij de steun aan gezinnen en individuen in de coronaperiode. Vanzelfsprekend kregen kappers, horeca, gezinnen en zelfs banken steun. Maar daar waar de steun omwille van de economie vaak een 'tick the box' was, was steun aan gezinnen meermaals een muur. Vlaanderen voorzag extra steun voor gezinnen die het zwaar hadden met kinderen, maar die steun is nauwelijks tot bij de gezinnen geraakt. Het werd dan 'herbeslist' en herverpakt als een algemene extra premie bij de kinderbijslag. Het sturend instrument bij uitstek werd opnieuw een algemeen ineffectieve communicatie. De federale steun die kon worden ingezet bij inkomensverlies, kostenstijgingen, psychische hulp, is zes maanden geleden beslist. En die steun ligt op veel plaatsen na zes moeilijke maanden nog in de schuif van de lokale bestuurders.

Ik vraag niet eens meer geld, maar een hertekening van het beleid.

Van een crisis moet je dingen onthouden. Ik onthoud dat we niet meer mogen aanvaarden dat een Vlaams minister van Welzijn aankondigt dat hij een miljoen extra heeft gegeven om de kous af te hebben. Kousengeld. Het veranderde 36 keer niet veel, en we mogen dat niet meer aanvaarden. Ik vraag niet eens meer geld, maar een hertekening van het beleid dat de burgers en de sociale werkers op het terrein vertrouwt dat ze het maximum doen. Een herdenken van de organisatie en structuur die niet toelaat dat duizenden Vlamingen geen antwoord krijgen als ze vragen naar een minimum aan Vlaams welzijn.